Zoekresultaat: 52 artikelen

x
Artikel

Richtlijnvoorstel voor grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen: een (geheel) nieuwe stap in het harmonisatieproces

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs Mr. M.A. Verbrugh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 april 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe harmonisatieregeling voor grensoverschrijdende omzettingen en grensoverschrijdende splitsingen en een aanpassing van de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies openbaar gemaakt. In deze bijdrage wordt het voorstel kritisch onderzocht.


Mr. M.A. Verbrugh
Mr. M.A. Verbrugh is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

KRONIEK VENNOOTSCHAPSRECHT

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2018
Auteurs Bas Visée en Rik Analbers

Bas Visée

Rik Analbers
Artikel

Aansprakelijkheid na een juridische splitsing in de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden juridische splitsing, aansprakelijkheid, hoofdelijkheid, toekomstige vorderingen, schadevergoeding
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel maakt inzichtelijk welke stappen men moet zetten om te bepalen welke van de bij een juridische splitsing betrokken rechtspersonen aansprakelijk is of zijn ten gevolge van het bepaalde in artikel 2:334t BW.


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. Hoyer is advocaat bij BarentsKrans te Den Haag.
Artikel

Het verzetrecht van artikel 2:404 BW

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden verzetrecht, 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, artikel 2:404 BW, groepsvrijstelling
Auteurs Mr. K. Notenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest inzake SNS/Propertize kwam het verzetrecht tegen het voornemen van de moedermaatschappij om de overblijvende aansprakelijkheid uit hoofde van een 403-verklaring te beëindigen aan de orde. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele knelpunten ten aanzien van het verzetrecht van artikel 2:404 BW: de verzetgerechtigdheid, de betwiste vorderingen en de omvang van de zekerheid of andere waarborg.


Mr. K. Notenboom
Mr. K. Notenboom is per 1 juli 2017 advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Praktijk

De nieuwste maatstaf van de Hoge Raad bij 403-aansprakelijkheid: ‘onmiskenbaar ongegrond’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, onmiskenbaar ongegrond, verzet, niet-ontvankelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat een partij die verzet doet tegen een voorgenomen beëindiging van overblijvende 403-aansprakelijkheid (art. 2:404 BW), alleen niet als schuldeiser kan worden aangemerkt als de vordering waarop het verzet is gebaseerd, ‘onmiskenbaar ongegrond’ is. De Hoge Raad voegt eraan toe dat een verzet gegrond dient te worden verklaard indien de schuldeiser als gevolg van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in een slechtere positie zou komen te verkeren. De auteur analyseert de beschikking van de Hoge Raad en plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten.
Discussie

Naschrift

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
Auteursinformatie

Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten te Amsterdam

Mr. M.C. Schepel
Mr. M.C. Schepel is advocaat bij Steins Bisschop & Schepel te Den Haag.
Artikel

De kooptitel en aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Boek 7 BW, aandelen, onderneming, SPA, conformiteit
Auteurs Mr. T.J. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de toepasselijkheid van de kooptitel op koop van aandelen en haar gevolgen, toegespitst op BV-aandelen. Partijen wijken in een SPA vaak (onbewust) af van de kooptitel, die deze beoogde regeling onbedoeld kan doorkruisen. Een teleurgestelde (ver)koper kan daarvan gebruik maken, maar uitsluiting is logisch en in beginsel mogelijk. Algehele uitsluiting werkt echter niet zonder meer. Partijen zouden daarom per artikel moeten opnemen in hoeverre zij beogen af te wijken.


Mr. T.J. Mosk
Mr. T.J. Mosk is advocaat bij Blenheim Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Uitspraken van de Governancecommissie Gezondheidszorg: de dans rond de stoel van de bestuurder

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Raad van toezicht, belanghebbende, Zorgbrede Governancecode, stichtingen
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de periode 2011-2015 heeft de Governancecommissie Gezondheidszorg zeven uitspraken gepubliceerd. Doel van deze bijdrage is een analyse te geven van deze uitspraken. Hieruit blijkt onder meer dat de Governancecommissie een beperkte rolopvatting hanteert. Zij definieert het begrip belanghebbende ruim. Het toetsingskader dat de Governancecommissie gebruikt bij het overnemen van de bestuurstaak door een lid van de raad van toezicht kan consistenter zijn.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht. Zij doceert het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; zij is lid van een raad van toezicht van een stichting in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Praktijk

(Beëindiging van) 403-aansprakelijkheid

De stand van zaken anno 2016

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, 403-verklaring, hoofdelijke aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren en maanden is over 403-aansprakelijkheid veel discussie geweest. Deze bijdrage beoogt aan de hand van min of meer recente rechtspraak een overzicht te geven van de stand van zaken anno 2016 ten aanzien van een aanzienlijk aantal deelonderwerpen inzake 403-aansprakelijkheid. Enkele deelonderwerpen zijn inmiddels dankzij rechtspraak duidelijk geworden, maar zeker niet alle. Ten aanzien van de nog steeds onduidelijke deelonderwerpen is inmiddels ingrijpen van de wetgever geboden.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De toetsing van de hardheid van een vordering in een verzetprocedure op basis van artikel 2:404 lid 5 BW

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden 403-verklaring, beëindiging overblijvende aansprakelijkheid, verzet
Auteurs Mr. J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de intrekking van een 403-verklaring kan de overblijvende aansprakelijkheid worden beëindigd. Schuldeisers kunnen daartegen in verzet komen. Zij dienen te stellen dat zij een vordering hebben waarvan de nakoming onzeker is en om een zekerheid te verzoeken. In deze bijdrage wordt ingegaan op de onderbouwing van de gepretendeerde vorderingen.


Mr. J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff en als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een nieuwe methode voor het berekenen van schade bij overlijden

Totstandkoming van de nieuwe rekenmethodiek in de Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden derving levensonderhoud, Notitie Denktank Overlijdensschade, Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. H.M. Storm
SamenvattingAuteursinformatie

    Samen met Jessica Laumen, initiatiefneemster en voorzitter van de Denktank Overlijdensschade, staat de auteur stil bij de totstandkoming van de Notitie Overlijdensschade van de Denktank en de inhoud daarvan. De Notitie bevat een nieuwe rekenmethodiek voor het vaststellen van overlijdensschade (derving levensonderhoud) en kwam na veel discussie en overleg met alle marktpartijen in de letselschadewereld en met behulp van onderzoek van het Nibud tot stand. Op deze nieuwe rekenmethodiek in de Notitie van de Denktank en het onderzoeksrapport van het Nibud is de nieuwe Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad gebaseerd. De inhoud van de richtlijn wordt besproken.


Mr. H.M. Storm
Mr. H.M. Storm was tot voor kort werkzaam als advocaat en belangenbehartiger in letsel- en overlijdensschade bij de ANWB Afdeling Rechtshulp; zij is lid van de werkgroep Normering van De Letselschade Raad.
Casus

De verjaring van een 403-vordering

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden 403-vordering, verjaring, moedervennootschap, dochtervennootschap
Auteurs J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 403-vordering is een zelfstandige vordering, meestal op de moedervennootschap. Deze vordering onderscheidt zich van de hoofdvordering op de dochtervennootschap. Deze te onderscheiden vorderingen verjaren onafhankelijk van elkaar. Naast de vraag of deze vorderingen onafhankelijk van elkaar verjaren, rijst de vraag of deze vorderingen op verschillende tijdstippen kunnen verjaren. Op basis van verschillende gronden kan dit het geval zijn.
    Een hoofdvraag die beantwoord dient te worden om vast te stellen wanneer een 403-vordering verjaart, is wanneer een 403-vordering ontstaat. Er zijn gronden om aan te nemen dat een 403-vordering pas ontstaat nadat de schuldeiser de moedervennootschap tot nakoming heeft aangesproken.


J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is advocaat bij Loyens & Loeff en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen: de definitieve richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden kartelschade, inbreuk op mededingingsrecht, aansprakelijkheid, richtlijn betreffende schadevorderingen, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro en Mr. dr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2014 is de Europese richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de richtlijn en wordt de richtlijn vergeleken met het huidige Nederlandse recht, waarbij de auteurs aangeven of het Nederlandse recht naar hun mening dient te worden aangepast om de richtlijn te implementeren.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. R. Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De verzettermijn van artikel 2:404 lid 5 BW - fataal of toch flexibel?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2015
Trefwoorden 403-verklaring, beëindiging overblijvende aansprakelijkheid, verzettermijn, fatale termijn, professionele partijen
Auteurs Mr. K. Bungenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    De verzettermijn van artikel 2:404 lid 5 BW is in het verleden nauwelijks aan bod gekomen. Een recente beschikking van de Rechtbank Rotterdam gaat over de vraag hoe fataal – of juist hoe flexibel – deze verzettermijn is. In deze bijdrage zet de auteur de consequenties van de beschikking en de bedoeling van de wetgever uiteen.


Mr. K. Bungenberg
Mr. K. Bungenberg is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

Moeten bekende grote schuldeisers separaat op de hoogte worden gebracht van beëindiging van de overblijvende 403-aansprakelijkheid?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2014
Trefwoorden 403-verklaring, groepsvrijstelling, overblijvende aansprakelijkheid, concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur of bekende grote schuldeisers van een 403-dochter separaat op de hoogte moeten worden gesteld van het voornemen tot beëindiging van de overblijvende 403-aansprakelijkheid.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Van 403-verklaringen, achterstelling en afhankelijkheid

403-perikelen rondom de onteigening van SNS

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden 403-verklaring, achterstelling, afhankelijkheid, SNS REAAL, rangorde
Auteurs Mr. S. Timmerman en Mr. R.M. de Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van de 403-verklaring behandeld, die ook aan de orde zijn gekomen in de schadeloosstellingsprocedure bij de Ondernemingskamer naar aanleiding van de onteigening van SNS. Het betreft de vraag of een vordering uit hoofde van een 403-verklaring als een zelfstandig recht moet worden beschouwd en de vraag welke rang een vordering uit hoofde van een 403-verklaring inneemt.


Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij de Nederlandsche Bank.

Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij de Nederlandsche Bank.
Artikel

Turboliquidatie versus wettelijke procedure

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2013
Trefwoorden turboliquidatie, vereffeningsprocedure, bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:23c BW, uitkeringstest
Auteurs Mr. L.M. de Vito
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele overwegingen die een rol spelen bij het maken van een keuze tussen turboliquidatie en de wettelijke vereffeningsprocedure.


Mr. L.M. de Vito
Mr. L.M. de Vito is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Rechtsgevolgen van stille cessie

Proefschrift van mr. drs. J.W.A. Biemans

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2013
Auteurs Mr. M.G. van ’t Westeinde
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. drs. J.W.A. Biemans


Mr. M.G. van ’t Westeinde
Mr. M.G. van ’t Westeinde is advocaat bij Loyens en Loeff NV te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 52 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.