Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 305 artikelen

x
Internationaal CAS

VSZ 2021/28

CAS (Ad Hoc Division – Games of the XXXII Olympiad in Tokyo) 2 augustus 2021, CAS OG 20/13 (Krystsina Tsimanouskaya v. National Olympic Committee of Belarus)

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 2 2021
Auteurs Ben Van Rompuy
Auteursinformatie

Ben Van Rompuy
Dr. B. (Ben) Van Rompuy is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Leiden.

    This is a letter written by Brigitte Chin-A-Fat to the late Peter Hoefnagels, who was one of the Dutch pioneers in the field of divorce mediation and a professor of criminology and family law at Erasmus University Rotterdam. In 1997, TMD published an article from his hand in which he wrote how he had become inspired by the potential of divorce mediation and about his (first) experiences with this ‘new’ mode of dispute resolution in family disputes. The original article by Peter Hoefnagels, dating from 1997, is reproduced in 2021 in TMD in view of its relevance today and precedes the letter by Brigitte Chin-A-Fat.
    Hoefnagels invented the so-called ‘divorce announcement’ and introduced psychology to the legal world of divorce and family mediation. Anno 2021, there are many (legal) developments which are bound to have an impact on the reform of Dutch divorce procedure.
    The Dutch government has set up pilot projects experimenting with inter alia a ‘joint access’ to the family court. Many of these developments are in line with Hoefnagels’ suggestions to avoid harm being inflicted on the ex-spouses and notably their children to the largest extent possible. The author discusses some of the current pilot projects and connects the rationale underlying these experiments to Hoefnagels’ ideas as presented 25 years ago. She also looks into the future, notably which changes are likely to occur in the next 25 years in the field of divorce mediation.


Brigitte Chin-A-Fat
Brigitte Chin-A-Fat (1975) studeerde rechten en psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en is voormalig lid van de redactie van TMD. In 2004 promoveerde zij op een proefschrift over scheidingsmediation. Zij werkt thans in haar eigen praktijk Chin-A-Fat De Voort Familierechtadvocaten en Mediators, waarin zij haar werkzaamheden als (vFAS-)advocaat en mediator combineert. Zij is lid van de Vereniging van Collaborative Professionals en de Vereniging van Forensisch Mediators. Ook is zij trainer bij en coördinator van de mediationopleiding van de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators en auteur van de Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering.

Roger Ritzen
Artikel

Access_open Risicoprofiling of risicovolle profiling tijdens grenscontroles?

Naar een verantwoord gebruik van proactieve risicoprofielen door rechtshandhavingsinstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden risk profiling, crime prevention, risk profiles, false positives, security method
Auteurs Jop Van der Auwera en Lore Van de Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Although risk profiling can by no means be considered as a ‘new’ crime prevention tool, its application has gained popularity over the years. Both in the screening of asylum seekers, in border control at airports (e.g. behavioural profiling or the use of risk profiles in the European Passenger Information Unit) and in the designation of hotspots at the local level (e.g. the Crime Anticipation System), attempts are now being made to identify persons with criminal intentions more often on the basis of ordinal risk assessment tools. This sudden increase in popularity is not remarkable, since random police patrols or undirected security checks have long been shown to have negligible impact on crime reduction. Risk profiles, on the other hand, have a certain potential for shaping more effectively the interventions by law enforcement authorities at border crossing points. Nevertheless, the use of such profiles also raises some pertinent questions. It is precisely in the light of this ambivalence that the present theoretical contribution will consider the pitfalls and success factors of risk profiling during border checks, in order to determine when one can speak of ‘risk profiling’ and when the concept of ‘risky profiling’ must be used.


Jop Van der Auwera
Jop Van der Auwera is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Rechtsgeleerdheid. jop.vanderauwera@kuleuven.be

Lore Van de Velde
Lore Van de Velde is advocaat aan de balie van Antwerpen.
Artikel

Van zelfdwang naar zachte macht

Civilisatie slokt emancipatie op

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden stimulating responsibility (of detainees), the civilization theory, self-compulsion, promote and relegate, Punishment and Protection Act
Auteurs Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    In his famous dissertation Twee eeuwen gevangen (Two centuries of imprisonment), Franke explains the history of imprisonment in the Netherlands as a development from external to internal coercion, based on the civilization theory of Norbert Elias. Central question of this contribution is in how far the pursuit of responsibilization of prisoners as described by modern penologists can be conceived as a continuation of this process and what the consequences of this pursuit are. It is concluded that the forces behind these two processes differ, but that both rehabilitation strategies are modelled on a new citizenship ideal. In so far the introduction of the responsibilization strategy illustrates Franke’s main thesis, namely that developments within the penitentiaries can only be understood in their social and historical context. It is argued that responsibilization can lead to the erosion of the legal position of prisoners, while emancipation was precisely described by Franke as an achievement of the Dutch prison system.


Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is als hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Toen en nu: heeft het gevangeniswezen de middelen om zijn doelen te bereiken?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden goals of imprisonment, prison facilities, Dutch prison history, implementation, prison staff
Auteurs Toon Molleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Starting point in this article is the classical work of Herman Franke on the history of the Dutch prison system. Franke showed how policymakers and other people who influence prison policy and practice tried to reduce criminal behavior in the past two centuries. These attempts had various backgrounds, among which religious, sociological and biological, and varied greatly in scientifical substantiation. Every new prison policy elicited high hopes, but in practice criminal behavior was rarely pushed in the desired direction. The means of the prison system, among which staff, buildings and regime regulations, showed to be much later realized than the formulated goals established by law. Another problem that came up more than once in history was that the urge and compulsion mechanism of a new prison policy lacked support base and (agogical) skills among prison staff. Recommendations are formulated for the (near) future in favor of more successfull prison policy implementations.


Toon Molleman
Dr. T. Molleman is vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting Arnhem.
Artikel

Access_open Eerste stappen in Europese regulering van artificiële intelligentie: algoritmes en patiëntenrechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden kunstmatige intelligentie, Europees gezondheidsrecht, Artificial Intelligence Act, AI
Auteurs Mr. H.B. van Kolfschooten
SamenvattingAuteursinformatie

    AI kan de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg verbeteren, maar gaat ook gepaard met grote risico’s voor patiënten. Deze bijdrage bespreekt de recente Europese ontwikkelingen met betrekking tot regulering van AI in de gezondheidszorg en de gevolgen daarvan voor de rechten van de patiënt.


Mr. H.B. van Kolfschooten
Hannah van Kolfschooten is docent en promovendus bij het Law Center for Health and Life, Universiteit van Amsterdam.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De geestelijk verzorger in het perspectief van de verhouding tussen kerk en staat

Noodzaak van heldere verantwoordelijkheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden spiritual care, chaplaincy, labour law, church and state, secularisation
Auteurs Ryan van Eijk en Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual caregivers in the Netherlands are available in the military and in penitentiary institutions, in health care institutions and, recently, in the police. Within the military and the justice system, the spiritual care is traditionally characterised by a clear division of responsibilities between church and state. Due to domain specific developments in health care institutions and within the police, positions and responsibilities are less clear-cut. Developments such as the increased number of denominations that provide spiritual care tends to regard spiritual caregivers as ‘ordinary employees’. This article analyses the position of spiritual caregivers in the various domains and discusses current developments. It asserts that the church-state arrangement in the classic spiritual care areas requires respect and that the gist thereof should be taken into account in legal arrangements in the other domains.


Ryan van Eijk
Dr. mr. R. van Eijk is hoofdaalmoezenier bij de Dienst Geestelijke Verzorging van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij promoveerde op het proefschrift Menselijke waardigheid tijdens detentie. Een onderzoek naar de taak van de justitiepastor, WLP 2013. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit en redacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Van noodsprong naar tijdelijke noodwet, het failliet van het staatsnoodrecht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden noodrecht, Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Ongeschreven staatsnoodrecht, Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Veiligheidsregio’s
Auteurs T.D. Cammelbeeck
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgeving was net als elders niet toereikend om de coronapandemie te kunnen bestrijden. Toch heeft de regering op grond daarvan de voorzitters van de veiligheidsregio’s opgedragen om ingrijpende maatregelen in noodverordeningen op te nemen. Die aanpak kent ernstige juridische tekortkomingen, niet alleen vanwege de beperkingen die aan het gebruik van noodverordeningen kleven, maar ook omdat de grondslag voor dergelijke opdrachten dubieus is en deze voorzitters in een bestuurlijke leegte functioneren. Het parlement zat op de tweede rang. Rechtsstatelijke beginselen die juist in een noodsituatie waarin grondrechten in het geding komen, hooggehouden moeten worden, kwamen daardoor in het gedrang. Daaraan kwam pas na tien maanden met de coronawet een einde. De regering had daarom een beroep moeten doen op het staatsnoodrecht. Ook dat kent tekortkomingen en ook dan was extra wetgeving nodig geweest, maar de democratische legitimatie en de democratische controle waren niet in het gedrang gekomen. Het parlement was vanaf het begin in de juiste positie gebracht.


T.D. Cammelbeeck
Mr. T.D. (Tom) Cammelbeeck is gepensioneerd wetgevingsjurist en was tot eind 2018 coördinator van het cluster bestuur bij de wetgevingsafdeling staatsinrichting en bestuur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Essay

Herstelrecht en milieuzaken: een verkenning van mogelijkheden in het antropoceen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Trefwoorden environment, rights of nature, restorative justice, green criminology, Anthropocene
Auteurs Femke Wijdekop en Anneke van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The environmental crisis makes it clear that our current legal instruments and concepts are not sufficient to effectively combat, remedy and prevent widespread environmental harm. However, new concepts and approaches are being developed that try to reduce these legal imperfections. Our essay explores these developments, in particular the emergence of a legal duty of care for the environment, the rights of nature-movement, the campaign to make ecocide (mass damage and destruction of the environment) an international crime and the application of restorative justice to repair environmental harm. We also advocate a new multidisciplinary perspective launched by us: positive green criminology.


Femke Wijdekop
Mr. Femke Wijdekop is juridisch adviseur en content manager Stop Ecocide Nederland. femke@stopecocide.nl

Anneke van Hoek
Drs. Anneke van Hoek is medeoprichter en manager van Restorative Justice Nederland. anneke.vanhoek@gmail.com

Toine Spapens
Professor Toine Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University. a.c.spapens@tilburguniversity.edu
Artikel

Access_open Inheemse conflictbeslechting in Suriname

Een antropologie van herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Suriname, Inheemsen, herstelrecht, gewoonterecht, Krutu
Auteurs Makiri Mual
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with restorative justice practices in Surinam. It is based mainly on anthropological literature and preliminary research findings of four indigenous villages in Surinam, and is part of a broader study of Indigenous and Marron communities. In these villages the age-old customary law approach to conflict remains a lively practice, especially in the rainforests where central authority has little influence. The author highlights a number of restorative aspects of indigenous (criminal) justice practices, such as the group conferencing model of the Krutu and the role of the community (rehabilitation). Other aspects are not at all restorative, such as cases of double punishment (ne bis in idem), corporal punishment and the lack of the possibility of appeal. Because the trend of opening the hinterland seems to be unstoppable, it is recommended to coordinate national law and customary law and improve cooperation between indigenous and central authority. The article gives some suggestions for reforming the Surinamese Penal Code.


Makiri Mual
Makiri Mual is MfN-registermediator in strafzaken en familiezaken, relatietherapeut en MFT expert. Hij is ook duovoorzitter van de Vereniging van Mediators in Strafzaken (VMSZ).
Artikel

Een kijkje achter de schermen: een kwalitatieve studie over het ontstaan van cybercriminele carrières

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden cybercrime, cyber offenders, criminal careers, online disinhibition, pathways
Auteurs Sifra Matthijsse, Wytske van der Wagen, Elina van ’t Zand e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This qualitative study examines how criminal careers in cybercrime start and can be explained. Based on offender and expert interviews, the authors conclude that traditional factors linked with the initiation, such as a maturity gap (for juvenile offenders) and opportunism (for adult offenders), in combination with different types of (online) disinhibition – social, technical, situational and psychological – can explain the start of a criminal career. Features of the digital context appear to play a major role in the development of a criminal career and this requires more online supervision and education about – among other things – legal alternatives and the risks and boundaries of the online environment.


Sifra Matthijsse
S.R. Matthijsse MSc is als practicumdocent en tutor verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wytske van der Wagen
Dr. W. van der Wagen is als universitair docent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Elina van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is als universitair docent criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is als universitair hoofddocent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De resocialisatie vanuit een ander perspectief

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Penitentiair recht, Resocialisatie, Dienst Justitiële inrichtingen, Gevangeniswezen
Auteurs A.J.G. (Ton) Daans
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft in het gevangeniswezen een aantal ingrijpende veranderingen plaatsgevonden. De detentiefasering is naar de achtergrond verdwenen en detentieregimes zijn versoberd. Dit biedt aanmerkelijk minder aanknopingspunten voor resocialisatie. Beveiliging van de samenleving staat voorop in de omgang met gedetineerden. De veranderingen worden op korte termijn versterkt als de Wet straffen en beschermen in werking treedt. Maar schieten we als samenleving juist niet veel meer op met meer mogelijkheden voor resocialisatie tijdens de detentie? Deze bijdrage schetst een aantal aansprekende ideeën daarover.


A.J.G. (Ton) Daans
Ton Daans is voormalig penitentiair directeur.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Access_open Waarom de islam en de moslimgemeenschap onmisbare bondgenoten zijn bij de bestrijding van terrorisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden islam, moslimgemeenschap, terrorisme, gemeenschapsinitiatief, rehabilitatie
Auteurs Prof. Tom Zwart
SamenvattingAuteursinformatie

    Terrorism can only be brought to an end if Islam and the Muslim community are enlisted as allies in combating it. Underlying militant jihadism is a violent interpretation of Islam which can best be challenged with the assistance of Islam and the Muslim community. Since the effects of the current state-led approach are questionable, while its criminal law component is close to exceeding the limits set by the rule of law and turns Muslims into a suspect community, it is important to test by way of a pilot whether an approach based on Islam can reap more promising results.


Prof. Tom Zwart
Prof. Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht, directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre van de Vrije Universiteit Amsterdam en lector Islam en maatschappelijke verbondenheid aan de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam.
Artikel

Van culturele delicten naar schadelijke praktijken

Veertig jaar culturele factoren in het strafrecht in PROCES

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden culturele delicten, cultureel verweer, schadelijke praktijken, publiceren in PROCES
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1981, PROCES published its first article on the criminal justice system in a pluriform or multicultural society. That article turned out to be the first of many articles on so-called cultural offences, like honour related violence and female genital mutilation, and the ways in which the criminal justice system could and should respond to these offences. This article reviews the various articles written on these topics for the past forty years and tries to finds an answer why it was that authors choose PROCES to publish their articles.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 305 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.