Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 612 artikelen

x
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Ondermijnende criminaliteit laat zich niet onderscheppen noch aanhouden

Over de aanpak van georganiseerde misdaad en het belang van kennis

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ondermijning, Georganiseerde misdaad, Criminaliteitsbestrijding, Strafrechtsbeleid
Auteurs Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring, Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop en dr. R.A. (Robby) Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke, strafrechtelijke en integrale aanpak van georganiseerde misdaad maken overuren maakt. Aan actie van de zijde van het huidige kabinet en aandacht in de verkiezingsprogramma’s is op dit terrein geen gebrek. Enorme plannen voor versterking van de aanpak van ondermijning zagen het afgelopen jaar het licht. Maar is de focus goed? De auteurs gaan na wat er kan worden geleerd uit criminologisch onderzoek naar ondermijnende drugscriminaliteit.


Prof. dr. R.H.J.M. (Richard) Staring

Prof. dr. L.C.J. (Lieselot) Bisschop
De auteurs zijn verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

dr. R.A. (Robby) Roks
Annotatie

Goed nieuws: Hof van Justitie beschermt stakingsrecht voor de happy few

HvJ EU (Gerecht) 29 januari 2020, T-402/18 (Aquino e.a./Europees Parlement)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Recht op collectieve actie, Beperkingen bij wet voorgeschreven, Europese Unie, Ambtenarenrecht
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 januari 2020 vernietigde het Gerecht (Hof van Justitie) een bevel van het Europees Parlement als werkgever waarbij een aantal tolken en conferentietolken werd opgeëist. Het bevel kwam tot stand om het hoofd te bieden aan een staking. Het is de eerste maal dat het Hof van Justitie uitdrukkelijk erkent dat EU-ambtenaren een recht te staken hebben. Het arrest illustreert dat beperkingen van in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde grondrechten bij wet moeten zijn voorzien. Dit veronderstelt dat een duidelijke en voldoende nauwkeurige juridische grondslag moet bestaan. Deze bijdrage werpt licht op het weinig gekende stelsel van collectieve arbeidsverhoudingen binnen de Europese instellingen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Van tellen naar voorspellen - Sturen op risico’s met een voorspellend wiskundig model op basis van historische brandweerdata

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden chimney fires, prediction, spatial statistics, historical data, schoorsteenbranden
Auteurs Martine School, Maurits de Graaf, Marie-Colette van Lieshout e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper, we present a mathematical model for the prediction of chimney fires using data collected by the Twente safety region over the years 2004 up to 2015. The explanatory variables used are the number of inhabitants per areal unit of 500 by 500 metres, the daily mean temperature and an indicator variable for October. Spatially and temporally correlated noise is added to be able to capture latent factors such as human behaviour. The model is validated using the data over the years 2016 and 2017. The model is implemented as a dashboard on a public website and yields as output a hazard map for chimney fires in Twente based on the weather forecast for the coming six days. This way, the dashboard can be used for prevention and planning purposes.


Martine School
Tineke School is als Data Science Consultant werkzaam bij Dat.mobility. m.l.school@outlook.com

Maurits de Graaf
Maurits de Graaf is werkzaam als innovatiemanager bij Thales Nederland B.V., en als associate professor mathematics of operations research bij de Universiteit Twente. m.degraaf@utwente.nl

Marie-Colette van Lieshout
Marie-Colette van Lieshout is als senior onderzoeker werkzaam bij het CWI en als hoogleraar ruimtelijke stochastiek bij de Universiteit Twente. colette@cwi.nl

Emiel Sanders
Emiel Sanders is werkzaam als zelfstandig adviseur informatie gestuurd werken bij Sanders Consulting en Advies. emiel@sandersconsultingadvies.nl

Ron de Wit
Ron de Wit is brandweerofficier en als plaatsvervangend commandant brandweer werkzaam in de Veiligheidsregio Twente. r.dewit@brandweertwente.nl
Artikel

Access_open Waarom de islam en de moslimgemeenschap onmisbare bondgenoten zijn bij de bestrijding van terrorisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden islam, moslimgemeenschap, terrorisme, gemeenschapsinitiatief, rehabilitatie
Auteurs Prof. Tom Zwart
SamenvattingAuteursinformatie

    Terrorism can only be brought to an end if Islam and the Muslim community are enlisted as allies in combating it. Underlying militant jihadism is a violent interpretation of Islam which can best be challenged with the assistance of Islam and the Muslim community. Since the effects of the current state-led approach are questionable, while its criminal law component is close to exceeding the limits set by the rule of law and turns Muslims into a suspect community, it is important to test by way of a pilot whether an approach based on Islam can reap more promising results.


Prof. Tom Zwart
Prof. Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht, directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre van de Vrije Universiteit Amsterdam en lector Islam en maatschappelijke verbondenheid aan de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam.

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Artikel

Entrepreneurial Mass Litigation – Balancing the Building Blocks

Bespreking van het proefschrift van mr. I. Tillema

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden collectieve actie, procesfinanciering, massaschade, proceseconomie, geschilbeslechting
Auteurs Prof. mr. drs. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit proefschrift staat ‘Entrepreneurial mass litigation’ centraal. Dit is door Tillema gedefinieerd als ‘de (gedeeltelijke) financiering van de kosten van collectieve geschilbeslechting door een private partij, die hiervoor in ruil een deel van de opbrengst van de procedure ontvangt of een verhoogd vergoedingspercentage, beide alleen verschuldigd in geval van succes.’


Prof. mr. drs. T.M.C. Arons
Prof. mr. drs. T.M.C. Arons is hoogleraar Financieel Recht en Collectief Verhaalsrecht aan de Universiteit Utrecht. Hij is ook als juridisch adviseur verbonden aan de Vereniging van Effectenbezitters.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Article

Access_open The Influence of Strategic Culture on Legal Justifications Comparing British and German Parliamentary Debates Regarding the War against ISIS

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden strategic culture, international law, ISIS, parliamentary debates, interdisciplinarity
Auteurs Martin Hock
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an interdisciplinary comparison of British and German legal arguments concerning the justification of the use of force against the Islamic State in Iraq and Syria (ISIS). It is situated in the broader framework of research on strategic culture and the use of international law as a tool for justifying state behaviour. Thus, a gap in political science research is analysed: addressing legal arguments as essentially political in their usage. The present work questions whether differing strategic cultures will lead to a different use of legal arguments. International legal theory and content analysis are combined to sort arguments into the categories of instrumentalism, formalism and natural law. To do so, a data set consisting of all speeches with regard to the fight against ISIS made in both parliaments until the end of 2018 is analysed. It is shown that Germany and the UK, despite their varying strategic cultures, rely on similar legal justifications to a surprisingly large extent.


Martin Hock
Martin Hock is Research Associate at the Technische Universität Dresden, Germany.
Artikel

Vrijheidsontneming, penitentiaire beginselen en de eendentest

Over de aard van vreemdelingenbewaring

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden vreemdelingenbewaring, vrijheidsontneming, penitentiair recht, Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, visitatie isoleercel
Auteurs Mr. drs. Frans-Willem Verbaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, immigration detention is classified under administrative law. More precisely: it is a form of administrative coercion. But immigration detention is also deprivation of liberty, or a habeas corpus measure. This makes it the most far-reaching form of administrative coercion you can think of. The regime and house rules of immigration detention differ just a little from those of criminal deprivation of liberty. The draft bill on the Return and Detention Act provides some improvements. For asylum seekers that cause nuisance, there is the Enforcement and Supervision Location, where the foreign national is given an area restriction and must remain within the municipal boundaries. Due to the liberty restrictions, immigration detention should always be the last resort.


Mr. drs. Frans-Willem Verbaas
Mr. drs. F.W. Verbaas is advocaat bij Collet Advocaten Alkmaar. Hij is mensenrechtenadvocaat en gespecialiseerd in penitentiair recht en vreemdelingenrecht, waaronder vreemdelingenbewaring.
Artikel

Access_open ‘Ik verblijf in een gevangenis, daar is niets moreels aan.’ Ervaren procedurele rechtvaardigheid bij binnenkomst in vreemdelingenbewaring.

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden procedurele rechtvaardigheid, legitimiteit, vreemdelingenbewaring, binnenkomstprocedure, vreemdelingen
Auteurs Nicolien de Gier MSc, Mieke Kox MA, Prof. mr. dr. Miranda Boone e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Qualitative research in an immigration detention center in the Netherlands shows that detained unauthorized migrants consider the entry procedure in Immigration Centre Rotterdam procedurally just. These migrants are generally positive on the fairness of the entry procedure as their safety and welfare are guaranteed and existing procedural justice criteria are respected. However, they believe that immigration detention in itself is illegitimate and that they do not deserve to be detained. This shows that the focus on procedures and interactions is insufficient to understand the perceived legitimacy of immigration detention if shared values and consent with the legal basis of immigration detention are lacking.


Nicolien de Gier MSc
C.N. de Gier MSc is docent Criminologie bij de Universiteit Leiden.

Mieke Kox MA
M.H. Kox MA is postdoc Sociale Geografie bij de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie bij de Universiteit Leiden.

Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is universitair docent Erasmus School of Law bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Werk in uitvoering

Herstelrecht op het terrein van verkeersongevallen.

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden restorative justice, motor vehicle accidents, victimology, personal injury settlement
Auteurs Iris Becx MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Those involved in a motor vehicle accident often have emotional needs that are not being met within the current framework of personal injury settlement. These needs include sharing one’s (side of the) story, getting in touch with the other person(s) involved and offering or receiving apologies. Following Nils Christie’s theory of ‘stolen’ conflicts, the fact that the people involved are often represented by lawyers or insurance companies is problematic because it alienates them from each other and it thwarts proper recovery. Incorporating restorative justice could offer a solution to this ‘theft’ of conflict, as it focuses on bringing all involved together to restore any of the harm done by concentrating on their needs. The central question to this dissertation is: how can restorative justice play a role in the sustainable resolution of conflicts after motor vehicle accidents so that the current insurance and liability system can better meet the immaterial needs of victims and perpetrators? Via several projects, the role of lawyers and insurance companies is studied. How beneficial or adversarial are their influences on victims and offenders? And can they incorporate restorative justice in their practice? The first publication is expected at the end of this year.


Iris Becx MSc
Iris Becx is victimoloog en is promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Ze volgde de masterstudie Victimology and Criminal Justice aan Tilburg University.
Article

Access_open Mechanisms for Correcting Judicial Errors in Germany

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden criminal proceedings, retrial in favour of the convicted, retrial to the disadvantage of the defendant, Germany, judicial errors
Auteurs Michael Lindemann en Fabienne Lienau
SamenvattingAuteursinformatie

    The article presents the status quo of the law of retrial in Germany and gives an overview of the law and practice of the latter in favour of the convicted and to the disadvantage of the defendant. Particularly, the formal and material prerequisites for a successful petition to retry the criminal case are subject to a detailed presentation and evaluation. Because no official statistics are kept regarding successful retrial processes in Germany, the actual number of judicial errors is primarily the subject of more or less well-founded estimates by legal practitioners and journalists. However, there are a few newer empirical studies devoted to different facets of the subject. These studies will be discussed in this article in order to outline the state of empirical research on the legal reality of the retrial procedure. Against this background, the article will ultimately highlight currently discussed reforms and subject these to a critical evaluation as well. The aim of the recent reform efforts is to add a ground for retrial to the disadvantage of the defendant for cases in which new facts or evidence indicate that the acquitted person was guilty. After detailed discussion, the proposal in question is rejected, inter alia for constitutional reasons.


Michael Lindemann
Michael Lindemann is Professor for Criminal Law, Criminal Procedure and Criminology at the Faculty of Law of Bielefeld University, Germany.

Fabienne Lienau
Fabienne Lienau is Research Assistant at the Chair held by Michael Lindemann.
Discussie, Nieuws en Analyse

De strafbaarstelling van gebruikers

Een onderzoek naar de legitimiteit en rechtvaardigheid van strafbaarstelling van harddrugsgebruik

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Drugsgebruik, Legitimiteit, Rechtvaardigheid, Criteria voor strafbaarstelling, Strafbaarstelling
Auteurs Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van ontwrichtende criminaliteit ontstaat steeds meer aandacht voor de gebruikerskant. Zo ook voor de harddrugsgebruiker, die een ontwrichtende invloed op de samenleving heeft. Dit artikel beantwoordt daarom de vraag of strafbaarstelling van harddrugsgebruik legitiem en rechtvaardig is. Teneinde deze vraag te beantwoorden wordt getoetst aan de criteria voor strafbaarstelling en worden de argumenten die ten grondslag liggen aan de strafbaarstelling van de prostituant die misbruik maakt van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel ter inspiratie gebruikt.


Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
Yamit Hamelzky is docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

C. Gibbes LL.M.
C. Gibbes LL.M. is werkzaam als wetgevingsjurist bij de afdeling Juridische Zaken & Wetgeving van het Ministerie van Algemene Zaken van Sint Maarten.


Claire Toumieux
Claire Toumieux and Susan Ekrami is partner at Allen & Overy LLP in Paris, www.allenovery.com.

Susan Ekrami
Susan Ekrami is a senior associate with Allen & Overy LLP in Paris, www.allenovery.com.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Access_open Kenmerken van kunstcriminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden art theft, history of art theft, organized crime, motives for stealing, international networks
Auteurs Noah Charney
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to provide an introduction to art theft today. It is divided into sections that look at the context in which art is stolen, definitions of key terms, an explanation as to why the field is understudied and under-reported, and a brief history of the phenomenon. It also contains sidelines on actual developments like the theft of a Van Gogh painting from the Singer Laren Museum in the Netherlands as well as on the drop of art theft since the start of the Corona pandemic.


Noah Charney
Dr. N. Charney is als adjunct-professor Kunstgeschiedenis verbonden aan de American University of Rome en de universiteit van Ljubljana. Hij is de oprichter van ARCA, the Association for Research into Crimes against Art (www.artcrimeresearch.org).
Article

Access_open Exoneration in Sweden

Is It Not about Time to Reform the Swedish Model?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wrongful convictions, extraordinary legal remedy, exoneration, exoneration in Sweden
Auteurs Dennis Martinsson
SamenvattingAuteursinformatie

    This article reviews exoneration in Sweden, with a focus on the procedure of applying for exoneration. First, it highlights some core features of Swedish criminal procedural law, necessary to understand exoneration in the Swedish context. Secondly, it outlines the possibilities in Swedish law to apply for exoneration, both in favour of a convicted person and to the disadvantage of a previously acquitted defendant. Thirdly, it identifies some challenges with the current Swedish model of administering applications for exoneration. Fourthly, it argues that the current system should be reformed by introducing into Swedish law a review committee that administers applications for exoneration.


Dennis Martinsson
Dennis Martinsson is Assistant Professor in the Department of Law of Stockholm University in Sweden.
Toont 1 - 20 van 612 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.