Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 553 artikelen

x
Jurisprudentie

Rechtspraak; nemo tenetur en de smartphone

Noot bij Rb. Noord-Holland 28 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1568

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Nemo tenetur-beginsel, vormverzuim, proportionaliteit, subsidiariteit, Wils(on)afhankelijk bewijsmateriaal
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    In casu mochten opsporingsambtenaren de verdachte boeien en via zijn vingerafdruk diens iPhone ontsluiten. Deze handelwijze en het gebruik van het aldus verkregen bewijsmateriaal is niet in strijd met het nemo tenetur-beginsel, noch met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, cassatieadvocaat bij Wladimiroff Advocaten, Den Haag en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

De predispositie van de verdachte bij het stelen van een lokfiets: creëert de gelegenheid de dief?

Noot bij HR 12 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:149

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Tallon-criterium, Lokmiddelen, Lokfiets, Uitlokverbod, 6 EVRM
Auteurs Mr. W. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de bestendige rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat opsporingsambtenaren op basis van de algemene taakstellende bevoegdheden in beginsel bevoegd zijn tot het inzetten van bepaalde lokmiddelen, mits deze inzet binnen de grenzen van het Tallon-criterium blijft. De verdachte mag zodoende niet door het optreden van de opsporingsambtenaar worden gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds van tevoren was gericht. De vraag die naar aanleiding van de onderhavige uitspraak echter kan worden gesteld, is of de verdachte nog wel een voldoende toereikend beroep kan doen op de rechtsbeschermende waarde die het Tallon-criterium – in het kader van de inzet van niet-menselijke lokmiddelen – beoogt te bieden.


Mr. W. Albers
Mr. W. (Willemijn) Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.
Artikel

Een nieuwe Aanbeveling van de Raad van Europa: naar een duurzame verankering van het herstelrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aanbeveling van de Raad van Europa, Recommendation No. R(99)19, Herstelrecht in strafzaken, strafproces
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents and critically discusses a new Recommendation on restorative justice (CM/Rec(2018)8) that was adopted on 3 October 2018 by the Committee of Ministers of the Council of Europe. This new regulation builds on the previous Recommendation No. R(99)19 on mediation in penal matters and recommends the governments of the 47 member States of the Council of Europe the adopt and implement the principles of restorative justice as described in the Appendix of the new Recommendation. These guidelines apply to national authorities and national agencies in general, and to judges, public prosecutors, police, prisons, probation, juvenile justice agencies, victim support services and restorative justice services in particular. The article presents the origins of the Recommendation, its contents and its meaning for restorative justice developments in Europe and beyond.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is professor herstelrecht en victimologie aan de KU Leuven en redactielid van dit tijdschrift.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Kroniek

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2019
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

De professionele voetballer en de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Sporter, Ontslagrecht, Ontslagvergoeding, FIFA
Auteurs Mr. dr. Roberto Branco Martins
SamenvattingAuteursinformatie

    Contractstabiliteit in het internationale voetbal versus de vergoeding bij de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de voetballer. De auteur gaat in op de eigenaardigheden van dit onderwerp en concludeert dat een intro van een objectieve rekenmethode de gelijkheid tussen werkgever en werknemer meer in balans brengt.


Mr. dr. Roberto Branco Martins
Roberto Branco Martins is advocaat bij BMDW Advocaten en als docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het punitieve karakter van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG)

Een analyse aan de hand van het begrip criminal charge ex artikel 6 lid 1 EVRM

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden EMG, Huftercursus, Snelheidscursus, Vorderingsprocedure
Auteurs Victor Huurman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the punitive aspects of the Dutch ‘Educational Measure Behaviour and traffic’ rehabilitation course (EMG), thereby using the criminal charge concept (article 6 ECHR) and the alcohol interlock case law as indicators for the level of punitivity. As of 2009, Dutch drivers whom (repeatedly) commit traffic violations may be subjected to an EMG. Failing this course can cause a driver to have his or her driving licence suspended. The Dutch Driving Test Organization (CBR) lacks the possibility to take any individual circumstances into account. The question then arises as to whether the EMG may have a disproportionate impact in certain cases. It is argued that the imposition of the EMG predominantly qualifies as a criminal charge, requiring an extension of the current regime of legal protection. It is furthermore argued that the dominant position of the police officer who makes an EMG report should be reconsidered.


Victor Huurman
Victor Huurman is student Straf- en strafprocesrecht en Staats- en bestuursrecht te Leiden.
Artikel

Een Europees Openbaar Ministerie: kansen en risico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie (EOM), Europese Unie (EU), Forumshoppen, Telefoontappen
Auteurs Mr. Tom Huisjes
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2020, the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) will be operational. The EPPO will be tasked with investigating, prosecuting and bringing to judgement criminal offences against the EU budget. The substantive competence of the EPPO could in the future be extended to terrorism and other serious cross-border crimes. This article will first describe the background, structure and competences of the future EPPO. Then the procedural guarantees will be discussed and the problem of ‘forum shopping for evidence’. This problem entails that the choice in which Member State to conduct an investigative measure could be made on the basis of the less stringent rules in that Member State regarding, for example, the right to privacy. The article will end with a proposal on how to prevent forum shopping for evidence.


Mr. Tom Huisjes
Mr. Tom Huisjes heeft de master Europees Recht afgerond en volgt momenteel de master Strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Faillissementsfraude: een queeste naar remedies voor gedupeerden in België

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden faillissementsfraude, bestuursaansprakelijkheid, schuldeiserscontrole, financieringsproblematiek
Auteurs Mr. R. Verheyden
SamenvattingAuteursinformatie

    In faillissementen met een sterk maatschappelijk belang en/of waarbij er kennelijke aanwijzingen zijn van fraude moet het Openbaar Ministerie het onderzoek voeren in België. De curator heeft daarbij een ondersteunende rol, maar moet ook in andere gevallen door de rechter-commissaris gedwongen kunnen worden onderzoek te verrichten. Bij lege boedels moet de Staat de procedurekosten dragen.


Mr. R. Verheyden
Mr. R. Verheyden is doctoraatsbursaal bij het Instituut voor Handels- en Insolventierecht van de KU Leuven.
Serie-artikel

Access_open Het concept-Wetsvoorstel Instituut mijnbouwschade Groningen nader bekeken

Een artikel in de serie ‘Aardbevingen in Groningen en het vermogensrecht’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden mijnbouwschade, schadevergoedingsrecht, regelgeving, aansprakelijkheidsrecht, bestuursrecht
Auteurs Mr. dr. J.E. van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het concept-Wetsvoorstel Instituut mijnbouwschade Groningen, dat een exclusieve publieke regeling voor het vergoeden van alle soorten schade door gaswinning in Groningen in het leven wil roepen, kritisch tegen het licht gehouden. Zal het wetsvoorstel de eerder gerezen problemen voor gedupeerden kunnen oplossen? Leidt publieke schadeafwikkeling niet tot nieuwe problemen?


Mr. dr. J.E. van de Bunt
Mr. dr. J.E. van de Bunt is universitair docent privaatrecht bij Tilburg University en zelfstandig adviseur op het gebied van schadefondsen.
Artikel

‘Wetgevingsjuristen zijn cynische mensen’; toetsing van de wetgevingstoetsing

Reactie op: R.A.J. van Gestel, ‘Wetgeving en de toets der kritiek’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Auteurs Drs. H.E. Woldendorp
Auteursinformatie

Drs. H.E. Woldendorp
Drs. H.E. (Hans) Woldendorp is wetgevingsjurist bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2017-2018

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2019
Auteurs Robert Hendrikse en Leonie Rammeloo

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam. Hij specialiseert zich in het recht van de intellectuele eigendom en cassatie.
Wetenschap en praktijk

Accountant en fraude

Enige beschouwingen naar aanleiding van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden accountant, fraude, aansprakelijkheid, zorgplicht, tuchtrecht
Auteurs Mr. J.E. Brink-van der Meer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of een accountant wordt geacht fraude te ontdekken bij een wettelijke controle in de zin van art. 2:393 BW. De problematiek wordt besproken aan de hand van de uitspraken inzake de aansprakelijkheidstelling van PwC in haar hoedanigheid van accountant van de Fairfield-fondsen. De auteur staat uitvoerig stil bij de zorgplicht van de accountant. Hierbij is relevant of de accountant de controle van de jaarrekeningen heeft uitgevoerd, zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam controlerend accountant mag worden verwacht. Voorts wordt uitgewerkt in hoeverre de civiele rechter betekenis mag toekennen aan het oordeel van een tuchtrechter.


Mr. J.E. Brink-van der Meer
Mr. J.E. (Annelies) Brink-van der Meer is docent Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en zal op 23 januari 2019 haar proefschrift inzake accountantsaansprakelijkheid verdedigen.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Modernisering van de beklagregeling ex artikel 12 Sv: ‘Full dress’ voor het slachtoffer?

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden klachtprocedure artikel 12 Sv, slachtofferrechten in het vooronderzoek, grondslagen, vervolgingsmonopolie
Auteurs Dr. R.S.B. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van de Wet Versterking Slachtoffers (VPS, 2010) hebben slachtoffers rechten gekregen waarmee zij inbreng kunnen hebben in het vooronderzoek. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om bij het uitblijven van vervolging of opsporing een klaagschrift in te dienen bij het hof in het kader van de artikel 12 Sv-procedure. Het voornemen van de minister is deze regeling te verruimen, onder andere om de staande jurisprudentie te codificeren. Hoewel de verruiming inhoudelijk bijval verdient, is nog onvoldoende sprake van een systematisch op elkaar betrekken van de klachtprocedure en de procespositie van het slachtoffer als belanghebbende bij het vooronderzoek. Handvatten daartoe kunnen worden ontleend aan het project Strafvordering 2001.


Dr. R.S.B. Kool
Dr. R.S.B. Kool is als universitair hoofddocent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut en Ucall.
Toont 1 - 20 van 553 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 27 28
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.