Zoekresultaat: 51 artikelen

x
Article

Access_open The Challenges for England’s Post-Conviction Review BodyDeference to Juries, the Principle of Finality and the Court of Appeal

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wrongful conviction, criminal justice, Criminal Cases Review Commission, Court of Appeal, discretion.
Auteurs Carolyn Hoyle
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1997, the Criminal Cases Review Commission of England, Wales and Northern Ireland has served as a state-funded post-conviction body to consider claims of wrongful conviction for those who have exhausted their rights to appeal. A meticulous organisation that has over its lifetime referred over 700 cases back to the Court of Appeal, resulting in over 60% of those applicants having their convictions quashed, it is nonetheless restricted in its response to cases by its own legislation. This shapes its decision-making in reviewing cases, causing it to be somewhat deferential to the original jury, to the principle of finality and, most importantly, to the Court of Appeal, the only institution that can overturn a wrongful conviction. In mandating such deference, the legislation causes the Commission to have one eye on the Court’s evolving jurisprudence but leaves room for institutional and individual discretion, evidenced in some variability in responses across the Commission. While considerable variability would be difficult to defend, some inconsistency raises the prospects for a shift towards a less deferential referral culture. This article draws on original research by the author to consider the impact of institutional deference on the work of the Criminal Cases Review Commission and argues for a slightly bolder approach in its work


Carolyn Hoyle
Carolyn Hoyle is Professor of Criminology at the Faculty of Law, University of Oxford, UK.
Redactioneel

Access_open Twintig jaar reflectie op herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2020
Auteurs Bas van Stokkom, Jacques Claessen en Ivo Aertsen
Auteursinformatie

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is als research fellow verbonden aan de het onderzoeksprogramma Staat en Recht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. www.basvanstokkom.eu

Jacques Claessen
Jacques Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Universiteit Maastricht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is redacteur van dit tijdschrift en hoofdredacteur van The International Journal on Restorative Justice.
Artikel

Access_open Teaching Comparative Law, Pragmatically (Not Practically)

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, oktober 2020
Trefwoorden comparative legal studies, legal education, pragmatism
Auteurs Alexandra Mercescu
Auteursinformatie

Alexandra Mercescu
Alexandra Mercescu, Ph.D is lecturer at the Department of Public Law, University of Timisoara, Romania.
Artikel

Drie modellen voor eigen schuld bij strafuitsluitingsgronden

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Culpa in causa, Actio libera in causa, Eigen schuld, Strafuitsluitingsgronden, Vollrausch
Auteurs Mr. R.H. (Robert) Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Nederlandse rechtspraktijk kan de rechter een beroep op een strafuitsluitingsgrond verwerpen als blijkt dat de verdachte een zekere mate van eigen schuld heeft, ondanks dat de (overige) voorwaarden zijn vervuld. In de literatuur worden bezwaren aangevoerd tegen deze pragmatische benadering en zijn alternatieve aansprakelijkheidsmodellen tot stand gekomen: eigen schuld als zelfstandig strafbaar feit en de actio libera in causa. In deze bijdrage worden beide modellen beschreven en vergeleken met de Nederlandse benadering.


Mr. R.H. (Robert) Jansen
Robert Jansen is docent/onderzoeker strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht promotieonderzoek naar culpa in causa in het stelsel van strafuitsluitingsgronden.
Artikel

Access_open Legal and Political Concepts as Contextures

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Concepts, Contextualism, Essentially Contested Concepts, Legal Theory, Freedom
Auteurs Dora Kostakopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    Socio-political concepts are not singularities. They are, instead, complex and evolving contextures. An awareness of the latter and of what we need to do when we handle concepts opens up space for the resolution of political disagreements and multiplies opportunities for constructive dialogue and understanding. In this article, I argue that the concepts-as-contextures perspective can unravel conceptual connectivity and interweaving, and I substantiate this by examining the ‘contexture’ of liberty. I show that the different, and seemingly contested, definitions of liberty are the product of mixed articulations and the development of associative discursive links within a contexture.


Dora Kostakopoulou
Dora Kostakopoulou is a member of the Scientific Committee of the Fundamental Rights Agency of the EU and Professor of European Union Law, European Integration and Public Policy at Warwick University.

    This article engages in a comparison of the regulation of PR in the Netherlands and the UK (specifically England and Wales). The latter is a good comparator as it operates a similar regulatory approach to the Netherlands, that of conditional acceptance of PR, the condition being (prior) consent. Furthermore, the UK boasts a more detailed and mature legal framework that continues to be tested through caselaw, and thus offers insight into how a regulatory approach conditional upon the (prior) consent of the deceased can fare.
    The article starts with a brief exposition of the new Dutch guidelines and the current legislative position in the Netherlands vis-à-vis posthumous reproduction (part II). Likewise, the relevant UK guidelines and legislative position are summarized (part III). This article draws out the similarities and differences between the two regimes, as well as engaging in a critical analysis of the regulations themselves. It then looks at how the UK regime has been challenged in recent years through caselaw in anticipation of the issues that might confront the Netherlands in future (part IV). The article concludes (part V) that the key lesson to be drawn from the UK experience is that clarity and consistency is crucial in navigating this ethically, emotionally, and time sensitive area. Further, that both the UK and the Netherlands can expect demand for more detailed and precise regulatory guidance as requests for the procedure increase, and within evermore novel circumstances.

    ---

    Dit artikel vergelijkt de regulering van postume reproductie (PR) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk (in het bijzonder Engeland en Wales). Laatstgenoemde is daarvoor zeer geschikt, aangezien het VK een vergelijkbare reguleringsbenadering heeft als Nederland, namelijk de voorwaardelijke acceptatie van PR, waarbij (voorafgaande) toestemming de voorwaarde is. Bovendien beschikt het VK over een gedetailleerder en volwassener juridisch kader dat continu wordt getoetst door middel van rechtspraak. Dit kader biedt daarmee inzicht in hoe een regulerende benadering met als voorwaarde (voorafgaande) toestemming van de overledene kan verlopen.
    Het artikel vangt aan met een korte uiteenzetting van de nieuwe Nederlandse richtlijnen en de huidige positie van de Nederlandse wetgever ten opzichte van postume reproductie (deel II). De relevante Britse richtlijnen en het wetgevende standpunt worden eveneens samengevat (deel III). Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen de twee regimes naar voren gebracht, met daarbij een kritische analyse van de regelgeving. Hierop volgt een beschrijving van hoe het VK de afgelopen jaren is uitgedaagd in de rechtspraak, daarmee anticiperend op vraagstukken waarmee Nederland in de toekomst te maken kan krijgen (deel IV). Tot slot volgt een conclusie (deel V) waarin wordt aangetoond dat de belangrijkste les die uit de Britse ervaring kan worden getrokken, is dat duidelijkheid en consistentie cruciaal zijn bij het navigeren door dit ethische, emotionele en tijdgevoelige gebied. En daarnaast, at zowel het VK als Nederland een vraag naar meer gedetailleerde en precieze regelgeving kunnen verwachten naarmate verzoeken om deze procedure toenemen, met daarbij steeds weer nieuwe omstandigheden.


Dr. N. Hyder-Rahman
Nishat Hyder-Rahman is a Post-doctoral Researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Molengraaff Institute for Private Law, Utrecht University.
Article

Access_open The Potential of Public Policy on Open Access Repositories

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden public policy, dissemination, governance, open access, repositories
Auteurs Nikos Koutras
SamenvattingAuteursinformatie

    To address the potential of public policy on the governance of OARs it is necessary to define what is meant by public policy and the importance of public policy in designing an efficient governance framework. Critical components are the subject matter of public policy and its objectives. Hence, it is useful to consider declarations, policies and statements in relation to open access practice and examine the efficiency of these arrangements towards the improvement of stakeholders’ engagement in governance of OARs. Secondly, policies relating to dissemination of scientific information via OARs should be examined. In this regard, it is relevant to consider the public policy basis for Intellectual Property (IP) laws that concerning the utility of OARs. Therefore, economic theories relevant with the role of IP laws should be examined. Such examination depicts to what extend these laws facilitate the utility of OARs. In order to specify justifications for the desirability of OARs the objectives of social theories should be also considered. Thus, there is consternation that without legal protection against copying the incentive to create intellectual property will be undermined. As scholarly communication infrastructure evolves, it is necessary to recognize the efforts of the relationship between Intellectual Property Rights (IPRs) and communication technologies in the context of public policy and after engagement with it. After employing such multilevel approach, the paper argues about a socio-economic framework to enhance the governance of OARs through public policy.


Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).
Artikel

Over de grenzen van de criminologie

Internationale betrekkingen en de criminologie van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden international criminology, international relations, international crimes
Auteurs dr. Maartje Weerdesteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists decided over the last few decades that it is important to study international crimes, meaning genocide, crimes against humanity and war crimes, from a criminological perspective. With the international community taking up the responsibility to protect populations from these crimes and the prominence of international criminal justice on the world stage, it is argued that international criminology should embrace international relations more as an important sub-discipline.


dr. Maartje Weerdesteijn
Dr. Maartje Weerdesteijn is universitair docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie en onderzoeker bij het Center for International Criminal Justice, Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.weerdesteijn@vu.nl.

    Legal doctrinal scholarship engages with the problems of legal practice: it systematizes, comments on, evaluates and debates what goes on in law. These activities do not occur in a vacuum: they are embedded in scholarly traditions and theories. This paper discusses the role of the theoretical frameworks used in legal research and has two related aims. First, it aims to provide some practical conceptualizations and guidelines regarding theoretical and normative frameworks that are useful to understand and conduct legal research. Second, it aims to investigate the relationships between different kinds of normative frameworks and their relationship to empirical work. In the second part, an argument is made for a pragmatist understanding of the interplay between normative theorizing and empirical study. How do these work together in judgments about the state of the law?


Sanne Taekema
Erasmus School of Law, Rotterdam; taekema@law.eur.nl.
Artikel

Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: een oplossing voor welk probleem ook alweer?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie, massaschade, schadevergoeding, collectieve actie, collectieve rechtshandhaving
Auteurs Prof. mr. I.N. Tzankova
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel werd ingevoerd als gevolg van de motie Dijksma, die de positie van belangenorganisaties in collectieve schadevergoedingsacties moest verbeteren. Terwijl het systeem van de exclusieve belangenbehartiger in combinatie met het voorgestelde opt-outregime vroeg in de procedure verweerders een grote dienst bewijst, doet het wetsvoorstel weinig voor de adequate financiering van collectieve acties, waardoor een tekort aan rechtsbescherming dreigt. De auteur pleit voor een wettelijke introductie van de ‘common fund’, gekoppeld aan de bevoegdheid voor de rechter om de ‘success fee’ voor de procesfinanciers te bepalen. Dit dient wel te worden geflankeerd door een passende opleiding en training van de rechters die over collectieve acties oordelen. Ook dient de registratieplicht te worden uitgebreid met rapportageplicht aan het einde van een collectieve actie of schikking.


Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is hoogleraar Global Dispute Resolution and Mass Claims aan Tilburg University en zelfstandig adviseur.
Artikel

Islam, Europa en de ‘joods-christelijke beschaving’

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Islam in Europa, joods-christelijke beschaving
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The term ‘Judeo Christian civilization’ dates from the second half of the twentieth century, but has of recent gained in popularity with politicians and policy makers. It seems to be no coincidence that this has a direct correlation with the debates on the position of Islam in Europe. This article is a critical assessment of the meanings of the various elements of this term: what is so Christian about European civilization, what is Judaism’s part therein, and what role does the Islam play? It is notable that one often considers this Judeo Christian ‘culture’ or ‘civilization’ as an uninterupted historical proces, while the second half of the twentieth century shows a clear rupture when it concerns values or the experience of religion. Also remarkable is that one often fails to make the differentiation between religion as a theological cult and as a culture carrier, or between the principles and the practice of a religion. As a consequence, the term ‘Judeo Christian civilization’ or ‘culture’ is being used in a very sloppy or selective manner, often with the purpose to exclude Islam.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Hij is afgestudeerd jurist en arabist, heeft drie jaar gewerkt als advocaat in Amsterdam, en heeft zeven jaar gewoond in het Midden-Oosten waar hij werkte als journalist en als onderzoeker op het gebied van islamitisch recht. Hij is senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Kalifaat en de islamitische staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden islamitische staat, Kalifaat, islam en democratie, Sharia
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    Islamic scripture provides no definition of the caliphate and the term ‘Islamic state’ was coined for the first time in 1941. Pakistan and Iran call themselves an ‘Islamic republic,’ and ISIS has named itself an ‘Islamic State’ headed by a caliph. For many Muslims the term represents an ideal of a society that is just, peaceful and prosperous. That looks more like a utopian dream. So what is this Islamic state exactly? In this article we will answer that question by means of three approaches: the tenets of Islam, the historical and modern reality, and the wishes of the modern Muslims.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Hij is afgestudeerd jurist en arabist, heeft drie jaar gewerkt als advocaat in Amsterdam en heeft zeven jaar gewoond in het Midden-Oosten, waar hij werkte als journalist en als onderzoeker op het gebied van islamitisch recht. Hij is senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Praktijk

De ‘governmentality’ van een lokaal prostitutieveld?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Prostitution, Policy, Morality, Governing, Empirical research
Auteurs Eelco van Wijk Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    Many scholars interpreted the lifting of the ban on brothels in 2000 (often called the legalization of prostitution) in The Netherlands, as a sign that selling sex was no longer deemed morally objectionable. Governing prostitution thus became primarily a technical matter of government. A task that, for a large part, was delegated to municipalities. However, nearly two decades later, the debate surrounding prostitution (policy) is still characterized by its moral tone of voice, and we lack insight into the strategies and techniques deployed by local governments. This raises two important questions. First, what actually happens in legalized local prostitution markets? Extant research, focusses too much on (changes in) national policy, and too little on what key actors (such as municipalities) are actually doing in local prostitution markets. Second, what is the role of moral aspects? When local actors are studied, insufficient attention is paid to the influence of moral issues. My PhD research addresses these two questions, by looking at the relationship between moral beliefs surrounding prostitution and the way in which local governments attempt to stabilize or change the modus operandi of a local prostitution market. It develops a theoretical framework combining field theory and Foucauldian governmentality concepts, and tries to shed light on the broader theme of the relation between morality and governing in late modern times.


Eelco van Wijk Msc
Eelco van Wijk is onderzoeker en docent aan de afdeling bestuurswetenschap en politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel

Rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad vergeleken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden nemo-teneturbeginsel, zwijgrecht, EHRM, Hoge Raad
Auteurs D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht zijn internationaal erkende onderdelen van het eerlijk-procesrecht. Deze rechten spelen een belangrijke rol in zaken waarin sfeercumulatie en/of -overgang bestaat van het bestuurs- en het strafrecht. Vaak gaat het dan om in een administratieve procedure verplicht afgelegde verklaring of overdragen document dat ook als bewijs voor een strafbaar feit in een strafzaak wordt gebruikt. De precieze betekenis van en afscheiding tussen het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht wordt al jaren bediscussieerd. Daarom wordt in dit artikel de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad met betrekking tot deze rechten vergelijken.


D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor LLM BSc is onderzoeker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld, docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Moving beyond the other

A critique of the reductionist drugs discourse

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2016
Trefwoorden drug use, drug users, drug policy, drug reform, media, discourse, the other
Auteurs Stuart Taylor
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper uses the UK as a vehicle through which to argue that a dominant reductionist drugs discourse exists which simplifies understandings of drug use and drug users leading to socio-cultural misrepresentations of harm, risk and dangerousness. It contends that at the centre of this discourse lies the process of othering – the identification of specific substances and substance users as a threat to UK society. Interestingly, within the wider context of global drug policy reform this othering process appears to be expanding to target a wider variety of factors and actors – those policies, research findings and individuals which contest normative notions, resulting in the marginalisation of ‘alternative voices’ which question the entrenched assumptions associated with drug prohibition. The paper concludes that there is a need for collective action by critical scholars to move beyond the other, calling for academics to be innovative in their research agendas, creative in their dissemination of knowledge and resolute despite the threat of being othered themselves.


Stuart Taylor
Stuart Taylor is senior lecturer in criminal justice in the School of Law at Liverpool John Moores University, UK.
Artikel

‘Dat het uwe Majesteit moge behagen de innigste wensch van een uwer onderdanen te vervullen’

Gratieverzoeken van vrouwen in de Rijkswerkinrichting 1886-1907

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden female vagrants, Beggars, Reprieve, State Labor Institution
Auteurs Drs. Marian Weevers
SamenvattingAuteursinformatie

    The files of the women in the State Labor Institution who submitted a request for reprieve showed that they were well aware of the prevailing discourses. They referred for example to their indispensability at home as mother and spouse. In case they were in the Institution for the first time and had no ‘unfavorable’ reputation they mainly succeeded. The main consideration to grant a pardon was the prospect of maintenance to prevent recurrence and consequently nuisance for society. Those who were seriously ill were pardoned because they could not work, the youngest residents to save them from the bad influence of their older inmates. Nevertheless many returned in the State Labor Institution.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is promovendus aan de Universiteit Leiden.
Editorial

Access_open Editors’ Introduction

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2015
Auteurs Rachel Herdy en Sanne Taekema
Auteursinformatie

Rachel Herdy
Rachel Herdy is Associate Professor at the Federal University of Rio de Janeiro Faculty of Law.

Sanne Taekema
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence at the Erasmus School of Law in Rotterdam.

    Pragmatism has become an established academic topic focused on an accepted canon of works and a number of seminal authors. There is something ironic about this fixation of the Pragmatist tradition. An anticipation of transience and embrace of adaptability runs through many of the classic works of Pragmatism. Nevertheless, there seems to be a tendency to fixate Pragmatism and freeze it in its classic iterations, especially with respect to its philosophy of scientific inquiry. The article seeks to retrieve the dynamics and adaptability the classical Pragmatists built into their notion of scientific inquiry. It seeks to illustrate the need for such flexibility with recent developments in the field of economics. When the financial crisis struck in 2007-2008, this involved more than the insolvency of a number of large banks. The crisis, at the very least, also involved the bankruptcy of a dominant economic model. It raised questions about the rationality of markets and the widespread faith in soft-touch regulation. It cast doubt on decades of neo-classical economic dogma that counseled small government, privatisation, and free markets. Neo-classical economics did not float free from other concerns. It informed notions about the role of the state, the limits of public policy, and the scope of democratic decision-making. Indeed, faith in rational, self-correcting markets affected debates in disparate disciplines like law, political science, philosophy, ethics, and history in many non-trivial ways. Hence, the financial crisis is also a crisis of scientific research.


Wouter de Been
Wouter de Been is assistant professor at the Erasmus School of Law, the Netherlands.

    The paper aims at justifying an interpretation of Dworkin’s theory of Law as Integrity that brings it closer to philosophical pragmatism despite his rejection of legal pragmatism. In order to achieve this aim, this work employs a classification of philosophical commitments that define pragmatism in a broad and in a narrow sense and shows that legal pragmatism follows the main thinkers of pragmatism in the narrow sense in committing to instrumentalism. The attribution of a pragmatist character to Dworkin’s theory of law rests on the idea that the adoption of a commitment to instrumentalism is not implicated by its adoption of other pragmatist commitments.


Thiago Lopes Decat
Thiago Lopes Decat, Ph.D., is Adjunct Professor at the Department of Propedeutic and Critical Disciplines of the Faculdade de Direito Milton Campos, Nova Lima, Brazil.
Toont 1 - 20 van 51 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.