Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1346 artikelen

x
Artikel

De pauliana in het Europese internationaal privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden ipr, toepasselijk recht, Rechtsmacht, Eex-VO, pauliana
Auteurs Mr. T.V.J. Bil
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de pauliana kan een faillissementscurator of schuldeiser transacties van de schuldenaar met derden aantasten. In dit artikel wordt besproken hoe rechtsmacht en toepasselijk recht voor een paulianavordering binnen en buiten faillissement moeten worden bepaald. Daarbij valt op dat de situatie binnen faillissement veel overzichtelijker is dan buiten faillissement.


Mr. T.V.J. Bil
Mr. T.V.J. Bil is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

‘Ernstig verwijt’ en selectieve betalingen

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt, selectieve betalingen, insolventie, kennelijk onbehoorlijk bestuur
Auteurs Mr. A. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van rechtspraak van de Hoge Raad ingegaan op het ‘ernstig verwijt’ als maatstaf voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van bestuurders en wordt aandacht besteed aan het leerstuk van selectieve betalingen. De auteur reflecteert op het nut en de noodzaak van het ‘ernstig verwijt’ bij de verschillende grondslagen van bestuurdersaansprakelijkheid en bespreekt de verwikkelingen rondom de (on)geoorloofdheid van selectieve betalingen.


Mr. A. Karapetian
Mr. A. Karapetian is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Artikel

Overbrugging van procedurele breuklijnen bij een integrale aanpak van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden (de keuze voor een) handhavingsstelsel, ne bis in idem, Integrale aanpak, Bewijsvergaring, vormverzuimen
Auteurs Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet in op een ‘integrale aanpak’ van ondermijning, terrorisme, cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Die integrale aanpak heeft ook belangrijke procedurele gevolgen. Tegelijkertijd of achtereenvolgens worden bevoegdheden ingezet die worden genormeerd in verschillende rechtsgebieden. Het door deze bevoegdheden vergaarde materiaal wordt bovendien onderling gedeeld en gebruikt voor andere bevoegdheden. Door de betrokkenheid van meerdere rechtsgebieden en door die rechtsgebieden gescheiden te blijven benaderen, is sprake van procedurele breuklijnen die af doen aan daadwerkelijke integratie en aan de waarborgfunctie van het recht. Niet een duidelijkere keuze tussen handhavingsstelsels is de route naar overbrugging, maar het bereiken van overeenstemming over de grondbeginselen die aan de normering ten grondslag liggen.


Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. mr. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek Ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Jurisprudentie

De evenredigheidstoetsing van de Wet Bibob: wie het meerdere mag, mag ook het mindere?

Noot bij ECLI:NL:RVS:2019:350

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Wet Bibob, Evenredigheidstoetsing, Omgevingsvergunning, Bestuursstrafrecht, Bestuurlijk sanctierecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Door het college van gedeputeerde staten van Groningen is een advies aangevraagd bij het Landelijk Bureau Bibob. Op grond hiervan wordt de omgevingsvergunning verleend voor de duur van vijf jaren. De Afdeling overweegt dat deze vergunningverlening voor de duur van vijf jaren in strijd is met de voorgeschreven evenredigheidstoetsing van artikel 3, vijfde lid, Wet Bibob.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.

Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Nietigheid van de overeenkomst met het Land Curaçao wegens het contracteren met een vertegenwoordigingsonbevoegde overheidsfunctionaris

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden privaatrecht, Land Curaçao, overeenkomsten, privaatrechtelijke normen, publiekrechtelijke normen
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter behartiging van het algemeen belang bedient de Curaçaose overheid zich behalve van het publiekrecht ook van het privaatrecht. Wanneer het daartoe overgaat, zijn op dat handelen zowel privaat- als publiekrechtelijke normen van toepassing. Zodoende kan de geldigheid van met de overheid gesloten contracten ter discussie komen te staan op basis van de in het privaatrecht verankerde wilsgebreken (art. 3:44 en 6:228 BW) of de figuur van strijd met de wet, goede zeden of openbare orde (art. 3:40 BW), maar ook op basis van bijzondere publiekrechtelijke normen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Artikel

Access_open Zeven scènes uit het leven van een 150-jarige

Gemeenschappelijk Hof van Justitie – 150-jarig bestaan – maatschappelijke rol

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 150-jarig bestaan, Caribische rechtsstaat
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar viert het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn 150-jarig bestaan. Voor die gelegenheid staat de auteur stil bij de betekenis van het Hof voor de moderne Caribische rechtsstaat en samenleving. Daartoe worden zeven scènes geschetst waarin centraal staan de relaties van het Hof tot de burger, de overheid, de bestuurders, de rechtsorde, het algemeen belang, de Hoge Raad, en het interne bestuur en beheer. Op al deze fronten heeft het Hof zich aangepast aan nieuwe noden en aspiraties van de samenleving. De conclusie is dat het Hof zich heeft ontwikkeld tot een van de krachtigste instituties van de Caribische samenleving.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Tilburg Law School en was van 1993 tot 1997 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Artikel

Schadevergoeding voor dummies

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Letselschade, Aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie de jurisprudentie op het gebied van letselschade wil bijhouden, doet er de laatste jaren verstandig aan niet alleen de uitspraken van civiele rechters te volgen, maar ook die van strafrechters.


Mr. H. de Hek
Mr. H. de Hek is senior-raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en redacteur van dit blad.
Artikel

Access_open A thief can’t pass good title

Tijdsverloop en eigendomsverkrijging naar civil en naar common law

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden verjaring, belangenafweging, derdenbescherming, laches-verweer, roofkunst
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij verjaring staan twee belangen op gespannen voet: het belang van de rechthebbende bij het behoud van zijn recht enerzijds en het belang van een ongestoord rechtsverkeer, dat bescherming van derden-verkrijgers te goeder trouw vereist, anderzijds. De common law kiest voor bescherming van het eerstgenoemde belang, de civil law van het laatste. Recentelijk zijn er echter aan beide zijden pogingen gaande om de scherpe kantjes van de tegenstelling af te slijpen. Die pogingen blijken niet altijd even gelukkig.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is Honorary Professor aan de Nelson Mandela University te Port Elizabeth (South Africa) en emeritus hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Contracten maken

Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Tweede kansen, stigma’s en de praktijk van het civielrechtelijk bestuursverbod

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden civielrechtelijk bestuursverbod, bestuursverbod, faillissementsfraude, curator, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. M. Neekilappillai en Mr. dr. N.T. Pham
SamenvattingAuteursinformatie

    Het civielrechtelijk bestuursverbod biedt de curator en het Openbaar Ministerie een instrument om faillissementsfraude effectiever te bestrijden. Op basis van rechtspraakanalyse en interviews met betrokken curatoren wordt betoogd dat het civielrechtelijk bestuursverbod geen geschikt instrument is voor het aanpakken van onkundige maar bonafide bestuurders.


Mr. M. Neekilappillai
Mr. M. Neekilappillai is als promovenda verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Burgerlijk recht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Artikel

Erfrecht in de onderwereld (deel IV): de nabestaanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden afgeleide onrechtmatige daad, beneficiaire aanvaarding, affectieschade, shockschade, criminele nalatenschap
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee recente uitspraken wordt ingegaan op de afgeleide onrechtmatige daad en de affectieschade. Er kan secundaire aansprakelijkheid zijn als er sprake is van een afgeleide onrechtmatige daad. Waren de ouders van Tristan van der V. zich ervan bewust dat hun zoon derden leed zou gaan betrokkenen? Het Hof Den Haag deed er onlangs uitspraak over. De ouders en broer van Anne Faber hebben affectieschade gevorderd. In het hoger beroep van Michael P. werd daar onlangs door het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak over gedaan. De mogelijkheid om affectieschade te vorderen (in het strafrechtelijke proces) is op 1 januari 2019 ingegaan.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is directeur Netwerk Notarissen, en docent bij het Centrum voor notarieel recht Radboud Universiteit Nijmegen
Artikel

Past een vaccinatieplicht binnen het EVRM-regime?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden vaccinatieplicht, kinderopvang, EVRM, AWGB, Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Auteurs Dr. R.H.M. (Roland) Pierik
SamenvattingAuteursinformatie

    Al jaren daalt in Nederland de vaccinatiegraad, waardoor ziekten als mazelen en de bof opnieuw dreigen de kop op te steken. Om dit tegen te gaan zijn recent in de Nederlandse politiek twee meer verplichtende maatregelen voorgesteld. Dit artikel analyseert de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden van deze voorstellen, met name in de context de van de grondrechten waarmee ze zouden kunnen botsen: artikel 2 EVRM (recht op leven), artikel 8 EVRM (onaantastbaarheid van het lichaam) en/of artikel 9 EVRM: (vrijheid van godsdienst en levensovertuiging) en het daaruit volgende Nederlandse gelijkebehandelingsrecht.


Dr. R.H.M. (Roland) Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de afdeling Algemene Rechtsleer van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek Vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2019
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Access_open Detentie van asielzoekers: een kwestie van gevoel?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden street-level bureaucrats, aliens detention, asylum seekers, emotions, intuition
Auteurs Mr. drs. Wouter van der Spek en Dr. Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyses how street-level bureaucrats in the Netherlands decide on detaining asylum seekers. The paper is based on interviews with officers of the national police and the military police who take these decisions as part of their job. The relevant Dutch and European legal rules are not clear and unambiguous and the officers are given wide margins of discretion in making these decisions. Many interviewees said that they ultimately rely on their ‘feelings’. The paper therefore pays special attention to whether and how gut feelings and emotions of the officers influence their decision-making. In addition, the paper examines whether and how the increased use of ICTs and the Europeanisation of migration and asylum law have reduced the officers’ discretion and autonomy.


Mr. drs. Wouter van der Spek
Wouter van der Spek is junior docent bestuursrecht en promovendus aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Anita Böcker
Anita Böcker is universitair hoofddocent rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.
Toont 1 - 20 van 1346 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.