Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1359 artikelen

x
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Lezing

Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht

De vooruitziende blik van Leenen (Henk Leenenlezing 2020)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Europees recht, patiëntenrechten, beroepenwetgeving, preventie
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Henk Leenen besteedde al in zijn eerste gezondheidsrechtelijke studies aandacht aan de Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht. Hoe keek Leenen ruim veertig jaar geleden tegen deze relatie aan? En hoe heeft het Europees recht nader vorm gegeven aan het gezondheidsrecht en vice versa? Een analyse.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar Gezondheidsrecht, Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Het instellen van een medische tuchtprocedure: een ‘criminal charge’?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsverbod, tuchtrecht, strafrecht, Engel, EVRM
Auteurs Mr. M.F. Mooibroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van de Wet modernisering tuchtrecht kan de medische tuchtrechter een absoluut beroepsverbod opleggen. Daarmee is het karakter van de medische tuchtprocedure fundamenteel gewijzigd en kan de vraag worden gesteld of de medische tuchtvervolging heeft te gelden als ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM.


Mr. M.F. Mooibroek
Maurice Mooibroek is advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht en buitenpromovendus Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

Gijs van Maanen
Gijs van Maanen is PhD researcher at Tilburg Law School.
Artikel

Access_open Toegang tot het recht in de rechtsstaat

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden rechtsstaat, toegang tot het recht, sociale dimensie, Nicholas Barber, Pierre Bourdieu
Auteurs Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper considers access to the rule of law as a requirement for the well-functioning of the rule of law in society. In most rule of law debates, access to the rule of law is not a topic of discussion because these scholars focus themselves solely on the legalistic dimension of the rule of law. Barber was the first to mention the social dimension explicitly but without a theoretical framework. Based on the three capitals of Bourdieu, this paper offers a framework to determine the elements of the social dimension. With these capitals, barriers to the access to the rule of law for individuals can be identified, and solutions can be offered.


Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
Nathalie Schnabl is promovenda aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Artikel

Access_open Art, Science and the Poetry of Justice – ­Pragmatist Aesthetics and Its Importance for Law and Legal Education

Special Issue on Pragmatism and Legal Education ­Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, maart 2021
Trefwoorden legal research, legal education, epistemology, law, science and art
Auteurs Wouter de Been
SamenvattingAuteursinformatie

    Classic pragmatists like John Dewey entertained an encompassing notion of science. This pragmatic belief in the continuities between a scientific, ethical and cultural understanding of the world went into decline in the middle of the 20th century. To many mid-century American and English philosophers it suggested a simplistic faith that philosophy and science could address substantive questions about values, ethics and aesthetics in a rigorous way. This critique of classic pragmatism has lost some of its force in the last few decades with the rise of neo-pragmatism, but it still has a hold over disciplines like economics and law. In this article I argue that this criticism of pragmatism is rooted in a narrow conception of what science entails and what philosophy should encompass. I primarily focus on one facet: John Dewey’s work on art and aesthetics. I explain why grappling with the world aesthetically, according to Dewey, is closely related to dealing with it scientifically, for instance, through the poetic and aesthetic development of metaphors and concepts to come to terms with reality. This makes his theory of art relevant, I argue, not only to studying and understanding law, but also to teaching law.


Wouter de Been
Wouter de Been is a legal theorist who has written widely on pragmatism and legal realism. I would like to thank the reviewers for their comments. Their critical commentary made this a much better article. Any remaining shortcomings are of course my own. I dedicate this article to the memory of Willem Witteveen, who always saw the art in law.
Artikel

Access_open What does it mean to be ‘illiberal’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Liberalism, Illiberalism, Illiberal practices, Extremism, Discrimination
Auteurs Bouke de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Illiberal’ is an adjective that is commonly used by scholars. For example, they might speak of ‘illiberal cultures’, ‘illiberal groups’, ‘illiberal states’, ‘illiberal democracies’, ‘illiberal beliefs’, and ‘illiberal practices’. Yet despite its widespread usage, no in-depth discussions exist of exactly what it means for someone or something to be illiberal, or might mean. This article fills this lacuna by providing a conceptual analysis of the term ‘illiberal practices’, which I argue is basic in that other bearers of the property of being illiberal can be understood by reference to it. Specifically, I identify five ways in which a practice can be illiberal based on the different ways in which this term is employed within both scholarly and political discourses. The main value of this disaggregation lies in the fact that it helps to prevent confusions that arise when people use the adjective ‘illiberal’ in different ways, as is not uncommon.


Bouke de Vries
Bouke de Vries is a postdoctoral research fellow at Umeå University and the KU Leuven.
Artikel

De digitale algemene vergadering binnen Nederlandse beursvennootschappen: een volwaardig alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden digitalisering, empirie, statutenonderzoek, aandeelhoudersrechten, Tijdelijke wet Covid-19
Auteurs Mr. I. Öncü
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in de praktijk als in de literatuur leeft de vraag of de digitale aandeelhoudersvergadering als volwaardig alternatief kan dienen voor de klassieke (fysieke) algemene vergadering. In dit artikel concludeert de auteur dat dit slechts bij een kleine groep beursvennootschappen het geval is. Deze vennootschappen waarborgen namelijk dat ieder aandeelhoudersrecht behouden blijft wanneer digitaal wordt vergaderd.


Mr. I. Öncü
Mr. I. Öncü is als promovendus en docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit Nijmegen).

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open Theme: introduction to the Dutch system of dismissal and its constituents

The editorial board

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontslagrecht, Rechtsvergelijking, Dismissal law
Samenvatting

Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, Consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Article

Access_open The Influence of Strategic Culture on Legal Justifications Comparing British and German Parliamentary Debates Regarding the War against ISIS

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden strategic culture, international law, ISIS, parliamentary debates, interdisciplinarity
Auteurs Martin Hock
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an interdisciplinary comparison of British and German legal arguments concerning the justification of the use of force against the Islamic State in Iraq and Syria (ISIS). It is situated in the broader framework of research on strategic culture and the use of international law as a tool for justifying state behaviour. Thus, a gap in political science research is analysed: addressing legal arguments as essentially political in their usage. The present work questions whether differing strategic cultures will lead to a different use of legal arguments. International legal theory and content analysis are combined to sort arguments into the categories of instrumentalism, formalism and natural law. To do so, a data set consisting of all speeches with regard to the fight against ISIS made in both parliaments until the end of 2018 is analysed. It is shown that Germany and the UK, despite their varying strategic cultures, rely on similar legal justifications to a surprisingly large extent.


Martin Hock
Martin Hock is Research Associate at the Technische Universität Dresden, Germany.

    In this episode of ‘In conversation with’ we are interviewing dr. Amalia Campos Delgado about her research on migration and border control in Mexico.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving bij de Universiteit Leiden en redacteur van dit blad.
Artikel

Vrijheidsontneming, penitentiaire beginselen en de eendentest

Over de aard van vreemdelingenbewaring

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden vreemdelingenbewaring, vrijheidsontneming, penitentiair recht, Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, visitatie isoleercel
Auteurs Mr. drs. Frans-Willem Verbaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, immigration detention is classified under administrative law. More precisely: it is a form of administrative coercion. But immigration detention is also deprivation of liberty, or a habeas corpus measure. This makes it the most far-reaching form of administrative coercion you can think of. The regime and house rules of immigration detention differ just a little from those of criminal deprivation of liberty. The draft bill on the Return and Detention Act provides some improvements. For asylum seekers that cause nuisance, there is the Enforcement and Supervision Location, where the foreign national is given an area restriction and must remain within the municipal boundaries. Due to the liberty restrictions, immigration detention should always be the last resort.


Mr. drs. Frans-Willem Verbaas
Mr. drs. F.W. Verbaas is advocaat bij Collet Advocaten Alkmaar. Hij is mensenrechtenadvocaat en gespecialiseerd in penitentiair recht en vreemdelingenrecht, waaronder vreemdelingenbewaring.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Ophouden in de transitzone toch een bewaringsmaatregel

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Auteurs Mr. Aniel Pahladsingh
Auteursinformatie

Mr. Aniel Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is jurist bij de Raad van State en redacteur van dit tijdschrift.
Discussie

‘Access to Justice’ en rechtshulpverlening.

Over de voortschrijdende rechtssociologische benadering van de rechtshulpverlening in de lage landen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs Prof. Dr. Jean Van Houtte en Prof. Dr. Bernard Hubeau
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution puts the developments of the socio-legal approach of access to justice and legal aid in the low countries (Belgium and the Netherlands) in a broad perspective. During the last 40 years, the journal has dealt with some general problems, related to the accessibility of justice and legal aid and the effects of legislation in that field. Some important differences between het Belgian and the Dutch situation are highlighted. Although the general situation has not changed dramatically in both countries, some improvements have been achieved, e.g. when it comes to the so called “social legal aid”. Still, a better and more equal access to justice has to be promoted and realised.


Prof. Dr. Jean Van Houtte
Jean Van Houtte is emeritus hoogleraar Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Hij is op dit moment lid van de redactieraad.

Prof. Dr. Bernard Hubeau
Bernard Hubeau is emeritus hoogleraar Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is op dit moment lid van de redactieraad.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.
Toont 1 - 20 van 1359 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.