Zoekresultaat: 16 artikelen

x

Mr. F.M.H. Hoens
Titel

Huwelijkse gevangenschap onder Nederlands-Pakistaanse moslims

Een analyse van religieuze en socioculturele factoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden huwelijkse gevangenschap, nikah, transnationaal huwelijk, Nederlands-Pakistaans, familie-eer
Auteurs Mr. Diewertje Wapstra
SamenvattingAuteursinformatie

    While the legal path to ending marital captivity has been cleared, socio-cultural obstacles continue to prevent victims from going to court. This article focuses on the religious and socio-cultural elements within the Dutch-Pakistani community that promote the continued existence of marital captivity, thereby zooming in on the importance of the nikah, the prevalence of (transnational) arranged marriages, and the concept of family honor.


Mr. Diewertje Wapstra
Mr. D. Wapstra is een jurist met een achtergrond in het internationaal publiekrecht en is tevens in het bezit van een mastergraad Religiewetenschappen – met een gerichte focus op de islam – van de Universiteit Utrecht.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

Sharia in het Westen (II)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden sharia in the West, Islamic law, religious law, comparative law, legal pluralism
Auteurs Prof. dr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    This is the second part of the revised translation of ‘Understanding sharia in the West’ that was published in the Journal of Law, Religion and State 2018, 6, p. 236-273. The first part of the translation appeared in Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid 2019, 3, p. 17-31.


Prof. dr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Sharia in het Westen (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Sharia in het Westen, islamitisch recht, religieus recht, rechtsvergelijking, juridisch pluralisme
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The notion of ‘sharia in the West’ is by now fairly well established, both in social, political and scientific circles, but both the terms ‘sharia’ and ‘West’ remain difficult to define. It is therefore striking that the combination of these two terms is used with such self-evidence. This article wants to answer the question: what exactly is the sharia that Western Muslims arguably want, and how is this sharia received in the West? To this end, a model is presented that provides a description of the complex interaction between sharia as practiced by Western Muslims on the one hand, and the conditions that the Western environment sets for it on the other. The model shows that ‘sharia’ cannot be compared to a law system, and that the Western environment has a major influence on the extent and ways in which Muslims apply sharia. From a Western perspective, the model shows that sharia issues are mainly discussed in legal terms, while most controversies are not of a legal nature, but rather a cultural one.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Jurisprudentie en wetgeving

Molla Sali vs Griekenland: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake sharia in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Sharia in Europa, religieus familierecht, legal pluralism, interpersoonlijk recht, interreligieus recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision of the Court that Muslims from the Greek province of West Thrace can choose in matters of family law between civil or Islamic law, is not surprising. However, much can be said about the way in which the Court came to that conclusion. Because in doing so it uses principles and considerations that show a lack of insight in the status and functioning of a unique legal system, namely that of interpersonal law, or the coexistence on equal basis of several family laws. Similarly, the Court seems biased towards Islamic family law, which it consistently refers to as ‘sharia’. A critical discussion of this judgment is therefore appropriate.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

De enige shariarechtbank in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden sharia in Europe, sharia courts in Greece
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    When we consider a ‘court’ a judicial institution recognized by the state that renders judgment based on law recognized by the state, then the only ‘sharia courts’ to be found in Europe are located in the eastern province of Greece. Their jurisdiction is limited to Islamic family law, but a recent case before the European Court of Human Rights has rekindled the discussion on the scope of this jurisdiction, and opened the discussion on the desirability of such courts in a European country. This article presents an analysis of this discussion, based on literature study and fieldwork in the region.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Islam en mensenrechten: gaat dat nog lukken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sharia, mensenrechten, islam en mensenrechten, minimale mensenrechten, Islamitisch recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The question central to this article is whether ‘Islam’ and human rights are compatible and, if not, whether there might be room to come to a minimum standard of human rights that can be shared globally. This article will demonstrate that, from the perspective of Islamic orthodoxy, principles that are fundamental to human rights, like equality and freedom of religion, pose unsurmountable problems, and the adjustment of these principles is theologically nearly impossible. However, a growing number of Muslim intellectuals holds the opposite view, using new theological methods to argue that these Islamic principles and human rights are compatible. Although they are warmly welcomed by human rights lawyers and activists, their methods are not uncontroversial, and they are still very small in number.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Email: M.S.Berger@hum.leidenuniv.nl.
Artikel

Access_open Kalifaat en de islamitische staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden islamitische staat, Kalifaat, islam en democratie, Sharia
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    Islamic scripture provides no definition of the caliphate and the term ‘Islamic state’ was coined for the first time in 1941. Pakistan and Iran call themselves an ‘Islamic republic,’ and ISIS has named itself an ‘Islamic State’ headed by a caliph. For many Muslims the term represents an ideal of a society that is just, peaceful and prosperous. That looks more like a utopian dream. So what is this Islamic state exactly? In this article we will answer that question by means of three approaches: the tenets of Islam, the historical and modern reality, and the wishes of the modern Muslims.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Hij is afgestudeerd jurist en arabist, heeft drie jaar gewerkt als advocaat in Amsterdam en heeft zeven jaar gewoond in het Midden-Oosten, waar hij werkte als journalist en als onderzoeker op het gebied van islamitisch recht. Hij is senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Article

Access_open Religie en cultuur in familierechtelijke beslissingen over kinderen

Tijdschrift Family & Law, september 2015
Auteurs Mr. dr. Merel Jonker, Rozemarijn van Spaendonck en Mr. dr. Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de resultaten gepresenteerd van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek naar de wijze waarop religie en cultuur betrokken worden in de overwegingen van de rechter in familierechtelijke beslissingen over kinderen in Nederland. Naast een kwantitatief overzicht van de gepubliceerde jurisprudentie worden de uitspraken inhoudelijk ontsloten en geanalyseerd aan de hand van thema's zoals bloedtransfusies, cultuurverschillen en identiteitsontwikkeling, rituelen (besnijdenis en doop) en schoolkeuze. Bij de analyse wordt onderscheid gemaakt tussen de rechten van het kind en de rechten van ouders, en wordt ingegaan op de vraag welke criteria de rechter hanteert voor de afweging van de rechten van het kind en diens ouders. Ook wordt besproken in hoeverre internationale normen herkenbaar zijn in de overwegingen van de rechter. Uit de 79 rechtszaken waarin de rechter overwegingen wijdt aan religie en cultuur, blijkt dat deze aspecten zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben op het belang van het kind en met name op de identiteitsontwikkeling van het kind. De rechter hanteert hierbij criteria zoals: schade voor de gezondheid van het kind, sociale aansluiting met anderen van dezelfde religieuze of culturele achtergrond, en praktische overwegingen.
    This contribution presents the results of an extensive Dutch case law study on the way in which religion and culture play a role in the considerations of judges in family law decisions regarding children. In addition to a quantitative overview of the published case law in the Netherlands, the decisions are analysed on the basis of themes such as blood transfusion, culture differences and identity development, rituals (circumcision and baptism), and choosing a school. In the analysis, a distinction is made between the rights of the child and the rights of parents. Furthermore, the criteria which the judge deploys to balance the rights of the child and the rights of its parents are addressed. Finally, the extent to which international legal standards can be identified in the considerations of the judge is discussed. From the 79 cases in which the judge consider to religion and culture, it appears that these aspects can have both positive and negative effects upon the best interests of the child, and in particular upon the identity development of the child. In these cases, the judge uses criteria such as: harm to the health of the child, social connections with others of the same religious and cultural background, and practical day-to-day considerations.


Mr. dr. Merel Jonker
Merel Jonker is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

Rozemarijn van Spaendonck
Rozemarijn van Spaendonck is Legal Research Master student en is vanaf 1 november 2015 als aio verbonden aan de vakgroep Strafrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. Jet Tigchelaar
Jet Tigchelaar is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Staats- en bestuursrecht en rechtstheorie van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Artikel

Informele huwelijken in Nederland: in het echt verbonden?

Een kritische reflectie op een vermeend veiligheidsrisico

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden informal marriages, radicalization, religion
Auteurs Prof. dr. Joanne van der Leun en Avalon Leupen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch law solely recognizes civil marriage. According to law, religious marriages can only take place after these civil marriages. Over the last years there have been several indications of rising numbers of ‘informal marriages’ which conflict with the law. These informal marriages were presupposed to take place primarily in Muslim circles. Amongst politicians and media the worries were expressed that these marriages pointed to an aversion with regard to the state of law and to radicalization of the young people involved. They were also seen as a risk to the security of society. In this explorative study we did not find any evidence for this securitisation link.


Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Avalon Leupen MSc
A.J. Leupen, MSc. is docent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

    In this paper I test the thesis that the different fortunes of the secular state in the predominantly Jewish, Christian and Muslim countries depend significantly, although not exclusively, on their different religious background and, in particular, on the conception of God’s law that developed in the theological and legal traditions of these three religions. My analysis will focus primarily on Sunni Islam, Orthodox Judaism and Roman Catholic Christianity. The model of the secular state appears to be connected to the Christian theological concept. It is not neutral and thus, it is futile to attempt to export this model to religious and legal traditions that do not meet the conditions for accepting it.


Silvio Ferrari
Prof. dr. Silvio Ferrari is hoogleraar Canoniek recht aan de Universiteit van Milaan en hoogleraar Verhouding tussen kerk en staat aan de faculteit Kerkelijk Recht van de Katholieke Universiteit Leuven. silvio.ferrari@unimi.it.
Artikel

Dienstbodes in Saoedi-Arabië; intersectionaliteit en toegang tot het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden domestic workers, Saudi Arabia, patriarchy, access to justice
Auteurs Antoinette Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    Domestic workers in Saudi Arabia suffer from severely limited access to justice, which affects the conflicts they may have with their employers. As there is no bargaining in the shadow of the law, the more powerful party, employer, can usually enforce their preferred outcome. This article focuses on the question of why domestic workers’ access to justice is so limited; are the underlying causes comparable to the ones in other countries, or does it concern an issue specific to Saudi Arabia? Literature on domestic workers points at both gender and citizenship as factors that weaken the position of these female migrant workers in many societies. This article discusses to what extent these two factors limit access to justice in Saudi Arabia and concludes with some critical remarks concerning the concept of intersectionality.


Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger is docent-onderzoeker aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar deed zij onderzoek naar conflicten tussen dienstbodes en hun werkgevers in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op 21 december aanstaande zal zij haar proefschrift hierover verdedigen. Zij heeft lesgegeven in verschillende juridische en metajuridische vakken. Hierna hoopt zij nieuw onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de vraag wat de verschillende relaties zijn tussen olie, migratiestromen en de ontwikkeling van arbeidsrecht. Ook hoopt zij te kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van met name vrouwen en migranten in het Midden-Oosten.
Praktijk

Judges and delicate law

Contemporary judicial practices at the Court of First Instance in Tunis examined against their socio-political background

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden islamic law, delicate fields of law, anthropology of law, ethnomethodology
Auteurs Maaike Voorhoeve
SamenvattingAuteursinformatie

    My current research concerns contemporary judicial practices in Tunisia. I focus on what I call ‘delicate fields of law’, such as domestic violence, unmarried cohabitation, children born out of wedlock, virginity, abortion, etc. Such topics are delicate in any given society, as they are related to a fundamental ‘symbolic order’ (Françoise Héritier). Because of their sensitive character, the legislation concerning these topics is generally characterized by vague and open norms, leaving much interpretational freedom to judges. My research examines how Tunisian judges deal with these discretionary powers.
    I conducted fieldwork in Tunis for a period of fourteen months (2008-2009), when I collected court decisions, attended court hearings and interviewed judges, lawyers and litigants. To treat these empirical data, I developed a non-culturalist approach that is both praxiological and ethnomethodological.
    My research is praxiological as I treat legal practice as an object of investigation in itself (en tant que tel, Dupret), instead of using legal practice as a medium to study society (‘mirror thesis’, Tamanaha). This means that I describe how Tunisian judges apply open norms in delicate fields of law, without interpreting from a meta-level why judges apply the law in one way or another. However, this does not mean that my study remains merely descriptive. For the interpretation of what judges do, I follow the ethnomethodological approach.


Maaike Voorhoeve
Maaike Voorhoeve studeerde rechten, gevolgd door de master ‘Islam in de moderne wereld’, aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is op dit moment werkzaam aan dezelfde universiteit, waar zij een proefschrift schrijft aan de Afdeling Algemene Rechtsleer, onder begeleiding van Ruud Peters en Dorien Pessers. Daarnaast is zij bestuurslid van de Vereniging tot de bestudering van het recht van de islam en het Midden-Oosten (RIMO), en heeft zij het vak Familierecht in moslimlanden opgezet.
Artikel

Access_open Shariarechtbanken en religieuze familierechtspraak in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden shariarechtbank, religieus familierecht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    Pursuant to discussions on the application of Islamic family law in the Netherlands, for example by means of so-called sharia courts, this article will discuss the situation of religious family law and family courts in the Netherlands. Such ‘parallel’ legal systems have existed in the Dutch legal system for a long time, and have been accepted both legally and socially. The Islamic version of such a system – which apparently does not exist – would not be much different. Comparisons with England and Canada in this respect do not hold. However, the objections against the possible application of an Islamic legal system within the Netherlands are not only based on legal arguments, but are mostly of a social nature, such as integration of Muslims and the position of Muslim women.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.