Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 453 artikelen

x
Interview

Access_open De grote toezichtinterviewestafette – deel 7

DCMR Milieudienst Rijnmond

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2021
Auteurs Marieke Gorrée en Arnt Mein
Auteursinformatie

Marieke Gorrée
M. Gorree MSc is senior onderzoeker/inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en redactielid van het Tijdschrift voor Toezicht.

Arnt Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector Legal Management aan de hogeschool van Amsterdam en redactielid van het Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Een staatsrechtelijke verbouwing van de Eerste Kamer: het terugzendrecht in perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden novelle, staatscommissie parlementair stelsel, verkapt amendementsrecht, gedifferentieerde inwerkingtreding, vetorecht
Auteurs L. Dragstra en G. Boogaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatscommissie parlementair stelsel heeft eind 2018 voorgesteld de Eerste Kamer naast haar bestaande vetorecht een voorwaardelijk terugzendrecht toe te kennen. Als het aan de staatscommissie ligt, mag de Eerste Kamer voortaan wetsvoorstellen amenderen en vervolgens terugzenden naar de Tweede Kamer. De regering heeft het terugzendrecht inmiddels omarmd, maar het is nog altijd wachten op de indiening van een voorstel tot grondwetswijziging. In dit artikel wordt geanalyseerd hoe het terugzendrecht kan worden vormgegeven, welke keuzes hierbij moeten worden gemaakt, en hoe die zich verhouden tot de taak en verkiezingswijze van de Eerste Kamer.


L. Dragstra
Dr. L. (Laurens) Dragstra is raadadviseur/plaatsvervangend griffier bij de Eerste Kamer.

G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar decentrale overheden (Thorbeckeleerstoel) en docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De Nederlandse constitutie en de Eerste Kamer

Ontwikkelingen, uitgangspunten en perspectieven

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, tweekamerstelsel, grondwetsinterpretatie
Auteurs G.J.A. Geertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de Tweede en de Eerste Kamer is enigszins tweeslachtig: aan de ene kant hebben beide Kamers altijd van elkaar te onderscheiden taken vervuld, maar overlap van die taken is en blijft onvermijdelijk. Sinds 2010 biedt het uit artikel 51, eerste lid, van de Grondwet voortvloeiende politieke primaat van de Tweede Kamer steeds minder houvast voor een goede afbakening van de positie van beide Kamers: door de versplintering van het partijenlandschap vervult de Eerste Kamer steeds meer een politieke rol, die kan gaan bijten met haar taak als bewaker van wetgevingskwaliteit. In deze bijdrage komt aan de orde hoe de positie van de Eerste Kamer tegen die achtergrond kan worden geduid.


G.J.A. Geertjes
Mr. dr. G.J.A. (Gert Jan) Geertjes is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De erkenning van het boeddhisme en andere levensbeschouwingen in België

Op naar het Nederlandse model?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden boeddhisme, financiering religies/levensbeschouwingen, geestelijke verzorgers, godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs, België – Nederland
Auteurs Leni Franken
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2020, the Belgian federal Government announced that it will recognize Buddhism as a non-confessional worldview. This recognition will give the Buddhists several privileges: the salaries and pensions of lama’s as well as of Buddhist consultants in prisons, hospitals and the army will be paid for by the state. In addition, state schools will be required to organize Buddhist education at parental request. From the perspective of equal treatment and within the current constitutional framework, the recognition of Buddhism can only be welcomed. But is this constitutional framework, which is amongst others indebted to the concordat between Napoleon and the Holy See (1801), still up to date? In 1983, the Dutch Government abolished this Napoleonic model of state financing and opted for a profound reform of the system. In this article, I will show why such a reform could also be useful and inspiring in the Belgian context.


Leni Franken
Leni Franken studeerde filosofie en godsdienstwetenschappen en promoveerde aan de UAntwerpen op een proefschrift rond overheidsneutraliteit en financiering van levensbeschouwingen. Momenteel is ze als onderwijsbegeleider verbonden aan het Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen).

    Schone lucht is van levensbelang maar niet vanzelfsprekend, doordat veel menselijke activiteiten de lucht verontreinigen. In het recente Schone Lucht Akkoord is een afspraak gemaakt om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. De vraag is hoe dat doorwerkt in de normstelling voor milieubelastende activiteiten door bedrijven, als een van de bronnen van de luchtverontreiniging. Dit artikel bespreekt de mogelijkheden van de Omgevingswet om emissiegrenswaarden te stellen die zo veel mogelijk is bijdragen aan het oogmerk van gezondheid en een schoon milieu. Daarmee wordt de relatie tussen de normering van industriële emissies en de beleidsdoelstelling in het Schone Lucht Akkoord gelegd.


Dr. H.C. (Harm) Borgers
Dr. H.C. Borgers is adviseur bij adviesbureau KokxDeVoogd.

Mr. R. (Roos) Molendijk
Mr. R. Molendijk is adviseur bij adviesbureau KokxDeVoogd.
Mededinging

Gaat (de ACM met) de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen de inkoopmacht van retailers aanpakken?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Richtlijn 2019/633/EU, geschillencommissie, Autoriteit Consument en Markt, agri- en foodsector
Auteurs Mr. D.W.L.A. Schrijvershof en Mr. T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2021 is de nieuwe Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Stb. 2021, 178) in werking getreden. De Wet betreft de implementatie van de Europese Richtlijn 2019/633/EU (PbEU 2019, L 111). De auteurs zetten de aanleiding en inhoud van de Wet uiteen en signaleren enkele knelpunten. Zo wordt ingegaan op (1) de effectiviteit van de beoogde alternatieve geschilbeslechting, (2) de zwarte en grijze lijst en de mogelijkheid voor de lidstaten om verdergaande maatregelen te treffen en (3) de handhavingsmogelijkheden bij grensoverschrijdende gevallen. Ook wordt kort aandacht besteed aan potentiële overlap met andere Europese regelgeving. Voorts komt aan bod het mogelijke succes van de Wet, mede in het licht van de cruciale rol die de ACM zal (moeten) spelen bij de handhaving van de Wet.

    Wet van 3 maart 2021, houdende regels strekkende tot implementatie van Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (PbEU 2019, L 111) (Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen) (Stb. 2021, 178).


Mr. D.W.L.A. Schrijvershof
Mr. D.W.L.A. (Diederik) Schrijvershof is advocaat bij Maverick Advocaten.

Mr. T. Heystee
Mr. T. (Tess) Heystee is paralegal bij Maverick Advocaten.
Artikel

Access_open Overzicht toekomstige wijzigingen in de Mededingingswet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2021
Trefwoorden Mededingingsrecht
Auteurs Stephanie The en Vivian van Weperen
Auteursinformatie

Stephanie The
Mr. S. The is partner en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

Vivian van Weperen
Mr. V.Y.H. van Weperen is senior associate en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Redactioneel

Ambtsdelicten van Kamerleden en bewindslieden: het rapport van de commissie-Fokkens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden ambtsdelicten, ministers, Kamerleden, corruptie, strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent verscheen het rapport van de Commissie herziening wetgeving ambtsdelicten Kamerleden en bewindspersonen (commissie-Fokkens). De commissie stelt vast dat de huidige wettelijke regeling voor de vervolging en berechting van Kamerleden en bewindspersonen wegens ambtsdelicten ernstig tekortschiet. Deze conclusie kan vermoedelijk op brede instemming rekenen. De auteur duidt enkele hoofdlijnen van het rapport aan en signaleert een punt dat nog om nadere aandacht vraagt.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is senior wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Wetenschap

Access_open De beursgenoteerde vennootschap

Faits divers

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gereglementeerde markt, MiFID II, multilaterale handelsfaciliteit, m/v-quotum, wettelijke bedenktijd
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beursgenoteerde vennootschap is een vennootschap waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit. In Boek 2 BW en in de Wft komen beide varianten voor. Als sprake is van toelating tot de handel op alleen een gereglementeerde markt gaat het primair om regelgeving waarin de Nederlandse wetgever uitvoering geeft aan Europees recht. Als het gaat om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook een multilaterale handelsfaciliteit gaat het om regelgeving die een nationale oorsprong heeft. In die laatste gevallen zijn wel weer verschillende varianten denkbaar.


C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Maatschappelijke akkoorden en de Aanwijzingen voor convenanten: tijd voor een update!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden democratie, transparantie, dualisme, akkoord, convenant
Auteurs P.J. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Maatschappelijke akkoorden zijn nuttig en wenselijk, maar vragen vanuit de kernwaarden van goed openbaar bestuur om aandacht. In deze bijdrage doet de auteur – geïnspireerd door een recent advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur over maatschappelijke akkoorden – voorstellen tot aanpassing van de Aanwijzingen voor convenanten, zodat optimaal inhoud kan worden gegeven aan de kernwaarden van goed openbaar bestuur bij de totstandkoming van maatschappelijke akkoorden. De suggesties tot aanpassing van de aanwijzingen zien onder meer op een versterking van de positie van het parlement, een betere borging van een goede representatie aan de onderhandelingstafels en het vergroten van transparantie van het proces.


P.J. Huisman
Mr. dr. P.J. (Pim) Huisman is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Objets trouvés

Zorgen en waardering voor de democratische rechtsstaat

Aantekeningen bij Het land moet bestuurd worden (Voermans) en Twee pijlers (Koole)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden poldermodel, bestuur, politiek, democratisering, rechtspraak
Auteurs P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De in 2021 verschenen boeken Twee pijlers van Koole en Het land moet bestuurd worden van Voermans hebben zich binnen een halfjaar al onderscheiden door een derde druk (Voermans) en plaatsing op de longlist van de PrinsjesBoekenPrijs (Koole). Als historicus en politicoloog met praktijkervaring toont Koole de kracht van ons electorale systeem, maar ook een dreigende ontdemocratisering door niet-electorale krachten, waaronder de rechtspraak. Voermans’ speelse en soms persoonlijke beschouwing gaat over de prijs van ons poldermodel: regenteske bestuurders, van wie de meesten uiteindelijk toch blijken te deugen. Hebben de beschouwingen van Koole en Voermans wel voldoende overtuigingskracht en urgentie?


P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Notenkraker

De ‘boodschappenaffaire’: een beoogd resultaat van de Participatiewet?

Rb. Midden-Nederland, 14 oktober 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4746 (terugvordering bijstand)

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Participatiewet, terugvordering, inlichtingenplicht
Auteurs Anna van Gijssel
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Midden-Nederland heeft in de uitspraak van 14 oktober 2019 het beroep tegen een terugvordering van bijstand wegens het niet-naleven van de inlichtingenplicht ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft circa drie jaar wekelijks boodschappen ontvangen van haar moeder. Omdat zij dit niet heeft gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren, vordert het college de totaalwaarde van de ontvangen boodschappen terug ter hoogte van circa € 7.000. Deze uitspraak geeft aanleiding om in te gaan op de terugvorderingsplicht in de Participatiewet. Had de regering destijds de verstrekkende gevolgen van terugvordering in gevallen zoals de onderhavige zaak voor ogen?


Anna van Gijssel
Mr. A.H.T. van Gijssel is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Peer-reviewed artikel

Access_open Toezicht in het sociaal domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden toezicht, sociaal domein, Wmo, decentralisaties, governance
Auteurs Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel komt de stand van toezicht en handhaving in het sociaal domein aan de orde. Vanaf januari 2015 zijn belangrijke taken rond maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, passend onderwijs en werk en inkomen overgeheveld naar de gemeenten. De gedachte was dat na een korte transitieperiode, via de transformatie van de manier van werken maatwerk zou worden geleverd. Gemeenten, als bestuurslaag die dicht bij de inwoners staat, zouden bij uitstek in staat zijn zo’n individuele aanpak te ontwikkelen. De veronderstelling was dat daarbij een kostenbesparing mogelijk zou zijn. Die besparing is in de vorm van een korting op de overgehevelde budgetten bij de decentralisatie toegepast. Inmiddels blijkt dat gemeenten aanzienlijke bedragen toeleggen op de gedecentraliseerde taken. Veel aandacht gaat de afgelopen jaren uit naar de overdracht van de taken op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet en naar de financiële problemen waarin gemeenten terecht zijn gekomen. Ook is er veel aandacht voor de vraag hoe de taakuitvoering gestalte heeft gekregen. Wat is er terechtgekomen van het beoogde maatwerk? Lukt het om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten? Hoe staat het met de uitstroom van uitkering naar werk? Minder aandacht is er tot nu toe voor het toezicht op de taakuitvoering. In dit artikel komt de vraag aan de orde waar dat toezicht is belegd, hoe dat wordt uitgevoerd en wat de resultaten daarvan zijn. Ook komen verbetervoorstellen aan de orde.


Heinrich Winter
Prof. dr. H.B. Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Objets trouvés

Een (toe)slag in de lucht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden kinderopvangtoeslag, evenredigheidsbeginsel, hardheidsclausule, uitvoerbaarheid, wetgevingsprimaat
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak heeft naar aanleiding van de kritiek van de commissie-Van Dam op de toeslagenjurisprudentie het boetekleed aangetrokken. Door onze hoogste bestuursrechter wordt echter ook op de verantwoordelijkheid van de wetgever gewezen, die dwingende regels zou hebben opgesteld over de terugvordering van toeslagen die weinig speelruimte zouden hebben gelaten aan de rechter. Alom wordt gepleit voor herstel van de rol van het parlement als kritische medewetgever, maar de vraag is of dat soortgelijke problemen in de toekomst voorkomt. Een andere kijk op de trias en op het primaat van de wetgever lijkt op dit punt meer aangewezen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Buitenlands nieuws

Het Italiaanse referendum over de vermindering van de ­parlementszetels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden perfect bicameralisme, constitutionele wet van 12 oktober 2019, parlement, vertegenwoordiging, democratie
Auteurs G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2020 stemde de Italiaanse bevolking in met het verminderen van het aantal zetels van het Italiaanse parlement, dat thans uit 945 leden bestaat. Ongeveer 70 procent van de deelnemers steunde het voorstel om het aantal parlementariërs terug te brengen tot 600. Hoe is het Italiaanse parlement staatsrechtelijk vormgegeven en voor welk probleem is deze hervorming de oplossing?


G. Karapetian
Mr. dr. G. (Gohar) Karapetian is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Simon Vuyk
Simon Vuyk (1960) studeerde in 1984 aan de Vrije Universiteit Amsterdam af als criminoloog onder leiding van Herman Bianchi. In 1990 werd hij actief als misdaadjournalist en tv-maker. Tegenwoordig noemt hij zich hersteljournalist.
Artikel

Access_open Naar een wettelijke verankering van de maatschappelijke onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden ondernemingsrecht, sociale onderneming, BVm, steward ownership, Anbi
Auteurs Mr. Chr.M. Stokkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente aanzet van het Ministerie van EZK voor een wettelijke verankering van de maatschappelijke onderneming verdient nog enige aanscherping om er, zonder afbreuk aan het ‘gelijk speelveld’-beginsel, een reële bijdrage aan de marktontwikkeling van dergelijke ondernemingen van te maken.


Mr. Chr.M. Stokkermans
Mr. Chr.M. Stokkermans is oud-notaris te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 453 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.