Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 216 artikelen

x
Wetenschap en praktijk

Privacyuitdagingen in de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden persoonsgegevens, privacy, overnames, due diligence, transactiedocumentatie
Auteurs Mr. C.E.F. van Waesberge en Mr. R.Y. Kamerling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken de auteurs de betekenis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) voor de fusie- en overnamepraktijk. Uit literatuuronderzoek blijkt dat onder M&A-professionals weinig aandacht voor de AVG bestaat. De auteurs zetten relevante wetgeving, literatuur en jurisprudentie af tegen de eigen praktijkervaringen en concluderen dat de omgang met persoonsgegevens in de M&A-praktijk nog veel te wensen overlaat. Daarom formuleren zij praktische aandachtspunten en adviezen voor de verschillende stadia van een M&A-transactie (achtereenvolgens de pretransactiefase, de transactiedocumentatie, de interim-periode na ondertekening en de fase na voltooiing van de transactie).


Mr. C.E.F. van Waesberge
Mr. C.E.F. (Céline) van Waesberge is advocaat in het Data Protection & Privacy-team van Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. R.Y. Kamerling
Mr. R.Y. (Ruben) Kamerling is advocaat in de Corporate-praktijkgroep van Loyens & Loeff te Rotterdam.
Article

Access_open How Far Should the State Go to Counter Prejudice?

A Positive State Obligation to Counter Dehumanisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prejudice, soft paternalism, empathy, liberalism, employment discrimination, access to goods and services
Auteurs Ioanna Tourkochoriti
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that it is legitimate for the state to practice soft paternalism towards changing hearts and minds in order to prevent behaviour that is discriminatory. Liberals accept that it is not legitimate for the state to intervene in order to change how people think because ideas and beliefs are wrong in themselves. It is legitimate for the state to intervene with the actions of a person only when there is a risk of harm to others and when there is a threat to social coexistence. Preventive action of the state is legitimate if we consider the immaterial and material harm that discrimination causes. It causes harm to the social standing of the person, psychological harm, economic and existential harm. All these harms threaten peaceful social coexistence. This article traces a theory of permissible government action. Research in the areas of behavioural psychology, neuroscience and social psychology indicates that it is possible to bring about a change in hearts and minds. Encouraging a person to adopt the perspective of the person who has experienced discrimination can lead to empathetic understanding. This, can lead a person to critically evaluate her prejudice. The paper argues that soft paternalism towards changing hearts and minds is legitimate in order to prevent harm to others. It attempts to legitimise state coercion in order to eliminate prejudice and broader social patterns of inequality and marginalisation. And it distinguishes between appropriate and non-appropriate avenues the state could pursue in order to eliminate prejudice. Policies towards eliminating prejudice should address the rational and the emotional faculties of a person. They should aim at using methods and techniques that focus on persuasion and reduce coercion. They should raise awareness of what prejudice is and how it works in order to facilitate well-informed voluntary decisions. The version of soft paternalism towards changing minds and attitudes defended in this article makes it consistent with liberalism.


Ioanna Tourkochoriti
Lecturer Above the Bar, NUI Galway School of Law.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2019

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2020
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer, Lola Damstra e.a.
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
N. Rosenboom, MSc, is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer, MSc, is werkzaam als consultant bij Oxera Amsterdam.

Lola Damstra
L. Damstra, MSc, is werkzaam als analist bij Oxera Londen.

Maurice de Valois Turk
M. de Valois Turk, MSc, is werkzaam als partner bij Oxera LLP Amsterdam.
Artikel

Access_open Tien aanpassingen aan het Nederlands procesrecht in het licht van de datagedreven samenleving en autonome systemen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden autonome systemen, datagedreven besluitvorming, profilering, procesrecht
Auteurs Bart van der Sloot en Sascha van Schendel
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland transformeert naar een datagedreven samenleving. De politie, de Belastingdienst en uitkeringsinstanties experimenteren met Big Data; private partijen, zoals sociale media, banken, en medische organisaties gebruiken algoritmes en profielen om beleidskeuzes te maken. Daarbij worden beleidskeuzes steeds meer geautomatiseerd. Uit de substantiële hoeveelheden data die worden verzameld worden patronen, correlaties en waarschijnlijke verbanden tussen verschillende datapunten gedestilleerd. De profielen die op basis daarvan worden vervaardigd worden gebruikt om keuzes te maken over toekomstige gevallen. Hierdoor wordt het besluit- en beleidsvormingsproces in toenemende mate gestandaardiseerd. De hoop is dat de door data-analyse geïnformeerde besluiten kwalitatief beter zullen zijn en dit de uitvoering van het beleid effectiever en efficiënter zal maken. In onderzoek dat is verricht in opdracht van het ministerie van Justitie en veiligheid wordt geconcludeerd dat tien veranderingen aan het Nederlands recht nodig zijn om deze transitie in goede banen te leiden.


Bart van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van Tilburg University.

Sascha van Schendel
S. van Schendel is promovendus aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van Tilburg University.
Artikel

Access_open Collectieve acties van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Collectieve actie, Franchisenemersvereniging, Franchisenemers
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt dat als franchisenemers hun belangen jegens de franchisegever collectief organiseren, zij in beginsel materieel verdergaande bevoegdheden kunnen hebben om te ageren tegen (voorgenomen wijzigingen van) bepalingen in de modelfranchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat te Rotterdam bij Ludwig & Van Dam advocaten.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Access_open De WHOA als instrument voor (grensoverschrijdende) groepsherstructureringen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden faillissement, groepen, herstructureren, WHOA, garanties
Auteurs Mr. S.C. Pepels
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) introduceert de wetgever een nieuw instrument in de Faillissementswet: het dwangakkoord buiten surseance en faillissement. De auteur verkent in dit artikel de toepassingsmogelijkheden van de WHOA bij groepsherstructureringen, zowel in nationale als in internationale context.


Mr. S.C. Pepels
Mr. S.C. Pepels is associate Business Restructuring and Reorganization bij Jones Day Amsterdam en verricht als buitenpromovendus onderzoek naar het grensoverschrijdend herstructureren van groepen vennootschappen onder de herziene Insolventieverordening.
Brexit

Access_open Wightman en het soevereine recht om lid van de EU te blijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, soevereiniteit, 4 intrekking kennisgeving, uittreding
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Wightman bevestigt het unilaterale, soevereine recht van een lidstaat om een kennisgeving van uittreding in te trekken. Deze bijdrage bespreekt zowel dit recht op intrekking als de eventuele grenzen aan dit recht, waaronder wellicht misbruik van recht.
    HvJ 10 december 2018, zaak C-621/18, Wightman, ECLI:EU:C:2018:999.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees Recht aan het Europa Instituut Leiden Law School.

    Na een lange wetsgeschiedenis is op 19 maart 2019 het voorstel voor de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) aangenomen door de Eerste Kamer. De inwerkingtreding van de WAMCA is op korte termijn te verwachten. In deze bijdrage wordt de WAMCA op hoofdlijnen besproken. Tevens worden enkele kritische kanttekeningen en vraagtekens bij deze wet geplaatst.


Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is lid van de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht.
Artikel

Access_open Een stok in het duister: boetes voor niet-tijdige inburgering en rechtszekerheid

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Integration policy, The Netherlands, Court of Justice of the European Union, P. and S.
Auteurs Mr. Jeremy Bierbach
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007, a statute has been in force in the Netherlands (the Wet inburgering or Act on Civic Integration) that provides for a system of fines that can be imposed on certain classes of immigrants for not passing the ‘civic integration exam’, testing knowledge of Dutch language and culture, by a certain deadline. However, the way in which the statute defines the precise obligations on immigrants, which classes of immigrants have those obligations, what the exact deadline is and when it can be extended leaves much to be desired in terms of legal certainty, especially considering the frequent changes that the legislature of the Netherlands makes to the statute. Morever, since a fine is imposed as a penalty for what is effectively a ‘criminal charge’ (in the sense of article 6 of the European Convention on Human Rights), what role does the establishment in a fair trial of the immigrant’s culpability play in the imposition of such a fine? For a completely different perspective on integration policy, the author discusses the 2015 decision P. and S. of the Court of Justice of the European Union, in which he was the legal representative of the plaintiffs. When an immigrant is a beneficiary of an EU directive providing for immigration rights for third-country nationals, the Court holds that it is permissible to impose fines in order to stimulate the immigrant’s integration in the society of the host member state, but that such a penalty may not go so far as to actively endanger the goal of aiding integration. In general, the Court is highly sceptical of the effectiveness and fairness of the system of fines provided for by the Act on Civic Integration. The author concludes that the Act, with its clear emphasis on punishment rather than promotion of civic integration, ultimately has the effect of criminalising entire classes of immigrants to the Netherlands.


Mr. Jeremy Bierbach
Mr. J.B. Bierbach is attorney/advocaat bij Franssen Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De faillissementscurator en het patiëntendossier

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden patiëntendossier, AVG, medisch beroepsgeheim, overdracht, privacy
Auteurs Mr. H.M. den Herder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij recente faillissementen van Nederlandse ziekenhuizen vormde de overdracht van patiëntendossiers een taai vraagstuk. Dit artikel gaat over de vraag hoe de faillissementscurator in geval van faillissement moet omgaan met de overdracht van patiëntendossiers in het licht van de privacywetgeving (AVG en UAVG) en het medisch beroepsgeheim.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is senior advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Energieregulatoren in België: de rol van het parlement en de regering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden energie, toezichthouder, Grondwet, België, parlement
Auteurs Laura De Deyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-recht vereist dat een toezichthouder binnen de energiesector onafhankelijk is van alle marktpartijen. Dat geldt ook voor de politiek. Het zogenoemde ‘Clean Energy Package’ versterkt deze onafhankelijkheidsvereisten nog verder. In België, maar ook in Nederland, rijzen er vaak discussies over hoe ver deze onafhankelijkheid mag gaan, en hoe een politiek onafhankelijke regulator zich verhoudt tot de grondwettelijke regels. Bij hun oprichting werden in België, maar ook in Nederland, de toezichthouders opgenomen binnen de uitvoerende macht. Dit heeft tot gevolg dat ze onderhevig zijn aan administratief toezicht. Dit toezicht staat evenwel haaks op de Europese (politieke) onafhankelijkheidsvereisten. Wanneer dit administratief toezicht evenwel ontbreekt, dan wordt het nationale grondwettelijke principe van de ministeriële verantwoordelijkheid (en daaruit voortvloeiend ook de parlementaire controle) uitgehold. In het Vlaams Gewest, en nu recent ook op Waals niveau, heeft men deze tegenstelling weggewerkt door de energieregulator institutioneel onder te brengen bij het Parlement. Deze verhuis neemt echter niet weg dat er nog steeds een spanningsveld aanwezig blijft tussen de onafhankelijkheid van de regulator en de politiek.


Laura De Deyne
Dr. L. De Deyne is als gastmedewerker verbonden aan de Universiteit Hasselt.
Spanje

Compulsory Shares and Spousal Protection in Spanish and Catalan Succession Law

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden testamentary freedom, compulsory shares, spousal protection, intestacy rights, disinheritance
Auteurs Prof. Dr. Josep Ferrer-Riba
SamenvattingAuteursinformatie

    The rules of the Spanish and the Catalan civil codes dealing with compulsory shares and spousal protection in succession law represent very differentiated models of family protection within the large variety of legal regulations coexisting in Spain. The Spanish code, with little changes since 1889, lays down a system of large compulsory shares for the descendants (2/3 of the estate) or, failing them, the ascendants (1/2 of the estate), and confers a right of usufruct of varying extension to the surviving spouse. The Catalan code, renewed in 2008, establishes a much shorter compulsory share (1/4 of the estate) for the descendants or, failing them, the parents of the deceased person, and protects not only the spouse but also the unmarried partner by granting the survivor a maintenance-like right of up to a quarter of the estate.


Prof. Dr. Josep Ferrer-Riba
Dr. Josep Ferrer-Riba is Professor of Civil Law at Universitat Pompeu Fabra, Barcelona.

Nadja Alexander
Nadja Alexander is Professor of Law (Practice) at Singapore Management University School of Law and Director of the Singapore International Dispute Resolution Academy (‘SIDRA’). She may be contacted at

Shouyu Chong
Shouyu Chong is a Researcher at SIDRA, and may be contacted at

    The Federal Labour Court had to decide on a case in which an employee asserted claims for damages against his public employer on account of an overtime regulation which infringed European law. However, because he had failed to comply with the time limits, his lawsuit was unsuccessful in the final instance.


Othmar K. Traber
Othmar K. Traber is a partner at Ahlers & Vogel Rechtsanwälte PartG mbB in Bremen, www.ahlers-vogel.com.
Article

Access_open Levying VAT in the EU Customs Union: Towards a Single Indirect Tax Area? The Ordeal of Indirect Tax Harmonisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2019
Trefwoorden single indirect tax area, VAT action plan, quick fixes, e-commerce package, definitive VAT system
Auteurs Ben Terra
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the latest proposals regarding levying VAT in the European Union (EU) Customs Union. The present system, which has been in place since 1993 and was supposed to be transitional, splits every cross-border transaction into an exempted cross-border supply and a taxable cross-border acquisition. It is like a customs system, but lacks equivalent controls and is therefore the root of cross-border fraud. After many years of unsuccessful attempts, the Commission abandoned the objective of implementing definitive VAT arrangements based on the principle of taxing all cross-border supplies of goods in the Member State of their origin, under the same conditions that apply to domestic trade including VAT rates. The European Parliament and the Council agreed that the definitive system should be based on the principle of taxation in the Member State of the destination of the goods. After a brief discussion of the VAT Action Plan of 2016 (Section 1), the e-commerce package in the form of Directive (EU) 2017/2455 is dealt with (Section 2), followed by the proposal to harmonise and simplify certain rules in the VAT system and introduce the definitive system, only partially adopted (Section 3). Section 4 deals with the proposal to introduce detailed measures of the definitive VAT system. The proposed harmonisation and simplification of certain rules were meant to become applicable on 1 January 2019, but will become only partially applicable on 2020. It is proposed to make the detailed measures of the definitive VAT system applicable in 2022. It remains to be seen whether the Member States are willing to accept the definitive VAT system at all; hence the subtitle ‘the ordeal of indirect tax harmonisation’.


Ben Terra
Prof. Dr. Dr. h.c. Ben Terra was a professor of tax law at the universities of Amsterdam and Lund and visiting professor at the Universidade Católica in Lisbon.
Artikel

Slovenia’s experience with mediation incentives

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mediation, court-annexed model, incentives, court backlog reduction
Auteurs Katarina Kresal
SamenvattingAuteursinformatie

    Slovenia realized very early that mediation as a form of a more flexible, consumer-friendly and interest-driven procedure can also be utilised as an effective means of court backlog reduction. The court-annexed mediation model was launched in 2001 without any regulatory framework as a pilot project at the District Court of Ljubljana. As a consequence of the successful pilot project court-annexed mediation was introduced into every first-instance and second-instance court. The main incentives for the mediation model were that it was free of charge, i.e. the costs of mediation were included into the court budgets, that it was performed by judges trained as mediators and that attorneys were included into the process at a very early stage. Mediation has become widely accepted, as the voluntary uptake by the parties is quite high and referral to mediation by judges against the will of litigants is rather an exception.


Katarina Kresal
Katarina Kresal is an Attorney and Founder and President of the European Centre for Dispute Resolution. As an ADR expert she specializes in designing mediation systems and ADR schemes.
Artikel

The Imperfect International Sales Law

Time for a New Go or Better Keeping the Status Quo?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden CISG, imperfections of the current international sales law, reform, supplement, CISG 2.0
Auteurs Prof. mr. A.U. Janssen en N.G. Ahuja
SamenvattingAuteursinformatie

    A series of imperfections in the CISG touching upon various areas are laid out thereby prompting the question of whether the Convention ought to be reformed. Two possibilities, namely supplementing the CISG with additional hard law instruments and drafting a new convention, i.e. CISG 2.0 are discussed and evaluated.


Prof. mr. A.U. Janssen
Prof. mr. A.U. Janssen is a Professor of Civil Law and European Private Law at the Radboud University Nijmegen, The Netherlands.

N.G. Ahuja
N.G. Ahuja is a Doctorate Candidate in Law at City University of Hong Kong.

    In two appeal cases considered jointly, the Court of Appeal (CA) has ruled that it is not direct or indirect sex discrimination, nor a breach of equal pay rights, to provide enhanced pay for maternity leave and statutory pay only for shared parental leave (SPL).


Richard Lister
Richard Lister is a Managing Practice Development Lawyer at Lewis Silkin LLP.
Wetenschap

Van WCAM naar WAMCA: class actions in Nederland?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden WAMCA, massaschade, collectief verhaal, collectieve actie, schadevergoedingsrecht
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 maart 2019 is de wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding wordt verwacht voor 1 oktober 2019. Na de inwerkingtreding van de WAMCA zal het collectief vorderen van schadevergoeding mogelijk zijn. De WAMCA is een belangrijke ontwikkeling op het gebied van het collectief schadevergoedingsrecht in Europa, maar is vatbaar voor verbetering, vooral op het terrein van finaliteit, governance-eisen, financiering en hoger beroep.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 216 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.