Zoekresultaat: 36 artikelen

x
PROCESperikelen

Contact-Café: een ontmoeting tussen ‘binnen’ en ‘buiten’

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Auteurs Swanny Kremer, Esther Lammers en Jeannette van der Meijde
Auteursinformatie

Swanny Kremer
Swanny Kremer is onderzoeker, filosoof en ethicus bij FPC dr. S. van Mesdag.

Esther Lammers
Esther Lammers is psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog, filosoof en ethicus bij FPC dr. S. van Mesdag.

Jeannette van der Meijde
Jeannette van der Meijde is geestelijk verzorger op humanistische grondslag bij FPC dr. S. van Mesdag.
Artikel

Access_open Just culture en herstelrecht in de afwikkeling van medische schade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden herstelrecht, restorative justice, just culture, medische aansprakelijkheid, schade
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat er vanuit een ‘herstelgericht’ perspectief te zeggen is over de afwikkeling van medische schade. Biedt restorative just culture aanknopingspunten voor een afwikkeling van medische schade die beter aansluit bij de behoeften van betrokkenen?


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

De best mogelijke rechtspraak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Legal system, Effectiveness, Legal innovations, Dispute resolution, New technologies
Auteurs Prof.dr. Maurits Barendrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    This article outlines the need in the Netherlands for socially effective justice that better resolves citizens’ problems. The author argues that new forms of dispute resolution should be integrated in the justice system. The author first describes various types of innovations. Then he outlines the obstacles to innovations. A major obstacle is that many stakeholders in the existing legal system are simultaneously the gatekeepers for the admission of innovations. It is necessary to create an infrastructure that welcomes, reinforces, tests, finances and imports new treatments for legal problems.


Prof.dr. Maurits Barendrecht
Prof. dr. M. Barendrecht is als research director verbonden aan The Hague Institute for Innovation of Law (HiiL).
Artikel

VEILIG THUIS: multidisciplinaire aanpak van intrafamiliaal geweld en kindermishandeling onder één dak

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Family Justice Center, Multidisciplinary approach, Domestic Violence and Child abuse, Client-centered approach
Auteurs Pascale Franck
SamenvattingAuteursinformatie

    The Family Justice Centers are an international model where victims of domestic violence and child abuse can find all help needed under one roof. The FJCs are a collaboration of police, justice, welfare, help centers and authorities. The main target is empowering survivors of violence.
    The development of the FJC-model is situated in an evolution of the approach of these forms of violence, starting with the recognition of violence against women and child abuse towards a multidisciplinary and collaborative model starting from the needs of survivors of violence. The FJC-model is explained from a field worker point of view and further developments and expected evolutions are mentioned.


Pascale Franck
Pascale Franck is de co-director van het Family Justice Center te Antwerpen (vanuit de afdeling Justitiehuizen, departement WVG, Vlaamse overheid) en de vice-president van de European Family Justice Center Alliance. Zij werkt 27 jaar in het veld van intrafamiliaal geweld, seksueel geweld en kindermishandeling.
Peer-reviewed artikel

Access_open Naar een meer samenhangend mededingings- en gegevensbeschermingstoezicht in datagedreven markten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden machtsmisbruik, concentratiecontrole, consumentenuitbuiting, leveringsweigering, gegevensportabiliteit
Auteurs Inge Graef
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage betoogt dat het mededingings- en gegevensbeschermingstoezicht beter op elkaar afgestemd moeten worden om consumentenbelangen in datagedreven markten te waarborgen. De nasleep van de Facebook/WhatsApp-concentratie laat zien dat het toezicht op digitale markten te wensen overlaat, ondanks de vele handhavingsacties in verschillende lidstaten. Vanuit het perspectief van het mededingingsrecht worden aanbevelingen voor een meer samenhangend toezicht op misbruik van economische machtspositie en concentraties gedaan, zowel inhoudelijk bij de toepassing van concepten als institutioneel bij het uitoefenen van bevoegdheden door de betreffende toezichthouders. Geconcludeerd wordt dat er ruimte is voor synergieën maar dat er ook sprake kan zijn van spanning tussen de twee rechtsgebieden.


Inge Graef
Dr. I. Graef is universitair docent bij Tilburg University en verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT) en het Tilburg Law & Economics Center (TILEC).
Article

Access_open The Right to Mental Health in the Digital Era

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2016
Trefwoorden E-health, e-mental health, right to health, right to mental health
Auteurs Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx en Blerta Zenelaj
SamenvattingAuteursinformatie

    People with mental illness usually experience higher rates of disability and mortality. Often, health care systems do not adequately respond to the burden of mental disorders worldwide. The number of health care providers dealing with mental health care is insufficient in many countries. Equal access to necessary health services should be granted to mentally ill people without any discrimination. E-mental health is expected to enhance the quality of care as well as accessibility, availability and affordability of services. This paper examines under what conditions e-mental health can contribute to realising the right to health by using the availability, accessibility, acceptability and quality (AAAQ) framework that is developed by the Committee on Economic, Social and Cultural Rights. Research shows e-mental health facilitates dissemination of information, remote consultation and patient monitoring and might increase access to mental health care. Furthermore, patient participation might increase, and stigma and discrimination might be reduced by the use of e-mental health. However, e-mental health might not increase the access to health care for everyone, such as the digitally illiterate or those who do not have access to the Internet. The affordability of this service, when it is not covered by insurance, can be a barrier to access to this service. In addition, not all e-mental health services are acceptable and of good quality. Policy makers should adopt new legal policies to respond to the present and future developments of modern technologies in health, as well as e-Mental health. To analyse the impact of e-mental health on the right to health, additional research is necessary.


Fatemeh Kokabisaghi
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.

Iris Bakx
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.

Blerta Zenelaj
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.
Artikel

Access_open Het verdrag en het veld

Over mensenrechten, dwang en drang

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. dr. P. Ippel en dr. G. Blok
Auteursinformatie

Prof. dr. P. Ippel
Prof. dr. Pieter Ippel is hoogleraar rechtsgeleerdheid aan het University College Roosevelt te Middelburg en de Universiteit Utrecht. In 2016 is hij ook research fellow bij Tilburg University Law School.

dr. G. Blok
Dr. Gerco Blok is psychiater en geneesheer-directeur van Emergis, het centrum voor geestelijke gezondheidszorg in Zeeland.
Artikel

De nieuwe geschillenbeslechting in de zorg: (heel veel) superrechters gevraagd

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Wkkgz, buitengerechtelijke geschiloplossing, geschilleninstantie zorg, klachten- en geschillenregeling
Auteurs Mr. dr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wkkgz betekent een ingrijpende hervorming van het klacht- en geschilrecht in de gezondheidszorg. Per 1 januari 2017 is die regeling van kracht. De auteur schetst enkele activiteiten die op dit moment achter de schermen bij de direct betrokken partijen plaatsvinden. Daarnaast signaleert zij acht knelpunten van de Wkkgz en licht deze toe vanuit de theorie en de praktijk.


Mr. dr. E. Pans
Mr. dr. E. Pans is advocaat bij de Gezondheidszorggroep van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij de afdeling Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel is afgerond in juli 2016.
Artikel

Cannabis Social Clubs through the lens of the drug user movement

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Cannabis Social Clubs, supply, cannabis policy, self-organization, drug user movement
Auteurs Mafalda Pardal MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Cannabis Social Clubs (CSCs) are a model of non-profit production and distribution of cannabis among a closed circuit of adult cannabis users. The CSC model can thus be seen as a middle-ground option between prohibition and full (legal) commercialization. Initially founded in Spain during the 1990s, this form of collectives has emerged elsewhere in Europe (notably in Belgium), mainly as a result of grassroots initiatives and self-regulation. Uruguay remains the only jurisdiction to have legalized and regulated the CSC model. This paper discusses the goals and practices of CSCs against the backdrop of the drug user movement. Our goal is to draw a comparison to other drug users’ organizations and to identify knowledge gaps to be addressed in future research into CSCs. In this analysis, we rely on a review of the relevant literature in this field and on preliminary findings from an ongoing study examining CSCs in Belgium. A preoccupation with reducing the harms associated with drug use seems to be an underlying guiding principle for CSCs and other drug users’ organizations, but further research into CSCs’ practices is needed to understand whether and how those are implemented. We found other common points between the broader drug user movement and the efforts of CSCs, both in terms of potential pitfalls and areas for positive impact. We suggest that the model warrants additional attention from both the research and policy-making community.


Mafalda Pardal MSc
Mafalda Pardal, MSc, is onderzoekster en doctoraatskandidate aan het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek, Universiteit Gent, België). Momenteel werkt zij aan een driejarig onderzoeksproject rond de cannabis social clubs in België. Daarvoor werkte zij als analiste bij RAND Europe, waar ze onderzoek deed rond drugsbeleid, migratie en strafrechtelijk beleid.
Artikel

Toepassingsmogelijkheden van Quantified Self-data

Enkele voorbeelden uit de forensisch psychiatrische praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden quantified self-data, self-monitoring, technological devices, aggression treatment, forensic psychiatry
Auteurs Dr. C.H. de Kogel en Dr. L.J.M. Cornet
SamenvattingAuteursinformatie

    How many hours a night do I sleep? What is my average resting heart rate? How physical active am I during the day? Self-monitoring with help of technological devices, including smartphones, mobile applications and electronic sensors, allow individuals to quantify biometrics that they never knew existed. During the last decade, the ‘quantified-self’ movement has become popular among hobbyists, but also among professionals in the medical field. In this article the authors explore the potentials of quantified-self devices for the criminal justice setting. Could, for example, skin conductance measurements help to improve self-awareness among aggressive patients? And could biofeedback intervention with help of a mobile application serve as an alternative intervention program for those who are currently not responsive to traditional correctional therapy? On the other hand, what are the limitations and perhaps ethical concerns when implementing quantified-self devices in the criminal justice setting?


Dr. C.H. de Kogel
Dr. Katy de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. L.J.M. Cornet
Dr. Liza Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    The article takes as its point of departure some of the author’s multidisciplinary projects. Special attention is given to the question of whether the disciplines united in the various research team members already constituted a kind of ‘inter-discipline’, through which a single object was studied. The issue of how the disciplinary orientations of the research team members occasionally clashed, on methodological issues, is also addressed.
    The outcomes of these and similar multidisciplinary research projects are followed back into legal practice and academic legal scholarship to uncover whether an incorporation problem indeed exists. Here, special attention will be given to policy recommendations and notably proposals for new legislation. After all, according to Van Dijck et al., the typical role model for legal researchers working from an internal perspective on the law is the legislator.
    The author concludes by making a somewhat bold case for reverse incorporation, that is, the need for (traditional) academic legal research to become an integral part of a more encompassing (inter-)discipline, referred to here as ‘conflict management studies’. Key factors that will contribute to the rise of such a broad (inter-)discipline are the changes that currently permeate legal practice (the target audience of traditional legal research) and the changes in the overall financing of academic research itself (with special reference to the Netherlands).


Annie de Roo
Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Diversen

Over de eigen grenzen heen kijken

Een interview met drs. Frans Hiddema

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden innovatie, veiligheid, zorg, cultuurverandering, continuïteit van management
Auteurs Dr. Karin van Wingerde
SamenvattingAuteursinformatie

    Innoveren betekent lang niet altijd dat we het wiel opnieuw moeten uitvinden. Er valt veel te leren van de manier waarop andere disciplines of branches omgaan met veiligheid en toezicht. Maar hoe realiseren we dat lessen uit andere velden ook daadwerkelijk de weg naar het eigen beleid vinden? Daarover sprak Karin van Wingerde namens de redactie van Tijdschrift voor Toezicht met de heer Frans Hiddema. Frans Hiddema was tussen 1990 en eind 2013 voorzitter van de raad van bestuur van het Oogziekenhuis Rotterdam. Door inzichten uit het bedrijfsleven te vertalen naar de veiligheid in het ziekenhuis, groeide het Oogziekenhuis uit tot een internationaal centre of excellence. Cultuurverandering, continuïteit van het management en het veilig kunnen melden van fouten en afwijkingen blijken daarvoor belangrijke ingrediënten.


Dr. Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij is tevens lid van de redactie van TvT.
Redactioneel

Werkt het Nederlands deradicaliseringsbeleid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2013
Auteurs Frank Bovenkerk, Dianne van Hemert en Hani Quint
Auteursinformatie

Frank Bovenkerk
Prof. dr. Frank Bovenkerk is criminoloog en gepensioneerd hoogleraar Radicaliseringsstudies aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: f.bovenkerk@uva.nl.

Dianne van Hemert
Dr. Dianne van Hemert is senior onderzoeker bij TNO. E-mail: dianne.vanhemert@tno.nl.

Hani Quint
Drs. Hani Quint is als onderzoeker/docent verbonden aan het lectoraat Politieleiderschap en Diversiteit van de Politieacademie. E-mail: Hani.Quint@politieacademie.nl.
Article

Access_open Unity in Multiplicity: Shared Cultural Understandings on Marital Life in a Damascus Catholic and Muslim Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3/4 2013
Trefwoorden Syria, personal status law, Eastern Catholic law, patriarchal family, marital obligations
Auteurs Esther Van Eijk Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    Family relations in Syria are governed by a plurality of personal status laws and courts. This plurality manifests itself on a variety of levels, including statutory, communal and individual. In this article, the author argues that, albeit this plurality, Syrian personal status law is also characterised by the prevalence of shared, gendered norms and views on marital life. Based on fieldwork conducted in a Catholic and a shar’iyya personal status courts in Damascus in 2009, the author examines the shared cultural understandings on marital relationships that were found in these courts, and as laid down – most importantly – in the respective Catholic and Muslim family laws. The article maintains that the patriarchal family model is preserved and reinforced by the various personal status laws and by the various actors which operated in the field of personal status law. Finally, two Catholic case studies are presented and analysed to demonstrate the importance and attachment to patriarchal gender norms in the Catholic first instance court of Damascus.


Esther Van Eijk Ph.D.
Esther Van Eijk is a postdoc researcher at Maastricht University, The Netherlands. She recently defended (September 2013) her Ph.D. thesis entitled ‘Family Law in Syria: A Plurality of Laws, Norms, and Legal Practices’ at Leiden University, the Netherlands. This study is based on her PhD fieldwork (including interviews and participant observation) conducted in March-April 2008, and October 2008-July 2009 in Syria.
Artikel

Een herstelgerichte benadering van delinquenten met een psychische stoornis

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden resocialisatie, psychisch gestoorde delinquenten, herstelrecht, actieve verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. dr. Frans Koenraadt en Mr. dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Today’s risk based criminal justice policy leaves but little room to tune sentencing decisions to the individual offender’s mental capacities. As a result, sanctioning has become one-sided, being directed towards retribution. However, in the long run such a non-reciprocal concept of sanctioning, implying a denial of the need to facilitate rehabilitation, weakens the social fabric. Moreover, it holds a denial of citizenship towards (mentally ill) offenders. For the past decades, restorative justice has offered alternative solutions to deal with delinquency. Using informal procedures, taking into account peculiarities of the case, including the offender’s mental capacities, offenders are invited to take accountability for wrongful acts. A similar approach has been introduced within the field of mental health services, including the sector of the forensic mental health care. In response to the popular social biological model, a model of restorative treatment has been introduced, implying treatment to be directed towards reintegration, requiring active participation of the patient/offender. Bearing in mind the communalities between both models, we explore the potential of such a restorative citizenship based approach to better the integration of mentally disturbed offenders.


Prof. dr. Frans Koenraadt
Prof. dr. Frans Koenraadt is hoogleraar Forensische psychologie en psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur in het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en bij de FPK te Assen.

Mr. dr. Renée Kool
Mr. dr. Renée Kool is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht.

Dr. Erna Scholtes
Dr. H.H.M. (Erna) Scholtes MMC is bestuursadviseur bij Twynstra Gudde adviseurs en managers.
Artikel

Epidemiologische inzichten in het effect van letselschadeafwikkeling op herstel en de zoektocht naar mogelijkheden voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afwikkelingsproces, beleving van slachtoffer, herstel, re-integratie, communicatie
Auteurs Dr. N.A. Elbers en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar herstelbelemmerende factoren van de schadeafwikkeling en een experiment met een website om de schadeafwikkeling te verbeteren door empowerment van het slachtoffer. Een volledig verslag is te vinden in het proefschrift van N.A. Elbers, Empowerment of injured claimants. Investigating claim factors, procedural justice and e-health, 2013.


Dr. N.A. Elbers
Mevrouw dr. N.A. Elbers is psycholoog en onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

    Elbers et al. studied the impact of being involved in a compensation process on the health of the claimant/plaintiff. Although there is some evidence that being involved has a negative effect on health, there is contradictory evidence concerning the explanatory factors. The authors review various empirical studies, pinpoint the contradictory conclusions and analyse their methodological strengths and weaknesses. Studies concerning the influence of claim settlement processes on the wellbeing of claimants offer insights from which suggestions can be derived for improvement of the position of claimants.


Nieke Elbers
Nieke Elbers is neuropsychologist and post-doc researcher at the Faculty of Law at the VU University Amsterdam. She wrote her PhD thesis about empowerment of injured claimants, investigating claim factors, procedural justice, and e-health.

Arno Akkermans
Arno Akkermans is professor at the Faculty of Law at the VU University Amsterdam. His research interests concern the impact of law and legal procedure on the wellbeing and health of individuals, in the context of civil procedure in general, and of the settlement of personal injury claims in particular.

Pim Cuijpers
Pim Cuijpers is professor of clinical psychology and head of the Department of Clinical Psychology at the Faculty of Psychology and Education at the VU University Amsterdam. He is specialised in conducting randomised controlled trials and meta-analyses on prevention and psychological treatments of common mental disorders, especially depression and anxiety disorders.

David Bruinvels
David Bruinvels is an epidemiologist and occupational physician working at the Netherlands Society of Occupational Medicine (NVAB), the Netherlands Cancer Institute (NKI), and the VU University Amsterdam. His research concerns developing and investigating interventions to improve return to work.
Toont 1 - 20 van 36 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.