Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1062 artikelen

x
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Lezing

Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht

De vooruitziende blik van Leenen (Henk Leenenlezing 2020)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Europees recht, patiëntenrechten, beroepenwetgeving, preventie
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Henk Leenen besteedde al in zijn eerste gezondheidsrechtelijke studies aandacht aan de Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht. Hoe keek Leenen ruim veertig jaar geleden tegen deze relatie aan? En hoe heeft het Europees recht nader vorm gegeven aan het gezondheidsrecht en vice versa? Een analyse.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar Gezondheidsrecht, Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek Privacyrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Christiaan Alberdingk Thijm, Vita Zwaan, Marieke Berghuis e.a.

Christiaan Alberdingk Thijm

Vita Zwaan

Marieke Berghuis

Silvia van Schaik

Caroline de Vries

Jacob van de Velde
Artikel

De rol van de fairness opinion in de uitkoopprocedure

Noot bij Hof Amsterdam (OK) 14 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:300 (Fortuna)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden waardering, valuation, ondernemingskamer, informatieverschaffing
Auteurs Mr. L.H.J. Baijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een op 14 januari 2020 gewezen arrest hebben minderheidsaandeelhouders in de uitkoopprocedure van Fortuna succesvol verzet ingesteld tegen het arrest van 30 oktober 2018 en hebben zij tevens de subsidiair gevorderde uitkoopprijs aangevochten. In deze noot bespreekt de auteur de rol van de fairness opinion in deze uitkoopprocedure.


Mr. L.H.J. Baijer
Mr. L.H.J. Baijer is advocaat bij Eversheds Sutherland te Rotterdam.
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).

Artikel

Access_open Theme: introduction to the Dutch system of dismissal and its constituents

The editorial board

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontslagrecht, Rechtsvergelijking, Dismissal law
Samenvatting

Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Artikel

Access_open Licht aan het einde van de tunnel voor wensouders?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden wensouders, draagmoederschap, kinderrechten, ouderschap, afstamming
Auteurs Mr. N. van der Storm en Mr. M.Q.M. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op dit moment is er in Nederland geen wet- en regelgeving over draagmoederschap. Op 12 juli 2019 heeft het kabinet laten weten voornemens te zijn met een regeling te komen over draagmoederschap en inmiddels is op 24 april 2020 het Concept Wetsvoorstel Kind draagmoederschap en afstamming (Concept Wetsvoorstel Kind) openbaar gemaakt ten behoeve van een online consultatie. In dit artikel beschrijven de twee auteurs tegen welke uitdagingen zij aanlopen in hun hoedanigheid als familierechtadvocaat in draagmoederschapszaken en op welke wijze het wetsvoorstel een verbetering zal betekenen voor de rechtspraktijk.


Mr. N. van der Storm
Mr. N. van der Storm is advocaat & mediator bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.

Mr. M.Q.M. Mosk
Mr. M.Q.M. Mosk is advocaat bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, Consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Article

Access_open The Right to Claim Innocence in Poland

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wrongful convictions, right to claim innocence, reopening of criminal proceedings, miscarriage of justice, revision of final judgment
Auteurs Wojciech Jasiński Ph.D., habilitation en Karolina Kremens Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    Wrongful convictions and miscarriages of justice, their reasons and effects, only rarely become the subject of academic debate in Poland. This article aims at filling this gap and providing a discussion on the current challenges of mechanisms available in Polish law focused on the verification of final judgments based on innocence claims. While there are two procedures designed to move such judgment: cassation and the reopening of criminal proceedings, only the latter aims at the verification of new facts and evidence, and this work remains focused exactly on that issue. The article begins with a case study of the famous Komenda case, which resulted in a successful innocence claim, serving as a good, though rare, example of reopening a case and acquitting the convict immediately and allows for discussing the reasons that commonly stand behind wrongful convictions in Poland. Furthermore, the article examines the innocence claim grounds as regulated in the Polish criminal procedure and their interpretation under the current case law. It also presents the procedure concerning the revision of the case. The work additionally provides the analysis of the use of innocence claim in practice, feeding on the statistical data and explaining tendencies in application for revision of a case. It also presents the efforts of the Polish Ombudsman and NGOs to raise public awareness in that field. The final conclusions address the main challenges that the Polish system faces concerning innocence claims and indicates the direction in which the system should go.


Wojciech Jasiński Ph.D., habilitation
Wojciech Jasiński is Assistant Professor in the Department of Criminal Procedure of the University of Wroclaw, Poland. orcid.org/0000-0002-7427-1474

Karolina Kremens Ph.D.
Karolina Kremens is Assistant Professor in the Department of Criminal Procedure of the University of Wroclaw, Poland. orcid.org/0000-0002-2132-2645
Rechtsbescherming

Nieuwe richtlijn over bescherming klokkenluiders in de Europese Unie: inhoud en eerste analyse

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden klokkenluiders, rechtsbescherming, uitingsvrijheid, arbeidsrecht
Auteurs Mr. E.W. Jurjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In een nieuwe richtlijn is de bescherming van klokkenluiders in Europa, geïnspireerd door onder meer artikel 10 EVRM, gecodificeerd. De richtlijn biedt een bredere bescherming voor klokkenluiders dan momenteel naar Nederlands recht geldt, maar beperkt deze bescherming wel tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op specifieke delen van het Unierecht. De Nederlandse wetgever zal moeten bezien hoeveel gebruik er gaat worden gemaakt van de ruimte die de richtlijn biedt om verdergaande bescherming te realiseren, in het bijzonder door de bescherming uit te breiden tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op andere (rechts)gebieden.
    Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, PbEU 2019, L 305


Mr. E.W. Jurjens
Mr. E.W. (Emiel) Jurjens is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Boulevard Zuid in Rotterdam: een onderzoek naar het vertrouwen van winkeliers in politie en gemeente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden shopkeepers, procedural justice, the Netherlands, ethnic minorities, performance theory
Auteurs Marc Schuilenburg, Laura Messie en Darnell de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we analyze which aspects of performance theory and the procedural justice-based model are explaining the trust of shopkeepers in the police and local government. Utilizing a survey of 156 shopkeepers and 94 semi-constructed interviews with shopkeepers, which are located at the South Shopping Boulevard in Rotterdam (The Netherlands), the study finds that shopkeepers have a relatively high trust in the police and local government. This is surprising because various attempts in the past 30 years to revive the high street by the government have failed to improve its bad image, as dwindling visitor numbers, poor turnover, limited range of retailers, empty shops and high crime and offence levels show only too plainly. The findings also highlight that ethnic minority respondents have more trust in local government than Dutch shopkeepers. The explanation therefor is sought in the dual frame of reference theory.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Laura Messie
Laura Messie, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Darnell de Vries
Darnell de Vries, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.

    In this episode of ‘In conversation with’ we are interviewing dr. Amalia Campos Delgado about her research on migration and border control in Mexico.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving bij de Universiteit Leiden en redacteur van dit blad.
Titel

De verstrekking van juridische voorwaarden in het voorportaal van de cloud

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden account, cloudcontract, algemene voorwaarden, toestemming, gegevensbescherming
Auteurs Mr. dr. Evert Neppelenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds meer particulieren maken gebruik van een cloudprovider voor het delen of bewaren van documenten. Bij het aanmaken van het account voor de toegang tot deze digitale dienst moeten deze gebruikers akkoord gaan met de juridische voorwaarden. In deze bijdrage wordt de terbeschikkingstelling van deze voorwaarden kritisch bekeken vanuit de regelingen over algemene voorwaarden in het Burgerlijk Wetboek en over toestemming als grond voor gegevensverwerking in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.


Mr. dr. Evert Neppelenbroek
Mr. dr. E.D.C. Neppelenbroek is universitair docent IT-recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij dankt masterstudent Maarten Bouwman, die als paralegal voorbereidend werk heeft verricht.
Annotatie

One train! (but different working conditions)

CJEU 19 December 2019, C-16/18, ECLI:EU:C:2019:1110 (Michael Dobersberger v Magistrat der Stadt Wien)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Posting of workers, International train, Transport sector, Subcontracting, Short-term posting
Auteurs Marco Rocca
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dobersberger decision of the Court of Justice of the European Union deals with the legal situation of posted workers on an international train. These workers, employed by a Hungarian company and based in Hungary, operate on a train connecting Budapest with Salzburg and Munich. The Court concludes against their inclusion under the Posting of Workers Directive, considering their connection to the Austrian territory as too limited. This decision is based on a selective representation of the facts and sits difficultly with the letter of the law and the intention of the legislator.


Marco Rocca
Dr. M. Rocca is werkzaam als CNRS Researcher aan de University of Strasbourg, UMR 7354 DRES, France, https://marcorocca.wordpress.com, mrocca@unistra.fr.
Toont 1 - 20 van 1062 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.