Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Praktijk

Constitutionele toetsing gewenst?

Verslag van de tweede Juristenmiddag in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2017
Auteurs L. Leeuwe en Z. Paesch
Auteursinformatie

L. Leeuwe
L. Leeuwe is student in de masteropleiding Arubaans recht aan de Universiteit van Aruba.

Z. Paesch
Z. Paesch is student in de masteropleiding Arubaans recht aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. A. van Rijn
Prof. dr. A. van Rijn is advocaat-partner bij De Clercq advocaten notariaat en hoogleraar Staatsrecht en staatkundige vernieuwing aan de University of Curaçao. Hij adviseert, procedeert en beoefent de rechtswetenschap.
Praktijk

Amfibiewetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetsprocedure, wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Rijkswetten
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een amfibiewet is een wet met een gemengd karakter: deels rijkswet, deels ‘gewone’ Nederlandse wet. Deze bijdrage gaat daar nader op in, na een bespreking van twee daarmee samenhangende kwesties: het wijzigen van een rijkswet via een ‘gewone’ Nederlandse wet en het wijzigen van een ‘gewone’ Nederlandse wet via een rijkswet. Enkele praktijkgevallen – of zo men wil legislatieve bedrijfsongevalletjes – laten zien dat het doorgronden van de verschillen tussen rijkswetten en ‘gewone’ Nederlandse wetten niet steeds eenvoudig is.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Praktijk

De Gevolmachtigde Minister en de Raad van State: kanttekeningen bij een ‘novum’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Raad van State, Gevolmachtigd Minister, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Afdeling advisering van de Raad van State, Voorlichting door de Raad van State, Wet op de Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel gaat in op enkele procedurele aspecten van een eind 2013 door de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten aan de Raad van State gevraagd voorlichtingsadvies. Afgaande op wat de Raad van State daarover in zijn jaarverslag heeft vermeld, lijkt de Raad ervan uit te zijn gegaan dat aan een Gevolmachtigde Minister de bevoegdheid toekomt om aan de Afdeling advisering om voorlichting te vragen overeenkomstig artikel 21a van de Wet RvS (mits zo'n verzoek niet raakt aan de eenheid van de rijksministerraad). Het veronderstellen van een dergelijke bevoegdheid lijkt de auteur onjuist. Opmerkelijk in deze zaak is verder dat de Raad van State zelf al publiciteit heeft gegeven aan het betreffende voorlichtingsadvies, terwijl het advies nog niet openbaar is gemaakt. Naar aanleiding van een ander voorlichtingsadvies constateert de auteur dat de Tweede Kamer ten onrechte meent dat zij op basis van artikel 21a Wet RvS alleen advies kan vragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State van Nederland en niet aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, zonder dat de Raad van State deze onjuiste opvatting corrigeert.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Article (peer reviewed)

Peer_reviewedAccess_open Ontdubbelde handhaving

Tijdschrift Netherlands Administrative Law Library, september 2013
Auteurs Albertjan Tollenaar PhD.
Samenvatting

    With the aim to reduce administrative burden for supervised many inspections are 'deduplicated': similar groups of citizens are treated similarly and similar activities are carried out in the same way within one organization. Deduplication should increase flexibility within the inspection as inspectors are able to fulfill their job in any domain. Deduplication is based on the fulfillment of two conditions. The first is that the enforcement tools, or the powers that perform these inspections, are not too different. The second relates to the use of these instruments that has to be somewhat uniform as well. These conditions are assessed in a case study of the Transport and Water Management Inspectorate. It is concluded that in particular the style of rule enforcement differs and is not easy to standardize.


Albertjan Tollenaar PhD.

Mr. J. Wit
Mr. J. Wit was rechter op Curaçao, tegenwoordig lid van de Caribbean Court of Justice en tevens lid van het Constitutioneel Hof van St. Maarten.
Artikel

Het College financieel toezicht en algemene bestuursrechtelijke regelingen

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2012
Trefwoorden college financieel toezicht, rechtsbescherming, openbaarheid van bestuur, rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, wet financiën openbare lichamen BES
Auteurs Mr. M.M. Bense
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is op het eerste gezicht niet duidelijk welke wetgeving op het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten en het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing is als het gaat om rechtsbescherming, openbaarheid van bestuur en archieven, terwijl in de praktijk wel degelijk vragen daarover kunnen rijzen. In dit artikel geeft de auteur een overzicht.


Mr. M.M. Bense
Mr. M.M. Bense is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Zestig jaar hoger toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling; een terugblik

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Eilandenregeling Nederlandse Antillen, gouverneur van de Nederlandse Antillen, hoger toezicht, schorsing en vernietiging, bestuurlijk toezichtsbeleid
Auteurs Mr. A. Hoeneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De opheffing van de Nederlandse Antillen rechtvaardigt een terugblik op zestig jaar toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling (ERNA). Aan de hand van empirisch onderzoek is bezien hoe het toezichtsbeleid op de eilandgebieden zich heeft ontwikkeld. Daarbij komen met name recente ontwikkelingen en aspecten van rechtsbescherming aan de orde. In totaal werden er in zestig jaar 41 eilandelijke besluiten vernietigd. De gezaghebbers en de Antilliaanse regering hadden daarbij het voortouw, niet het Koninkrijk. Na 10 oktober 2010 houdt slechts het Koninkrijk nog bestuurlijk toezicht op de autonome landen. Naar verwachting zal het Koninkrijk zich daarbij terughoudend opstellen.


Mr. A. Hoeneveld
Mr. A. Hoeneveld is voormalig juridisch adviseur van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk van Curaçao.
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Praktijk

Wetgevingscuriosa voor de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden wetgeving, Statuut voor het Koninkrijk, BES, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de inhoud en het proces rond de ‘wetten voor de West’ is inherent dat zich daarbij tal van bijzonderheden voordeden. Diverse saillante ‘curiosa’ worden in deze bijdrage beschreven. Onder andere wordt ingegaan op de omvorming van Nederlands-Antilliaanse regelingen tot Nederlandse ‘BES-regelingen’ en de bekendmaking daarvan. Ook komen terminologische kwesties ter sprake. Verder wordt ingegaan op de (record)omvang van de nieuwe wetgeving en de aanpassingswetgeving. Ook wetsprocedurele kwesties komen ter sprake, waaronder bijzonderheden rond de adviesprocedure bij de Raad van State, het houden van wetgevingsoverleg over voorstellen van rijkswet, de taal in het parlement en kwesties rond amendering door bijzondere gedelegeerden.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Redactioneel

Wetten voor de West

Over de wetgeving in het vernieuwde Koninkrijk der Nederlanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden staatkundige hervormingen, staatkundige vernieuwingen, Statuut voor het Koninkrijk, Antillenproject, wijziging van het Statuut
Auteurs Mr. dr. S. Hillebrink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste wijzigingen van het Statuut betroffen de samenstelling van het Koninkrijk: Suriname werd in 1975 onafhankelijk, Aruba kreeg in 1986 een status aparte, en nu dus de in 1986 al door velen als onvermijdelijk beschouwde opheffing van de Nederlandse Antillen. Ook deze keer is ervoor gekozen om de hoofdlijnen van het Statuut intact te laten en alleen die wijzigingen door te voeren die noodzakelijk waren om de overeengekomen staatkundige veranderingen te realiseren. Over dit uitgangspunt is de nodige discussie gevoerd in de Staten-Generaal tijdens de behandeling van het wetsvoorstel, naast de vragen waarom de Grondwet niet gewijzigd werd voor de BES-eilanden, wat de betekenis is van de Statuutbepaling over de BES-eilanden (art. 1 lid 2), wat voor geschillenregeling de regering voor ogen heeft (art. 12a en 38a) en wat precies het probleem is met de implementatie van verdragen (art. 27). In deze bijdrage gaat de auteur (kort) op deze onderwerpen in en bespreekt hij twee vragen waarover in de openbare stukken vrijwel niets te vinden is, maar die in de ambtelijke voorbereiding van de Statuutwijziging een rol speelden, namelijk de vraag wie de Antillen opheft, en welke formele rol de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten konden spelen bij de totstandkoming van de rijkswetgeving die op basis van de Slotverklaring van 2006 tot stand zou komen.


Mr. dr. S. Hillebrink
Mr. dr. S. Hillebrink werkt bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en was in het kader van de staatkundige hervormingen gedetacheerd bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    In 1954 the Statute of the Kingdom of the Netherlands came into force. This document can be seen as an internal Treaty between the Netherlands (as a country in Europe) and its former colonies. Nowadays three countries are (internal) partners in the Kingdom of the Netherlands: the Netherlands, Aruba and the Netherlands Antilles. In 2005 new negotiations have begun for a new (internal) structure of the Kingdom of the Netherlands. The Netherlands Antilles will cease to be a country in the Kingdom and will be divided into two new countries Curaçao and Sint Maarten. The other remaining (small) islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba will be part of the territory of the Netherlands as specific judicial bodies as meant in article 134 Dutch Constitution. A huge diplomatic and judicial procedure has started. Although it is not certain yet, in 2009 it looks as though these plans and procedures will be realized in the very near future.


R. Nehmelman
Mr. dr. Remco Nehmelman is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

De ministeriële rijksregeling

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden wetgeving, rijkswetgeving, ministeriële regelingen, wetgevingsprocedures, wetgevingstechniek
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan ongeveer 25 ‘ministeriële rijksregelingen’. Deze zijn herkenbaar aan een eigen slotformulier. Het gaat met name om regelingen waarin door een rijkswet of algemene maatregel van rijksbestuur wetgevende bevoegdheid is gedelegeerd aan een Nederlandse minister. Deze minister treedt dan op in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk. Het verdient aanbeveling om bij het vaststellen van ministeriële rijksregelingen een consistentere lijn te volgen bij de betrokkenheid van landen overzee en de vermelding van die medebetrokkenheid.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Titel

Wetgeving in de ontmantelde Nederlandse Antillen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 06 2007
Trefwoorden Statuut, Wetgeving, Openbaar lichaam, Autonomie, Raad van state, Staatsrecht, Voorwaarde, Bijstand, Delegatie, Europees recht
Auteurs Woude, W. van der

Woude, W. van der
Titel

De Inspectie Verkeer en Waterstaat. Scheiding van beleid, toezicht en uitvoering binnen het ministerie van Verkeer en Waterstaat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 03 2003
Trefwoorden Ministerie, Aanwijzing, Handhaving, Toezicht, Ambtenaar, Wetgeving, Aansprakelijkheid, Ministerie van verkeer en waterstaat, Ministeriële verantwoordelijkheid, Inbreng
Auteurs Clement, L.J.

Clement, L.J.
Titel

Een paardenmiddel tegen de zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 04 2002
Trefwoorden Statuut, Algemene maatregel van rijksbestuur, Regering, Uitlevering, Algemeen verbindend voorschrift, Staatsrecht, Zelfstandige AMvRB, Herziening, Memorie van toelichting, Zelfstandige AMvB
Auteurs Hillebrink, S. en Nap, M.

Hillebrink, S.

Nap, M.

L.F.M. Besselink
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.