Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 515 artikelen

x
Artikel

Access_open De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden MVO, moederaansprakelijkheid, duurzaamheid, human rights due diligence, zorgplicht
Auteurs J.E.S. Hamster LLM MA
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de verwachte conceptrichtlijn duurzame corporate governance. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op het beginsel van human rights due diligence, dat de kern zal vormen van de conceptrichtlijn. Deze ontwikkeling zal verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemingen, en zij zullen dit onderwerp hoog op de agenda moeten zetten.


J.E.S. Hamster LLM MA
J.E.S. Hamster LLM MA is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Praktijk

Zo moet het niet (3)

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2021
Auteurs Floris Bakels

Floris Bakels
Peer-reviewed artikel

Access_open Toezicht in het sociaal domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden toezicht, sociaal domein, Wmo, decentralisaties, governance
Auteurs Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel komt de stand van toezicht en handhaving in het sociaal domein aan de orde. Vanaf januari 2015 zijn belangrijke taken rond maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, passend onderwijs en werk en inkomen overgeheveld naar de gemeenten. De gedachte was dat na een korte transitieperiode, via de transformatie van de manier van werken maatwerk zou worden geleverd. Gemeenten, als bestuurslaag die dicht bij de inwoners staat, zouden bij uitstek in staat zijn zo’n individuele aanpak te ontwikkelen. De veronderstelling was dat daarbij een kostenbesparing mogelijk zou zijn. Die besparing is in de vorm van een korting op de overgehevelde budgetten bij de decentralisatie toegepast. Inmiddels blijkt dat gemeenten aanzienlijke bedragen toeleggen op de gedecentraliseerde taken. Veel aandacht gaat de afgelopen jaren uit naar de overdracht van de taken op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet en naar de financiële problemen waarin gemeenten terecht zijn gekomen. Ook is er veel aandacht voor de vraag hoe de taakuitvoering gestalte heeft gekregen. Wat is er terechtgekomen van het beoogde maatwerk? Lukt het om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten? Hoe staat het met de uitstroom van uitkering naar werk? Minder aandacht is er tot nu toe voor het toezicht op de taakuitvoering. In dit artikel komt de vraag aan de orde waar dat toezicht is belegd, hoe dat wordt uitgevoerd en wat de resultaten daarvan zijn. Ook komen verbetervoorstellen aan de orde.


Heinrich Winter
Prof. dr. H.B. Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Waldemar Van der Veen
Mr. drs. A.W. van der Veen is advocaat bij Houthoff.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Caspar Janssens, Ferah Taptik en Laura Kirch

Caspar Janssens

Ferah Taptik

Laura Kirch
Artikel

Kroniek Insolventierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Matthieu Brink, Floris Dix, Dennis Helmons e.a.

Matthieu Brink

Floris Dix

Dennis Helmons

Jaap van der Meer

Bastiaan Rolevink

Bart Smink

René Smink

Sandra Tijssen-Dellemijn

Suzan Winkels-Koerselman
Artikel

Access_open Het Cornelius Haga Lyceum in gevecht met de overheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden onderwijsrecht, onderwijsvrijheid, islamitische scholen, burgerschapsonderwijs
Auteurs Miek Laemers
SamenvattingAuteursinformatie

    Since – and even before – the start of the Cornelius Haga Lyceum (islamic secondary school in Amsterdam) in 2017, the school board has been involved in legal procedures against the government to fight for their right to exist as an islamic school. The difficult way the school was established, the illustrious history in the last ten years and the director’s retreat are described based on literature, media reports, and jurisprudence. The events are placed in the light of the pursuit from the government to fight radicalisation – may be even islamisation – in Dutch society and specially in Dutch schools. Special attention is paid to relevant themes of education law, like freedom of education in article 23 of the Dutch Constitution and citizeneducation.


Miek Laemers
Prof. mr. dr. M.T.A.B. Laemers is sedert 2019 emeritus hoogleraar Onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit. Zij vervult thans enkele functies op het terrein van onderwijsrecht, zoals die van voorzitter van het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit van Amsterdam, lid van de Commissie uitingen maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, redactielid van het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en voorzitter van de landelijke klachtencommissie geschillen medezeggenschap ouders/studenten in het middelbaar beroepsonderwijs.
Artikel

De geestelijk verzorger in het perspectief van de verhouding tussen kerk en staat

Noodzaak van heldere verantwoordelijkheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden spiritual care, chaplaincy, labour law, church and state, secularisation
Auteurs Ryan van Eijk en Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual caregivers in the Netherlands are available in the military and in penitentiary institutions, in health care institutions and, recently, in the police. Within the military and the justice system, the spiritual care is traditionally characterised by a clear division of responsibilities between church and state. Due to domain specific developments in health care institutions and within the police, positions and responsibilities are less clear-cut. Developments such as the increased number of denominations that provide spiritual care tends to regard spiritual caregivers as ‘ordinary employees’. This article analyses the position of spiritual caregivers in the various domains and discusses current developments. It asserts that the church-state arrangement in the classic spiritual care areas requires respect and that the gist thereof should be taken into account in legal arrangements in the other domains.


Ryan van Eijk
Dr. mr. R. van Eijk is hoofdaalmoezenier bij de Dienst Geestelijke Verzorging van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij promoveerde op het proefschrift Menselijke waardigheid tijdens detentie. Een onderzoek naar de taak van de justitiepastor, WLP 2013. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Rechtsbescherming

De financiële crisis en de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Unie als rechtsbeschermingsinstrument

Arrest in de gevoegde zaken Chrysostomides en Bourdouvali

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden financiële crisis, Eurogroep, toegang tot de Unierechter, niet-contractuele aansprakelijkheid van de Unie
Auteurs Mr. M.K. Bulterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 2012 verleent het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) financiële steun aan lidstaten die in financiële nood verkeren, wanneer deze nood zo groot is dat dit de financiële stabiliteit van de eurozone in gevaar brengt. Om voor steun in aanmerking te komen moeten lidstaten aan strenge voorwaarden voldoen en ingrijpende maatregelen nemen. Die maatregelen kunnen ook individuele burgers en bedrijven hard treffen. Dat roept de vraag op welke rechtsbescherming het Gerecht en het Hof van Justitie kunnen bieden aan gedupeerde particulieren. Het arrest in de gevoegde zaken Chrysostomides en Bourdouvali van 16 december 2020 is de recentste uitspraak in een serie arresten die hierover meer duidelijkheid geven. Dit arrest is met name van belang vanwege het oordeel van het Hof van Justitie over de positie van de Eurogroep binnen het institutionele kader van de Unie en de mogelijkheid de rechtmatigheid van de handelingen van de Eurogroep in een direct beroep bij de Unierechter ter discussie te stellen.
    HvJ 16 december 2020, gevoegde zaken C-597/18 P, C-598/18 P, C-603/18 P en C-604/18 P, ECLI:EU:C:2020:1028 (Raad/K. Chrysostomides & Co. e.a., Raad/Bourdouvali e.a., K. Chrysostomides & Co. e.a./Raad, Bourdouvali e.a./Raad).


Mr. M.K. Bulterman
Mr. M.K. (Mielle) Bulterman is hoofd van de afdeling Europees recht, Directie Juridische Zaken, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Annotatie

Sluiting school

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 14 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAM:2020:65

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. R.E.R de Knegt
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het GHvJ. Hij is tevens redactielid van het CJB.

Mr. R.E.R de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is wetenschappelijk medewerker staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Zij is tevens redactiesecretaris van het CJB.
Annotatie

Elhage (2)

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:195

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. R.S.J. Martha
Auteursinformatie

Mr. dr. R.S.J. Martha
Mr. dr. R.S.J. Martha is directeur van het in Londen gevestigde internationale advocatenkantoor, Lindeborg Counselors at Law.
Artikel

Access_open Wat betekenen advocaten voor het gezondheidsrecht?

Confraternele bijdragen voor Willemien Kastelein en Jaap Sijmons

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Auteurs Mr. A.C. De Die, Mr. dr. L.A.P. Arends, Mr. W.K. Bischot e.a.
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. A.C. De Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. L.A.P. Arends
Luuk Arends is advocaat bij Dirkzwager te Nijmegen.

Mr. W.K. Bischot
Willemien Bischot is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat bij KBS te Utrecht.

Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Matthijs Vermaat is advocaat bij Van der Woude De Graaf te Amsterdam.

Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is advocaat bij Nysingh te Utrecht.
Artikel

Access_open Langlopende letselschadezaken: wat zijn de belangrijkste kenmerken?

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Langlopende letselschadezaken, Personenschade, Letselschade, Schadeafwikkeling
Auteurs Dr. mr. R. Rijnhout, D.W. van Maurik LLB, Mr. dr. E.G.D van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Langlopende letselschadezaken kunnen om meerdere redenen nog openstaan. Het is niet mogelijk om één dominante omstandigheid te benoemen als hét kenmerk van een langlopend letselschadedossier. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek gepresenteerd.


Dr. mr. R. Rijnhout
Dr. mr. R. Rijnhout LLM is als Universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het onderzoekscluster Empirical legal research into institutions for conflict resolution, en was projectleider van dit onderzoek.

D.W. van Maurik LLB
D.W. van Maurik LLB is student-assistent bij Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en heeft tevens als onderzoeksstudent een bijdrage geleverd aan de uitvoering van het onderzoek.

Mr. dr. E.G.D van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen LLM is als Universitair docent verbonden aan Ucall.

Prof. mr. I. Giessen
Prof. mr. I. Giesen is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan Ucal.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Lisette van der Gun en Rogier Wolf
Auteursinformatie

Lisette van der Gun
Lisette van der Gun is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag.

Rogier Wolf
Rogier Wolf is advocaat bij UdinkSchepel Advocaten in Den Haag, universitair docent Ondernemingsrecht aan Maastricht University (ICGI) en lid van de advocatenredactie van het Advocatenblad.
Artikel

De betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Over de vervolging van internationale misdrijven, de nationaliteitsexceptie, het legaliteitsbeginsel en de verkapte uitlevering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden rechtshulp, uitlevering, foltering, nationaliteitsexceptie, legaliteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond en Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie Dossier J.A. Poch is tot de conclusie gekomen dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld in de zaak van Julio Poch, die werd verdacht van betrokkenheid bij de doodsvluchten onder de militaire dictatuur in Argentinië. In het rapport van de commissie wordt echter een aantal juridische kwesties niet of slechts zeer summier besproken. Dit artikel bespreekt daarom uitgebreid de nationaliteitsexceptie, het Nederlandse legaliteitsbeginsel, artikel 7 EVRM en de verkapte uitlevering. De conclusie van het artikel is dat Nederland de zaak van Poch in 2009 had moeten voorleggen aan de uitleveringsrechter die alle relevante juridische kwesties had moeten beoordelen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije aan de Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
Prof. mr. dr. H.G. van der Wilt is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Naar een wettelijke verankering van de maatschappelijke onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden ondernemingsrecht, sociale onderneming, BVm, steward ownership, Anbi
Auteurs Mr. Chr.M. Stokkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente aanzet van het Ministerie van EZK voor een wettelijke verankering van de maatschappelijke onderneming verdient nog enige aanscherping om er, zonder afbreuk aan het ‘gelijk speelveld’-beginsel, een reële bijdrage aan de marktontwikkeling van dergelijke ondernemingen van te maken.


Mr. Chr.M. Stokkermans
Mr. Chr.M. Stokkermans is oud-notaris te Amsterdam.
Artikel

De aanvang van de lange verjaringstermijn ex art. 3:310 lid 1 BW

Van schadeveroorzakende gebeurtenis naar aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden verjaring, aansprakelijkheidsrecht, onrechtmatigheid, schadevergoeding, causaliteit
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    De lange verjaringstermijn vangt aan met de ‘schadeveroorzakende gebeurtenis’. Dat criterium is volgens de auteur lastig hanteerbaar, omdat het als causaal begrip per definitie meerdere gebeurtenissen aanwijst. De auteur stelt voor te werken met het begrip ‘aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis’. Dat begrip kan de lijn van de Hoge Raad eenduidig verklaren voor zowel contractuele als schuld- en risicoaansprakelijkheden.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is cassatieadvocaat bij BarentsKrans te Den Haag en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 515 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 25 26
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.