Zoekresultaat: 195 artikelen

x
Artikel

Kroniek Privacyrecht2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2021
Auteurs CHRISTIAAN ALBERDINGK THIJM, VITA ZWAAN, MARIEKE BERGHUIS e.a.
Auteursinformatie

CHRISTIAAN ALBERDINGK THIJM

VITA ZWAAN

MARIEKE BERGHUIS

SILVIA VAN SCHAIK

CAROLINE DEVRIES

JACOB VAN DE VELDE
De auteurs zijn allen advocaat bij bureau Brandeis te Amsterdam.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.
Artikel

Access_open De Europese grenzen aan winstuitkering door zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden winstuitkering door zorgaanbieders, Unierecht, EVRM
Auteurs Dr. L.R. Glas LLM, prof. mr. J.W. van de Gronden en mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering van winstuitkering is een politiek discussiepunt. Het kan dan ook voorkomen dat regulering van winstuitkering tot een lappendeken aan wetgeving leidt. Dit artikel gaat na welke ruimte het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Unierecht laten om politieke compromissen te sluiten op het gebied van winstuitkering door zorgaanbieders.


Dr. L.R. Glas LLM
Lize Glas is universitair docent Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.

prof. mr. J.W. van de Gronden
Johan van de Gronden is hoogleraar Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.

mr. dr. J.M. Veenbrink
Marc Veenbrink is universitair docent Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.
Artikel

Kwantificering van de voor- en nadelen van duurzaamheidsafspraken onder artikel 6 lid 3 Mededingingswet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, afspraken, KBA, WZA, capaciteitenbenadering
Auteurs Eva van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage richt zich op de mogelijkheden en beperkingen om voor- en nadelen van een duurzaamheidsafspraak te kwantificeren onder artikel 6 lid 3 Mededingingswet gebaseerd op de kosten-batenanalyse, de welzijnsanalyse en de capaciteitenbenadering.


Eva van der Zee
Dr. E. van der Zee LL.M. is universitair docent aan het Instituut Recht en Economie van de Universiteit van Hamburg.
Artikel

Publieke en private handhaving van het kartelverbod – een convergente toepassing van dezelfde norm?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2020
Trefwoorden kartel, kartelverbod, publieke handhandhaving, private handhaving
Auteurs Ellen Römkens, Anke Prompers, Aron Bouman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit tweeluik zal aan de hand van rechtspraak worden geïnventariseerd of ten aanzien van (a) het bewijzen van kartelafspraken en (b) de wijze van toerekening, we op het eerste oog kunnen spreken van een convergente toepassing van het kartelverbod door de Nederlandse bestuursrechter en de civiele rechter.


Ellen Römkens
Mr. H.B.M. Römkens is senior medewerker toezicht bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Anke Prompers
Mr. A.S.M.L. Prompers is coördinator beroepen bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Aron Bouman
Mr. A. Bouman is medewerker toezicht bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Marc Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat/partner bij Dentons Europe LLP.

Reinier Lamberti
Mr. R.J.G. Lamberti is advocaat bij Dentons Europe LLP.

    This article focuses on the posting of workers in the aviation industry. The main problem is that it is not clear in which situations the Posting of Workers Directive should be applied to aircrew (i.e. cabin crew and pilots). The aviation sector is characterised by a very mobile workforce in which it is possible for employees to provide services from different countries in a very short timeframe. This makes it, to a certain extent, easier for employers to choose the applicable social legislation, which can lead to detrimental working conditions for their aircrew. This article looks into how the Posting of Workers Directive can prevent some air carriers from unilaterally determining the applicable social legislation and makes some suggestions to end unfair social competition in the sector. This article is based on a research report which the authors drafted in 2019 with funding from the European Commission (hereafter the ‘Report’)


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert (PhD) is senior associate at the Brussels law firm Van Olmen & Wynant.

Pieter Pecinovsky
Pieter Pecinovsky (PhD) is counsel at the Brussels law firm Van Olmen & Wynant.
Article

Access_open Migration and Time: Duration as an Instrument to Welcome or Restrict

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Migration, EU migration law, time
Auteurs Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    States apply different material conditions to attract or restrict residence of certain types of migrants. But states can also make use of time as an instrument to design more welcoming or more restrictive policies. States can apply faster application procedures for desired migrants. Furthermore, time can be used in a more favourable way to attract desired migrants in regard to duration of residence, access to a form of permanent residence and protection against loss of residence. This contribution makes an analysis of how time is used as an instrument in shaping migration policy by the European Union (EU) legislator in the context of making migration more or less attractive. This analysis shows that two groups are treated more favourably in regard to the use of time in several aspects: EU citizens and economic- and knowledge-related third-country nationals. However, when it comes to the acquisition of permanent residence after a certain period of time, the welcoming policy towards economic- and knowledge-related migrants is no longer obvious.


Gerrie Lodder
Gerrie Lodder is lecturer and researcher at the Europa Institute of Leiden University.
Artikel

Smallsteps versus Heiploeg: wat is de stand van zaken?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden pre-pack, overgang van onderneming, Richtlijn 2001/23/EG, werknemersbescherming, voortzetting activiteiten
Auteurs Mr. V.M. van Erpers Roijaards
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het Europese Hof in het Smallsteps-arrest heeft de Hoge Raad zich in de Heiploeg-zaak onlangs uitgesproken over de arbeidsrechtelijke gevolgen van een doorstart die is voorbereid middels een pre-pack. Opvallend is dat deze uitspraken uiteenlopen. Daarom legt de auteur in deze bijdrage het Heiploeg-arrest langs de meetlat van het Smallsteps-arrest en beziet zij wat de implicaties van het Heiploeg-arrest zijn.


Mr. V.M. van Erpers Roijaards
Mr. V.M. van Erpers Roijaards is recent afgestudeerd aan Universiteit Utrecht en sinds 1 september 2020 werkzaam als advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), Mr. J. Boonstra-Verhaert, Mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

Mr. J. Boonstra-Verhaert

Mr. dr. S.S. Buisman

Mr. A.A. Feenstra

Mr. K.M.T. Helwegen

Mr. dr. I. Koopmans

Mr. V.S.Y. Liem

Prof. mr. M. Nelemans

Mr. dr. J.S. Nan

Mr. dr. E. Sikkema

Mr. dr. drs. B. van de Vorm

Mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Vrijheid in het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden Partijautonomie, Consumentenbescherming, aansprakelijkheid van multinationals, tweede-generatieverordeningen, Arbeidsovereenkomsten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aantekeningen vanuit ipr-perspectief geformuleerd omtrent ‘vrijheid’ én vrijheidsbeperking. Gefocust wordt op diverse actuele thema’s. Daarbij worden zowel directe als indirecte verschijningsvormen van vrijheid blootgelegd. Een verkenning van de verhouding van ‘vrijheid’ tot ‘bescherming van kwetsbare partijen’ blijkt te nopen tot waakzaamheid bij regulering.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is Senior Research Fellow van het Max Planck Institute Luxembourg for International, European and Regulatory Procedural Law en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Wet overgang van onderneming in faillissement: wat heeft de werknemer eraan?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Pre-pack, Werknemersrechten, Vakbond, Doorstart, Overgang van onderneming
Auteurs mr. Jola Boot en Mr. Jeroen Ipenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs benaderen het Voorontwerp van de ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ vanuit het werknemersperspectief. De auteurs zoeken naar en geven een antwoord op de vraag wat de werknemer heeft aan het Voorontwerp. Toepassing van het Voorontwerp op de Smallsteps-zaak leidt er volgens de auteurs toe dat de ontslagen Estro-werknemers slechter af zijn onder het Voorontwerp. De auteurs benoemen diverse (arbeidsrechtelijke) bezwaren die kleven aan het Voorontwerp en constateren dat het Voorontwerp op diverse plaatsen (mogelijk) in strijd is met Richtlijn 2001/23/EG. De auteurs geven een aantal aanbevelingen om het Voorontwerp vanuit het werknemersperspectief te verbeteren.


mr. Jola Boot
advocaat

Mr. Jeroen Ipenburg
advocaat
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Energie

Vergeet de effectbeoordeling niet: het beginsel van energiesolidariteit en leveringszekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden energiesolidariteit, solidariteitsbeginsel, artikel 194 VWEU, Nord Stream, Gasrichtlijn
Auteurs Dr. L.S. Reins
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 september 2019 heeft het Gerecht van de Europese Unie arrest gewezen in zaak T-883/16, Polen/Commissie. Dit artikel bespreekt de belangrijkste elementen van het arrest, met name in het kader van het energiesolidariteitsbeginsel en de daaruit, aldus het Gerecht, voortvloeiende verplichting om een effectbeoordeling met betrekking tot de energieleveringszekerheid van andere lidstaten uit te voeren in het geval van vrijstellingsbesluiten op grond van de Derde Gasrichtlijn. Hierbij wordt onder meer besproken of het Gerecht met zijn interpretatie van dit beginsel de uitvoerende macht, dat wil zeggen de nationale regelgevende instantie en de Commissie, tot meer concrete actie heeft willen doen bewegen.
    Gerecht 10 september 2019, zaak T-883/16, Polen/Commissie, ECLI:EU:T:2019:567


Dr. L.S. Reins
Dr. L.S. (Leonie) Reins is universitair docent aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society, Tilburg University.

    Op 29 juli 2018 trad Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018, betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, in werking. Zoals de titel doet vermoeden stelt deze richtlijn voorschriften vast voor een gemeenschappelijk kader om voorafgaand aan de invoering van nieuwe of de wijziging van bestaande reglementering van beroepen, de evenredigheid van die bepalingen te beoordelen. De lidstaten dienen de richtlijn uiterlijk op 30 juli 2020 te hebben omgezet.
    In deze bijdrage bespreek ik de richtlijn en haar invloed op de reglementering van beroepen binnen de Europese Unie. Daarbij komt allereerst de totstandkomingsgeschiedenis aan bod. Vervolgens zal ik ingaan op de inhoud van de richtlijn, onder verwijzing naar (inmiddels) vaste rechtspraak van het Hof van Justitie en neem ik een voorschot op haar implementatie in de Nederlandse wetgeving. Ik eindig deze bijdrage met enkele afsluitende opmerkingen.
    Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, PbEU 2018, L 173/25.


Mr. T.J. Binder
Mr. T.J. (Tom) Binder is advocaat bij AKD Benelux Lawyers.
Artikel

Zorgplicht: omgevingsrechtelijk instrument van de toekomst?

‘Een goed gekozen zorgplicht leidt tot wetgeving die aanmerkelijk bestendiger is dan gedetailleerde regels …’

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden handhaving, zorgplicht, voorzorgplichten
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op enkele belangrijke aspecten van de zorgplicht in het omgevingsrecht, zoals handhaafbaarheid en toepasbaarheid van het instrument van de zorgplicht in de verschillende gedaanten onder de komende Omgevingswet en AMvB’s.


Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer is emeritus hoogleraar Omgevingsrecht.
Asiel en migratie

Access_open A rose by any other name: het Hof van Justitie stelt grenzen aan controles binnen het Schengengebied

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Schengengrenscode, vervoerderssancties, politiecontroles, grenscontroles
Auteurs Dr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    In Touring Tours oordeelt het Hof van Justitie dat de verplichting tot het controleren van de verblijfsstatus van internationale buspassagiers binnen het Schengengebied geschaard kan worden onder het begrip (politie)controles binnen het Schengengebied. Hoewel deze in principe zijn toegestaan onder de Schengengrenscode, hebben de controles in casu een effect dat gelijk is aan controles aan de binnengrenzen en zijn daarom in strijd met het Unierecht. Dit artikel plaatst vraagtekens bij de keuze van het Hof van Justitie om de controles aan te merken als politiecontroles en plaatst het arrest in de bredere context van de spanning tussen mobiliteit en veiligheid in de nasleep van de vluchtelingencrisis.
    HvJ 13 december 2018, gevoegde zaken C-412/17 en C-474/17, Touring Tours en Sociedad de Transportes, ECLI:EU:C:2018:1005.


Dr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is universitair hoofddocent Europees Recht verbonden aan het Europa Instituut van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij is tevens Jean Monnet Professor op het gebied van Mobiliteit en Veiligheid in Europe (MOSE).
Toont 1 - 20 van 195 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.