Zoekresultaat: 164 artikelen

x

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

Access_open Recht en politiek in de klimaatzaken

Een sleutelrol voor het internationaal recht in de argumentatie van de nationale rechter

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Auteurs Vincent Dupont
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since it was published in 2015, the judgment of the The Hague court in the so-called Urgenda-case, and the subsequent decisions of the appellate and cassation courts confirming it, have been met with repeated and vivid critiques. By recognizing the necessity of the reduction in greenhouse gas emissions, and furthermore imposing a certain reduction level on the Dutch state, the judgments in the cases at hand gave rise to many questions concerning the position of the judiciary in the matter, and in Dutch society as a whole. This article attempts in the first place to situate the positions of the different actors intervening in the Urgenda-case within a legal-theoretical framework. The contribution subsequently explores the strategic possibilities that an alternative understanding of law could offer to the judges, focusing specifically on the use of legal instruments stemming from international law, brought into the reasoning of the national judge.


Vincent Dupont
Vincent Dupont studeerde in 2017 af als Master of Laws aan de KU Leuven en volgt momenteel een opleiding sociologie aan de Université libre de Bruxelles, Unicamp in São Paulo en de École des hautes études en sciences sociales in Parijs.
Actualia contractspraktijk

Ingebrekestelling: misschien minder formeel, maar het blijft oppassen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Ingebrekestelling, Verzuim, Redelijke termijn, Deformalisering
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 oktober 2019 wees de Hoge Raad het arrest Fraanje/Alukon. In dit arrest behandelde hij de vraag hoe de redelijke termijn in een ingebrekestelling moet worden bepaald. Ook oordeelde de Hoge Raad dat een ingebrekestelling niet aan formaliteiten gebonden is, maar dat de rechter er praktisch mee om moet gaan. Het arrest en zijn gevolgen worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Aalsmeer en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

Sharia in het Westen (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Sharia in het Westen, islamitisch recht, religieus recht, rechtsvergelijking, juridisch pluralisme
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The notion of ‘sharia in the West’ is by now fairly well established, both in social, political and scientific circles, but both the terms ‘sharia’ and ‘West’ remain difficult to define. It is therefore striking that the combination of these two terms is used with such self-evidence. This article wants to answer the question: what exactly is the sharia that Western Muslims arguably want, and how is this sharia received in the West? To this end, a model is presented that provides a description of the complex interaction between sharia as practiced by Western Muslims on the one hand, and the conditions that the Western environment sets for it on the other. The model shows that ‘sharia’ cannot be compared to a law system, and that the Western environment has a major influence on the extent and ways in which Muslims apply sharia. From a Western perspective, the model shows that sharia issues are mainly discussed in legal terms, while most controversies are not of a legal nature, but rather a cultural one.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Auteurs Corjo Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De Vlaamse inbreng in de VWR

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden rechtstheorie, rechtsfilosofie, universitair beleid, Vlaanderen, professionalisering
Auteurs Mark Van Hoecke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beperkte Vlaamse participatie tussen 1935 en 1970, kwam er een geleidelijke verankering van de VWR in Vlaanderen, met een grote bloei in de jaren tachtig en negentig, met jonge professoren die voltijds actief waren op het gebied van de rechtsfilosofie en/of de rechtstheorie. Na 2000 vermindert de inbreng van Vlaanderen echter in belangrijke mate. Er wordt nog vrij veel gepubliceerd in R&R/NJLP, maar nauwelijks nog door professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. Institutioneel wordt de internationale (Engelstalige) dimensie van de VWR versterkt (redactieraad, sprekers), maar vermindert de Vlaamse aanwezigheid in redactie, redactieraad en bestuur. De Vlaamse aanwezigheden op VWR-vergaderingen zijn vaak eenmalig en steeds minder van professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. De afbouw van de leerstoelen en zelfs van het onderwijs in deze domeinen in Vlaanderen is de belangrijkste verklaring hiervoor.


Mark Van Hoecke
Mark Van Hoecke is hoogleraar Rechtsvergelijking aan de Queen Mary University of London.
Artikel

De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden staatsmachten, legitimatie, internationaal recht, Rookverbod-arrest, dualiteit rechtspraak
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Urgenda-zaak is niet alleen de dialoog geopend over de betekenis van het internationale klimaatrecht, de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden en de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten, maar komt ook de rol van de nationale rechter in het internationale recht aan bod. Via de route van het EVRM wijst de Nederlandse rechter de Staat op zijn internationale verplichtingen – waaronder die van de positieve bescherming van mensenrechten – en brengt hij de rechtsopvattingen van internationaal en nationaal recht op één lijn. Dit getuigt van een actieve rol van de rechter. Geplaatst in het licht van internationale ontwikkelingen en het Rookverbod-arrest biedt deze rol ook mogelijkheden voor algemeen-belangacties wanneer de normen uit internationale verdragen in het concrete geval rechtstreeks toegepast kunnen worden door de rechter.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2017 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift getiteld ‘Rechter over grenzen: de interpretatie en doorwerking van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht’.
Artikel

Afbakening van de godsdienstvrijheid in de context van sociale voorzieningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Reikwijdte godsdienstvrijheid, sociaal grondrecht, Bijstand, sociale voorzieningen, islamitische geloofsuitingen
Auteurs Mr. dr. Jos Vleugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Invoking the fundamental social right to assistance does not prevent the CRvB from also applying the traditional fundamental right to freedom of religion. This approach is in line with the current case-law of the ECHR. This also applies to the more subjective explanation of religion used by the CRvB. This can be justified by the doctrine of interpretative restraint and the importance of self-definition. In the light of these principles, it is unclear why the CRvB makes a distinction in the level of protection of different religious expressions when weighing up interests in the context of article 9 ECHR


Mr. dr. Jos Vleugel
Mr. dr. A. Vleugel is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Staats-, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2018 op een proefschrift met de titel Het juridische begrip van godsdienst.
Artikel

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Auteurs Thomas Jacobus de Jong
Samenvatting

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong
Artikel

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Auteurs Wim Borst
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Legisprudentie

Adviezen van de Raad van State in jurisprudentie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden wetgevingsadvisering, legisprudentie, Raad van State, rechtsvinding
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    De rubriek ‘Legisprudentie’ is terug van weggeweest. In komende afleveringen worden trends of trendbreuken in het werk van de Afdeling advisering van de Raad van State gesignaleerd en geduid. Deze eerste keer gaat de aandacht uit naar het gebruik van adviezen bij de rechtspraak. Welke rol speelt wetgevingsadvisering bij rechterlijke rechtsvinding?


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Artikel

Terugkoppeling door de rechter, wat moet de wetgever daarvan vinden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden wetgeving, terugkoppeling, trias politica, machtenscheiding, rechtspraak
Auteurs Mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal wat de terugkoppeling van de rechter aan de wetgever vraagt van de wetgever. Allereerst wordt geconcludeerd dat ook zonder expliciete terugkoppeling de rechter zich wendt tot de wetgever en dat een expliciete terugkoppeling als zodanig geen verandering in de verhouding tussen rechter en wetgever met zich brengt. Er lijken echter wel tekenen te zijn dat de verhouding tussen rechtspraak en wetgever in beweging is. Daar hoeft de wetgever niet bij te staan kijken. Hij kan door een actieve houding de beweging beïnvloeden. Verschillende mogelijkheden die de wetgever heeft om met inachtneming van de staatsrechtelijke verhoudingen te reageren op rechtspraak en het belang van het tijdig maken van duidelijke keuzes in maatschappelijk gevoelige kwesties door de wetgever zelf, passeren de revue. Ten slotte wordt een oproep gedaan om met elkaar in gesprek te gaan over de kwaliteit van de wetgeving, de betekenis van de jurisprudentie, de overlap tussen politieke afwegingen en rechtsvinding en over de vraag waar de grenzen nu precies liggen.


Mr. drs. A.G. van Dijk
Mr. drs. A.G. (Anneke) van Dijk (directeur wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid).
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het liefdesnest en artikel 3:12 BW

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2018
Trefwoorden open normen, discordantie, wetgeving, redelijkheid en billijkheid, lokale overtuigingen
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de in de West aan de orde zijnde discordantie van wetgeving, die de rechter de mogelijkheid biedt lokale overtuigingen en beginselen aan een rechtsoordeel over redelijkheid en billijkheid ten grondslag te leggen. Naar de mening van de auteur hoeft deze mogelijkheid tot lokale differentiatie niet beperkt te blijven tot de toepassing van de redelijkheid en billijkheid.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is advocaat bij Spigt Dutch Caribbean te Curaçao en universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bakker doceert en publiceert regelmatig op het terrein van het contracten- en aansprakelijkheidsrecht en is onder meer medewerker van de Groene Serie (verbintenissenrecht) alsmede redactielid van het Tijdschrift Overeenkomst in de Rechtspraktijk en het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Vereenzelviging?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2018
Trefwoorden vereenzelviging, onrechtmatige daad, Rainbow-arrest, doorbraak van aansprakelijkheid, directe doorbraak
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de rechtsfiguur vereenzelviging. In de rechtspraak en literatuur heeft de nodige discussie plaatsgevonden over de vraag wanneer nu precies sprake is van vereenzelviging. In deze bijdrage gaat de auteur in op deze discussie, brengt enkele nieuwe gezichtspunten naar voren en zet uiteen wat zijn visie is.


Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Het innoverende karakter van PSD2 wat betreft zorgplichten van betaaldienstverleners jegens betaaldienstgebruikers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden betaaldienstverleners, zorgplichten, innovatie, PSD2, Implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten
Auteurs Mr. R.E. van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel beantwoordt de auteur de vraag welke nieuwe zorgplichten jegens betaaldienstgebruikers voor betaaldienstverleners voortvloeien uit de herziene Richtlijn betaaldiensten (PSD2).


Mr. R.E. van Esch
Mr. R.E. van Esch is legal counsel bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch
Artikel

Wijsheid, standvastigheid en recht

Stoïcisme als crisisverschijnsel en zijn verhouding tot het christendom

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Stoa, standvastigheid, moed, besluitvaardigheid, weerbaarheid, dwaasheid, deugd
Auteurs Dr. Timo Slootweg
SamenvattingAuteursinformatie

    Politics and law are not in essence about knowledge, good sense and learning, but about wisdom. Good legislation requires wisdom and the wise judge is also the ideal when it comes to good adjudication. But what is wisdom actually and who is the sage? To answer these questions, this article departs from the views of the Stoa (of Seneca especially) which has been of fundamental significance for the development of law and which still continues to influence it. It shows how the philosophical views of the Stoics included an objective view of law and cultivated a subjective impassibility and apathy that were associated with steadfastness or constancy. Stoic wisdom was (and still is): virtuous obedience to the objective laws of nature. In modern Stoics like Spinoza and Justus Lipsius we find these same elements. But in modern times Stoicism is wrapped in the veil of a Christian vision of life, which (as such) serves as a seductive legitimation of its principles. In this guise Stoicism has been of enormous significance in the history of Christianity. However, their historical relationship is based on a major misunderstanding. In fact, Stoicism is Christianity’s most extreme alternative, as Erasmus already pointed out. For the Stoic sage a theoretical and practical wisdom applies that is not (in any way) in accordance with the courageous foolishness of Christianity. It is through the prism of this foolishness that we come to appreciate that the eternal Stoic attitude is odious when it comes to law and politics. Stoicism is a recurring crisis phenomenon: a cultural sickness, for which the wisdom of Christianity still offers a very effective medicine.


Dr. Timo Slootweg
Dr. T.J.M. Slootweg is historicus en filosoof. Hij doceert Rechtsfilosofie en ethiek aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2016 publiceerde hij Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht (Antwerpen/Apeldoorn: Garant 2016).
Artikel

Islam en mensenrechten: gaat dat nog lukken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sharia, mensenrechten, islam en mensenrechten, minimale mensenrechten, Islamitisch recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The question central to this article is whether ‘Islam’ and human rights are compatible and, if not, whether there might be room to come to a minimum standard of human rights that can be shared globally. This article will demonstrate that, from the perspective of Islamic orthodoxy, principles that are fundamental to human rights, like equality and freedom of religion, pose unsurmountable problems, and the adjustment of these principles is theologically nearly impossible. However, a growing number of Muslim intellectuals holds the opposite view, using new theological methods to argue that these Islamic principles and human rights are compatible. Although they are warmly welcomed by human rights lawyers and activists, their methods are not uncontroversial, and they are still very small in number.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Email: M.S.Berger@hum.leidenuniv.nl.
Toont 1 - 20 van 164 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.