Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 949 artikelen

x

Willem Heemskerk
Mr. W. Heemskerk is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Access_open Hoger beroep en cassatie in een collectieve actie op grond van de WAMCA: een blik vooruit

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2021
Trefwoorden class action, massaschade, afwikkeling, exclusieve belangenbehartiger, rechtsmiddel
Auteurs Elselique Hoogervorst, Carla Klaassen en Albert Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan het instellen van een rechtsmiddel in een WAMCA-procedure is weinig aandacht besteed in de parlementaire geschiedenis en literatuur. In deze bijdrage wordt een aantal vragen met betrekking tot hoger beroep en cassatie in een collectieve actie besproken, zoals welke partijen een rechtsmiddel kunnen instellen, wat rechtens is als niet door of tegen alle partijen hoger beroep wordt ingesteld, tegen welke beslissingen een rechtsmiddel kan worden ingesteld, welke complicaties tussentijds hoger beroep meebrengt en of de bijzondere procedureregels van titel 14A Rv ook in hoger beroep en cassatie moeten gelden. Geconcludeerd wordt dat nadere wetgeving gewenst is.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff.

Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar Burgerlijk recht en Burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Albert Knigge
Mr. A. Knigge is advocaat en partner bij Houthoff.
Uit de wetgevingspraktijk

Het toetsingskader ‘Digitalisering en wetgeving’

Een nieuwe impuls voor wetgevingstoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden techniekafhankelijke wetgeving, uitvoering, algoritme, ICT, privacy
Auteurs G.H. Evers, G.J. van Midden en L.H.M. Weesing-Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitaliseringsvraagstukken zijn voor de wetgever een zekere worsteling, omdat het vaak lastig is vooraf te overzien op welke wijze digitaliseringsaspecten moeten worden geadresseerd in wet- en regelgeving. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft daarom, in aanvulling op haar algemene toetsingskader, een specifiek op digitalisering gericht toetsingskader gepresenteerd. Binnen de drie onderdelen van het kader – de beleidsanalytische, de juridische en de wetstechnische toets – wordt een aantal vraagpunten benoemd dat vanwege de digitaliseringsdimensie aandacht behoeft. Door aan te geven hoe zij zelf digitaliseringsaspecten weegt en toetst in haar advisering heeft de Afdeling een nieuwe impuls willen geven aan de discussie over wetgevingstoetsing in het digitale tijdperk. In dit artikel wordt het kader toegelicht en in de context van de bredere discussie rondom digitalisering en wetgeving geplaatst.


G.H. Evers
G.H. (Jenneke) Evers LLM MA is wetgevingsadviseur bij de directie Advisering van de Raad van State.

G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is coördinerend specialistisch adviseur bij de directie Advisering van de Raad van State.

L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is sectorhoofd bij de directie Advisering van de Raad van State.
Artikel

Spraakmakende zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2021
Auteurs Nathalie de Graaf en Erik van der Burgt
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Erik van der Burgt
Beeld
Media

Goed, beter, Van Dam!

Boekbespreking Aansprakelijkheidsrecht (Cees van Dam, 2020)

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. H. de Hek
Auteursinformatie

Mr. H. de Hek
Bert de Hek is senior raadsheer bij het hof Arnhem-Leeuwarden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade: een poging tot plaatsbepaling van een moving target

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden rechtsmacht, lokaliseren vermogensschade, art. 7 lid 2 Brussel I bis-Verordening, Brussel I bis-Verordening, VEB/BP
Auteurs Mr. B.F.L.M. Schim, Mr. D.J. Verheij en Mr. F.E. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest VEB/BP voegt een nieuwe loot toe aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over het Erfolgsort bij zuivere vermogensschade. Dit arrest is aanleiding om de rechtspraak van het Hof over het Erfolgsort te bespreken vanuit de invalshoek van de grondslagen van art. 7 punt 2 Brussel I bis-Vo, die fungeren als ijkpunten bij de uitleg van die bepaling.


Mr. B.F.L.M. Schim
Mr. B.F.L.M. Schim is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. D.J. Verheij
Mr. D.J. Verheij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Column

Digitale revolutie

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2021
Auteurs Najima Khan

Najima Khan

Lex van Almelo

Kees Pijnappels

Daphne van Dijk

Veeru Mewa
Veeru Mewa is slachtofferadvocaat bij VictimFirst Advocaten te Hoofddorp.
Artikel

Hoe maken we de taal van de rechtspleging genderneutraal?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Genderneutrale taal, Gender en recht, Wetgeving, Gelijkheid, Inclusiviteit
Auteurs Mr. W.H. (Willem) Jebbink en mr. R.E. (Rosa) van Zijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook nu nog, ver in de 21ste eeuw, is de taal van de rechtspleging niet inclusief. De Hoge Raad verwijst in zijn arresten bijvoorbeeld naar functionarissen en procesdeelnemers met louter mannelijke verwijswoorden, en beoordeelt het optreden van de raadsvrouwe met wat van de raadsman mag worden gevergd. In wetenschappelijke artikelen is eveneens de mannelijke vorm de norm voor het aanduiden van algemeenheden. Dat geldt ook voor wetteksten. Deze mannelijke dominantie in juridische taal is ongetwijfeld een cultureel verschijnsel, maar heeft geen basis meer in de huidige samenleving. Hoe kunnen we bereiken dat taal in de rechtspraktijk ‘inclusiever’ wordt?


Mr. W.H. (Willem) Jebbink
Willem Jebbink is advocaat bij Jebbink Soeteman Advocaten in Amsterdam.

mr. R.E. (Rosa) van Zijl
Rosa van Zijl is advocaat bij Jebbink Soeteman Advocaten in Amsterdam.
Actualia

Procedurele aspecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2021
Auteurs Mr. T. de Vette

Mr. T. de Vette
Artikel

Procesfinancieringseisen in de Richtlijn representatieve vorderingen en de WAMCA

Niets nieuws onder de zon of werk aan de winkel voor de Nederlandse wetgever?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2021
Trefwoorden collectieve actie, massaschade, ontvankelijkheid, procesfinanciering, implementatie
Auteurs Mr. A.J. Meijerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel analyseert de auteur de ontvankelijkheidseisen voor belangenorganisaties ten aanzien van procesfinanciering in collectieve acties in de Richtlijn representatieve vorderingen en de WAMCA. De auteur concludeert dat de gestelde procesfinancieringseisen in beide wetgevingsinstrumenten verschillen en plaatst enkele kanttekeningen bij het op 1 mei 2021 ter consultatie aangeboden voorontwerp dat strekt tot implementatie van de Richtlijn.


Mr. A.J. Meijerink
Mr. A.J. Meijerink is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Access_open Als wetgeving niet zwart of wit is, maar grijs

Strategieën van professionals en burgers om met ambiguïteit in de Wmo 2015 om te gaan

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Tailor-made social support, Discretionary space, Role-ambiguity, Coping strategies, Multi-actor network
Auteurs Eline Marie Linthorst en Lieke Oldenhof
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we study a case of responsive law, i.e. the Dutch Social Support Act, which entails the open norm to provide tailored support as the antithesis of universal ‘one-size-fits-all-solutions’. Rather than assessing clients’ needs based on check lists, street-level bureaucrats are expected to jointly explore fitting solutions in dialogue with citizens during a so-called kitchen table talk. The space to tailor support to the individual situation, however, creates ambiguity about the interpretation of this open norm and conflicting expectations with regard to stakeholders’ roles. This role-ambiguity is not only situated in the interaction between professional and citizen at the kitchen table, but is nested in a multi-actor network of policy makers, frontline workers, clients of social support, lawyers and judges. In this article we zoom in on this network to investigate how multiple stakeholders cope with ambiguity regarding the interpretation of the open norm and each other’s roles. The conducted qualitative study (observations, interviews and document analysis) provides revealing insights into the strategies employed by multiple actors when role-ambiguity emerges, including strategies of standardization, proto professionalization and objectification. These strategies cannot be seen in isolation from one another and their interaction results in the unintended effect of more rules and administrative burden and less discretionary space for tailored support. Based on these findings we argue that mutual trust and insights into the various roles within this network is of great importance in order to prevent rule-reflex. In addition, professionals should be better equipped to conduct open dialogues about what constitutes appropriate support with the client. Finally, sufficient financial leeway is needed for municipalities so that they are not forced to constantly seek the legal boundaries of what can be regarded as the minimum variant of social support.


Eline Marie Linthorst
Eline Linthorst is promovenda en docent bij de sectie Law & Health Care van Erasmus School of Health Policy & Management en lid bezwaarschriftencommissie Rotterdam (Participatiewet en Wmo 2015). Haar onderzoek is gericht op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de wijze waarop maatwerk als open norm in de praktijk uitwerkt.

Lieke Oldenhof
Lieke Oldenhof is universitair hoofddocent antropologie van de veranderende verzorgingsstaat bij de sectie Health Care Governance van Erasmus School of Health Policy & Management. Zij voert in het kader van haar Veni-beurs ‘Maatwerk of willekeur aan de keukentafel’ kwalitatief onderzoek uit naar keukentafelgesprekken.
Artikel

Tussen partijautonomie en ­ongelijkheidscompensatie: hoe kantonrechters omgaan met niet-vertegenwoordigde partijen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Self-representation, Party autonomy, Equality of arms, Judging, Civil procedure
Auteurs Jos Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the impact of the (increasing) possibility for parties in Dutch civil cases to litigate without the guidance of a legal aid provider on Dutch civil procedure. It analyses the extent to which such self-representation influences the role of the judge in the context of Dutch subdistrict court procedures, where representation is not mandatory. Through empirical data, collected through semi-structured interviews with 26 subdistrict judges, more insight is gained into the dilemmas that the lack of representation of parties presents to judges, and the ways in which they deal with these dilemmas. The interviews show how judges seek a balance between their role as neutral arbitrator in a dispute and a more active role necessitated by parties not being represented by a legal aid provider. In doing so, they navigate between process and content. Within this dynamic, judges must constantly balance the trade-off between acting more actively to gather sufficient information for a substantive handling and assessment of the case, on the one hand, and safeguarding the limits of party autonomy and their own (perceived) neutrality, on the other. Full party autonomy is viewed by judges as unrealistic and, moreover, contrary to truth-finding.


Jos Hoevenaars
Jos Hoevenaars is postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit onderzoek maakt deel uit van het ERC consolidator project ‘Building EU Civil Justice: challenges of procedural innovations – bridging access to justice’ (Grant Agreement No.726032), www.euciviljustice.eu.
Artikel

Rechtspleging in jeugdbeschermingszaken tijdens de coronacrisis

Een verslag van lopend onderzoek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2021
Trefwoorden vulnerable litigants, youth protection law, fundamental rights, procedural justice, remote justice
Auteurs Eddy Bauw, Yasemin Glasgow, Anne Janssen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reports on an ongoing study into the impact of the COVID pandemic on the rights of vulnerable litigants in the handling of court cases concerning supervision orders and custodial placements of juveniles. The research is based on interviews with judges, lawyers and other professionals in the youth protection chain and a survey among litigants. The central question is whether the handling of these cases should be considered acceptable from the perspective of procedural and fundamental rights. In addition, the procedural justice experienced by litigants is examined. The preliminary results, based on desk research and interviews, is that of varyingly successful improvisations with telephone and digital hearings, in which procedural and fundamental rights could not be fully realized. This is mainly due to technical problems and the complexity of judicial case management under these circumstances. The interviewees differed about whether the bottom of what is acceptable was reached and how often this was the case. The final report will take stock of this and draw lessons for the future.


Eddy Bauw
Prof. dr. mr. E. Bauw is hoogleraar Privaatrecht, voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Yasemin Glasgow
Mr. Y.K. Glasgow is junior onderzoeker bij het Centrum voor Migratierecht en Rechtssociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen en afgestudeerd in de master Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.

Anne Janssen
A.A.A. Janssen is als student-assistent verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en is in de afrondende fase van de Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht.

Marc Simon Thomas
Dr. mr. M.A. Simon Thomas is universitair docent Rechtssociologie en onderzoeker bij het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Post-Keskin: enkele reflecties op de nieuwe lijn van de Hoge Raad inzake de uitoefening van het ondervragingsrecht

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Getuigenverzoeken, Bewijsgebruik, Ondervragingsrecht, Eerlijk proces, Keskin
Auteurs Mr. dr. M.J. (Marieke) Dubelaar en Dr. K.M. (Kelly) Pitcher
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 april 2021 heeft de Hoge Raad naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin zijn jurisprudentie ten aanzien van de eisen die aan verzoeken tot het horen van getuigen bijgesteld. Het arrest laat echter ook een aantal vragen onbeantwoord die vanuit het perspectief van verdragsconformiteit van belang zijn. Dit artikel behelst een nadere reflectie op de lijn van de Hoge Raad zoals uiteengezet in het post-Keskin arrest, waarin getracht wordt zaken op te helderen en in breder perspectief te plaatsen.


Mr. dr. M.J. (Marieke) Dubelaar
Marieke Dubelaar is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit.

Dr. K.M. (Kelly) Pitcher
Kelly Pitcher is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.

Jeroen Veldhuis
Jeroen Veldhuis is advocaat bij Visser & Van Solkema Advocaten en aangesloten bij de Vereniging van Incasso- en Procesadvocaten.

Kees Pijnappels

Jiri Büller
Beeld
Toont 1 - 20 van 949 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 47 48
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.