Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 611 artikelen

x
Artikel

De raad in de Ondernemingskamer

Deskundigheid ten dienste van recht en onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden deskundig lid, Raad, raadsheren, interviews, ondernemingsrecht
Auteurs Mr. drs. M.D. Hendriks, Mr. S.C. Prins en Prof. dr. mr. S. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs hebben de raden en twee raadsheren van de Ondernemingskamer geïnterviewd over de toegevoegde waarde van de raden en hun persoonlijke ervaringen. Hieruit volgt dat de raden van de Ondernemingskamer met hun brede ervaring in de top van het bedrijfsleven een waardevolle bijdrage aan het oordeelvormende vermogen van de Ondernemingskamer leveren.


Mr. drs. M.D. Hendriks
Mr. drs. M.D. Hendriks is organisatieadviseur bij TEN HAVE Change Management.

Mr. S.C. Prins
Mr. S.C. Prins is secretaris van de Ondernemingskamer.

Prof. dr. mr. S. ten Have
Prof. dr. mr. S. ten Have is raad van de Ondernemingskamer, hoogleraar Strategie en Verandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur en partner bij TEN HAVE Change Management.
Artikel

Aansprakelijkheid van accountants jegens derden

Beroepsaansprakelijkheid bij de uitoefening van wettelijke en niet-wettelijke taken nader bezien in het licht van het Jachthavencomplex-arrest

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden zorgplicht, Vie d’Or, beroepsbeoefenaar, voorzienbaarheid, jachthaven
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Vie d’Or-arrest is bepaald dat accountants bij de uitoefening van wettelijke taken een zorgplicht jegens derden hebben. Tot voor kort was onduidelijk welk toetsingskader geldt bij niet-wettelijke taken. Aan de hand van het recente ‘Jachthavencomplex-arrest’ wordt nader ingegaan op accountantsaansprakelijkheid bij dergelijke werkzaamheden.


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh en staat professionele beroepsbeoefenaars zoals accountants bij in civiele geschillen.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD-redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.

    The theme of the special issue of Law and Method on Education in (Professional) Legal Ethics consists both of content-related as well as didactical-oriented contributions, of which most are written in the Dutch language and two are written in the English language. The content-related approaches show that in education in legal ethics use can be made of professional standards, constitutional principles as well as general ethical theories (such as utilitarianism, deontology, and virtue ethics). Because lawyers work with ‘the law’, broader or narrower conceptions of law (in relation to morality) also affect legal reasoning and are therefore relevant to education in professional legal ethics. However, these approaches are also put into perspective: the leap forward from moral reasoning based on abstract core values and ethical principles to morally correct action in concrete moral dilemmas in legal practice is a large one. Several solutions are proposed: I. teach ethics indirectly, stressing the importance of facts and of professional role consciousness, and of the importance of formal and informal respect for all concerned, as an essential part of the professional lawyers’ role (Kaptein – written in English); II. use insights from social psychology to overcome barriers to actual ethical behaviour (Becker and Mackor); III. use dialogues about case studies that demonstrate different aspects of judicial ethics for judges (Brenninkmeijer&Bish – written in English) or IV. give (to future governmental lawyers) context-sensitive bottom-up moral dilemmas to enhance realism, alertness and role resistance against opposing forces (Van Lochem). A relevant theme in the didactical approaches to legal ethics is the absence or limited practical professional experience law students have, so that, for example, conversation techniques based on personal experience have limited value. At university level, this can be remedied to some extent by reinforcing one’s own experience, i.e. experiential learning, or by bringing the experiences of others into the classroom, for example with guest lecturers from the field, or by telling and discussing fictional or true stories (Van Dongen & Tigchelaar). Education at university gives a good starting point for (professional) legal ethics, followed by post-academic legal ethics education and legal practice as lifelong learning school. A contribution with a focus on the notary (Waaijer) highlights the different approaches within this continuum.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar, Assistent Professor Legal Theory, researcher at Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.

    Ter verbetering van het tuchtrecht zijn diverse zaken in de Wet BIG aangepast. Het betreft onder meer de overgang van de taken van het CMT naar de tuchtcolleges en de verwijsbevoegdheid van de tuchtcolleges naar de inspectie. In dit artikel wordt erbij stilgestaan welke gevolgen de wijzigingen hebben voor de praktijk.


Mr. I. de Groot
Ilse de Groot is werkzaam bij de IGJ.
Artikel

Anticonceptiecounseling: de remedie tegen onbedoelde zwangerschappen?

De juridische knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden informed consent, verplichte anticonceptie, ongeboren kind, vrijwilligheid, wilsonbekwaamheid
Auteurs Mr. S. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Door het programma ‘Nu Niet Zwanger’ wordt gepoogd middels anticonceptiecounseling kwetsbare mensen vrijwillig een keuze te laten maken over anticonceptie. Enkele juridische aspecten blijven daarbij onderbelicht, waaronder zorgvuldigheidsnormen zoals het informed consent en de wilsonbekwaamheid. De onderbelichte juridische aspecten van het programma staan in dit artikel centraal.


Mr. S. Koelewijn
Simone Koelewijn is advocaat gespecialiseerd in gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten en notarissen te Utrecht.
Artikel

Doorlooptijden: staat de trein stil of komt die (nu eindelijk) in beweging?

Een bespreking van het eindrapport ‘Doorlooptijden in beweging’

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden doorlooptijden, regie, civiele zaken, kantonzaken
Auteurs Frans van Dijk, Kim van der Kraats en Remme Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De lengte van procedures en de onvoorspelbaarheid daarvan vormen een structurele zwakte van de Nederlandse rechtspraak. De verkorting van doorlooptijden istopprioriteit van de Rechtspraak. Ruim een jaar geleden verscheen het eindrapport van het project doorlooptijden Rechtspraak. Het bevat veel suggesties om dit probleem aan te pakken. In deze bijdrage wordt een aanzet gegeven voor een uitwerking van de meest veelbelovende oplossingsrichtingen. Conclusie is dat die oplossing gezocht moet worden in een stappenplan aan het begin van de procedure, regie van begin tot einde door de zaaksrechter, het houden van een zitting in iedere zaak en het direct inroosteren van schrijftijd voor de uitspraak.


Frans van Dijk
Prof. dr. F. van Dijk is hoogleraar Empirische Analyse van Rechtssystemen aan de Universiteit Utrecht.

Kim van der Kraats
Prof. mr. drs. K.G.F. van der Kraats is bijzonder hoogleraar Rechtspraak aan de Universiteit Utrecht en rechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Remme Verkerk
Prof. dr. mr. R.R. Verkerk is hoogleraar Burgerlijk Procesrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Houthoff.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Access_open Tijdige strafrechtspraak: weg met lange doorligtijden!

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden tijdige rechtspraak, snelrecht, kortere doorlooptijden, Innovatie, inloop
Auteurs Mr. dr. V. (Vincent) Mul
SamenvattingAuteursinformatie

    Het duurt nog steeds te lang vóórdat een strafzaak tot en met de hoogste instantie is berecht. Zaken liggen te lang op de plank. Deze doorligtijden moeten en kunnen korter door verbetering, verandering en innovatie. Denk aan bredere invoering van (super-) snelrecht, inloopkamers en innovatiekamers. Denk ook aan verdergaande delegatie en aan werkzaamheden die buiten zitting om kunnen.


Mr. dr. V. (Vincent) Mul
Vincent Mul is afdelingsvoorzitter strafrecht bij het Gerechtshof Amsterdam.
Praktijk

Zo moet het niet (2)

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Floris Bakels
Auteursinformatie

Floris Bakels
Rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

De verplichting tot het aanbieden van excuses

Over hoe de medische tuchtrechtspraak inspiratie kan bieden voor de civiele rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden excuses, verplichting, vordering, aansprakelijkheid, tuchtrecht
Auteurs Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is in de literatuur de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor de rol van excuses in het civiele recht. Een vraag die hierbij aan bod komt, is in hoeverre en onder welke omstandigheden een juridische verplichting kan bestaan voor het aanbieden van excuses. Op basis van een jurisprudentieanalyse wordt in dit artikel inzichtelijk gemaakt hoe de medische tuchtprocedure en de civiele procedure invulling geven aan de verplichting tot het aanbieden van excuses. Hoewel de geconstateerde verschillen deels te verklaren zijn door te kijken naar de doelen van de procedures, wordt betoogd dat de civiele rechter inspiratie kan ontlenen aan de wijze waarop het medisch tuchtcollege hiermee omgaat.


Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens
Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens is universitair docent bij Tilburg Law School, Tilburg University. Zij promoveerde 11 september 2020 cum laude aan Tilburg University op haar proefschrift ‘Als ik nu sorry zeg, beken ik dan schuld?’ Over het aanbieden van excuses in de civiele procedure en de medische tuchtprocedure.
Forum

De regiebehandelaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden hoofdbehandelaar, verantwoordelijkheidsverdeling, Wet BIG, Wkkgz, tuchtrecht
Auteurs Mr. F.H. de Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op de kwaliteit van zorg heeft het CTG een aantal verantwoordelijkheden rond samenwerking in de zorg geherdefinieerd. ‘Exit hoofdbehandelaar, enter regiebehandelaar.’ De ervaren onduidelijkheden over verantwoordelijkheidsverdeling nemen hierdoor slechts ten dele af. De Wkkgz zou hier een grotere rol moeten spelen dan de Wet BIG.


Mr. F.H. de Haan
Frank de Haan is manager Kenniskern Strategie en Bestuur bij Amphia en redacteur van dit tijdschrift.

    Sinds 2014 kunnen zorginstellingen de rechter vragen een vertegenwoordiger voor een cliënt te benoemen of te ontslaan. Het is niet de bedoeling dat een instelling die bevoegdheid aangrijpt om kritische familie buitenspel te zetten. Soms kan er echter sprake zijn van een vastgelopen situatie waarin de instelling weinig andere opties heeft.


Mr. drs. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Praktijk

Zo moet het niet

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2021
Auteurs Floris Bakels
Auteursinformatie

Floris Bakels
Rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Access_open Data, de Wet bescherming bedrijfsgeheimen en het contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden bedrijfsgeheim, data, geheimhouding, non disclosure agreement
Auteurs Mr. drs. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Data kunnen een grote commerciële waarde hebben. Omdat data vaak niet worden beschermd door het intellectuele eigendomsrecht en het goederenrecht, is het van belang om waardevolle data contractueel goed te beschermen. In dit artikel staan daarvoor enkele tips.


Mr. drs. M. Kool
Mr. drs. M. Kool is advocaat bij The Data Lawyers B.V.
Artikel

Het grensgebied als waterbed voor drugscriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden displacement, cross-border crime, organized drug crime, policy effectiveness, balloon effect
Auteurs Rik Ceulen, Stephan Van Nimwegen en Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concerns the question whether in the period 2011-2017 displacement effects occurred from the Netherlands to Belgium in the context of synthetic drugs production, cannabis cultivation, and retail of illicit drugs, and if so, how these may be explained. We conclude that displacement took place in modi operandi of retail drug dealers. This is explained foremost by the policy of banning non-residents from Dutch coffeeshops in border region municipalities. Dealers and traffickers responded by switching to local distribution in Belgium as well as deliveries by drug couriers. The synthetic drugs and cannabis cultivation markets show minor changes in modi operandi, but no changes occurred in choosing production locations. Displacement effects in the context of organized drug crime must be explained from a range of factors. Reality is therefore more complex than assuming that government interventions are the main cause of a balloon effect.


Rik Ceulen
R. Ceulen MSc. is criminoloog bij de gemeente Tilburg.

Stephan Van Nimwegen
S.J.M. Van Nimwegen MCI is operationeel specialist/onderzoeker bij de Nationale Politie.

Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie bij de Tilburg University.
Artikel

Burgers als institutioneel werkers. Een nieuw perspectief op burgerparticipatie in veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden institutional work, citizen participation, fire, disruption, actor perspective
Auteurs Jasper Bongers en Wim de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we show how the concept of ‘institutional work’ can be used to study citizen participation in the field of security arrangements. Institutional work starts from the perspective of actors trying to influence security institutions, and not from the perspective of government (as concepts like the ‘participation society’ and ‘ladder’ do). As such, this dynamic concept can be a useful addition to the conceptual arsenal of security experts. By applying the concept to the case of the Voluntary Fire Brigade in nineteenth-century Utrecht (1879-1890) we show how institutional work can work in practice. Finally, we reflect on the contribution that institutional work can make to our understanding of citizen participation in the field of safety.


Jasper Bongers
Jasper Bongers is promovendus aan de Open Universiteit. jasper.bongers@ou.nl

Wim de Jong
Wim de Jong is postdoc aan de Universiteit van Amsterdam en Radboud Universiteit. wpthdejong@gmail.com
Toont 1 - 20 van 611 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.