Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1702 artikelen

x
Artikel

Rapport van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden concerns, fiscaliteit, belastingconcurrentie, vennootschapsbelasting, hoofdkantoren
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 april 2020 heeft de Adviescommissie belastingheffing van multinationals haar rapport getiteld ‘Op weg naar balans in de vennootschapsbelasting. Analyses en aanbevelingen’ gepubliceerd. In dit artikel bespreekt de auteur dit rapport.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. Koster is verbonden aan de Universiteit Leiden, afdeling ondernemingsrecht, en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open Recidive na verblijf in buitenlandse detentie

Een studie onder teruggekeerde gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden reoffending, foreign detention, returning prisoners
Auteurs Matthias van Hall MSc en Laura Cleofa-van der Zwet MSW
SamenvattingAuteursinformatie

    Worldwide, at least 1,900 Dutch prisoners are housed in foreign detention every year. Although previous research describes this group of prisoners and the conditions of their detention, it is unknown to what extent they reoffend after returning to the Netherlands. A unique dataset with data of 690 Dutch people has been used. They are supervised during their foreign detention by the International Office, part of the Dutch Probation Service. The results show that 23% of this group reoffended within two years. Furthermore, the probability of reoffending differs for the country of detention, age, way of return and prior incarcerations.


Matthias van Hall MSc
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Laura Cleofa-van der Zwet MSW
L. Cleofa-van der Zwet MSW is regiocoördinator Bureau Buitenland bij Reclassering Nederland.
Artikel

Kroniek Insolventierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2020
Auteurs Matthieu Brink, Floris Dix, Jaap van der Meer e.a.

Matthieu Brink

Floris Dix

Jaap van der Meer

Bastiaan Rolevink

Mark Schollen

Bart Smink

René Smink

Sandra Tijssen-Dellemijn

Suzan Winkels-Koerselman
Jurisprudentie

Schadelijk in de zin van artikel 174 Sr, maar niet opzettelijk

Noot bij ECLI:NL:RBROT:2020:7093

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Voedselfraude, voorwaardelijk opzet, schadelijkheid, aflatoxine, pinda’s
Auteurs Mr. L. Dallau
SamenvattingAuteursinformatie

    In een uitspraak van de rechtbank Rotterdam is de verdachte een groothandel in noten die partijen met aflatoxine verhandeld heeft. Aflatoxine vormt een gevaar voor de gezondheid als bedoeld in artikel 174 Sr. Er volgt echter een vrijspraak op grond van twee contra-indicaties voor opzet. In deze annotatie zal uiteen worden gezet waarom de rechtbank opzet niet heeft aangenomen en daarmee voorbij is gegaan aan jurisprudentie ten aanzien van opzet op het bestanddeel ‘wetende dat’ uit artikel 174 Sr en mee had moeten wegen dat de verdachte een professional is die bekend had moeten zijn met de risico’s van aflatoxine.


Mr. L. Dallau
Mr. L. Dallau is Senior Inspecteur, jurist, bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/89

HR 30 juni 2020, 19/03114, ECLI:NL:HR:2020:1153

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/94

HR 23 juni 2020, 19/00373, ECLI:NL:HR:2020:1097

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Wetenschap en praktijk

De uitkoopprocedure en afgeleide schade

Billijke verhoging in de uitkoopprocedure: the law is on the move

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prijsvaststelling, vordering, Xeikon, Sirowa, uitkoopprijs
Auteurs Mr. O. Danismant
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan twee spraakmakende uitkoopprocedures centraal: Xeikon en Sirowa. De Ondernemingskamer oordeelde in deze uitkoopzaken dat (mogelijke) vorderingen tot schadevergoeding van de vennootschap op derden – en daarmee samenhangend met de door de minderheidsaandeelhouder geleden afgeleide schade – van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de uitkoopprijs. Om de (mogelijke) vorderingen op derden te betrekken bij de prijsvaststelling trok zij een parallel met de ratio van de billijke verhoging als bedoeld in art. 2:343 lid 4 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur hoe deze benadering past in het leerstuk van de afgeleide schade en zoomt hij nader in op de manier waarop de Ondernemingskamer de uitkoopprijs vaststelde in deze uitkoopprocedures.


Mr. O. Danismant
Mr. O. (Onur) Danismant heeft recentelijk de master Ondernemingsrecht behaald aan de Radboud Universiteit.
Wetenschap en praktijk

Verpanding van het recht op teruggaaf van btw: een aantrekkelijke vorm van zekerheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden cessie, omzetbelasting, oninbare vorderingen, factoring, pandrecht
Auteurs Mr. M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het aantrekken van een financiering wordt een schuldenaar meestal verplicht om zekerheid te geven over zijn activa. Zekerheid kan worden verstrekt over een specifiek vermogensbestanddeel of over een bepaald type activa. In die laatste categorie vallen vorderingen van de schuldenaar op de Belastingdienst uit hoofde van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Ingevolge de Wet OB is een ondernemer verplicht om gedurende een tijdvak in zijn administratie de door hem in rekening gebrachte en terug te vragen belasting toegevoegde waarde (btw) bij te houden. Aan het einde van het tijdvak is sprake van een vordering op of een schuld aan de Belastingdienst. In dit artikel wordt de vraag beantwoordt of verpanding van het recht op teruggaaf van btw een aantrekkelijke vorm van zekerheid is.


Mr. M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Artikel

Verpanding van andere objecten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden vermogensrecht, overdracht, overdraagbaar, verpandbaar
Auteurs Mr. dr. ing. A.J. Verdaas
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk heeft behoefte aan de verpanding van andere objecten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten. Onderzocht wordt in hoeverre het vermogensrecht in deze behoefte dient te voorzien. Geconcludeerd wordt tot enkele toevoegingen aan de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Mr. dr. ing. A.J. Verdaas
Mr. dr. ing. A.J. Verdaas is advocaat bij Ronald Verdaas advocatuur en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De waarde(ring) van het niet-opeisbare prelegaat en de erfdelen van de kinderen bij de wettelijke verdeling

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Testament, Gelijke behandeling, Kinderen, Erfbelasting, Nominaal
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht hoe renteloze en niet-opeisbare prelegaten aan een erfgenaam zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk gewaardeerd moeten worden als er ook een wettelijke verdeling van toepassing is, en hoe de omvang van de erfdelen van de kinderen beïnvloed wordt door dergelijke prelegaten.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Rangorde van schulden der nalatenschap bij vereffening van nalatenschappen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden voorrang, voorrecht, hypotheekrecht, pandrecht, uitdelingslijst
Auteurs Prof. mr. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal staat de rangorde van de schulden der nalatenschap (inclusief pand, hypotheek, voorrechten en andere voorrang) aan de hand van artikel 4:7 BW en de toepasselijke bepalingen in Boek 3 BW en in bijzondere wetten.


Prof. mr. J.W.A. Biemans
Prof. mr. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

In(ternet)filtratie: een roep om meer waarborgen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden digitale infiltratie, infiltratie(bevoegdheid), Lijst Ia Opiumwet, Operatie Bayonet, Hansa Market
Auteurs Mr. S.B.H. van Overveld, Mr. I.C. Smits en Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een grootschalige digitale infiltratieoperatie werd de dark market ‘Hansa’ in 2017 door de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie opgerold. De politie maakte gebruik van de bevoegdheid die haar op grond van artikel 126h Sv toekomt: de ‘klassieke’ infiltratiebevoegdheid. Kan deze infiltratiebevoegdheid zonder meer worden aangewend in een digitale context, of klinkt in dat geval een roep om meer waarborgen?


Mr. S.B.H. van Overveld
Mr. S.B.H. (Sophie) van Overveld is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.C. Smits
Mr. I.C. (Isabel) Smits is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. (Celine) Taylor Parkins-Ozephius is als docent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Kan een non disclosure agreement worden ontbonden?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ontbinding, Non disclosure agreement, Samenhangende overeenkomsten, geheimhoudingsovereenkomst, Wet bescherming bedrijfsgeheimen
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in handelsrelaties contractueel verankeren van geheimhouding ter zake van bedrijfsgeheimen is als gevolg van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen belangrijk(er) geworden. Partijen kunnen in de regel kiezen voor een NDA of een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst. De schending van een geheimhoudingsverplichting zal in rechte veelal moeilijk zijn aan te tonen en ontbinding van de NDA wordt vaak uitgesloten. Toch onderzoeken de auteurs de juridische kwalificatie van de NDA en de gevolgen hiervan met betrekking tot de mogelijkheden tot ontbinding. Zij betogen dat een NDA veelal zal kwalificeren als een obligatoire overeenkomst, maar niet als een wederkerige overeenkomst, waardoor een NDA in geval van een tekortkoming niet kan worden ontbonden. De rechtsgevolgen van ontbinding zouden volgens de auteurs sowieso beperkt zijn geweest. In het geval vertrouwelijkheid is gewaarborgd in de vorm van een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst, ligt dit anders. Gezien de verstrekkende rechtsgevolgen die een ontbinding in dat geval kan hebben, betogen auteurs dat het goed is dat de opstellers van contracten zich hier bewust van zijn.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het gerechtshof Den Haag en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Actualia contractspraktijk

Ontwikkelingen jurisprudentie agentuurovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Agentuur, Klantenvergoeding, Beëindiging agentuurrelatie, Artikel 7:428 BW, Provisie
Auteurs Mr. drs. H.S. Kleinjan
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de in 2017 tot en met 2020 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de afgelopen drie jaar de revue bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het Europese Hof van Justitie.


Mr. drs. H.S. Kleinjan
Mr. drs. H.S. Kleinjan is advocaat bij Lexence N.V.
Actualia contractspraktijk

Lessen uit de eerste rechterlijke uitspraken over de COVID-19-crisis en onvoorziene omstandigheden en overmacht bij commerciële contracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden COVID-19, Onvoorziene omstandigheden, Overmacht, Commerciële contracten, Overheidsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes en Mr. J.V. Tetelepta
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat bij BarentsKrans en hoogleraar Privaatrecht VU.

Mr. J.V. Tetelepta
Mr. J.V. Tetelepta is advocaat en senior medewerker bij BarentsKrans.
Artikel

De nationale contactpunten voor de OESO-Richtlijnen

Een uniek systeem voor alternatieve geschillenbeslechting

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2020
Trefwoorden OESO, nationaal contactpunt, multinationale onderneming, maatschappelijk verantwoord ondernemen, due diligence
Auteurs Marianne Gratia en Cyril Liance
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1976 the OECD Guidelines for Multinational Enterprises, about corporate social responsibility and sustainability, were carried. To implement the guidelines national contact points inform people and enterprises, and mediate in case of a complaint. This article describes the structure, procedure and role of the Dutch and Belgian National Contact Points.


Marianne Gratia
Marianne Gratia is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Economie in Brussel.

Cyril Liance
Cyril Liance is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Economie in Brussel.
Artikel

Jonge veelplegers en hun worsteling om te stoppen met criminaliteit

Een vierfasenmodel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden desistance, young repeat offenders, maturation, longitudinal study
Auteurs Prof. dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents findings from a longitudinal study of 81 young recidivists examined over fifteen years. By the age of 25, 50 percent had desisted for at least three years. 60 percent had had no new police contacts during the last two years. Four stages could be distinguished in the desistance process. Apart from a small number of explicit persisters, all of the young adults did consciously consider whether the benefits of their criminal activities outweighed the disadvantages. With just a few exceptions, the decision to quit was not motivated by an altruistic goal, nor by extreme fear, but mainly motivated by the feeling of being too old for criminal life and by striving for a pleasant self-esteem. It is concluded that when young adult recidivists give up crime, this must be seen as an extreme and extremely late form of maturation.


Prof. dr. Ido Weijers
Prof. dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar jeugdstrafrecht en jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.
Titel

De Arubaanse rechter oog-in-oog met het ontvoerde kind

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden internationale bevoegdheidsrecht, internationale kinderontvoering, Haags Kinderbeschermingsverdrag, artikel 429c Rv, Koninkrijk
Auteurs Mr. G. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft de resultaten weer van een literatuurstudie naar de rechterlijke bevoegdheid in zaken van internationale ouderlijke kinderontvoering voor de periode 1965-2019. Hierbij is het oude en huidige internationale bevoegdheidsrecht van Nederland geanalyseerd en is ook onderzocht of deze regelingen door de Arubaanse rechter gebruikt kunnen worden.
    Uit het onderzoek is gebleken dat de rechters van Aruba en Sint Maarten enkel het HKV 1961 kunnen gebruiken als grondslag voor hun internationale bevoegdheid. Dit omdat een beslissing op een teruggeleidingsverzoek een kinderbeschermingsmaatregel is die binnen het materieel toepassingsgebied van het HKV 1961 valt. Valt de ontvoering ook binnen het formeel toepassingsgebied van het verdrag, dan betekent dit dat de rechters van Aruba en Sint Maarten hun internationale bevoegdheid kunnen vaststellen op grond van artikel 9 HKV 1961.
    Ook kan de Arubaanse rechter zijn internationale bevoegdheid ontlenen aan artikel 429c lid 3 RvNA (met toepassing van het ‘distributie bepaalt attributie’-beginsel).


Mr. G. Jacobs
Mr. G. Jacobs is jurist en klachtenfunctionaris bij het Instituto Medico San Nicolas te Aruba.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat, docent Verdiepend ondernemingsrecht aan de University of Curaçao en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht, en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Toont 1 - 20 van 1702 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.