Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 271 artikelen

x

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert MA
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Artikel

Criminaliteit, digitalisering en de online sociale wereld: dezelfde processen in een nieuwe sociale context?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Trefwoorden digitalisation, crime, cybercrime, social media, online
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reflects on the criminological meaning of the still ongoing trend of digitalisation. What does this mean for crime as a phenomenon and for the explanation of criminal behaviour? Not only did we see the emergence of new types of offending, also the context of crime has changed. In principle, the underlying explanatory processes can remain the same, but their application in the online world is complex and deserves further attention. Online social interactions are not only important for online crime, but also for traditional offenses. However, systematic research on how this actually takes place is scarce.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is bijzonder hoogleraar jeugdcriminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.
Artikel

Zorgplicht: omgevingsrechtelijk instrument van de toekomst?

‘Een goed gekozen zorgplicht leidt tot wetgeving die aanmerkelijk bestendiger is dan gedetailleerde regels …’

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden handhaving, zorgplicht, voorzorgplichten
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op enkele belangrijke aspecten van de zorgplicht in het omgevingsrecht, zoals handhaafbaarheid en toepasbaarheid van het instrument van de zorgplicht in de verschillende gedaanten onder de komende Omgevingswet en AMvB’s.


Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer is emeritus hoogleraar Omgevingsrecht.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao en tevens voorzitter en redactielid van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

De Wet zorg en dwang treedt op 1 januari 2020 in werking

Terugblik en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Wet zorg en dwang, overgangsjaar, Wet langdurige zorg, Wzd-functionaris, stappenplan
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet zorg en dwang (Wzd) vervangt op 1 januari 2020 de Wet Bopz als het gaat om mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking. Minister De Jonge (VWS) heeft op 5 juli 2019 na uitvoerig overleg met het veld in een Kamerbrief kenbaar gemaakt dat 2020 een overgangsjaar wordt voor de Wzd. In dit artikel wordt de stand van zaken en de actuele inhoud van de Wzd besproken.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht, Amsterdam UMC, locatie VUmc.
Artikel

Evaluatie PKB Ruimte voor de Rivier: juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Ruimte voor de Rivier, participatie, integrale besluitvorming, projectbesluit, bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve, Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek, Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse e.a.
Samenvatting

    Auteurs bespreken de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB RvR) en geven antwoord op de vraag welke juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten getrokken kunnen worden. De PKB RvR is – anders dan vele andere door de overheid uitgevoerde grootschalige en ingrijpende infrastructurele projecten – vrijwel tijdig met het bereiken van de voorgenomen doelstellingen en binnen het oorspronkelijk budget uitgevoerd. Onderzocht zijn welke juridisch-bestuurlijke aspecten daaraan hebben bijgedragen. Auteurs gaan in op een zestal aspecten: decentralisatie en interbestuurlijke vormgeving, integraliteit van besluitvorming, participatie van burgers en marktpartijen, projectorganisatie, snelheid en coördinatie van besluitvorming, flexibiliteit in besluitvorming en kwaliteit van besluitvorming.
    De lessen zijn in de eerste plaats van belang voor toekomstige infrastructurele projecten ten behoeve van het overstromingsrisicobeheer, maar kunnen ook van belang zijn voor andere grote (infrastructurele) projecten, die bijvoorbeeld moeten worden uitgevoerd in het kader van de energietransitie, zoals de aanleg van windparken en zonnevelden en bijbehorende kabels en leidingen, of in het kader van de mobiliteit, zoals de aanleg en aanpassing van (spoor)wegen.


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve

Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek

Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse

Mr. dr. A. (Andrea) Keessen

Prof. mr. H.F.M.W. (Marleen) van Rijswick
Artikel

De invloed van het EU-recht op het Nederlandse consumentenkooprecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, contractenrecht, EU-recht, koop (op afstand), informatieplicht
Auteurs Mr. S. van Beek en Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt met een kritische blik een aantal belangrijke ontwikkelingen in het Nederlandse consumentenkooprecht geanalyseerd, die onder invloed van het EU-recht tot stand zijn gekomen. Hierbij passeren de regeling over de koop op afstand, de (remedies bij) non-conformiteit en de klachtplicht de revue.


Mr. S. van Beek
Mr. S. van Beek is als wetenschappelijk docent verbonden aan de afdeling Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

De voorgestelde wettelijke bedenktijd: een (on)gerechtvaardigde belemmering?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden voorontwerp wettelijke bedenktijd, Europeesrechtelijke toetsing, wettelijke bedenktijd
Auteurs Mr. R. Traas
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschouwt de mogelijke strijdigheid van de voorgestelde wettelijke bedenktijd met het vrij verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging. Meer specifiek wordt de door de minister aangedragen rechtvaardiging voor een eventuele belemmerende werking van wettelijke bedenktijd op deze beginselen aan Europees recht getoetst.


Mr. R. Traas
Mr. R. Traas is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Access_open Betalingstransacties onder PSD2

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden betalingsverkeer, betalingstransactie, PSD2, betaaldienstverlener, betaalinitiatiedienstverlener
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft een beschrijving van de civielrechtelijke regeling van de betalingstransactie in titel 7B van Boek 7 BW zoals deze regeling sinds de inwerkingtreding van de Implementatiewet PSD2 in februari 2019 luidt. Centraal staat de verhouding tussen de bij een betalingstransactie betrokken betaaldienstverleners en met name die tussen een rekeninghoudende betaaldienstverlener en een betaalinitiatiedienstverlener.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

‘50 is het nieuwe 100’

Moeite met maatwerk bij het opleggen van boetes voor schending van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Inlichtingenplicht, Participatiewet, Evenredigheid, Handhaving
Auteurs Mr. dr. A.G. Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Op overtreding van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet staat een bestuurlijke boete. Aanvankelijk schreef de wet een relatief hoge boete voor (100% van het benadelingsbedrag). Echter, de CRvB heeft dit boetestelsel gematigd, met een beroep op de evenredigheid. Daartoe heeft het boetecategorieën geïntroduceerd (opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid) met bijbehorende boetehoogtes (100%, 76%, 50% en 25%). In de praktijk blijkt deze boetesystematiek niet goed werkbaar. De gemeentelijke boetefunctionaris kan moeilijk uit de voeten met dit begrippenkader, dat is ontleend aan het strafrecht. Gemakshalve kiest hij voor een boete die past bij normale verwijtbaarheid. Schiet de CRvB hiermee zijn doel voorbij?


Mr. dr. A.G. Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2019
Auteurs Mw. mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mw. mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Impressies

Nederlandse Wet op de reisovereenkomst: (on)werkbaarheid in de praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Reisovereenkomst, Gekoppeld reisarrangement, Richtlijn pakketreizen, Reiziger, Handelaar
Auteurs Mr. N.A. de Leeuw en Mr. drs. J.A. Tersteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe wet op de reisovereenkomst (titel 7A van Boek 7 BW) welke wet op 1 juli 2018 in werking is getreden, is eigenlijk een vrijwel letterlijke vertaling van de Richtlijn Pakketreizen en Gekoppelde Reisarrangementen van 25 november 2015. Hoewel de doelstelling van de Richtlijn, te weten meer bescherming voor de reiziger en maximum harmonisatie tussen de lidstaten een mooi streven was, blinkt de Richtlijn niet uit in duidelijkheid en zijn er voorafgaand aan de totstandkoming ervan vele ontwerpen de revue gepasseerd die de eindstreep van het wetgevingsproces niet hebben gehaald. Desondanks heeft de Nederlandse wetgever deze moeilijke wetgeving uit Brussel redelijk leesbaar geïmplementeerd in de Nederlandse wet. Onzes inziens is de Richtlijn, en daarmee dus ook de Nederlandse wet, op een aantal vlakken niet duidelijk en lastig uit te leggen aan zowel de ondernemers in de reisbranche als aan de reiziger. Ook zijn er enkele onvolkomenheden in de wet geslopen, mede veroorzaakt door een slordige vertaling van de Richtlijn in het Nederlands, waar de Nederlandse wetgever overigens geen invloed op had. In dit artikel willen we met name stilstaan bij een aantal van deze onduidelijkheden en moeilijkheden. Zo zijn de definitiebepalingen bijvoorbeeld vrij ingewikkeld en roept de afbakening tussen een pakketreis en het nieuwe fenomeen van het gekoppeld reisarrangement vragen op. Ook zetten wij vraagtekens bij de vergaande informatieverplichtingen, de positie van de zakenreiziger en de wijze waarop de garantieverplichtingen in Nederland zijn geïmplementeerd. Hoe werkzaam de wet zal zijn in de praktijk van alle dag, zal de komende jaren dus nog moeten blijken.


Mr. N.A. de Leeuw
Mr. N.A. de Leeuw is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten.

Mr. drs. J.A. Tersteeg
Mr. drs. J.A. Tersteeg is avocaat bij EMR Advocaten.
Over de grens

Uitleg van overeenkomsten naar Engels recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Engels recht, Uitleg van overeenkomsten, Contractsuitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar Burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en juridisch adviseur te Amsterdam.
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Personen- en Familierecht en Erfrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Imke Gerrits, Christiane Verfuurden en Liesbeth Willemsen
Auteursinformatie

Imke Gerrits
Imke Gerrits is advocaat bij Goorts + Coppens Advocaten in Deurne .

Christiane Verfuurden
Liesbeth Willemsen is advocaat bij LNW advocaten en mediators in Gorinchem .

Liesbeth Willemsen
Christiane Verfuurden is advocaat bij Schakenraad Advocaten in Eindhoven en tevens advocaat-redactielid van dit blad.
Artikel

Kroniek Pensioenrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2019
Auteurs Bastian Bodewes, Annemiek Cramer, Jan Aart van de Hoef e.a.
Auteursinformatie

Bastian Bodewes
Bastian Bodewes is advocaat bij Van Heest Bodewes Pensioenrechtadvocatuur te Assen respectievelijk Haarlem.

Annemiek Cramer
Annemiek Cramer CPL is advocaat bij Pensioenadvocaten.nl respectievelijk te Amsterdam, Woerden en Heemstede.

Jan Aart van de Hoef
Jan Aart van de Hoef CPL is advocaat bij Pensioenadvocaten.nl respectievelijk te Amsterdam, Woerden en Heemstede.

Naime Tali
Naime Tali is advocaat bij Talegal te Amsterdam.

Wim Thijssen
Wim Thijssen is advocaat bij Pensioenadvocaten.nl respectievelijk te Amsterdam, Woerden en Heemstede. Wim Thijssen is tevens verbonden aan het VU Expertisecentrum Pensioenrecht te Amsterdam.
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

Access_open Artikel 4:74 BW: een erfrechtelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteit

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden legitieme portie, legaat in termijnen, betalingsregeling, bedrijfsopvolging, vereenzelviging
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheden die het erfrecht biedt om in het kader van een bedrijfsopvolging via het testament van de ondernemer de legitieme portie van de niet-bedrijfsopvolgers in termijnen te voldoen. Dit betreft met name artikel 4:74 BW, het legaat in termijnen aan de legitimaris ter waarborging van de continuïteit van de onderneming, en de algemene erfrechtelijke betalingsregeling van artikel 4:5 BW. De auteur gaat daarbij ook in op de vraag in hoeverre de juridische structurering van de onderneming van invloed is op de toepasselijkheid van de bedoelde erfrechtelijke faciliteiten.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is senior kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 271 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.