Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1396 artikelen

x
Objets trouvés

Parlementair wangedrag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2022
Trefwoorden parlementaire integriteit, grensoverschrijdend gedrag, klachtprocedure, Gündogan-affaire
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige juridische infrastructuur om parlementair wangedrag dat verder gaat dan onparlementair taalgebruik effectief aan te pakken ontbreekt. Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat fracties op dit punt vaak rechter in eigen zaak spelen en dikwijls meer bezig lijken met imagobescherming dan met een zorgvuldige afhandeling van klachten, en anderzijds met het feit dat klagen over grensoverschrijdend gedrag door mensen in een afhankelijkheidspositie thans weinig juridische waarborgen kent. Dit terwijl het ook voor beklaagde parlementariërs in de praktijk vaak aantrekkelijker lijkt om de eer aan zichzelf te houden en extern onderzoek niet af te wachten.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Artikel

Access_open De bijzondere zorgvuldigheidsplicht van de besloten vennootschap jegens ‘externe’ aandeelhouders

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden Zwagerman, aandelenemissie, artikel 2:8 BW, belangenverstrengeling, informatieplicht
Auteurs Mr. L.H.K. Peereboom-Bogers en Mr. M. Westra
SamenvattingAuteursinformatie

    Op een vennootschap rust een bijzondere zorgvuldigheidsplicht jegens al haar aandeelhouders, ook wel de Zwagerman-norm genoemd. In deze bijdrage besteden de auteurs aandacht aan deze bijzondere zorgvuldigheidsplicht van de vennootschap en bieden zij praktische handvatten ten aanzien van de concrete uitwerking van de bijzondere zorgvuldigheidsplicht voor bestuurders.


Mr. L.H.K. Peereboom-Bogers
Mr. L.H.K. Peereboom-Bogers is als advocaat werkzaam bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.

Mr. M. Westra
Mr. M. Westra is als advocaat werkzaam bij JB Law te Amsterdam.

Jan Wouter Alt

Nathalie de Graaf
Artikel

Kroniek Arbeidsrecht 2022

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2022
Auteurs Karol Hillebrandt, Christiaan Oberman, Peter Hendriks e.a.

Karol Hillebrandt

Christiaan Oberman

Peter Hendriks

Nadia Adnani
Artikel

‘Verzet’ tegen de gevolgen van feitelijke wilsonbekwaamheid

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 18 2022
Trefwoorden Testament
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Ontslagvergoeding na beëindiging internationaal arbeidsverleden: een fiscale update

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden Ontslagvergoedingen, OESO-commentaar, 12-maandenregel, Internationaal werken, Belastingheffing
Auteurs mr. Jan Bart Schober en mr. Chaima Chaoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 5 februari 2022 wordt het heffingsrecht over ontslagvergoedingen in internationale situaties niet langer bepaald op basis van het werkpatroon in de laatste twaalf maanden van de dienstbetrekking, maar (in beginsel) op basis van het werkpatroon gedurende de gehele diensttijd waarop de ontslagvergoeding is gebaseerd. Deze verandering in aanpak zou geschikt(er) zijn om dubbele (non) heffing te voorkomen. In dit artikel gaan de auteurs nader in op het nieuw aangekondigde beleid rondom ontslagvergoedingen. Voor werkgevers is het van belang om op de hoogte te zijn van deze ontwikkeling omdat het een impact kan hebben op de inhouding van loonbelasting over ontslagvergoedingen van cross-border employees.


mr. Jan Bart Schober
Jan Bart Schober is belastingadviseur bij Loyens & Loeff N.V.

mr. Chaima Chaoui
Chaima Chaoui is belastingadviseur bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Werknemersverzoeken: over de maatstaven, een ‘optelsom’ en andere aspecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden Werknemersverzoeken, Ontbinding arbeidsovereenkomst, Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding, Billijke vergoeding
Auteurs mr. Kayleigh Bemelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan werknemersverzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst centraal. In een recente beschikking van 21 januari 2022 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op zowel de vraag welke maatstaf door de rechter dient te worden gehanteerd bij de beoordeling van een ontbindingsverzoek van de werknemer, als de vraag welke maatstaf geldt bij de beoordeling of die ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. De auteur gaat in op de vraag welke plaats deze beschikking inneemt binnen het juridisch kader van ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer en wat de door de Hoge Raad gegeven maatstaven voor de praktijk betekenen.


mr. Kayleigh Bemelmans
Kayleigh Bemelmans is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Access_open Ontslag wegens strafbare feiten in de privésfeer anno 2022

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden Ontslag op staande voet, Ontbinding, Strafbaar feit, Privésfeer, Rechterlijke beoordeling
Auteurs mr. Merle van den Berg en mr. Renske van Herpen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad oordeelt in 2010 dat een strafrechtelijke veroordeling niet per definitie een dringende reden voor ontslag oplevert. Ook in deze situatie moet de dringende reden worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Sindsdien was de lijn in rechtspraak en literatuur lange tijd dat ontslag (al dan niet op staande voet) wegens een strafbaar feit in de privésfeer pas aan de orde kon zijn als (i) er sprake was van een verband tussen het strafbare feit en het werk van de werknemer en (ii) met het strafbare feit een door de werknemer tegenover zijn werkgever na te leven norm was geschonden.
    Dit artikel gaat in op de vraag in hoeverre uit recente rechtspraak kan worden afgeleid dat in de privésfeer gepleegde stafbare feiten anno 2022 direct dan wel indirect kunnen leiden tot ontslag. Gelden de twee cumulatieve voorwaarden nog? Om deze vragen te beantwoorden, geven de auteurs een analyse van (de ontwikkelingen in) de gepubliceerde rechtspraak over dit onderwerp sinds de inwerkingtreding van de Wwz. De auteurs maken onderscheid tussen de twee ontslagroutes: ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
    Op basis hiervan concluderen de auteurs dat de relatie tussen een in de privésfeer gepleegd strafbaar feit en het werk – in lijn met het Hoge Raad arrest – nog steeds een drempel is die moet worden genomen om tot het oordeel te komen dat sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet. In ontbindingszaken wordt de voornoemde toets van de Hoge Raad niet (langer) strikt toegepast bij de beoordeling of een in de privésfeer gepleegd strafbaar feit kan leiden tot ontslag.
    De auteurs sluiten af met enkele aanbevelingen voor de praktijk.


mr. Merle van den Berg
Merle van den Berg is advocaat bij L&A Advocaten te Amsterdam.

mr. Renske van Herpen
Renske van Herpen is advocaat bij L&A Advocaten te Amsterdam.

Mattijs Bosch
Mr. M.K.M. Bosch is Senior Legal Counsel – Competition Law & Policy bij A.P. Møller-Mærsk. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open Eerste evaluatie van de Wet zorg en dwang

Wat betekenen de uitkomsten voor de rechtspositie van cliënten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden onvrijwillige zorg, wetsevaluatie, verstandelijkgehandicaptenzorg, psychogeriatrie, VN-verdrag
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    Op verzoek van de politiek is twee jaar na inwerkingtreding van de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet verplichte ggz (Wvggz) de eerste wetsevaluatie uitgevoerd. In dit artikel ligt de focus op de Wet zorg en dwang. De auteur staat in het bijzonder stil bij de betekenis van de uitkomsten voor de rechtspositie van cliënten met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening. Het artikel wordt afgesloten met een blik vooruit: welke partijen zijn nu aan zet?


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht Amsterdam UMC, afdeling ethiek, recht en humaniora en plaatsvervangend lid van het College voor de Rechten van de Mens. Ze heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven.
De stelling

Kabinetsformaties op termijn? Een daadwerkelijk demissionaire status als alternatief voor een onwenselijk idee

Tijdschrift Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden kabinetsformatie, maximumtermijn, formatieproces, demissionaire status
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    De stelling in deze aflevering van TvCR luidt: ‘Kabinetsformaties moeten voortaan aan een maximumtermijn worden onderworpen.’ Simon van Oort pleit tegen de stelling. Om kabinetsformaties vlotter te laten verlopen, zou de Tweede Kamer actiever gestalte moeten geven aan de figuur van controversieel-verklaring.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Financiën.
Artikel

Een doolhof van spiegels?

De betekenis van artikel 57 lid 3 Grondwet en artikel 4 Reglement van Orde voor de ministerraad in het licht van de kabinetsformatie van 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden kabinetsformatie 2021, coalitieakkoord, ontslag, benoeming, demissionair
Auteurs H.G. Hoogers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur nader in op een tweetal staatsrechtelijke vragen die zijn ontstaan naar aanleiding van de kabinetsformatie van 2021. Het gaat daarbij om: 1) het besluit om een drietal nieuwe staatssecretarissen aan te stellen nadat de ontslagindiening namens alle bewindslieden al had plaatsgevonden en nadat de verkiezingen voor de Tweede Kamer al hadden plaatsgevonden, waarbij die nieuwe bewindspersonen hun zetels in de Kamer aanvankelijk behielden; en om 2) het ontslag van staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat. Centraal daarbij staan de betekenis van artikel 57 lid 3 Grondwet en de rol en betekenis van artikel 4 Reglement van Orde voor de ministerraad en de verhouding tussen de minister-president en de overige ministers en de staatssecretarissen bij de toepassing van die norm.


H.G. Hoogers
Prof. mr. H.G. Hoogers is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens honorair hoogleraar vergelijkend staatsrecht aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg en is als senior adviseur werkzaam voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Redactioneel

Taken en bevoegdheden van ministers zonder portefeuille

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2022
Trefwoorden staatsrecht, Grondwet, bestuursrecht
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Het redactioneel is gewijd aan het koninklijk besluit van 10 januari 2022 waarmee minister De Jonge belast werd met aangelegenheden betreffende Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Uit informatie blijkend uit de website rijksoverheid.nl komt naar voren dat minister De Jonge onder andere de Omgevingswet in zijn takenpakket heeft.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

    Deze bijdrage bevat de tekst van de auteur van de op 18 juni 2021 uitgesproken afscheidsrede als hoogleraar aan de Radboud Universiteit met de leeropdracht sociaal recht. De indertijd uitgesproken versie is voorzien van een notenapparaat.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. (Leonard) Verburg is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht.
Artikel

Effecten van de COVID-19-lockdown op sociale stabiliteit: wat leren we van data van de meldkamers?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2022
Trefwoorden COVID-19 crisis, lockdown, effecten, sociale stabiliteit, inzet hulpdiensten
Auteurs Ike Kroesbergen en Leonard Vanbrabant
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we investigated the effects of the Covid-19 crisis and lockdown on social stability within the individual level, group level and society level. To investigate these effects, data from incident reports of emergency services (i.e., police, fire brigade and ambulance) in the South of the Netherlands from 2018 to 2020 were collected. An incident is defined as an unique notification with deployment of one or more emergency service(s). Incidents were categorized according to the standardized classification LMC 6.0. We investigated regional differences from 2018 to 2020 using monthly time trends. On the individual level we found a time trend in accordance with the onset of the lockdown, with a decrease in property crime operationalized as theft, burglary and robbery, and an increase in psychological effects, operationalized as suicide attempts and nuisance by a person. On the group level, operationalized as incidents nuisance by youth, noise, fireworks and vandalism, we found a time pattern with an increase in incidents coherent with the lockdown period. On the level of the society, operationalized as incidents public order, conflicts, violence and explosives, we also found an increase in incidents coherent with the lockdown period. We conclude that incident reports of emergency services give additional insight in the effects of a lockdown on social stability.


Ike Kroesbergen
Ike Kroesbergen is als senior onderzoeker veiligheid & gezondheid werkzaam bij de GGD West-Brabant. i.kroesbergen@ggdwestbrabant.nl

Leonard Vanbrabant
Leonard Vanbrabant is als statistisch data-analist werkzaam bij de GGD West-Brabant.
Mededinging

De Normal Conduct of Business-clausule na Altice

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden concentratietoezicht, aanmeldingsplicht, opschortingsplicht, Normal Course of Business
Auteurs Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest in de zaak Altice heeft het Gerecht (op een kleine vermindering na) de boete in stand gelaten die de Commissie aan Altice had opgelegd nadat deze vóór aanmelding en goedkeuring zeggenschap had verworven over PT Portugal. Het arrest is met name van belang voor de mogelijkheid om in de fusie- en overnamepraktijk Normal Conduct of Business-clausules overeen te komen ter bescherming van de waarde van de doelwitonderneming tussen ondertekening en levering.
    Gerecht 22 september 2021, T-425/18, ECLI:EU:T:2021:607 (Altice Europe/Commissie), bij het ter perse gaan niet beschikbaar in het Nederlands.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. (Herman) Speyart is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Toont 1 - 20 van 1396 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.