Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 415 artikelen

x
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

    Sinds inwerkingtreding van de WAMCA kent de collectieve actie een procedurele tweedeling in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. Inhoudelijke behandeling van de vordering vindt ingevolge art. 1018c lid 5 Rv pas plaats indien en nadat de rechter over de ontvankelijkheid heeft beslist. De vraag is in hoeverre de twee fasen los van elkaar kunnen worden gezien, nu elementen van de ontvankelijkheidstoets nauw zijn verweven met de inhoudelijke beoordeling. De auteur maakt een vergelijking met de Amerikaanse federale class action, die een soortgelijke problematiek kent, en betoogt dat een genuanceerde toepassing van art. 1018c lid 5 Rv aangewezen is.


Pim Wissink
Mr. P.G.J. Wissink is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Access_open Licht aan het einde van de tunnel voor wensouders?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden wensouders, draagmoederschap, kinderrechten, ouderschap, afstamming
Auteurs Mr. N. van der Storm en Mr. M.Q.M. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op dit moment is er in Nederland geen wet- en regelgeving over draagmoederschap. Op 12 juli 2019 heeft het kabinet laten weten voornemens te zijn met een regeling te komen over draagmoederschap en inmiddels is op 24 april 2020 het Concept Wetsvoorstel Kind draagmoederschap en afstamming (Concept Wetsvoorstel Kind) openbaar gemaakt ten behoeve van een online consultatie. In dit artikel beschrijven de twee auteurs tegen welke uitdagingen zij aanlopen in hun hoedanigheid als familierechtadvocaat in draagmoederschapszaken en op welke wijze het wetsvoorstel een verbetering zal betekenen voor de rechtspraktijk.


Mr. N. van der Storm
Mr. N. van der Storm is advocaat & mediator bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.

Mr. M.Q.M. Mosk
Mr. M.Q.M. Mosk is advocaat bij De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten & Mediators.
Artikel

Access_open Over het verzet tegen de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst van de vereffenaar

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden vereffening, rekening en verantwoording, uitdelingslijst, verzet, waardering verkrijging erfgenaam
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel besteedt de auteur mede aan de hand van recente beschikkingen van de Hoge Raad aandacht aan de procesrechtelijke aspecten van het verzet tegen een door een vereffenaar gedane rekening en verantwoording of opgemaakte uitdelingslijst. In een van de door de Hoge Raad berechte zaken speelt de waardering van hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt een rol. Deze kwestie wordt bij wijze van intermezzo behandeld.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Prof. dr. G.R. de Groot
Prof. dr. G.R. de Groot is emeritus hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht aan de Universiteit Maastricht en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Aruba.
Europees internationaal privaatrecht

Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de immuniteit van internationale organisaties

De uitspraak van het Hof van Justitie in Supreme/Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden internationale organisaties, internationale bevoegdheid van de nationale rechter, immuniteit, Brussel I-bis
Auteurs Prof. dr. E.C.P.D.C. De Brabandere
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 september 2020 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Supreme/Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE). De zaak heeft betrekking op de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter inzake een geschil tussen een reeks vennootschappen en een internationale organisatie. Naast de vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek door een internationale organisatie tot opheffing van een conservatoir beslag, bespreken het arrest en deze noot de vraag of rekening gehouden moet worden met de immuniteit van executie van internationale organisaties.
    HvJ 3 september 2020, zaak C-186/19, ECLI:EU:C:2020:638 (Supreme/Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE)).


Prof. dr. E.C.P.D.C. De Brabandere
Prof. dr. E.C.P.D.C. (Eric) De Brabandere is hoogleraar internationale geschillenbeslechting aan Grotius Centre for International Legal Studies en advocaat aan de Balie te Brussel (DMDB Law).
Artikel

Kroniek internationaal privaatrecht Caribische koninkrijksdelen 2010-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Internationaal privaatrecht, internationaal bevoegdheidsrecht, conflictenrecht, internationaal erkennings- en executierecht, internationaal privaatrecht
Auteurs Dr. mr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen binnen het internationaal privaatrecht van de Caribische koninkrijksdelen die zich in de periode 2010-2020 hebben voorgedaan besproken.


Dr. mr. M.V.R. Snel
Dr. mr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

Strafrechtelijke stand van zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cassatieregeling, strafprocesrechtelijke wetgeving, strafrechtelijke wetgeving, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. H. de Doelder en Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een bespreking van een aantal belangrijke wijzigingen in de straf(proces)rechtelijke wetgeving in het Caraibisch gebied. Het betreft een aantal wijzigingen die reeds zijn ingevoerd (strafrechtelijke bepalingen) en wijzigingen die worden beoogd (strafvorderlijke bepalingen). De wijzigingen worden toegelicht en van commentaar voorzien. Tot slot wordt nog stilgestaan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad en de invloed die zijn uitspraken op de regelgeving heeft (gehad). Nadere aandacht wordt besteed aan de cassatieregeling in het Caraibische deel van het Koninkrijk. Betoogd wordt dat die regeling aanpassing behoeft.


Prof. mr. H. de Doelder
Prof. mr. H. de Doelder is emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao.

Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Kroniek burgerlijk procesrecht 2010-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden procesrechtelijke ontwikkelingen
Auteurs Mr. Th. Veling
SamenvattingAuteursinformatie

    Overzicht van ontwikkelingen in het burgerlijk procesrecht in het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Onder andere over griffierecht, waarheidsplicht, procestalen, suggestiebevoegdheid, procedure in hoger beroep, digitalisering en beslag.


Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling was tot 2020 rechter in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en is nu rechter in de rechtbank Rotterdam.
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.
Artikel

Access_open Uit- en overlevering van EU-burgers bij overtreding van het kartelverbod – op het snijvlak van straf- en mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden uit- en overlevering, kartelverbod, mededingingswet, lijstfeiten, dubbele strafbaarheid
Auteurs Mr. W.W. Geursen en Mr. J. Boonstra-Verhaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland wordt het mededingingsrecht (nog steeds) bestuursrechtelijk afgedaan. De strafrechtelijke handhaving van dit rechtsgebied heeft de laatste jaren in andere landen een opmars gemaakt; ook in verschillende lidstaten van de Europese Unie. Hoewel in Nederland het mededingingsrecht een ‘strafrechtelijk verleden’ kent, werd deze handhavingsvorm weinig benut en/of was deze weinig succesvol en is hiervan afscheid genomen. Dat Nederland overtredingen van de mededingingswet nu niet strafrechtelijk sanctioneert, wil echter niet zeggen dat aan mededingingsrechtelijke overtredingen voor Nederlanders geen strafrechtelijke risico’s kleven. Indien dergelijke overtredingen door Nederlandse onderdanen in het buitenland effect hebben, omdat daar bijvoorbeeld de klanten van een kartel zijn gevestigd, kunnen Nederlanders alsnog – zij het in het buitenland – tegen strafrechtelijke vervolging en een veroordeling aanlopen.


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als buitenpromovendus verbonden aan de Vrije Universiteit.

Mr. J. Boonstra-Verhaert
Mr. J. Boonstra-Verhaert is initiator van actualiteitenwebsite BijzonderStrafrecht.nl, werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als eindredacteur verbonden aan TBS&H.
Artikel

De opsporings- en vervolgingscompetentie van het Europees Openbaar Ministerie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, opsporing, subsidiefraude, corruptie, EU-strafrecht
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Openbaar Ministerie gaat ook in Nederland strafbare feiten opsporen en vervolgen die schade toebrengen aan de financiële belangen van de EU. Maar welke feiten precies? Hoe wordt zijn competentie afgebakend van de competentie van de nationale autoriteiten? En hoe wordt verzekerd dat het Europees OM niet alleen formeel, maar ook praktisch in staat is om de opsporingsonderzoeken uit te voeren waarvoor het bevoegd is? Deze bijdrage bespreekt de invoeringswet waarmee het Europees OM in de Nederlandse rechtsorde wordt ingebed, en de competentievragen die daarbij een rol spelen. Sommige punten zijn helder, maar andere leiden slechts tot vraagtekens.


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Enkele observaties over de Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ondernemingsrecht
Auteurs Prof. mr. H. Koster
Auteursinformatie

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open Nationale constitutie versus internationale jurisdictie?

De rol van de rechter vanuit internationaalrechtelijk perspectief

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Auteurs Anneloes Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het evenwicht tussen de staatsmachten, maar ook voor de ontwikkeling van internationaal recht, is de wijze waarop de nationale rechter zijn rol vervult van belang: gedraagt hij zich als rechtsvormer of als een rechtshandhaver? Zowel de legitimatie en vorming van het internationale recht als de handhaving van de internationale verplichtingen van de Staat op nationaal niveau zijn hiervan afhankelijk. Deze belangen worden bezien vanuit internationaal perspectief en uiteengezet aan de hand van recente jurisprudentie.


Anneloes Kuiper-Slendebroek
Anneloes Kuiper-Slendebroek is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balie te Gent en te Brussel (Everest Advocaten), erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken bij de Federale Bemiddelingscommissie in België, en redacteur van dit tijdschrift. Hij volgt sedert verschillende jaren als waarnemer de vergaderingen van de werkgroep arbitrage en conciliatie van UNCITRAL en was lid van de werkgroep arbitrage en ADR van de NOAB die het Reglement Bindende derdenbeslissing uitwerkte.
Toont 1 - 20 van 415 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.