Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4575 artikelen

x
Digitale markten

Een gelijk speelveld in de online platformeconomie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden online platforms, digitale interne markt, schadelijke handelspraktijken
Auteurs Mr. L.E. Felderhof en Mr. M.P.C. Rozenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten heeft het doel te zorgen voor een eerlijke, transparante en voorspelbare bedrijfsomgeving voor ondernemers (met name het midden- en kleinbedrijf) die online platforms gebruiken om hun goederen en/of diensten aan te bieden aan consumenten.
    In dit artikel bespreken wij dat het wenselijk is dat door middel van deze verordening ex ante regels worden gesteld aan aanbieders van online platforms, met name omdat het huidige mededingingsinstrumentarium in de veranderende (digitale) economie niet altijd toereikend blijkt. Ook plaatsen wij enkele kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid en het effect van de verordening in de praktijk, welke aspecten volgens ons niet voldoende geadresseerd zijn in de verordening.
    Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, PbEU 2019, L 186.


Mr. L.E. Felderhof
Mr. L.E. (Laura) Felderhof is advocaat bij NautaDutilh N.V.

Mr. M.P.C. Rozenbroek
Mr. M.P.C. (Marieke) Rozenbroek is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Artikel

Transmuraal herstelgericht werken

Nieuwe conceptuele landkaart naar succesvol re-integreren

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden gedetineerden, re-integratie, herstelgerichte detentie, strength-based benadering
Auteurs Bart Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past twenty-five years, a lot of attention is paid to a more victim-aware and restorative justice focused policy in prisons in Belgium and The Netherlands, striving for a restorative culture and climate in the institutions (among prisoners and staff) and for more restorative practices like victim-awareness programs and mediation. The focus is primarily on the prison structure and culture, striving to create a more restorative prison culture and climate in the institutions. In this article we argue for a shift from this system-focused pursuit of ‘estorative detention’ to the restorative reintegration of prisoners at the individual level, and by this supporting their desistance from crime. We present a conceptual framework for restorative reintegration in and outside prison as a strengths-based approach, with attention to the structural and individual elements that supports their desistance from crime.


Bart Claes
Bart Claes is houder van het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool, bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice (www.euforumrj.org) en medeoprichter van het Expertisecentrum K I N D, Ouder en Detentie (www.expertisecentrumkind.nl).
Discussie

Aanknopingspunten en handreikingen voor slachtofferbewust werken bij de reclassering

Enige reflecties en aanvullingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden reclassering, slachtoffers, herstel, schuld, schaamte, slachtofferschap van cliënten
Auteurs Jiska Jonas-van Dijk PhD en Sven Zebel
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, measures have been taken to involve victims in the Netherlands more in the criminal proceedings of their offenses. This development, has led the three Dutch probation organizations (together 3RO) to aim for a more victim focused and restorative oriented approach with their clients. Two reports have been written to aid this victim-oriented approach within probation services. This contribution reflects on these reports and provides additions based on scientific literature. Both reports offer a good overview of existing practices and approaches to work in a more victim focused and restorative way, which can help to increase awareness among probation workers. The additions concern research about the positive outcomes of organizing contact between offenders and victims from unrelated crimes and new research findings concerning the role of feelings of guilt and shame. In addition, consciously talking and acknowledging clients’ victimization is presented as an essential mechanism to create willingness among them to consider the experiences of (their) victims, especially for those who are initially unwilling to do so.


Jiska Jonas-van Dijk PhD
Jiska Jonas-van Dijk is als PhD student verbonden aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid, Universiteit Twente en aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

Sven Zebel
Sven Zebel is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid, Universiteit Twente.
Artikel

Re-integratie van ex-justitiabelen als speerpunt voor een herstelgerichte reclasseringspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden re-integratie, herstelgericht werken, reclassering, ex-gedetineerden
Auteurs Peter Nelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the development of a restorative justice probation practice is discussed from the perspective of the restorative justice principle of the inclusive community and the contribution of probation volunteers to the reintegration of (ex-)offenders through specific restorative justice intervention strategies. It is shown that in penal policy of the past decades the penal welfare-model and the aim of reintegration of ex-offenders has been overshadowed by a more utilitarian, punitive and management logic of criminal justice. As a result, the reintegration and social inclusion of ex-offenders has become a rather neglected area and, in the current liberal-democratic state, offenders face social conditions in which it is very hard to turn their life around. In addition it is suggested that both in mainstream and in restorative justice interventions, achievement of the goal of reintegration is often problematic or absent. Moreover, this lack of opportunities for connection may undermine and reduce the effects of interventions, including those with a restorative justice approach. Probation services that use specific restorative justice intervention strategies guided by both professionals and probation volunteers might contribute to a more active, inclusive role of the community and society in the reintegration of ex-offenders.


Peter Nelissen
Peter Nelissen is criminoloog en werkzaam als onderzoeker/consultant en als docent.
Artikel

Slachtofferbewust en herstelgericht werken in de reclasseringspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden slachtofferbewust werken, herstelgerichte detentie, gevangenis, reclassering
Auteurs Jacqueline Bosker en Vivienne de Vogel
SamenvattingAuteursinformatie

    The last years victim awareness has received special attention in the Dutch probation service. Three goals are central: respecting the rights and interests of the victim, mapping and increasing victim awareness of the probation client, and working towards the possibilities for recovery. Based on discussions with probation officers, this contribution sketches a picture of how this takes shape in practice. Experience shows that good results are achieved, but that more training and attention to the subject is needed to give it a full place in the probation work.


Jacqueline Bosker
Jacqueline Bosker is lector Werken in Justitieel Kader bij Hogeschool Utrecht.

Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is lector Werken in Justitieel Kader bij Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten.
Redactioneel

Herstelgericht en slachtofferbewust reclasseren

Kansrijke detentiepraktijken en dubbelzinnige beleidsuitgangspunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Auteurs Bas van Stokkom en Annemieke Wolthuis
Auteursinformatie

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is juriste en bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Artikel

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden diensten, detailhandel, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman en Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op recente jurisprudentie van met name de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de haar voorgelegde ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Zij gaan met name in op de vraag in hoeverre ruimtelijke voorschriften de vestiging van detailhandel kunnen reguleren door middel van brancheringsregelingen (de zaak Appingedam had namelijk betrekking op een brancheringsregeling voor de vestiging van detailhandel). Aan het slot van hun artikel geven zij een doorkijkje naar de toets aan de Dienstenrichtlijn onder het systeem van de Omgevingswet.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het Europese recht, en als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
Mr. D.S.P. Roelands-Fransen is advocaat en partner bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Artikel

Milieuzones: leiden alle wegen nog naar Rome?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden milieuzone, luchtkwaliteit, luchtverontreiniging, harmonisering milieuzones, verkeersbesluit
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse, Mr. K.M. Landman en Mr. W.S. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op de opkomst van milieuzones en een aantal daarmee gepaard gaande juridische knelpunten. De op handen zijnde harmonisering van milieuzones, de verhouding tussen decentralisatie en harmonisatie, de (beperkte) democratische legitimering van milieuzones en de (toetsing van de) evenredigheid van verkeersbesluiten passeren hierbij de revue. Afsluitend komen ook de Omgevingswet, en de eventuele gevolgen van deze wet voor het instellen van milieuzones en de gesignaleerde knelpunten aan bod.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. K.M. Landman
Mr. K.M. (Karlijn) Landman is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. W.S. Zorg
Mr. W.S. (Wouter) Zorg is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Annotatie

Op reis met de vakantiewetgeving: het Handvest biedt nieuw uitzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vakantie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Horizontale directe werking, Inspanningsplicht, Richtlijn 2003/88
Auteurs Mr. drs. J.R. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie twee belangrijke arresten: Bauer en Max-Planck. Het Hof van Justitie kent hierin horizontale directe werking toe aan het recht op vakantie dat in artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgenomen. Eveneens introduceert Max-Planck een inspanningsplicht voor de werkgever om ervoor te zorgen dat de werknemer vakantie opneemt voordat het recht op vakantie kan vervallen. In deze bijdrage worden de arresten kritisch besproken.


Mr. drs. J.R. Vos
Mr. drs. Jan-Pieter Vos is wetenschappelijk docent en promovendus op de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus School of Law.
Artikel

Access_open B Corp in het Nederlandse vennootschapsrecht anno 2019 nog een storm in een glas water

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden beneficial corporation, maatschappelijk verantwoord ondernemen, corporate social responsibility, social entrepreneurship, corporate governance, B Corp
Auteurs Mr. R.L. Pouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van Beneficial Corporations, of kortweg B Corps, naar Nederland roept vragen op. Wat is een B Corp? Hoe kun je een B Corp worden en blijven? En wat zijn de gevolgen van een certificering als B Corp in het Nederlandse vennootschapsrecht? Deze bijdrage beschrijft de B Corps en de kaders waarbinnen zij opereren.


Mr. R.L. Pouwer
Mr. R.L. Pouwer werkt als Corporate Governance Analyst bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Benchmarkmanipulatie: het causaal verband tussen een geschonden gedragsnorm uit de BMR en manipulatieschade

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden Benchmark Verordening, BMR, manipulatieschade, causaal verband, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. N.A. Campuzano
SamenvattingAuteursinformatie

    De Benchmark Verordening (BMR) dient als preventief regelgevend kader ter voorkoming van de manipulatie van benchmarks. In deze bijdrage staat de aansprakelijkheid wegens schending van een gedragsnorm uit de BMR centraal. Meer specifiek spitst deze bijdrage zich toe op het aantonen van causaal verband tussen de schending van een gedragsnorm uit de BMR en schade door benchmarkmanipulatie.


Mr. N.A. Campuzano
Mr. N.A. Campuzano is als PhD-fellow verbonden aan de afdeling Financieel Recht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Civiele aansprakelijkheid voor de ‘economisch opvolger’ van een overtreder van het mededingingsrecht

Noot bij het arrest HvJ EU 14 maart 2019 in zaak C-724/17 (Skanska Industrial Solutions Oy)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden economische continuïteit, Skanska, mededinging, aansprakelijkheid, moedervennootschap
Auteurs Mr. N.R. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het Skanska-arrest, waarin het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de economisch opvolger van een rechtspersoon die het mededingingsrecht heeft overtreden voor de daardoor veroorzaakte schade aansprakelijk is. Hiermee wordt een uitzondering gemaakt op het beginsel van zelfstandige rechtspersoonlijkheid en mogelijk de deur opengezet naar concernaansprakelijkheid.


Mr. N.R. de Jong
Mr. N.R. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Erfrecht in de onderwereld (deel IV): de nabestaanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden afgeleide onrechtmatige daad, beneficiaire aanvaarding, affectieschade, shockschade, criminele nalatenschap
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee recente uitspraken wordt ingegaan op de afgeleide onrechtmatige daad en de affectieschade. Er kan secundaire aansprakelijkheid zijn als er sprake is van een afgeleide onrechtmatige daad. Waren de ouders van Tristan van der V. zich ervan bewust dat hun zoon derden leed zou gaan betrokkenen? Het Hof Den Haag deed er onlangs uitspraak over. De ouders en broer van Anne Faber hebben affectieschade gevorderd. In het hoger beroep van Michael P. werd daar onlangs door het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak over gedaan. De mogelijkheid om affectieschade te vorderen (in het strafrechtelijke proces) is op 1 januari 2019 ingegaan.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is directeur Netwerk Notarissen, en docent bij het Centrum voor notarieel recht Radboud Universiteit Nijmegen
Jurisprudentie

De brandstichtende erfgenaam moet op de blaren zitten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden onwaardigheid, artikel 4:3 lid 1 sub b BW, Misdrijf, opzet tegen de erflater
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    X sticht brand in de woning van erflater en wordt daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Volgens X heeft dit niet tot gevolg dat hij onwaardig is om van erflater te erven. Hij stelt dat geen sprake is van een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Verder doet X een beroep op ondubbelzinnige vergeving en kaart hij zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid aan. De rechtbank volgt X niet in zijn betoog en acht hem onwaardig. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het onderscheid dat volgens de rechtbank moet worden gemaakt tussen een met opzet gepleegd misdrijf en een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf. De auteur concludeert dat het opzet enkel betrekking heeft op het strafbare feit. Het vereiste dat het misdrijf tegen de erflater moet zijn gepleegd, is aan het opzet onttrokken.


Mr. M. de Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

Access_open Het beslechten van dekkingsgeschillen

Een uiteenzetting naar aanleiding van Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao 6 november 2015, nr. 2015-001

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden dekkingsgeschillen, uitleg polisvoorwaarden, redelijkheid en billijkheid, verzekeringsovereenkomst, Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao van 6 november 2015 verkent dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de wijze(n) waarop een dekkingsgeschil tussen verzekeraar en verzekerde (kan) worden beslecht. Aangetoond wordt dat dit met name een kwestie van uitleg van de verzekeringsovereenkomst is, maar dat ook de redelijkheid en billijkheid een – afzonderlijke – rol kan spelen. Voor de toepassing van beide leerstukken is van belang eerst vast te stellen onder welke omstandigheden de verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en wat de aard van de polisvoorwaarde(n) die in geding zijn is.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Artikel

Het verstrekken van pleitnotities aan media

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden verspreiden pleitnotities, artikel 8 EVRM, artikel 10 EVRM, civiele criteria rectificatie, kleinschalige samenleving
Auteurs Mr. O.E. Kostrzewski
SamenvattingAuteursinformatie

    In een spraakmakende zedenzaak verstrekte de verdediging na afloop van de zitting de pleitnotities in ongeclausuleerde vorm aan de media met als gevolg dat zeer gevoelige informatie aangaande de slachtoffers in Curaçao in de openbaarheid kwam. In deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre deze wijze van het verspreiden van pleitnotities in lijn is met de jurisprudentie van het EHRM inzake artikel 8 en 10 EVRM.


Mr. O.E. Kostrzewski
Mr. O.E. Kostrzewski is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de University of Curaçao en tevens werkzaam als advocaat te Curaçao. De auteur is als advocaat bij de in het artikel besproken zaak betrokken geweest. Zij heeft de klaagsters in deze procedure bijgestaan en was tevens de gemachtigde van een aantal slachtoffers in de strafzaak tegen B.
Toont 1 - 20 van 4575 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.