Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 800 artikelen

x
Artikel

Contempt of court als inspiratiebron voor de Nederlandse strafrechtspleging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden common law, niet-naleving van rechterlijke beslissingen, goede strafrechtspleging, contempt by publication, rechterlijk gezag
Auteurs Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift Contempt of court. Een meerwaarde voor de goede strafrechtspleging in Nederland?. De auteur zet uiteen wat onder ‘contempt of court’ moet worden verstaan en gaat in op de vraag of het instrument een zinvolle bijdrage kan leveren aan de waarborging van een goede strafrechtspleging in Nederland.


Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
Mr. dr. M. Lochs is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Plas/Valburg na CBB/JPO?

Een netwerkanalyse van rechtspraak over afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden precontractuele fase, aansprakelijkheid, CBB/JPO, Plas/Valburg, netwerkanalyse
Auteurs Prof. mr. dr. G. van Dijck en Mr. J. Cleuters
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt betoogd dat CBB/JPO het leidende arrest is bij afgebroken onderhandelingen, en niet langer Plas/Valburg. Uit een uitgevoerde netwerkanalyse volgt dat Plas/Valburg minder vaak, maar nog altijd geregeld is aangehaald nadat CBB/JPO is gewezen. Een nadere inspectie laat zien dat er een tweedeling in de lagere rechtspraak bestaat: een groep uitspraken stelt onaanvaardbaar afbreken als voorwaarde voor de mogelijkheid om gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen, in een andere groep uitspraken geldt die voorwaarde niet. Plas/Valburg wordt met name in de laatstgenoemde groep uitspraken geciteerd. Geconcludeerd wordt dat drie situaties denkbaar zijn: (1) afbreken staat vrij, geen verplichting tot het vergoeden van schade; (2) afbreken staat vrij, maar niet zonder vergoeding; en (3) afbreken is onaanvaardbaar. Plas/Valburg biedt voor geen van de situaties handvatten. CBB/JPO is leidend voor de laatste categorie, maar niet om te beoordelen of sprake is van welke van de twee andere scenario’s.


Prof. mr. dr. G. van Dijck
Prof. mr. dr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan de Maastricht University.

Mr. J. Cleuters
Mr. J. Cleuters was ten tijde van het verrichten van het onderzoek als masterstudent verbonden aan Maastricht University.

Willem-Jan Kortleven
Willem-Jan Kortleven is universitair docent rechtssociologie aan de Erasmus School of Law en redacteur van Tijdschrift voor Veiligheid.
Artikel

Datagedreven zicht op ondermijning in woonwijken

Een verkenning van de mogelijkheden om indicatoren te ontwikkelen om zicht te krijgen op ondermijning in woonwijken

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Ondermijning, indicatoren, leefbaarheid, georganiseerde criminaliteit, stadsontwikkeling
Auteurs Jonas Stuurman, Emile Kolthoff, Joost van den Tillaart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reports about a research in a medium-sized municipality on the possibilities of giving municipalities an instrument to determine at the earliest possible stage which neighborhoods are at (increased) risk of exposure to organized crime and its consequences. We are searching for indicators to measure that exposure to give direction to preventive measures. Our focus is on the erosion of structures and foundations of society as a result of activities of organized crime, eventually resulting in the infringement of the rule of law. It is therefore not about the phenomenon of organized crime itself, but about its effects on society. This requires clarification and measurability of the concept. In this first exploration, we focus on the following five manifestations of the effect of organized crime: The emergence of a subculture: not recognizing government authority; the emergence of takeover of power in the neighborhood; the emergence of vulnerable groups of citizens; the creation of the image: crime pays off; and the emergence of unfair competition.


Jonas Stuurman
Jonas Stuurman is docent bij de opleiding Integrale Veiligheidskunde van Avans Hogeschool te Breda en onderzoeker bij het lectoraat Ondermijning van het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool.

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid.

Joost van den Tillaart
Joost van den Tillaart is docent bij de opleiding Integrale Veiligheidskunde van Avans Hogeschool te Den Bosch.

Ben Kokkeler
Ben Kokkeler is lector Digitalisering en Veiligheid bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Access_open Herziening ten voordele van de gewezen verdachte als buitengewoon rechtsmiddel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden herziening ten voordele, novumcriterium, ACAS, nader onderzoek, rechtsvergelijking, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Herziening ten voordele van de gewezen verdachte is een bijzonder rechtsmiddel in het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Onder meer op grond van een novum kan, bij hoge uitzondering, een onherroepelijke veroordeling alsnog ongedaan worden gemaakt. De regeling heeft in 2012 diverse wijzigingen ondergaan. Daarbij is het novumcriterium verruimd en is de mogelijkheid ingevoerd dat de procureur-generaal een nader onderzoek verricht naar het mogelijke bestaan van een novum. De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) adviseert hem veelal over de wenselijkheid van dergelijk onderzoek. Het wettelijke novumcriterium en de taakopvatting van de ACAS zijn echter geen rustig bezit gebleken. Er wordt doorlopend voorgesteld om het novumcriterium verder te verruimen en om de ACAS breder naar afgesloten zaken te laten kijken. Het is de vraag of de wetgever aan die oproep gehoor moet geven.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Access_open Duidelijke taal: wat heb je eraan?

Over in voorlichting ‘vertaalde’ (belasting)wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vertrouwensbeginsel, voorlichting, inlichtingen, taal, rechtsbescherming
Auteurs Mr. drs. T.A. Cramwinckel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij voorlichting aan burgers ‘vertaalt’ de Belastingdienst complexe belastingwetgeving naar begrijpelijke teksten voor burgers. Deze bijdrage behandelt een aantal praktische en fundamentele vragen die zich voordoen bij deze vertaalslag, zoals: wat is de juridische status van voorlichting? Welke ‘ingrepen’ zijn nodig in de vertaling? Is begrijpelijke taal alleen maar ‘goed’, of zijn er ook nadelen? Kunnen burgers rechten ontlenen aan ‘vertaalde’ belastingwetgeving? En wat betekent dat voor de belastingwetgever? Duidelijk wordt dat begrijpelijke taal nodig is, maar dat het juristen ook voor praktische en fundamentele vraagstukken stelt, waarbij burgers niet uit het oog mogen worden verloren.


Mr. drs. T.A. Cramwinckel
Mr. drs. T.A. (Tirza) Cramwinckel is verbonden aan de Universiteit Leiden als PhD-onderzoeker en docent. Zij is tevens verbonden aan Stibbe te Amsterdam.
Objets trouvés

Het wettelijk experiment rond de promotiestudent

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2020
Trefwoorden experimentwetgeving, promotiestudenten, werknemerpromovendi, wetsevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft in 2015 het Besluit experiment promotieonderwijs gelanceerd. Anders dan het opschrift doet vermoeden, lijkt dit experiment niet of nauwelijks van doen te hebben met de kwaliteit van het onderwijs aan promovendi of met de bijdrage die promotieonderwijs levert aan het verbeteren van Nederlandse proefschriften. Veeleer lijkt het erop dat gepoogd wordt om te bezien of door promovendi hun status van werknemer te ontnemen, de kosten voor universiteiten kunnen worden gedrukt en het aantal promoties kan worden verhoogd. De tussenevaluatie van het experiment is op dit punt weinig kritisch en objectief. Daarmee is niet gezegd dat een wettelijk experiment met het labelen van promotieplaatsen en het monitoren van de effecten van onderwijs aan promovendi geen nut zou kunnen hebben, zoals ik verdedig aan de hand van het voorbeeld van het promoveren op het gebied van het Nederlandse recht.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Artikel

Aanvullend verrijkingsrecht

Bespreking van het proefschrift van mr. T. van der Linden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden ongerechtvaardigde verrijking, aanvullende werking, redelijkheid en billijkheid, onrechtmatige daad, artikel 6:212 BW
Auteurs Mr. S. Damminga
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderzoek van Van der Linden naar aanvullend verrijkingsrecht heeft een zeer lezenswaardig boek opgeleverd, dat bijdraagt aan het debat over dit onderwerp.


Mr. S. Damminga
Mr. S. Damminga is advocaat bij Blumstone te Amsterdam.
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel en de in de vorige aflevering van dit tijdschrift opgenomen bijdrage bespreek ik de vraag of de Moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage heb ik mij daartoe gericht op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In dit tweede en laatste deel bespreek ik de vraag met wie de consument nu eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, behandel ik kort enkele vereenvoudigingen voor handelaren en ga ik in op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. In de conclusie wordt de vraag of de Moderniseringsrichtlijn de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt, beantwoord.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Mededinging

Access_open Terug van weggeweest: een verkenning van verticale prijsbinding in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verticale overeenkomsten, verticale prijsbinding, Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers, e-commerce, koersverandering
Auteurs Mr. J.B. van der Blij en Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’ onderstreept de ACM de nieuw ingeslagen weg met betrekking tot verticale prijsbinding: er zal meer aandacht bestaan voor en strenger worden opgetreden tegen verticale prijsbinding. Deze actievere handhaving staat duidelijk in contrast met het (prioriterings)beleid dat de ACM slechts vier jaar eerder uiteenzette in het Visiedocument over verticale afspraken. De nieuwe koers is mede ingegeven door de vlucht die internetverkoop heeft genomen en zorgt ervoor dat de ACM weer in pas loopt met de Commissie (en de rest van de EU-lidstaten).
    ACM, ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’, 26 februari 2019, www.acm.nl/sites/default/files/documents/leidraad-afspraken-tussen-leveranciers-en-afnemers.pdf


Mr. J.B. van der Blij
Mr. J.B. (Bernadette) van der Blij is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.

Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
Mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.

Sophie van Kasbergen
Mr. S.W. van Kasbergen is advocaat bij Lexwell Attorneys at Law te Sint Maarten.
Uit het veld

Toezicht in een wereld zonder grenzen roept dilemma’s op voor de natiestaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden globalisering, toezicht, platformbedrijven, neoliberalisme, democratische natiestaten
Auteurs Jaap Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereldeconomie is na 2001 snel verder geïntegreerd. De globalisatie heeft een extra dimensie gekregen door de opkomst van platformbedrijven. Het gaat hier feitelijk om virtuele ondernemingen die zich betrekkelijk eenvoudig aan de fiscale regels kunnen onttrekken. Ook de financiële sector is sterk geglobaliseerd, maar het toezicht op deze sector is nog steeds grotendeels voorbehouden aan lokale autoriteiten. Om effectief toezicht te kunnen houden zouden de natiestaten bevoegdheden moeten overdragen aan supranationale autoriteiten. Dat staat echter op gespannen voet met de mogelijkheid om op basis van een lokaal democratische legitimatie beleid te voeren. In deze bijdrage worden een aantal casusposities geanalyseerd en verschillende oplossingsrichtingen besproken.


Jaap Koelewijn
Prof. dr. J. Koelewijn is deeltijdhoogleraar Corporate Finance aan Business Universiteit Nyenrode en eigenaar van Financieel Denkwerk.
Artikel

Energieregulatoren in België: de rol van het parlement en de regering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden energie, toezichthouder, Grondwet, België, parlement
Auteurs Laura De Deyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-recht vereist dat een toezichthouder binnen de energiesector onafhankelijk is van alle marktpartijen. Dat geldt ook voor de politiek. Het zogenoemde ‘Clean Energy Package’ versterkt deze onafhankelijkheidsvereisten nog verder. In België, maar ook in Nederland, rijzen er vaak discussies over hoe ver deze onafhankelijkheid mag gaan, en hoe een politiek onafhankelijke regulator zich verhoudt tot de grondwettelijke regels. Bij hun oprichting werden in België, maar ook in Nederland, de toezichthouders opgenomen binnen de uitvoerende macht. Dit heeft tot gevolg dat ze onderhevig zijn aan administratief toezicht. Dit toezicht staat evenwel haaks op de Europese (politieke) onafhankelijkheidsvereisten. Wanneer dit administratief toezicht evenwel ontbreekt, dan wordt het nationale grondwettelijke principe van de ministeriële verantwoordelijkheid (en daaruit voortvloeiend ook de parlementaire controle) uitgehold. In het Vlaams Gewest, en nu recent ook op Waals niveau, heeft men deze tegenstelling weggewerkt door de energieregulator institutioneel onder te brengen bij het Parlement. Deze verhuis neemt echter niet weg dat er nog steeds een spanningsveld aanwezig blijft tussen de onafhankelijkheid van de regulator en de politiek.


Laura De Deyne
Dr. L. De Deyne is als gastmedewerker verbonden aan de Universiteit Hasselt.
Artikel

Sanctieregelgeving en Wwft: same same, but different!

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Sanctiewet 1997, Wwft, compliance, strategische goederen, sancties
Auteurs Mr. T.J. Kodrzycki en Mr. J.G. Geertsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Een deugdelijk complianceprogramma is verplicht onder de Wwft en de Sanctiewet 1977 en draagt bij aan risicobeheersing van strafvervolging. Onder de Sanctiewet 1977 zien we in recente jaren een toename in strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Onderzocht wordt een aantal verschillen en overeenkomsten in de eisen die toezichthouders stellen aan complianceprogramma’s ten aanzien van de Wwft en de Sanctiewet 1977. Overlap wordt geconstateerd ten aanzien van geliste landen, meldplichten aan toezichthouders, identificeren van UBO’s, onderzoek naar cliënten/zakelijke relaties/transacties, identificeren van PEP’s. De Wwft en Sanctiewet 1977 gaan uit van verschillende normenkaders: risk based (Wwft) en rule based (Sanctiewet 1977).


Mr. T.J. Kodrzycki
Mr. T.J. Kodrzycki is advocaat bij JahaeRaymakers.

Mr. J.G. Geertsma
Mr. J.G. Geertsma is advocaat-partner bij JahaeRaymakers.
Artikel

Access_open Havens en georganiseerde criminaliteit: een historische bespiegeling

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Trefwoorden international harbors, organized crime, history, smuggling, Rotterdam
Auteurs prof. dr. Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The structural vulnerability of the port of Rotterdam to organized crime is dealt with in this article from a broader, historical perspective. Using examples from ports in Italy and the United States, among others, the author shows how at the end of the last century local criminal groups managed to gain a dominant position in the handling of good flows. The author discusses various research reports that have been published over the years on the import of drugs into the port of Rotterdam and other European ports. Drug traffickers turn out to respond very flexible to stricter controls by simply moving to alternative ports or opting for transferring drug loads to small fast boats in open water. The author emphasizes that ports should not be studied as isolated transition points, but must be considered as nodes in networks that extend far inland and abroad. This is the only way to see the broader strategic and tactical options for stopping or reducing drug trafficking. In addition, attention must be paid to the problem of corruption among port workers, police and customs officers.


prof. dr. Cyrille Fijnaut
Em. prof. dr. C.J. Fijnaut is emeritus hoogleraar criminologie aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Digitale data en retentierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden opschortingsrechten, software, kwalificatie, zaken
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Een schuldeiser die weigert digitale data aan zijn schuldenaar af te geven totdat hij is betaald, heeft geen retentierecht. Het retentierecht is immers alleen mogelijk op zaken. Deze kwalificatievraag heeft gevolgen voor de rechtspositie van de opschortende schuldeiser en zijn schuldenaar (of diens curator), want de regeling van het retentierecht verschilt van het algemene opschortingsrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is Professional Support Lawyer bij Lydian in Brussel.
Praktijkberichten

Het Europese mededingingsrechtelijke marktonderzoek gesyndiceerde leningen: oude wijn in nieuwe zakken?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mededingingsrecht, kartelverbod, gesyndiceerde leningen, financiering, compliance
Auteurs Mr. drs. M.C. Brabers en Mr. R.A. Struijlaart
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs publiceerde de Europese Commissie de resultaten van het mededingingsrechtelijke marktonderzoek gesyndiceerde leningen. Het rapport onderstreept eens te meer dat er mededingingsrisico’s bestaan wanneer banken samenwerken om een gesyndiceerde lening te verstrekken aan een geldlener. Met het rapport heeft de Commissie een gedetailleerde beschrijving van de markt vanuit mededingingsrechtelijk perspectief in handen, waardoor deze mededingingsrisico’s nu duidelijk op haar radar staan. Banken moeten dus oppassen en hebben daarom baat bij een steekhoudende mededingingsrechtelijke paragraaf in het complianceprogramma. Dit artikel gaat in op het rapport en (compliance)maatregelen die banken en geldleners kunnen nemen om mededingingsrisico’s te ondervangen.


Mr. drs. M.C. Brabers
Mr. drs. M.C. (Mark) Brabers is advocaat mededingingsrecht bij Loyens & Loeff (praktijkgroep Mededinging & Overheid) te Amsterdam, tevens is hij soms werkzaam in de financieringspraktijk van zijn kantoor.

Mr. R.A. Struijlaart
Mr. R.A. (Robin) Struijlaart is advocaat mededingingsrecht bij Loyens & Loeff (praktijkgroep Mededinging & Overheid) te Amsterdam.

Prof. dr. Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het beroepsgeheim van predikanten in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden bedienaar van de eredienst, Beroepsgeheim, Biechtgeheim, Predikant, protestants-evangelisch
Auteurs Prof. dr. Geert W. Lorein
SamenvattingAuteursinformatie

    Belgian Law mentions professional secrecy at different places. In recent years, professional secrecy has been nuanced or even eroded. It remains, however, an important item for certain professional groups, for some perhaps a privilege, for others a burden. Enough indications exist that ministers of the Protestant-Evangelical religion (pastors), even though they are not bound by priest-penitent privilege, are bound by professional secrecy. This makes it necessary to have a clear definition of ‘pastors’. Due to the relative ignorance about Protestantism in Belgium, this has taken some time. The article ends with the discussion of some practical aspects of the professional secrecy of pastors.


Prof. dr. Geert W. Lorein
Prof. dr. G.W. Lorein publiceert vooral als oudtestamenticus, maar werd met de problematiek van zijn bijdrage in dit nummer geconfronteerd als voorzitter van de Federale Synode van Protestantse en Evangelische Kerken in België en covoorzitter van de Administratieve Raad van de Protestants-Evangelische Eredienst.
Toont 1 - 20 van 800 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 39 40
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.