Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 198 artikelen

x
Artikel

Access_open Budgetrecht onder druk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2022
Trefwoorden rijksbegroting, rijksuitgaven, rechtsvorming, financiën medeoverheden
Auteurs J. van der Bij
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan het budgetrecht en de begrotingswet centraal. Hierbij gaat het om de vraag of met de vaststelling van de rijksbegroting het parlement nog voldoende invloed kan uitoefenen op de omvang en samenstelling van de rijksuitgaven. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord, omdat de meeste uitgaven voor meerdere jaren vastliggen en niet door de begrotingswetgever beïnvloed kunnen worden. Daar komt bij dat de meeste uitgaven ook niet door de rijksoverheid verricht worden, maar door derden, waaronder decentrale overheden. De auteur stelt voor om bij majeure wetgevingsprogramma’s ook relevante meerjarenuitgavenkaders op te nemen, zodat het parlement tijdig invloed kan uitoefenen.


J. van der Bij
Mr. dr. J. (Jan) van der Bij is werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en lid van het college van Noordelijke Rekenkamer.

    In september 2021 is door het toenmalige demissionaire kabinet het coronatoegangsbewijs geïntroduceerd als maatregel ter bestrijding van het coronavirus. De maatregel stuitte direct op veel weerstand, onder meer omdat deze in strijd zou zijn met verschillende grondrechten. In dit artikel wordt besproken welke grondrechten beperkt worden met het hanteren van het coronatoegangsbewijs en of die grondrechtenbeperking gerechtvaardigd is. Hierbij wordt getoetst aan zowel het nationaalrechtelijke kader op basis van de Grondwet als het EHRM-kader op basis van het EVRM. Ook wordt relevante recente jurisprudentie besproken.


J.K. de Bree
Mr. J.K. (Jasmijn) de Bree is senior parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie.
Artikel

Tussen stroomversnellingen en stagnatie

Politieke onderhandelingen over subsidies voor de bouw van kerken en moskeeën, 1954-1994

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2022
Trefwoorden financiële betrekkingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties, bouw van gebedshuizen, beleidsonderhandelingen, verhouding kerk en staat, kerken
Auteurs Leonard van ’t Hul
SamenvattingAuteursinformatie

    Between 1964 and 1976, roughly the heydays of dechurching in the Netherlands, the Dutch government contributed to the construction of 788 church buildings and one mosque through the Church Building Premium Act. After 1976, however, there was no longer any political basis for similar support of religious newcomers – apart from a few temporary subsidies to specific Muslim communities. In this article I argue that to understand developments in Dutch church-state relations it is not enough to study cultural-ideological shifts as visible in in media-outlets and parliamentary deliberations. The case of direct funding for houses of worship illustrates that dynamics of church and state relations can only fully assessed by delving into the politico-institutional context in which policy deliberations took place. This shows that political decisions about policies on religious accommodation were highly influenced by the way the trajectory of decision making was organized. Both the amount of access of faith-based organisations to the negotiation tables and the extent to which policy-debates were linked to or decoupled from concurrent policy issues mattered greatly for the outcome of policy deliberations.


Leonard van ’t Hul
Dr. W.L. van ’t Hul is socioloog en historicus. Hij werkt als onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en doet daar onderzoek naar representatie en vertrouwen. Eind 2020 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Besloten. Politieke onderhandelingen tussen de Nederlandse overheid en religieuze organisaties, 1946-1996.
Buitenlands nieuws

Van croissants, pains au chocolat en parlementaire resoluties ex artikel 34-1 Franse Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden résolution, motie, volksvertegenwoordiging, oppositie, grondwetsherziening
Auteurs G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juli 2008 is de Franse Grondwet verrijkt met een nieuwe bepaling: artikel 34-1. Uit kracht hiervan worden de Assemblée nationale en de Sénat bevoegd verklaard om zogeheten résolutions aan te nemen. Voor de stemming in de Kamer in kwestie worden de ontwerpen van resoluties echter eerst bezien door de regering. Deze laatste heeft de bevoegdheid om resoluties die kunnen uitmonden in een vertrouwenskwestie of een bevel bevatten aan de regering niet-ontvankelijk te verklaren. In de bijdrage wordt ingegaan op deze parlementaire resoluties ex artikel 34-1 Franse Grondwet. Hoe kunnen zij staatsrechtelijk worden geduid en waarom zijn zij in 2008 grondwettelijk erkend?


G. Karapetian
Mr. dr. G. (Gohar) Karapetian is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open De Nederlandse constitutie en de Eerste Kamer

Ontwikkelingen, uitgangspunten en perspectieven

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, tweekamerstelsel, grondwetsinterpretatie
Auteurs G.J.A. Geertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de Tweede en de Eerste Kamer is enigszins tweeslachtig: aan de ene kant hebben beide Kamers altijd van elkaar te onderscheiden taken vervuld, maar overlap van die taken is en blijft onvermijdelijk. Sinds 2010 biedt het uit artikel 51, eerste lid, van de Grondwet voortvloeiende politieke primaat van de Tweede Kamer steeds minder houvast voor een goede afbakening van de positie van beide Kamers: door de versplintering van het partijenlandschap vervult de Eerste Kamer steeds meer een politieke rol, die kan gaan bijten met haar taak als bewaker van wetgevingskwaliteit. In deze bijdrage komt aan de orde hoe de positie van de Eerste Kamer tegen die achtergrond kan worden geduid.


G.J.A. Geertjes
Mr. dr. G.J.A. (Gert Jan) Geertjes is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Openbare orde voorbij letter en geest

Sociale normen en religieuze intolerantie in het staatsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden openbare orde, veiligheid, religieuze vrijheid, ad libitum, tolerantie
Auteurs Mariëtta van der Tol
SamenvattingAuteursinformatie

    The relative openness of the concept of public order is increasingly instrumentalised in legislation which affects religious minorities. This article argues that a permanent distinction must be made between social norms and public order, and that an appeal to social norms in the context of public order indicates a free, or ‘ad libitum’, use of constitutional law.


Mariëtta van der Tol
Dr. Mariëtta D.C. van der Tol is Alfred Landecker Postdoctoral Research Fellow aan de Blavatnik School of Government, University of Oxford.
Artikel

Access_open Regelingen voor collectieve schade

Twee voorbeelden uit de jeugdzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2021
Trefwoorden erkenning, genoegdoening, slachtofferparticipatie
Auteurs Dr. C.J. Ruppert
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Nederlandse overheid allerlei collectieve schaderegelingen gemaakt. Het overgrote deel van deze schaderegelingen wordt uit de publieke middelen gefinancierd. In een onlangs verschenen onderzoek worden de 44 Nederlandse regelingen voor collectieve schade geanalyseerd. De algemene uitkomst is dat veel van deze regelingen hun doel voorbijschieten. Ze zijn niet goed doordacht en onvoldoende uitgewerkt. Ook geven ze slachtoffers lang niet altijd voldoende erkenning voor wat hun is overkomen. In dit artikel wordt ingegaan op het in het onderzoek gehanteerde beoordelingskader en op de schaderegelingen die werden ingesteld naar aanleiding van seksueel misbruik en geweld in de jeugdzorg. Geconcludeerd wordt dat hier wel geheel of gedeeltelijk gecompenseerd werd, maar dat slachtoffers slechts deels erkenning en genoegdoening kregen. In deze schaderegelingen zaten weeffouten die in de toekomst moeten worden vermeden. Algemene lessen voor de toekomst zijn om beter te luisteren en zo veel mogelijk aan te sluiten bij wat slachtoffers wensen, om de uitvoering van een collectieve schaderegeling niet louter bureaucratisch en formalistisch te doen verlopen, om ruimte te creëren waardoor uitzonderingen mogelijk zijn ten faveure van de slachtoffers, en om de uitvoering te monitoren en collectieve schaderegelingen periodiek te evalueren.


Dr. C.J. Ruppert
Dr. C.J. Ruppert is rechtshistoricus en gastonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving te Amsterdam.
Externe betrekkingen

De nieuwe Dual use-verordening: een gemiste kans

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden non-proliferatie, ‘dual use’, mensenrechten, nationale veiligheid
Auteurs Mr. N.J. Helder en Mr. C.C. Klaui
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Europese verordening voor de controle op uitvoer van goederen voor civiel en militair gebruik (dual use) laat huidige uitdagingen, zoals geopolitieke machtsverschuivingen, agressieve uitbreiding van de invloedssfeer door sommige staten en de toenemende aandacht voor (en regulering van) nationale veiligheid door de daardoor geraakte staten, opkomende nieuwe technologieën en geglobaliseerde distributieketens (zoals voor semiconductors), grotendeels ongemoeid. Voorstellen van de Europese Commissie en het Europees Parlement om mensenrechten een centralere plaats in de EU-regelgeving inzake exportcontrole te geven zijn slechts in zeer geringe mate overgenomen. Deze uitdagingen zullen moeten worden geadresseerd op andere (nationale) wetgevingsterreinen. De nieuwe verordening laat EU-lidstaten de vrijheid om zelf op nationaal niveau door middel van aanvullende wetgeving en/of uitvoeringsbeleid mensenrechten te adresseren. Dat leidt naar verwachting tot een lappendeken van aanvullende wetgeving en diversiteit bij de uitvoering van de nieuwe verordening binnen de EU. Voor ondernemingen die in meerdere EU-lidstaten opereren, brengt dat een grotere compliancebelasting met zich mee.
    Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206/1-461).


Mr. N.J. Helder
Mr. N.J. (Jasper) Helder is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.

Mr. C.C. Klaui
Mr. C.C. (Chiara) Klaui is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.
Artikel

Tussen partijautonomie en ­ongelijkheidscompensatie: hoe kantonrechters omgaan met niet-vertegenwoordigde partijen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Self-representation, Party autonomy, Equality of arms, Judging, Civil procedure
Auteurs Jos Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the impact of the (increasing) possibility for parties in Dutch civil cases to litigate without the guidance of a legal aid provider on Dutch civil procedure. It analyses the extent to which such self-representation influences the role of the judge in the context of Dutch subdistrict court procedures, where representation is not mandatory. Through empirical data, collected through semi-structured interviews with 26 subdistrict judges, more insight is gained into the dilemmas that the lack of representation of parties presents to judges, and the ways in which they deal with these dilemmas. The interviews show how judges seek a balance between their role as neutral arbitrator in a dispute and a more active role necessitated by parties not being represented by a legal aid provider. In doing so, they navigate between process and content. Within this dynamic, judges must constantly balance the trade-off between acting more actively to gather sufficient information for a substantive handling and assessment of the case, on the one hand, and safeguarding the limits of party autonomy and their own (perceived) neutrality, on the other. Full party autonomy is viewed by judges as unrealistic and, moreover, contrary to truth-finding.


Jos Hoevenaars
Jos Hoevenaars is postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit onderzoek maakt deel uit van het ERC consolidator project ‘Building EU Civil Justice: challenges of procedural innovations – bridging access to justice’ (Grant Agreement No.726032), www.euciviljustice.eu.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2021
Auteurs Mr. M.C.A. Scholten
Auteursinformatie

Mr. M.C.A. Scholten
Mr. M.C.A. Scholten is notarieel en fiscaal jurist en vakcoördinator fiscaliteit en familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Recent

Net vrij roert Mahienour El-Massry zich alweer

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2021
Auteurs Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt
Voorbij de horizon

Bauhaus, moderniteit en de Unrechtstaat

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Bauhaus, National Socialism, architecture, Bauhäusler
Auteurs Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    The article discusses the connection between Bauhaus, a modern art and architecture school founded in 1919, and National Socialism. The central question is to what extent modern ideas about art and culture, architecture and modern life went hand in hand with the emerging and assertive National Socialist ideas. In the review of an art and architecture collection, activities of famous Bauhaus figures are traced in order to discuss the Bauhaus myth. Accordingly, it must be concluded that neutrality of art and architecture does not exist and Bauhaus modernity was not incompatible with National Socialism.


Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is universitair hoofddocent criminologie in de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Annotatie

Elhage (1)

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:195

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. dr. A.B. van Rijn
Auteursinformatie

Prof. dr. A.B. van Rijn
Prof. dr. A.B. van Rijn is advocaat-partner bij De Clercq advocaten notariaat en buitengewoon hoogleraar Staatsrecht en staatkundige vernieuwing aan de University of Curaçao. Hij adviseert, procedeert en beoefent de rechtswetenschap.
Jurisprudentie

Strafrechtelijk niet veroordeeld, maar erfrechtelijk wel beboet?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Onwaardigheid, Veroordeling, Strafbeschikking, verklaring van erfrecht, tuchtrechtelijke sanctie
Auteurs Mr. M. De Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Klager heeft zijn echtgenote opzettelijk van het leven beroofd. Wegens een ziekelijke stoornis volgt geen strafrechtelijke veroordeling, maar wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. In de aan de broer van erflaatster afgegeven verklaring van erfrecht concludeert de notaris dat klager onwaardig is op grond van artikel 4:3 BW. Klager verwijt de notaris dat hij een onjuiste verklaring van erfrecht heeft opgesteld. De Kamer voor het Notariaat oordeelt de klacht gegrond en legt een waarschuwing op. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de eis van een onherroepelijke veroordeling en de afgifte van een verklaring van erfrecht.


Mr. M. De Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Staatsrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Rijkswet Koninkrijksgeschillen, Koninkrijkstoezicht, Parlementair stelsel, Ontbindingsrecht, Grondrechten
Auteurs Prof. dr. A.B. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de algemene staatsrechtelijke ontwikkeling in de Caribische delen van het Koninkrijk sinds de opheffing van Nederlandse Antillen, de moeizame interactie tussen politiek en de rule of law en de bijbehorende spanningen in die periode, de strubbelingen rond het parlementair stelsel in Curaçao en Sint Maarten en de groeiende bemoeienis vanuit Nederland met de Caribische entiteiten. Ook worden enkele highlights in de wetgeving en de rechtspraak besproken.


Prof. dr. A.B. van Rijn
Prof. dr. A.B. van Rijn is advocaat-partner bij De Clercq Advocaten Notariaat en buitengewoon hoogleraar Staatsrecht en staatkundige vernieuwing aan de University of Curaçao.
Artikel

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Auteurs Jip Stam
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.
Essay

Hebzucht

Over de normalisering van een exces

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Greed, Profit, Trade, Interest
Auteurs Dr. Jeroen Linssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the ways in which philosophers have thought about greed are discussed. From antiquity until the Renaissance greed was considered to be a sin. This immoderate desire had to be stopped because it constitutes a threat to the wellbeing of both an individual and society as a whole. This changed since the beginning of the modern era, when a more positive attitude towards this excessive desire arose. The new opinion was: private vices lead to public benefits, and thus the normalization of an excess came about. Greed no longer was considered to be a sin or vice, but instead to be a harmless passion that had a good effect on the welfare of society. The financial crisis of 2008 may have induced some doubts concerning the idea that greed is good, but a real change in opinion has not yet occurred.


Dr. Jeroen Linssen
Dr. J.A.A. Linssen (Jeroen) is directeur onderwijs aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, en Universitair hoofddocent Praktische filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De gouverneur, landsorgaan én koninkrijksorgaan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden aanwijzing, gouverneur, koninkrijksorgaan, landsorgaan, toezicht
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambt van gouverneur van de Caribische landen van het Koninkrijk is één en ondeelbaar, maar de gouverneur is tegelijk landsorgaan én koninkrijksorgaan. De positie en de verantwoordelijkheden van de gouverneur als landsorgaan verschillen van die van koninkrijksorgaan, maar het object van bemoeienis en de wijze waarop beide rollen worden vervuld verschillen niet zo veel van elkaar. De belangrijkste vraag is wanneer en onder welke condities de gouverneur van rol wisselt. Het is van belang dat de gouverneur de regie daarover zo veel mogelijk in eigen hand houdt. Een aanwijzing door de koninkrijksregering kan daarbij een nuttige rol vervullen en de gouverneur een steuntje in de rug geven.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao en redactievoorzitter van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden public values, smart city, citizen participation, anti-technological protest, democratic legitimacy
Auteurs Prof. dr. Liesbet van Zoonen
SamenvattingAuteursinformatie

    Public values and citizen participation are key terms in smart city discourse that are propagated by all its actors, from governments to corporations and civil society. Nevertheless, the design and development of smart cities are hardly ‘public’ as some publics and some forms of participation are never included. This is particularly visible in current protests against a key enabling technology for smart cities, 5G. These contestations tend to be considered ill-informed and irrational, while their methods are seen as conflictual rather than helpful. In this article the author argues that the public value approach to smart cities is rooted in a deliberative perspective of democracy, while the tensions that are produced by 5G and other forms of anti-technological protest are better understood as part of agonistic democracy. Such conflicts about the new smart technologies that are currently hidden from public sight need to be articulated and constructed as contentious issues for electoral politics, in order for the smart city to acquire its democratic legitimacy.


Prof. dr. Liesbet van Zoonen
Prof. dr. E.A. van Zoonen is academisch directeur van het LDE Centrum voor Bold Cities van de Erasmus Universiteit Rotterdam, www.bold-cities.nl.
Toont 1 - 20 van 198 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.