Zoekresultaat: 60 artikelen

x
Het ambacht

De parlementaire werkgroep-Van der Staaij en de wetgevingsprocedure

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Reglement van Orde Tweede Kamer, Tweede Kamer, wetgevingsprocedure, initiatiefvoorstellen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het op 30 oktober 2019 door de parlementaire werkgroep-Van der Staaij gepresenteerde voorstel voor een nieuw Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Na een bespreking van enkele algemene punten wordt specifiek ingegaan op de voorstellen die betrekking hebben op de wetgevingsprocedure. De conclusie is dat er bepaald geen grootscheepse wijzigingen worden voorgesteld ten opzichte van het huidige Reglement van Orde. Wel een wezenlijke verandering is de oplossing die de werkgroep heeft bedacht voor de problematiek van de zogeheten verweesde initiatiefvoorstellen (en amendementen). Daarnaast wordt ingegaan op de volgende onderwerpen en veranderingen die de werkgroep op dat vlak wel of juist niet heeft voorgesteld: de schriftelijke voorbereiding van wetsvoorstellen, het wetgevingsoverleg, artikelsgewijze behandeling en stemming, vernummering van een wetsvoorstel, technische briefings en de voorbereiding van initiatiefvoorstellen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Annotatie

Ontslag en wijziging van arbeidsvoorwaarden na overgang: ‘no hay mayor dificultad que la poca voluntad’

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Overgang van onderneming, Ontslagbescherming, Eto-redenen, Wijziging arbeidsvoorwaarden, Harmonisatie van arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. R.M. Beltzer en Mr. B.C.L. Kanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs betogen in deze annotatie dat het Europese Hof van Justitie zijn rechtspraak ten aanzien van ontslagbescherming bij overgang van onderneming voortzet, en dat duidelijker wordt dat deze bescherming verre van absoluut is. De uitspraak vormt voor de auteurs reden voor een bespiegeling over de (gewenste) balans tussen ontslagbescherming en ontslagrechtvaardiging. Zij gaan daarbij tevens in op de mogelijkheid arbeidsvoorwaarden te wijzigen en oordelen dat de wijzigingsbevoegdheid die de Europese richtlijn aan lidstaten biedt niet te beperkt moet worden opgevat.


Mr. dr. R.M. Beltzer
Mr. dr. R.M. Beltzer is juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. B.C.L. Kanen
Mr. B.C.L. Kanen is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Evaluatie PKB Ruimte voor de Rivier: juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Ruimte voor de Rivier, participatie, integrale besluitvorming, projectbesluit, bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve, Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek, Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse e.a.
Samenvatting

    Auteurs bespreken de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB RvR) en geven antwoord op de vraag welke juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten getrokken kunnen worden. De PKB RvR is – anders dan vele andere door de overheid uitgevoerde grootschalige en ingrijpende infrastructurele projecten – vrijwel tijdig met het bereiken van de voorgenomen doelstellingen en binnen het oorspronkelijk budget uitgevoerd. Onderzocht zijn welke juridisch-bestuurlijke aspecten daaraan hebben bijgedragen. Auteurs gaan in op een zestal aspecten: decentralisatie en interbestuurlijke vormgeving, integraliteit van besluitvorming, participatie van burgers en marktpartijen, projectorganisatie, snelheid en coördinatie van besluitvorming, flexibiliteit in besluitvorming en kwaliteit van besluitvorming.
    De lessen zijn in de eerste plaats van belang voor toekomstige infrastructurele projecten ten behoeve van het overstromingsrisicobeheer, maar kunnen ook van belang zijn voor andere grote (infrastructurele) projecten, die bijvoorbeeld moeten worden uitgevoerd in het kader van de energietransitie, zoals de aanleg van windparken en zonnevelden en bijbehorende kabels en leidingen, of in het kader van de mobiliteit, zoals de aanleg en aanpassing van (spoor)wegen.


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve

Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek

Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse

Mr. dr. A. (Andrea) Keessen

Prof. mr. H.F.M.W. (Marleen) van Rijswick
Artikel

Economische ongelijkheid: een verkenning vanuit de grondslagen van het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Economische ongelijkheid, Ongelijkheidscompensatie, Collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, Gelijke behandeling, Flexibele arbeid
Auteurs Mr. dr. N. Zekić
SamenvattingAuteursinformatie

    De groei van de inkomens- en welvaartsongelijkheid – samen ook wel als economische ongelijkheid aangeduid – wordt gezien als een van de grootste hedendaagse maatschappelijke problemen. Redistributie (herverdeling) van middelen, macht en risico’s kan de groei van economische ongelijkheid tegengaan. Dit artikel verkent de relatie tussen het Nederlandse arbeidsrecht en redistributie. Dit gebeurt door aan te haken bij de (internationale) discussie over de grondslagen van het arbeidsrecht. Op drie onderdelen van het arbeidsrecht wordt in dit kader dieper ingegaan: (1) collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, (2) gelijke behandeling en (3) de regulering van atypische of flexibele arbeid. De auteur betoogt dat redistributie als een van de doelen van het arbeidsrecht gezien kan worden. Redistributie is sterk verbonden met ongelijkheidscompensatie, toch kan het onder omstandigheden nuttig zijn om de focus specifieker op redistributie te leggen.


Mr. dr. N. Zekić
Mr. dr. N. Zekić is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan Tilburg University, Tilburg Law School, Departement Sociaal Recht en Sociale Politiek.
Artikel

Richtlijnvoorstel voor grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen: een (geheel) nieuwe stap in het harmonisatieproces

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs Mr. M.A. Verbrugh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 april 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe harmonisatieregeling voor grensoverschrijdende omzettingen en grensoverschrijdende splitsingen en een aanpassing van de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies openbaar gemaakt. In deze bijdrage wordt het voorstel kritisch onderzocht.


Mr. M.A. Verbrugh
Mr. M.A. Verbrugh is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

De gewijzigde UWV Uitvoeringsregels bij bedrijfseconomisch ontslag – een overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden UWV, Uitvoeringsregels, Bedrijfseconomisch ontslag, A-grond, Ontslagrecht
Auteurs mr. Marieke ten Broeke
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de wijzigingen in de Uitvoeringsregels van het UWV bij bedrijfseconomisch ontslag besproken. Eerst wordt ingegaan op de wijzigingen voor de groepswerkgever en de grensoverschrijdende werkgever. Daarna komen de wijzigingen ten aanzien van medezeggenschap en flexibele arbeid aan bod. Vervolgens worden afspiegeling en herplaatsing behandeld. Afgesloten wordt met de wijzigingen betreffende de transitievergoeding.


mr. Marieke ten Broeke
Marieke ten Broeke is advocaat bij Bronsgeest Deur Advocaten.
Kroniek

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2016-2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden patiëntenrechten, derdenbelangen, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken en mr. W.F. van der Wel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek wetgeving gezondheidsrecht geeft de lezer een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse wetgeving in het gezondheidsrecht. De selectie van wetgeving is gemaakt met behulp van de zoekmachine op de website van de Eerste Kamer, en behelst aanhangige en aangenomen wetsvoorstellen van 1 januari 2016 t/m 1 juni 2018 van de ministeries van VWS en VenJ, en consultaties van beide ministeries.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD en redacteur van dit tijdschrift.

mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is advocaat bij AKD.
Artikel

Access_open De organisatie van het ziekenhuis: integratieproces of Echternach-processie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden belangenverstrengeling, bestuur en toezicht, executive committee, governance, Governance Code Zorg 2017
Auteurs Prof. mr. L.G.H.J. Houwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De integrale bekostiging van ziekenhuizen heeft geresulteerd in de vorming van grootschalige Medisch Specialistische Bedrijven (MSB’s). Voor de verhoudingen binnen de medische staf biedt dit nieuwe samenwerkingsmodel kansrijke perspectieven. In de relatie met het ziekenhuisbestuur manifesteren zich daarentegen hardnekkige governancedilemma’s, namelijk: (i) een meerledige overlegstructuur met de medische staf; (ii) een meervoudige besturing van het ziekenhuis; en (iii) een kwetsbare positionering van de raad van toezicht. Voor een meer evenwichtige en toekomstbestendige governancestructuur wordt, tegen de achtergrond van de actuele ontwikkelingen in de curatieve sector, een verdergaande integratie van medisch specialisten in een gemeenschappelijke ziekenhuisorganisatie bepleit. Naast vormen van werknemersparticipatie of hybride participatiemodellen komt daarvoor met name een coöperatieve ondernemingsvorm in aanmerking die zich dan verder kan doorontwikkelen tot een regionale medische netwerkorganisatie.


Prof. mr. L.G.H.J. Houwen
Louis Houwen is bijzonder hoogleraar privaat-publiek ondernemingsrecht Tilburg University, Tias, School for Business and Society en advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen te Nijmegen.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.


Mr. drs. L. Ecker
Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Jurisprudentie

Medezeggenschap tijdens faillissement

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982 (DA Retailgroep)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingsraad, Faillissement, Medezeggenschap, Overgang van onderneming, Doorstart
Auteurs Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag of de curator na faillissement advies moet vragen aan de ondernemingsraad wanneer hij wil overgaan tot verkoop van de activa van de onderneming en tot ontslag van het aldaar werkzame personeel. Hij onderwerpt het standpunt van de Hoge Raad over deze problematiek aan een kritische analyse. Voor het oordeel dat de ondernemingsraad geen adviesrecht toekomt wanneer de onderneming wordt geliquideerd, ziet hij geen wettelijke basis. Deze beperking staat bovendien op gespannen voet met het Europese recht. Voorts is de curator bij een doorstart van de onderneming in ieder geval gehouden advies te vragen wanneer sprake is van een overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG. Met betrekking tot de formele voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden moet de curator bovendien in het oog houden dat het Europese recht ook zekere eisen stelt aan het informatie- en consultatietraject. Ten slotte staat de auteur stil bij de consequenties van schending van de WOR door de curator, ook voor de mogelijkheden van individuele werknemers om op te komen tegen de opzegging van hun arbeidsovereenkomst.


Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens is hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Tien jaar Pensioenwet

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst, pensioenuitvoerder, Wijziging (van pensioenovereenkomst), Pensioenwet
Auteurs prof. Erik Lutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De Pensioenwet is in 2007 in werking getreden. Deze wet geeft regels betreffende het – aanvullend – pensioen in de werkgever-werknemersverhouding. De Pensioenwet beoogt aan werknemers financiële en uitvoeringszekerheid te geven, opdat hun pensioenverwachtingen ook uitkomen. Kort na inwerkingtredingen ontstonden hierin al teleurstellingen van werknemers: de financiële en kredietcrisis sloeg een bres in het vermogen van pensioenfondsen en voor veel rechthebbenden waren kortingen nodig. Dit leidde tot een nu al jaren durend debat over de inrichting van het pensioenstelsel in de toekomst. Tegen die achtergrond geeft dit artikel een overzicht van de juridische aandachtspunten van tien jaar Pensioenwet.


prof. Erik Lutjens
Prof. E. Lutjens is hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht en Of Counsel bij DLA Piper.
Artikel

Het structuurregime: vijf rechtsvragen in de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden structuurregime, structuurvennootschap, aanbevelingsrecht, internationale holdingvrijstelling, uitloopperiode
Auteurs Mr. J.H.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt dat het huidige structuurregime nog veel vragen oproept, omdat de wet en de literatuur op een aantal punten geen heldere richtlijnen geven. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele punten waar praktijkbeoefenaars bij het opzetten of het afschaffen van een structuurregime tegenaan (kunnen) lopen.


Mr. J.H.G. Visser
Mr. J.H.G. Visser is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Care providers establish often long term relationships with their clients. It is of paramount importance that the threshold for a complaint or dispute resolution is preferably low. Ideally this is not a ‘mini-trial’ in which care provider and client are opposed against each other, but a constructive dialogue at a round table guided by a skillful complaints officer. This is what has been introduced by the Healthcare Quality, Complaints and Disputes Act (the Wkkgz).
    The new complaint system introduced with the Wkkgz applies to care covered by the Chronic Care Act (WLZ), the Healthcare Insurance Act (ZVW) and optionally can also apply to care based on the Social Support Act (WMO 2015).
    In my opinion it is a missed opportunity that the legislator has not introduced a similar complaint procedure in the Youth Act, but instead has chosen the ‘mini-trial’ option here. Moreover, it is also confusing for care providers and clients to follow different complaints systems next to each other.
    Finally, in psychiatric care where decisions of care providers can interfere with the right to self-determination there is a separate complaint procedure with a role for the Family Court. For all other run-of-the mill issues also in the psychiatric care the Wkkgz complaint procedure applies.


Simona Tiems
Simona Tiems is advocaat gezondheidsrecht bij Legaltree.
Artikel

Kroniek Pensioenrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2017
Auteurs Bastian Bodewes, Annemiek Cramer, Jan Aart van de Hoef e.a.

Bastian Bodewes

Annemiek Cramer

Jan Aart van de Hoef

Naime Tali

Wim Thijssen
Casus

Van zorginstellingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen en het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden stichting, vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, aansprakelijkheid, raad van commissarissen
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2016 is het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze bijdrage gaat in op de vraag welke gevolgen dit wetsvoorstel heeft voor zorginstellingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen. De WBTR heeft vooral gevolgen voor zorginstellingen en in mindere mate voor patiëntenverenigingen en nog minder voor zorgverzekeraars. Aanpassing van het Uitvoeringsbesluit WTZi is gewenst. Een monistisch bestuursmodel voor zorginstellingen moet mogelijk zijn en het schriftelijk vastleggen van de overwegingen bij een tegenstrijdig belang moet van dwingend recht worden. Aanpassing van het wetsvoorstel is gewenst op het punt van de aansprakelijkheid van bestuurders van (patiënten)verenigingen in faillissement.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Mr. dr. A.G.H. Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht. Zij doceert het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; zij is lid van raden van toezicht in de eerstelijnsgezondheidszorg en oud-bestuurder van een patiëntenvereniging.
Artikel

Kroniek Arbeidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Karol Hillebrandt en Christiaan Oberman

Karol Hillebrandt

Christiaan Oberman
Artikel

Kroniek Pensioenrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Bastian Bodewes, Annemiek Cramer, Jan Aart van de Hoef e.a.

Bastian Bodewes

Annemiek Cramer

Jan Aart van de Hoef

Naime Tali

Wim Thijssen
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Toont 1 - 20 van 60 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.