Zoekresultaat: 134 artikelen

x

    Een gegarandeerde beschikbaarheid van innovatieve vaccins is onmisbaar in een wereld waar levensbedreigende infectieziekten steeds vaker voorkomen. Het risico dat vaccins bijwerkingen hebben en tot letsel leiden is daarbij onvermijdelijk. Het verhalen van vaccinatieschade via het aansprakelijkheidsrecht blijkt gecompliceerd. De auteur onderzoekt alternatieve systemen voor vergoeding van schade door vaccinaties. Vertrekpunt daarbij is Amerikaans onderzoek op dit terrein. Zij concludeert dat een no-faultschadefonds met een gedeeltelijke immuniteit van vaccinproducenten de meest geschikte weg is om vaccinatieschade te vergoeden zonder dat de ontwikkeling van vaccins in gevaar komt. De auteur doet enkele suggesties over de invulling van een dergelijk fonds.


Mr. drs. I. Haazen
Mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht.
Artikel

Verrassingen voorkomen bij commercieel contracteren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden precontractuele fase, uitleg, exoneratiebeding, beknelde tussenschakel, beëindiging
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse recht stelt partijen die commercieel contracteren wel eens voor verrassingen. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de chronologie van het contract: precontractuele fase, uitleg, exoneratiebedingen en beëindiging. Daarbij wordt besproken hoe partijen deze verrassingen, en de risico’s die daarmee gepaard gaan, zo veel mogelijk kunnen voorkomen of mitigeren.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open De werkplek thuis, bezien in het licht van COVID-19

Breekt nood wet of maken we van de nood een deugd? De werkplek thuis is niet voor iedereen een vreugd

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden werkplek, COVID, corona, thuiswerken, arbeidsplaats
Auteurs mr. Simone Drost en mr. Willemijn Bosman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs staan stil bij het door de coronacrisis noodgedwongen thuiswerken. Het wetsvoorstel Werken waar je wilt en ontslagrechtelijke aspecten worden behandeld.


mr. Simone Drost
Simone Drost is Senior Legal Counsel Arbeidsrecht bij ABN Amro.

mr. Willemijn Bosman
Willemijn Bosman is Senior Legal Counsel Arbeidsrecht bij ABN Amro.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Ernstig verwijt revisited bij Wet bestuur en toezicht rechtspersonen 2020 en de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden onbehoorlijk bestuur, bestuurdersaansprakelijkheid, collegialiteitsbeginsel, collectieve verantwoordelijkheid, Artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘ernstig verwijt’-problematiek binnen het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht is nog steeds onderwerp van discussie. In deze bijdrage wordt ingegaan op hoe deze problematiek aan de orde is gekomen bij de evaluatie van de Wet bestuur en toezicht 2011 en bij de behandeling van de eind 2020 aangenomen Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan Erasmus School of Law.
Wetenschap

Wanprestatie/onrechtmatige daad rechtspersoon = onrechtmatige daad bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW, subsidiaire aansprakelijkheid, directe aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurder van een rechtspersoon kan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk zijn tegenover een crediteur van de rechtspersoon en gehouden zijn diens schade te vergoeden. Bestuurdersaansprakelijkheid doet zich in de regel alleen voor bij aanwezigheid van een ‘persoonlijk ernstig verwijt’. Meestal is die aansprakelijkheid een subsidiaire aansprakelijkheid: biedt de rechtspersoon geen verhaal voor de vordering van de crediteur, dan richt hij zijn pijlen op de bestuurder, in de hoop daar wel verhaal te vinden. Zijn er gevallen waarin die aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad niet pas aan de orde komt als de rechtspersoon geen verhaal biedt? De voorbeelden liggen niet voor het oprapen, maar het kan zich voordoen als de rechtspersoon door toedoen van de bestuurder zeer ernstig wanprestatie pleegt of de bestuurder de rechtspersoon opzettelijk onrechtmatig laat handelen. In dergelijke gevallen kan de crediteur de bestuurder dadelijk met de rechtspersoon aansprakelijk stellen, ongeacht of de rechtspersoon verhaal biedt of niet.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de rechtbank Den Haag.
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Artikel

Tien jaar arbeidsrecht (2010-2020)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, goed werkgeverschap, fixatiebeginsel, cessantia, wettelijke verhoging
Auteurs Mr. P.H. Veling
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetgeving: Invoering van titel 7.10 NBW laat op zich wachten. Rechtspraak: Opschorting van loon bij niet-naleven controlevoorschriften bij ziekte vaste rechtspraak? Zorgplicht van de werkgever gaat ver. Statutair bestuurder van een rechtspersoon geen arbeidsovereenkomst ook niet als hij al in dienst was vóór zijn benoeming. ‘Service charge’ ook voor uitzendkrachten. Matiging van de loonvordering na nietig ontslag alleen als doorbetaling van het loon in gegeven omstandigheden tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Matiging van de wettelijke verhoging behoort geen automatisme te zijn. Goed werkgeverschap. De dringende reden; het fixatiebeginsel. Cessantia als maatstaf voor schadevergoeding bij onregelmatig ontslag. Cessantia versus bedrijfspensioen. Afscheidsbeleid.


Mr. P.H. Veling
Mr. P.H. Veling is oud-lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Artikel

Boek 6 BW. De verbintenis uit de wet

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Boek 6 BW, verbintenis uit de wet, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen ten aanzien van de verbintenis uit de wet, zoals geregeld in Boek 6 BW. De jurisprudentie over onrechtmatige daad staat centraal. Onderwerpen die aan de orde komen zijn gevaarzetting en eigen schuld, recht op eerbiediging van de goede naam en het recht op privacy, kwalitatieve aansprakelijkheden, beroepsaansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid (en ‘vereenzelviging’, misbruik van rechtspersonen, benadeling crediteuren), misbruik van wanprestatie. In een kort intermezzo wordt de in Nederland ingevoerde wetgeving voor vergoeding van ‘affectieschade’ gesignaleerd. De bespreking van de ‘overige’ verbintenissen uit de wet beperkt zich tot ongerechtvaardigde verrijking.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Artikel

Aansprakelijkheid van arbiters

Enkele gedachten over maatstaf, vernietiging, grondslag, ipr en exoneratie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden arbiteraansprakelijkheid, internationaal privaatrecht, uitsluiting aansprakelijkheid, vernietigingsprocedure, arbitrage
Auteurs Prof. mr. N. Peters en Mr. J.J. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van arbiteraansprakelijkheid besproken. Ingegaan wordt op de grondslag en maatstaf voor arbiteraansprakelijkheid, de vraag of vernietiging vereist is, de aard van de rechtsverhouding tussen arbiters en partijen, alsmede de mogelijkheid tot exoneratie. Verder wordt aandacht besteed aan enkele vragen van internationaal privaatrecht, te weten bevoegdheid en toepasselijk recht.


Prof. mr. N. Peters
Prof. mr. N. Peters is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam en hoogleraar internationale handelsarbitrage aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. J.J. Bakker
Mr. J.J. Bakker is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam.

    Beroepsbeoefenaars kunnen met hun opdrachtgever overeenkomen dat het kantoor waaraan zij zijn verbonden als enig opdrachtnemer heeft te gelden. De vraag is in hoeverre daarmee ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar kan worden uitgesloten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid door beroepsbeoefenaars mogelijk is.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.
Artikel

Cybersecurity anno 2020

Het is niet de vraag of je gehackt wordt, maar wanneer

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden cybercrime, cybersecurity, ransomware, (cyber)verzekeringen, losgeld
Auteurs Mr. N. van der Voort en Mr. W.M. Warnaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds enkele jaren neemt de dreiging van ransomware wereldwijd toe. Deze kwaadaardige gijzelsoftware kan elke organisatie treffen die geen of onjuiste maatregelen neemt. De laatste jaren is er een nieuwe trend zichtbaar: gerichte aanvallen met gebruik van ransomware op bedrijven (veelal grote multinationals) die een hoger losgeldbedrag kunnen en in sommige gevallen noodzakelijkerwijs zullen betalen. Deze trend is het afgelopen jaar veelvuldig door de media onder de aandacht gebracht en bedrijven zagen zich massaal genoodzaakt na te denken over het afsluiten van een zogenoemde cyberverzekering, met de achterliggende gedachte zich hiermee te beschermen tegen potentiële gevolgschade.
    Deze bijdrage gaat in op cyberincidenten anno 2020, het losgeld-dilemma voor slachtoffers van een geslaagde cyberaanval, de rol die cyberverzekeraars (kunnen) hebben op de cybersecurity(aansprakelijkheid) van bedrijven en enkele beschouwingen voor de toekomst.


Mr. N. van der Voort
Mr. N. van der Voort is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam op de afdeling Crime, Fraud & Investigations.

Mr. W.M. Warnaars
Mr. W.M. Warnaars is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam op de afdeling Crime, Fraud & Investigations.
Artikel

Access_open Het toepassingsbereik van de klachtplicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden verbintenis, gebrek, zorgplicht, geldsom, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    De klachtplicht is van toepassing op alle ‘verbintenissen’, maar dan wel alleen bij ‘gebrekkige prestaties’. De auteur verkent het toepassingsbereik van de klachtplicht aan de hand van deze begrippen. Aan de orde komen onder meer zorgplichten, onrechtmatige daad, de betaling van een geldsom en interne bestuurdersaansprakelijkheid.


Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade

Bespreking van het proefschrift van mr. D.A. van der Kooij

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden verbintenissenrecht, aansprakelijkheidsrecht, schadevergoedingsrecht, leer Smits, leer Demogue-Besier
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Van der Kooij ontwikkelt een model om te bepalen wie recht heeft op vergoeding van welke schade. Deze bijdrage gaat met name over de prominente rol voor de relativiteitsleer in dit model, de afschaffing van de correctie-Langemeijer en de inzet van de leren Smits en Demogue-Besier ter nadere begrenzing van aansprakelijkheid.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Kroniek Materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Frezia Aarts, Rachel Bruinen, Dirk Dammers e.a.

Frezia Aarts

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Robert Malewicz

Michiel Olthof

Ben Polman

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Linda Marsman
Contracten maken

Access_open Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.
Artikel

De verhaals(on)mogelijkheden van de WAM-verzekeraar bij (joy)rijden zonder rijbewijs

Bijdrage naar aanleiding van Hof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9273 en Hof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3129

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden joyriding, artikel 185 lid 2 WVW 1994, verhaalsrecht WAM-verzekeraar, familieverweer, artikel 7:962 lid 3 BW
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    In krap een halfjaar tijd deed het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak in twee vergelijkbare zaken, waarin sprake was van joyriding door een jeugdig familielid van de verzekeringnemer en waarbij de betrokkene reed zonder (geldig) rijbewijs. In beide zaken trachtte de WAM-verzekeraar van het betrokken voertuig de aan derde-benadeelden gedane uitkeringen te verhalen. Een belangrijk verschil: de ene verzekeraar richtte zich tot zijn eigen verzekerde, de andere verzekeraar richtte zich tot de joyrider. Aan de hand van de beide arresten belicht deze bijdrage de verhaalsmogelijkheden van een WAM-verzekeraar in geval van joyriden zonder (geldig) rijbewijs.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is promovenda bij de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 134 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.