Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Rare jongens die strafrechtelijke beginselen

De invloed van het strafrecht op het mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden fundamentele rechten, mededingingsrecht, ne bis in idem, rechtszekerheid, lex mitior
Auteurs Mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het mededingingsrecht is veel discussie over de waarborgen die van toepassing zijn. Zo beargumenteren ondernemingen vaak dat mededingingsautoriteiten hun fundamentele rechten hebben geschonden. Het is dan aan de rechters om te bepalen of dit inderdaad het geval is. In dit artikel wordt gekeken of er bij de ontwikkeling van deze waarborgen inspiratie wordt gehaald uit het strafrecht.


Mr. dr. J.M. Veenbrink
Mr. dr. J.M. Veenbrink is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Benchmarkmanipulatie: het causaal verband tussen een geschonden gedragsnorm uit de BMR en manipulatieschade

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden Benchmark Verordening, BMR, manipulatieschade, causaal verband, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. N.A. Campuzano
SamenvattingAuteursinformatie

    De Benchmark Verordening (BMR) dient als preventief regelgevend kader ter voorkoming van de manipulatie van benchmarks. In deze bijdrage staat de aansprakelijkheid wegens schending van een gedragsnorm uit de BMR centraal. Meer specifiek spitst deze bijdrage zich toe op het aantonen van causaal verband tussen de schending van een gedragsnorm uit de BMR en schade door benchmarkmanipulatie.


Mr. N.A. Campuzano
Mr. N.A. Campuzano is als PhD-fellow verbonden aan de afdeling Financieel Recht van de Universiteit Leiden.
Casus

Access_open Ontwikkelingen in de regelgeving omtrent beloningen

Streng, strenger, strengst?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden beloning, beloningsbeleid, bonuscap, Wbfo, Wet beheerst beloningsbeleid financiële ondernemingen
Auteurs Mr. E.S. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim vier jaar geleden trad de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) in werking, waarmee een breed pakket aan beloningsregels is geïntroduceerd voor alle financiële ondernemingen. In 2018 is de Wbfo geëvalueerd met voorgenomen wijzigingen tot gevolg. Daarnaast is vanuit politieke hoek een aantal voorstellen tot aanscherpingen gedaan als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Dit artikel biedt een overzicht van deze ontwikkelingen. De uitkomsten van de evaluatie bieden geen concrete aanknopingspunten voor de recente voorstellen over vaste beloning en ook schort het vaak aan deugdelijke onderbouwing van de noodzaak van de voorgestelde regels. De nieuwe regels met betrekking tot de niet-cao-uitzondering op de bonuscap en met betrekking tot proportionaliteit brengen daarentegen duidelijkheid voor marktpartijen en zijn daarom vanuit juridisch perspectief toe te juichen.


Mr. E.S. Sijmons
Mr. E.S. (Eleonore) Sijmons is advocaat bij Finnius te Amsterdam. Hiervoor was zij werkzaam bij De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

Schuld en schadevergoeding

Hoe kleurt de zwaarte van de schuld van de aansprakelijke partij het schadevergoedingsdebat?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden schuld, opzet, schade(vergoeding), redelijkheid, aard van de aansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.I. Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het schadevergoedingsrecht duikt de mate van de schuld van de aansprakelijke partij steeds op als (mogelijk) relevante factor. Bezien wordt hoe dit element het schadevergoedingsdebat kleurt. De conclusie luidt dat de betekenis van deze factor uiteindelijk beperkt lijkt, vooral omdat hij zich alleen in uiterste vormen goed laat onderscheiden.


Mr. A.I. Schreuder
Mr. A.I. Schreuder is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.

    Aansprakelijkheid wegens gemist caudasyndroom?; tekortkoming; overlegging geluidsopnamen van gesprekken met artsen; causaal verband, verlies van een kans

Artikel

Het csqn-verband in het financiële aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden causaal verband, prospectusaansprakelijkheid, effectenlease, zorgplicht, massaschade
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft voor massaschadegevallen als prospectusaansprakelijkheid en effectenlease het uitgangspunt van de aanwezigheid van het csqn-verband geformuleerd. In individuele geschillen bestaat geen behoefte om te werken met dat ‘uitgangspunt’, maar is wel sprake van een wisselwerking tussen de eisen die aan de zorgplicht worden gesteld en het aannemen van csqn-verband.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van MvV.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in het verslagjaar 2013-2014 een groot aantal voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Het Hof heeft zich onder meer uitgelaten over de inzagebevoegdheid van een toezichthouder in patiëntendossiers, de (on)redelijkheid van een absolute verjaringstermijn bij letselschadezaken, de bevoegdheid van een lokale overheid om een zorgindicatie naar beneden bij te stellen en het onderscheid tussen het vrijwillig weigeren van zorg en het nalaten goede zorg te bieden. En op de valreep van het zittingsjaar nam het Hof nog een voorlopige maatregel, waardoor het besluit tot staking van de voedsel- en vochttoediening aan een patiënt zonder levensperspectieven niet ten uitvoer kon worden gebracht. Dit en andere hieronder te bespreken onderwerpen zijn ook in Nederland actueel.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, regelgeving, mededingingsafspraken, machtspositie, procedurele aangelegenheden
Auteurs Mr. Robert Bosman en Mr. Edmon Oude Elferink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de besluiten en informele zienswijzen besproken die ACM in 2013 op het gebied van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie heeft genomen. De voor de toepassing van het mededingingsrecht aangewezen bestuursrechters wezen in totaal zeventien uitspraken in kartel- en daarmee gerelateerde zaken. In 2013 viel ook definitief het doek voor de NMa. Na een periode van ruim vijftien jaar waarin de NMa het mededingingsrecht in Nederland op de kaart zette, ging de toezichthouder op in ACM. Kortom, er viel ook in dit verslagjaar weer het nodige te beleven.


Mr. Robert Bosman
Mr. A.R. Bosman is als advocaat werkzaam bij CMS.

Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is als advocaat werkzaam bij CMS.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, protocol, veiligheidsnorm, schending toezichthoudende taken
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 september 2011 tot en met 1 juni 2013. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, niet nakomen van een protocol, schenden van een veiligheidsnorm, schenden van een toezichthoudende taak; gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, aansprakelijkheid van een producent en het ontbreken van informed consent. Voorts wordt ingegaan op de voorwaarden die aan het causaal verband en toerekening kunnen worden gesteld, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de omkeringsregel en de proportionaliteit en kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: deskundigenberichten, verjaring en de Wbp.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.
Jurisprudentie

2013/18 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 februari 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Medische aansprakelijkheid, causaal verband, verhoor deskundigen, proportionele aansprakelijkheid 50 procent
Artikel

‘Lies, damned lies, and statistics’

De berekening van het verlies van een kans bij medische aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2012
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, stelplicht, bewijslast, schade, kans
Auteurs Mr. A.J. Van en Mevrouw mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij aansprakelijkheid in medische zaken liggen de stelplicht en de bewijslast ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv bij de patiënt. Dat houdt in dat hij moet stellen en, bij betwisting, moet bewijzen dat sprake is geweest van een tekortkoming, en dat deze bij hem heeft geleid tot gezondheidsschade. Voor de patiënt zijn dit twee lastig te nemen ‘hobbels’. De patiënt kan doorgaans moeilijk aantonen dat sprake is geweest van een tekortkoming, omdat hij niet goed kan achterhalen hoe de behandeling is verlopen en niet beschikt over voldoende kennis om precies aan te geven waarin de tekortkoming is gelegen. De patiënt kan doorgaans eveneens moeilijk aantonen dat er een causaal verband bestaat tussen de tekortkoming en zijn schade: het vaststellen van het causaal verband wordt gecompliceerd doordat ten tijde van de behandeling reeds sprake was van een gezondheidsprobleem. Dit maakt dat op voorhand niet vaststaat dat de gezondheidssituatie, zoals die zich heeft aangediend na de medische fout, (volledig) is veroorzaakt door die fout.
    Omdat de bewijslast van het causaal verband tussen de tekortkoming en de gezondheidsschade bij de patiënt ligt, loopt deze het risico dat zijn vordering wordt afgewezen, ondanks dat vaststaat dat de arts een fout heeft gemaakt én een kans bestaat dat de gezondheidsschade daarvan een gevolg is. Onder die omstandigheden kan het redelijk zijn de gezondheidsschade te verdelen over partijen naar rato van de kans dat de tekortkoming heeft bijgedragen aan het ontstaan of verergeren daarvan. Tegen deze achtergrond is het leerstuk van de verloren kans ontstaan. De kern daarvan is dat geen vergoeding wordt toegekend voor de gezondheidsschade zoals die definitief bij de patiënt is ingetreden, maar voor het verlies van de kans die de patiënt had om deze schade te ontlopen. De leer van de verloren kans wordt inmiddels frequent toegepast in medische zaken.
    In de praktijk echter blijken rechters op verschillende wijzen de omvang van de verloren kans te bepalen. Dit heeft invloed op de aan de patiënt te vergoeden schade en leidt tot rechtsonzekerheid. In deze bijdrage wordt om die reden ten eerste duidelijk gemaakt welke verschillende benaderingen door rechters worden gehanteerd. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan de proportionele aansprakelijkheid, een andere manier om met het probleem van het onzekere causaal verband om te gaan.
    Ten tweede wordt aan de hand van voorbeelden duidelijk gemaakt dat door de wijze waarop met verschillende kansen wordt omgegaan de methode van het verlies van een kans in sommige gevallen tot een onjuiste uitkomst leidt. Deze conclusie wordt nader onderbouwd door in te gaan op het leerstuk van de voorwaardelijke kans zoals die door statistici wordt gehanteerd. Met name in die gevallen waarin de voorwaardelijke kans op gezondheidsschade met fout minder bedraagt dan 100 procent, zien we dat de methode van het verlies van een kans niet goed wordt toegepast. De patiënt is daar –ten onrechte– veelal de dupe van. Hoe de verloren kans dan wel moet worden bepaald, is dan ook een derde onderwerp dat in deze bijdrage wordt besproken.
    Het artikelDe bijdrage wordt afgesloten met een handleiding. De handleiding is bedoeld om de jurist enig houvast te geven, wanneer hij zich geconfronteerd ziet met een onzeker causaal verband. Zij geeft antwoord op de vraag welke methode het best in een bepaald geval kan worden gebruikt: de methode van de proportionele aansprakelijkheid of die van het verlies van een kans. Zo voor de laatste wordt gekozen, wordt aangegeven op welke wijze met de kansen moet worden omgesprongen, wil de methode tot het voor de patiënt juiste resultaat leiden.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer advocaten en senior onderzoeker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Mevrouw mr. R.P. Wijne
Mevrouw mr. R.P. Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges Den Haag en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt tevens als buitenpromovenda aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Artikel

Proportionele aansprakelijkheid: vooruitgang in het (burgerlijk) contractenrecht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, arrest Fortis/Bourgonje
Auteurs J.M. Emaus LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Jessy Emaus voert de vraag ten tonele of de proportionele aansprakelijkheid, zoals door de Hoge Raad in het arrest Fortis/Bourgonje wellicht in algemene zin in het contractenrecht geaccepteerd – maar met voorzichtigheid –, gezien moet worden als een exponent van de vooruitgang van het (burgerlijk) contractenrecht. Ook bij haar dus weer Grosheide in zijn rol van progressieve en vooruitziende jurist, met oog voor de nuance.


J.M. Emaus LL.M.
Jessy Emaus is promovenda aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (J.M.Emaus@uu.nl) en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Het veelplegersbeleid van Donner: spagaat tussen beveiliging en resocialisatie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 03 2007
Trefwoorden stelselmatige delinquent, aansprakelijkheid, delinquent, tussenkomst, strafbaar feit, overlast, dwang, gemeente, meerderjarige, strafrecht
Auteurs S. Struijk

S. Struijk
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.