Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2054 artikelen

x
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Pracademia: a personal account of a mediation clinic and its development

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2021
Trefwoorden mediation clinic, students, practicing, Circle of engagement, Susskind
Auteurs Charlie Irvine
SamenvattingAuteursinformatie

    This article tells the story of University of Strathclyde Mediation Clinic through the eyes of its founder. Taking its first case in 2012, by the start of 2021 it will be providing a free mediation service in 16 of Scotland’s 39 sheriff courts, covering more than half the country’s population. Yet it started with no plan, no budget and a few volunteers. The article makes the case that mediation clinics, like mediation itself, call for improvisation, coining the term ‘pracademia’ to describe how such clinics straddle the two worlds of practice and theory.


Charlie Irvine
Charlie Irvine has been working as a mediator since the early 1990s; he developed and runs the Mediation and Conflict Resolution masters programme at University of Strathclyde Law School, Glasgow. He is also Director of Strathclyde Mediation Clinic. His academic work is focused on mediation and justice, in particular the neglected justice reasoning of ordinary people.
Artikel

EU Private International Law on the Law Applicable to Cross-border Contracts involving Weaker Contracting Parties

Bespreking van het proefschrift van M. Campo Comba LLM

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden consumentenbescherming, arbeidsovereenkomsten, toepasselijk recht, partijautonomie, Rome I
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    Campo Comba bespreekt in haar proefschrift de interactie tussen het EU-conflictenrecht en het materiële unitaire recht betreffende de bescherming van zwakkere contractspartijen. De recensent prijst de wijze waarop de auteur de pijnpunten inzichtelijk maakt, maar is van mening dat de aangedragen oplossingen nog een stap verder hadden mogen gaan.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Theme: introduction to the Dutch system of dismissal and its constituents

The editorial board

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontslagrecht, Rechtsvergelijking, Dismissal law
Samenvatting

Artikel

Constructive dismissal en de Wwz

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Billijke vergoeding, Initiatief van de werknemer, Beëindiging arbeidsovereenkomst, Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, Additionele schadevergoeding
Auteurs mr. Tom Arntz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de mogelijkheden voor werknemers om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever gecompenseerd te krijgen indien de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf doet eindigen. De verschillende beëindigingsmodaliteiten die de werknemer ten dienste staan worden geanalyseerd. In tegenstelling tot bij een ontbindingsverzoek ex artikel 7:671c BW, is bij de opzegging door de werknemer en bij ontslagname op staande voet onduidelijk in hoeverre de werknemer gecompenseerd kan worden. De auteur stelt zich op het standpunt dat het in die gevallen mogelijk moet zijn schadevergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:686 BW.


mr. Tom Arntz
Tom Arntz is advocaat bij Citius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open De gewetensbeslissing in Scholtens rechtsmethodologie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden Geweten, feiten, Scholten, Kierkegaard, naastenliefde
Auteurs Jos Vleugel
SamenvattingAuteursinformatie

    The role that Paul Scholten assigns to conscience in his legal methodology still leads to heated discussions in literature after almost 100 years. Recognizing that in case law the conscience of the judge can be of decisive importance is apparently problematic. It would facilitate political court rulings, make judicial judgment uncontrollable and could be arbitrary for the parties to the legal dispute. Not only Scholten’s view on the role of conscience in judicial decision making is “a stumbling block”. At least as great is the fuss about his representation of conscience. Only Christian lawyers could identify with this. This article attempts to shed new light on the above points of criticism by drawing attention to the following aspects of Scholten’s legal methodology: the role of the facts in establishing the law, the nature of the legal judgment and finally the grounds on which conscience may be determined.


Jos Vleugel
Jos Vleugel is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, Consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Article

Access_open The Right to Claim Innocence in Poland

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wrongful convictions, right to claim innocence, reopening of criminal proceedings, miscarriage of justice, revision of final judgment
Auteurs Wojciech Jasiński Ph.D., habilitation en Karolina Kremens Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    Wrongful convictions and miscarriages of justice, their reasons and effects, only rarely become the subject of academic debate in Poland. This article aims at filling this gap and providing a discussion on the current challenges of mechanisms available in Polish law focused on the verification of final judgments based on innocence claims. While there are two procedures designed to move such judgment: cassation and the reopening of criminal proceedings, only the latter aims at the verification of new facts and evidence, and this work remains focused exactly on that issue. The article begins with a case study of the famous Komenda case, which resulted in a successful innocence claim, serving as a good, though rare, example of reopening a case and acquitting the convict immediately and allows for discussing the reasons that commonly stand behind wrongful convictions in Poland. Furthermore, the article examines the innocence claim grounds as regulated in the Polish criminal procedure and their interpretation under the current case law. It also presents the procedure concerning the revision of the case. The work additionally provides the analysis of the use of innocence claim in practice, feeding on the statistical data and explaining tendencies in application for revision of a case. It also presents the efforts of the Polish Ombudsman and NGOs to raise public awareness in that field. The final conclusions address the main challenges that the Polish system faces concerning innocence claims and indicates the direction in which the system should go.


Wojciech Jasiński Ph.D., habilitation
Wojciech Jasiński is Assistant Professor in the Department of Criminal Procedure of the University of Wroclaw, Poland. orcid.org/0000-0002-7427-1474

Karolina Kremens Ph.D.
Karolina Kremens is Assistant Professor in the Department of Criminal Procedure of the University of Wroclaw, Poland. orcid.org/0000-0002-2132-2645
Artikel

Access_open Het spanningsveld tussen regels en ruimte: een onderzoek naar taakgerelateerd ongeoorloofd handelen binnen de Nederlandse politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden taakgerelateerd ongeoorloofd handelen, noble cause corruption, politie, leiderschap, ethiek
Auteurs Robin Christiaan van Halderen en Benjamin Rafaël van Gelderen
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the present research was to gain insight into the topic of ‘task-related rule-breaking behavior’ (TRB) among Dutch police officers. TRB is a more refined alternative for the concept of noble cause corruption and has been defined as: police officers breaking rules or formal agreements for the purpose of acting in a manner that contributes to the lawful police task. Qualitative research has been conducted within one of the ten regional police forces in the Netherlands. Results show that TRB appears to be a relatively common phenomenon during policework. Behaviors are categorized in sixteen categories and five overarching outlines. In addition, attention is given to several important factors that could be related to TRB being distinguishable between police officers’ individual responsibility and organizational factors. To handle TRB, it is recommended to pay attention to the police officers’ approach of judging and rationalizing their own behavior, their level of knowledge, and social skills. Furthermore, organizational structure (i.e., spam of control) and police leadership may, among other factors, play an important role in encouraging TRB. Especially the way supervisors deal with police officers’ professional autonomy needs specific attention in order to reduce TRB. Autonomy needs guidance in the form of clear orders followed by feedback and coaching. Also, an active form of ethical leadership is needed. An action framework is presented that could be helpful to supervisors to judge and thereby reduce forms of TRB.


Robin Christiaan van Halderen
Robin Christiaan van Halderen is werkzaam bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool te 's-Hertogenbosch.

Benjamin Rafaël van Gelderen
Benjamin Rafaël van Gelderen is Sectorhoofd Politie van de Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg.
Staatssteun

De zaak TenderNed: de reikwijdte van overheidsgezag en het staatssteunrechtelijke economische-activiteitenbegrip

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden economische activiteit, ondernemingsbegrip, overheidsgezag, overheidsaanbestedingen, staatssteun
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het arrest TenderNed besproken, waarin het Hof van Justitie oordeelde dat het aanbieden van applicaties ter ondersteuning van aanbestedende diensten bij de uitvoering van hun aanbestedingsactiviteiten niet onder de staatssteunregels valt. Met het aanbieden van TenderNed wordt namelijk uitvoering gegeven aan overheidsgezag en daarom is geen sprake van een economische activiteit waarop de staatssteunregels van toepassing zijn. In dit artikel onderzoekt de auteur de in deze arresten gegeven interpretatie van het begrip ‘overheidsgezag’.
    HvJ 7 november 2019, zaak C-687/17 P, ECLI:EU:C:2019:932 (Aanbestedingskalender BV e.a./Europese Commissie)


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is senior adviseur EU-recht bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open De berechting binnen een redelijke termijn

Een empirisch onderzoek naar doorlooptijden in handelszaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2020
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden
Auteurs Remme Verkerk, Frans van Dijk en Dewy Pistora
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft een empirisch onderzoek naar de doorlooptijden in civiele zaken. Het gaat in op de categorie van zaken die te kampen hebben met de langste doorlooptijden: handelszaken met een belang van boven de € 1 miljoen. Van honderd van dergelijke zaken zijn de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep nader bestudeerd en is het procesverloop in kaart gebracht. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke tijd is gemoeid met de afzonderlijke stappen in de procedure.


Remme Verkerk
Mr. dr. R.R. Verkerk is werkzaam als cassatieadvocaat bij Houthoff en als hoofddocent burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Utrecht.

Frans van Dijk
Dr. F. van Dijk is werkzaam als hoogleraar empirische analyse van rechtssystemen aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens verbonden aan de Raad voor de rechtspraak.

Dewy Pistora
D. Pistora is onderzoeksassistent aan de Universiteit Utrecht.

    In this episode of ‘In conversation with’ we are interviewing dr. Amalia Campos Delgado about her research on migration and border control in Mexico.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving bij de Universiteit Leiden en redacteur van dit blad.
Artikel

Vrijheidsontneming, penitentiaire beginselen en de eendentest

Over de aard van vreemdelingenbewaring

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden vreemdelingenbewaring, vrijheidsontneming, penitentiair recht, Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, visitatie isoleercel
Auteurs Mr. drs. Frans-Willem Verbaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, immigration detention is classified under administrative law. More precisely: it is a form of administrative coercion. But immigration detention is also deprivation of liberty, or a habeas corpus measure. This makes it the most far-reaching form of administrative coercion you can think of. The regime and house rules of immigration detention differ just a little from those of criminal deprivation of liberty. The draft bill on the Return and Detention Act provides some improvements. For asylum seekers that cause nuisance, there is the Enforcement and Supervision Location, where the foreign national is given an area restriction and must remain within the municipal boundaries. Due to the liberty restrictions, immigration detention should always be the last resort.


Mr. drs. Frans-Willem Verbaas
Mr. drs. F.W. Verbaas is advocaat bij Collet Advocaten Alkmaar. Hij is mensenrechtenadvocaat en gespecialiseerd in penitentiair recht en vreemdelingenrecht, waaronder vreemdelingenbewaring.
Artikel

Access_open ‘Ik verblijf in een gevangenis, daar is niets moreels aan.’ Ervaren procedurele rechtvaardigheid bij binnenkomst in vreemdelingenbewaring.

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden procedurele rechtvaardigheid, legitimiteit, vreemdelingenbewaring, binnenkomstprocedure, vreemdelingen
Auteurs Nicolien de Gier MSc, Mieke Kox MA, Prof. mr. dr. Miranda Boone e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Qualitative research in an immigration detention center in the Netherlands shows that detained unauthorized migrants consider the entry procedure in Immigration Centre Rotterdam procedurally just. These migrants are generally positive on the fairness of the entry procedure as their safety and welfare are guaranteed and existing procedural justice criteria are respected. However, they believe that immigration detention in itself is illegitimate and that they do not deserve to be detained. This shows that the focus on procedures and interactions is insufficient to understand the perceived legitimacy of immigration detention if shared values and consent with the legal basis of immigration detention are lacking.


Nicolien de Gier MSc
C.N. de Gier MSc is docent Criminologie bij de Universiteit Leiden.

Mieke Kox MA
M.H. Kox MA is postdoc Sociale Geografie bij de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie bij de Universiteit Leiden.

Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is universitair docent Erasmus School of Law bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.

    This article collects publications in this journal about the emergence and effects of legislation. It covers the developments and results of research of the last four decades. First it is concluded that there has been considerable attention to the subject. Second a clear broadening and (theoretical) deepening from different perspectives can be observed. Social-legal research of legislation also appears to have specific characteristics. Subsequently, various points of attention are pointed out, such as more attention to the relationship between legal characteristics and effects, more variation in research methods and more systematic theory-driven research. Finally, attention is drawn to the relationship between (the working of) legislation and social transformations such as globalization, digitization and the increasing and profound influence of social media in society.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academies voor Wetgeving en Overheidsjuristen in Den Haag en bijzonder hoogleraar Empirische Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is lid en voorzitter van de redactie geweest en is op dit moment lid van de redactieraad.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending, schadevergoeding
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode van september 2019 tot en met augustus 2020 weer diverse uitspraken gedaan over gezondheidsrechtelijke onderwerpen. Veel uitspraken borduren voort op of geven een nadere uitleg aan zaken waarover het Hof zich eerder heeft gebogen. Tegelijkertijd komt uit de uitspraken van afgelopen jaar het beeld naar voren dat het Hof in toenemende mate belang hecht aan de beschermingsplicht van de overheid, in het bijzonder bij gedetineerden, psychiatrische en verstandelijk beperkte patiënten en personen die anderszins kwetsbaar zijn.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 2054 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.