Zoekresultaat: 78 artikelen

x
Artikel

Sharia in het Westen (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Sharia in het Westen, islamitisch recht, religieus recht, rechtsvergelijking, juridisch pluralisme
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The notion of ‘sharia in the West’ is by now fairly well established, both in social, political and scientific circles, but both the terms ‘sharia’ and ‘West’ remain difficult to define. It is therefore striking that the combination of these two terms is used with such self-evidence. This article wants to answer the question: what exactly is the sharia that Western Muslims arguably want, and how is this sharia received in the West? To this end, a model is presented that provides a description of the complex interaction between sharia as practiced by Western Muslims on the one hand, and the conditions that the Western environment sets for it on the other. The model shows that ‘sharia’ cannot be compared to a law system, and that the Western environment has a major influence on the extent and ways in which Muslims apply sharia. From a Western perspective, the model shows that sharia issues are mainly discussed in legal terms, while most controversies are not of a legal nature, but rather a cultural one.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Auteurs Corjo Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Redactioneel

Access_open Quo vadis?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden rechtsfilosofie, Vereniging voor Wijsbegeerte van het Recht, rechtspraktijk
Auteurs Hans Lindahl
Auteursinformatie

Hans Lindahl
Hans Lindahl is hoogleraar Rechtsfilosofie aan Tilburg University en hoogleraar Global Law aan de Queen Mary University of London.

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.

    Hoe was het met de Nederlandse rechtsfilosofie gesteld in de eerste jaren na de bevrijding? In die periode lag binnen de Vereniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) het accent op de verhouding tussen recht en gerechtigheid in het licht van het recente verleden. Dit artikel bespreekt interventies van drie actieve VWR-leden in de jaren 1946-1949: C.M.O. van Nispen tot Sevenaer, I. Kisch en G.E. Langemeijer. Gelet op het sterke accent op de relatie tussen recht en moraal in deze periode, is het niet verwonderlijk dat de rechtsfilosofie van Gustav Radbruch destijds binnen de VWR veel bijval kreeg. Wat was Radbruchs invloed op deze drie rechtsfilosofen? Het artikel besluit met een bespreking van de herdenkingsrede die VWR-voorzitter M.P. Vrij in 1949 uitsprak bij het dertigjarig bestaan. Deze rede markeert het eindpunt van vier jaar van intensieve aandacht voor de rechtsfilosofische implicaties van de ervaring van juridisch onrecht.


Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Discussie

Access_open Naar een kritische en relevante rechtstheorie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden grondslagen, normatief systeem, buitenstaanderperspectief, empirisch perspectief
Auteurs Pauline Westerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een pleidooi om de eeuwige zoektocht naar abstracte normatieve grondslagen te staken en op zoek te gaan naar de voorwaarden voor het ontstaan en voortbestaan van normatieve systemen vanuit een buitenstaandersperspectief dat conceptuele anayse verbindt met historische en sociologische inzichten.


Pauline Westerman
Pauline Westerman is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open De Vlaamse inbreng in de VWR

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden rechtstheorie, rechtsfilosofie, universitair beleid, Vlaanderen, professionalisering
Auteurs Mark Van Hoecke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beperkte Vlaamse participatie tussen 1935 en 1970, kwam er een geleidelijke verankering van de VWR in Vlaanderen, met een grote bloei in de jaren tachtig en negentig, met jonge professoren die voltijds actief waren op het gebied van de rechtsfilosofie en/of de rechtstheorie. Na 2000 vermindert de inbreng van Vlaanderen echter in belangrijke mate. Er wordt nog vrij veel gepubliceerd in R&R/NJLP, maar nauwelijks nog door professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. Institutioneel wordt de internationale (Engelstalige) dimensie van de VWR versterkt (redactieraad, sprekers), maar vermindert de Vlaamse aanwezigheid in redactie, redactieraad en bestuur. De Vlaamse aanwezigheden op VWR-vergaderingen zijn vaak eenmalig en steeds minder van professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. De afbouw van de leerstoelen en zelfs van het onderwijs in deze domeinen in Vlaanderen is de belangrijkste verklaring hiervoor.


Mark Van Hoecke
Mark Van Hoecke is hoogleraar Rechtsvergelijking aan de Queen Mary University of London.
Artikel

Past een vaccinatieplicht binnen het EVRM-regime?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden vaccinatieplicht, kinderopvang, EVRM, AWGB, Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Auteurs Dr. R.H.M. (Roland) Pierik
SamenvattingAuteursinformatie

    Al jaren daalt in Nederland de vaccinatiegraad, waardoor ziekten als mazelen en de bof opnieuw dreigen de kop op te steken. Om dit tegen te gaan zijn recent in de Nederlandse politiek twee meer verplichtende maatregelen voorgesteld. Dit artikel analyseert de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden van deze voorstellen, met name in de context de van de grondrechten waarmee ze zouden kunnen botsen: artikel 2 EVRM (recht op leven), artikel 8 EVRM (onaantastbaarheid van het lichaam) en/of artikel 9 EVRM: (vrijheid van godsdienst en levensovertuiging) en het daaruit volgende Nederlandse gelijkebehandelingsrecht.


Dr. R.H.M. (Roland) Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de afdeling Algemene Rechtsleer van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.

    This article introduces the concepts of play and playfulness within the context of legal-philosophical education. I argue that integrating play and playfulness in legal education engages students and prepares them for dealing with the perpetual uncertainty of late modernity that they will face as future legal professionals. This article therefore aims to outline the first contours of a useful concept of play and playfulness in legal education. Drawing on the work of leading play-theorists Huizinga, Caillois, Lieberman and Csikszentmihalyi, play within legal education can be described as a (1) partly voluntary activity that (2) enables achievement of learning goals, (3) is consciously separate from everyday life by rules and/or make believe, (4) has its own boundaries in time and space, (5) entails possibility, tension and uncertainty and (6) promotes the formation of social grouping. Playfulness is a lighthearted state of mind associated with curiosity, creativity, spontaneity and humor. Being playful also entails being able to cope with uncertainty. The integration of these concepts of play and playfulness in courses on jurisprudence will be illustrated by the detailed description of three play and playful activities integrated in the course ‘Introduction to Legal Philosophy’ at the Vrije Universiteit Amsterdam.


Hedwig van Rossum
Mr. H.E van Rossum, LL.M., is a lecturer-researcher in the Department of Legal Theory at the Vrije Universiteit Amsterdam and has been teaching the freshman course ‘Introduction to Legal Philosophy’ since 2011.
Artikel

Islam en mensenrechten: gaat dat nog lukken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sharia, mensenrechten, islam en mensenrechten, minimale mensenrechten, Islamitisch recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The question central to this article is whether ‘Islam’ and human rights are compatible and, if not, whether there might be room to come to a minimum standard of human rights that can be shared globally. This article will demonstrate that, from the perspective of Islamic orthodoxy, principles that are fundamental to human rights, like equality and freedom of religion, pose unsurmountable problems, and the adjustment of these principles is theologically nearly impossible. However, a growing number of Muslim intellectuals holds the opposite view, using new theological methods to argue that these Islamic principles and human rights are compatible. Although they are warmly welcomed by human rights lawyers and activists, their methods are not uncontroversial, and they are still very small in number.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Email: M.S.Berger@hum.leidenuniv.nl.
Artikel

Access_open Dworkin’s Rights Conception of the Rule of Law in Criminal Law

Should Criminal Law be Extensively Interpreted in Order to Protect Victims’ Rights?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Klaas Rozemond, Ronald M. Dworkin, Legality in criminal law, Rights conception of the rule of law, Legal certainty
Auteurs Briain Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    The extensive interpretation of criminal law to the detriment of the defendant in criminal law is often problematized in doctrinal theory. Extensive interpretation is then argued to be problematic in the light of important ideals such as democracy and legal certainty in criminal law. In the Dutch discussion of this issue, Klaas Rozemond has argued that sometimes extensive interpretation is mandated by the rule of law in order to protect the rights of victims. Rozemond grounds his argument on a reading of Dworkin’s distinction between the rule-book and the rights conception of the rule of law. In this article, I argue that Dworkin’s rights conception, properly considered, does not necessarily mandate the imposition of criminal law or its extensive interpretation in court in order to protect victims’ rights.


Briain Jansen
Briain Jansen is als promovendus rechtstheorie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

The precaution controversy: an analysis through the lens of Ulrich Beck and Michel Foucault

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Precautionary principle, risk society, governmentality, risk governance, environmental law
Auteurs Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the precautionary principle lack of scientific evidence for the existence of a certain (environmental) risk should not be a reason not to take preventative policy measures. The precautionary principle had a stormy career in International environmental law and made its mark on many treaties, including the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU). However it remains controversial. Proponents see it as the necessary legal curb to keep the dangerous tendencies of industrial production and technology in check. Opponents regard it with suspicion. They fear it will lead to a decrease in freedom and fear the powers to intervene that it grants the state. In this article the principle is reviewed from the perspectives of Ulrich Beck’s ‘reflexive modernisation’ and Michel Foucault’s notion of governmentality. It is argued that from Beck’s perspective the precautionary principle is the result of a learning process in which mankind gradually comes to adopt a reflexive attitude to the risks modernity has given rise to. It represents the wish to devise more inclusive and democratic policies on risks and environmental hazards. From the perspective of Michel Foucault however, the principle is part and parcel of neo-liberal tendencies of responsibilisation. Risk management and prudency are devolved to the public in an attempt to minimise risk taking, while at the same time optimising production. Moreover, it grants legitimacy to state intervention if the public does not live up to the responsibilities foisted on it. Both perspectives are at odds, but represent different sides of the same coin and might learn from each other concerns.


Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is a socio-legal scholar affiliated with the University of Amsterdam Law School and the PPLE honours college. Next to lecturing on a variety of subjects, he focusses on interdisciplinary legal research into the possibilities of law to deal with contemporary social problems.

    In this article I develop a political realist notion of public reason. It may be thought that a notion of public reason is simply incompatible with the position of the political realist. But this article claims that a realist notion of public reason, different from the familiar political liberal idea of public reason, can be reconstructed from ancient texts on rhetoric and dialectic, particularly Aristotle's. The specification of this notion helps us understand the differences between contemporary liberal and realist positions.


Bertjan Wolthuis
Bertjan Wolthuis is Assistant Professor of Legal Theory at Vrije Universiteit Amsterdam.

    Central to this contribution is the question whether Dworkin’s theory of constructive interpretation as a method of applying law for the judge, can be used as a method of legal-dogmatic research. Constructive interpretation is a method of legal interpretation that aims to find a normative unity in the diversity of rules that characterize a legal system. In order to find an answer to this question, the key elements of Dworkin’s theory are explained and applied to the author’s PhD research. Methodological difficulties that could give rise to problems when applying Dworkin’s theory, are investigated. In the end, the author concludes that since the judge and the scholar use quite the same methods when interpreting law, the principles of constructivism should fit legal research well, even though some aspects of Dworkin’s theory are difficult to operationalize in practice. As a leading notion however, constructivism constitutes a workable method of legal research.


Francisca Christina Wilhelmina de Graaf LL.M
Fanny de Graaf is a PhD candidate at the Faculty of Law, VU University.

mr.dr. Maria Geertruida IJzermans
Artikel

Access_open Kelsen, Secular Religion, and the Problem of Transcendence

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Kelsen, secular religion, Voegelin, Schmitt, transcendence
Auteurs professor Bert van Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    An alleged ‘return to religion’ in contemporary western politics (and science) prompted the Trustees of the Hans Kelsen Institut to posthumously publish Kelsen’s critique of the concept of ‘secular religion’ advanced by his early student Eric Voegelin. This paper identifies, firstly, what concept of transcendence is targeted by Kelsen, and argues that his analysis leaves scope for other conceptions. It does so in two steps: it summarizes the arguments against ‘secular religion’ (section 2) and it gives an account of the differences between Voegelin’s and Schmitt’s conception of transcendence – both under attack from Kelsen (section 3). It then submits an alternative account of the relationship between politics and religion in Modernity, building on the concept of a ‘civil religion’ as found in Rousseau’s Social Contract. Giving a Rousseauist slant to Claude Lefort’s analysis of political theology (section 4) it concludes that a thin concept of transcendence is part and parcel of every, in particular a democratic, account of politics. It should be a stronghold against any resurgence of religion that feeds on hypostatized transcendence. In closing (section 5), it is argued that two key concepts in Kelsen’s legal philosophy may well be understood as paradigms of thin transcendence, namely ‘the people’ and ‘the Grundnorm’.


professor Bert van Roermund
Bert van Roermund is professor (em.) of philosophy at Tilburg Law School and international correspondent of the Hans Kelsen Institute in Vienna.
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Goed geregeld

Geestelijke verzorging bij justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Geestelijke verzorging, justitie, scheiding van kerk en staat, godsdienstvrijheid
Auteurs Dr. mr. Ryan van Eijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Ryan van Eijk reacts on a previously in this periodical published article on prison chaplaincy in the Netherlands. This article argued that the growing religious individualisation as well as a political rethinking of the role of religions institutions ask for system adaptations and that the denominational approach is subject to discussion. Van Eijk criticizes this thesis and presents arguments and reasons why the current model is a good one. According to Van Eijk prison chaplaincy cannot and should not be organized only from the right of the detainee, for also aspects like the task of the government and denominational organizations and the detention context have to be considered.


Dr. mr. Ryan van Eijk
Dr. mr. R. van Eijk is secretaris van het oecumenische Centrum voor Justitiepastoraat (een initiatief van Tilburg University en de Protestantse Theologische Universiteit, Amsterdam) te Tilburg en justitiepastor in PI Vught. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Artikel

Access_open Staat, kerk en individuele gelovige: strijd om de dominantie

De zaak Fernández Martínez in het licht van theorievorming over collectieve godsdienstvrijheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden godsdienstvrijheid, EVRM, staatsrecht, rechtsfilosofie
Auteurs Mr. drs. Jaco van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the European Court of Human Rights issued its Grand Chamber judgment in the case of Fernández Martínez versus Spain. This case shows the importance of a sound and justified approach of the collective dimension of religious freedom. It is argued that a perspective from individual autonomy falls short. Instead, an account is proposed which reflects on the nature of religious collectivities, and on the proper place of the state within society. In some aspects of the said judgment, elements of such an approach can be found, while other aspects show more affinity with a contrary approach. The judgment therefore suffers from incoherence, as it is argued.


Mr. drs. Jaco van den Brink
Mr. drs. J. van den Brink studeerde rechtsgeleerdheid en geschiedenis (BA) in Utrecht en volgde een juridische en een filosofische master rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Vanaf 2013 werkt hij als advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten te Hardinxveld-Giessendam.
Toont 1 - 20 van 78 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.