Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2747 artikelen

x
Rechtsbescherming

De financiële crisis en de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Unie als rechtsbeschermingsinstrument

Arrest in de gevoegde zaken Chrysostomides en Bourdouvali

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 (incompleet) 2021
Trefwoorden financiële crisis, Eurogroep, toegang tot de Unierechter, niet-contractuele aansprakelijkheid van de Unie
Auteurs Mr. M.K. Bulterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 2012 verleent het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) financiële steun aan lidstaten die in financiële nood verkeren, wanneer deze nood zo groot is dat dit de financiële stabiliteit van de eurozone in gevaar brengt. Om voor steun in aanmerking te komen moeten lidstaten aan strenge voorwaarden voldoen en ingrijpende maatregelen nemen. Die maatregelen kunnen ook individuele burgers en bedrijven hard treffen. Dat roept de vraag op welke rechtsbescherming het Gerecht en het Hof van Justitie kunnen bieden aan gedupeerde particulieren. Het arrest in de gevoegde zaken Chrysostomides en Bourdouvali van 16 december 2020 is de recentste uitspraak in een serie arresten die hierover meer duidelijkheid geven. Dit arrest is met name van belang vanwege het oordeel van het Hof van Justitie over de positie van de Eurogroep binnen het institutionele kader van de Unie en de mogelijkheid de rechtmatigheid van de handelingen van de Eurogroep in een direct beroep bij de Unierechter ter discussie te stellen.
    HvJ 16 december 2020, gevoegde zaken C-597/18 P, C-598/18 P, C-603/18 P en C-604/18 P, ECLI:EU:C:2020:1028 (Raad/K. Chrysostomides & Co. e.a., Raad/Bourdouvali e.a., K. Chrysostomides & Co. e.a./Raad, Bourdouvali e.a./Raad)


Mr. M.K. Bulterman
Mr. M.K. (Mielle) Bulterman is hoofd van de afdeling Europees recht, Directie Juridische Zaken, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Strafrecht

Access_open Zorgen om de rechtsstaat in Polen bij uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 (incompleet) 2021
Trefwoorden Europees aanhoudingsbevel, overlevering, Rule of Law, onafhankelijkheid rechtspraak Polen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 17 december 2020 prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wilde weten of de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen betekent dat de overlevering van personen aan die lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dient te worden geweigerd, ook zonder de concrete omstandigheden in de desbetreffende zaak aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. Het Hof van Justitie herhaalt dat de dreiging van een mensenrechtenschending voor de opgeëiste persoon altijd moet worden beoordeeld op het niveau van de individuele zaak. Er is bovendien geen reden om een Poolse rechter niet langer als ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel aan te merken.
    HvJ 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033 (L. en P.)


Prof. mr. P.A.M. Verrest
Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en Internationaal strafrecht, aan Erasmus School of Law te Rotterdam.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 13 november 2020 en 21 maart 2021.
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Access_open Is de legitieme portie nog legitiem?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden geldvordering, som ineens, testeervrijheid, onterving, legitimaris
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het onlangs verschenen rapport Legitieme portie centraal, dat tot stand is gekomen in een samenwerking van het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen. De onderzoekers bevelen aan de legitieme portie af te schaffen. Het is echter de vraag of het onderzoek deze aanbeveling rechtvaardigt, temeer omdat uit de peilingen ook blijkt dat een groot deel van het Nederlands publiek de legitieme portie juist omarmt. De wetgever koos er in 2003 voor de legitieme portie te handhaven, maar in sterke mate te ontkrachten. Schrijver concludeert dat de cijfers uit het rapport eerder bevestigen dat deze keuze de juiste was en pleit voor behoud van de legitieme portie.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Lezing

Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht

De vooruitziende blik van Leenen (Henk Leenenlezing 2020)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Europees recht, patiëntenrechten, beroepenwetgeving, preventie
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Henk Leenen besteedde al in zijn eerste gezondheidsrechtelijke studies aandacht aan de Europeesrechtelijke dimensies van het gezondheidsrecht. Hoe keek Leenen ruim veertig jaar geleden tegen deze relatie aan? En hoe heeft het Europees recht nader vorm gegeven aan het gezondheidsrecht en vice versa? Een analyse.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar Gezondheidsrecht, Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Het instellen van een medische tuchtprocedure: een ‘criminal charge’?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsverbod, tuchtrecht, strafrecht, Engel, EVRM
Auteurs Mr. M.F. Mooibroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van de Wet modernisering tuchtrecht kan de medische tuchtrechter een absoluut beroepsverbod opleggen. Daarmee is het karakter van de medische tuchtprocedure fundamenteel gewijzigd en kan de vraag worden gesteld of de medische tuchtvervolging heeft te gelden als ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM.


Mr. M.F. Mooibroek
Maurice Mooibroek is advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht en buitenpromovendus Radboud Universiteit Nijmegen.
Redactioneel

Art. 6:13 Awb in nood

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Aarhus, ontvankelijkheid, inspraak, zienswijze, fuik
Auteurs Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit redactioneel wordt ingegaan op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 14 januari 2021 over de toepassing van art. 6:13 Awb.


Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
Prof. mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Van de NOvA

Van de tuchtrechter

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Kroniek IT-recht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Esther van Genuchten, Robert van Schaik en Reinoud Westerdijk

Esther van Genuchten

Robert van Schaik

Reinoud Westerdijk
Artikel

Minder pagina’s, meer diepgang

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Christiaan Toorman, Patricia Arnoldus-Smit, Paul Glazener e.a.

Christiaan Toorman

Patricia Arnoldus-Smit

Paul Glazener

Frits de Vries
Artikel

Kroniek Privacyrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Christiaan Alberdingk Thijm, Vita Zwaan, Marieke Berghuis e.a.

Christiaan Alberdingk Thijm

Vita Zwaan

Marieke Berghuis

Silvia van Schaik

Caroline de Vries

Jacob van de Velde
Artikel

De rechtsstaat en het geld

Innovatie en financiering van de (appel)rechtspraak

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Tweede Kamerverkiezingen, Politiek en strafrecht, Rechtspraak, Beleid
Auteurs Mr. A. (Ton) de Lange, Mr. W.E.C.A. (Wim) Valkenburg en Mr. J. (Jessica) van der Vegte
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs van deze bijdrage signaleren dat in Polen en Hongarije de rechtsstaat wankelt. Nu is de rechtsstatelijke situatie in Polen en Hongarije weliswaar niet te vergelijken met die van ons land, toch is ook die niet onaantastbaar. Kwetsbaar in dit opzicht is de financiering van de rechtspraak. Zo kan de principiële vraag worden gesteld of de onafhankelijkheid van de derde staatsmacht wel voldoende is geborgd nu deze binnen de begroting van de uitvoerende macht valt, in casu het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het huidige financieringssysteem knelt überhaupt. Voor deze bijdrage is vooral relevant dat het financieringssysteem niet voorziet in een adequaat budget voor de noodzakelijke innovatie. Die noodzaak is er voortdurend en zeker nu.


Mr. A. (Ton) de Lange
Ton de Lange is bestuurslid van het Hof Den Haag en redacteur van Boom Strafblad.

Mr. W.E.C.A. (Wim) Valkenburg
Wim Valkenburg is senior raadsheer bij het Hof Den Bosch.

Mr. J. (Jessica) van der Vegte
Jessica van der Vegte is stafjurist bij het Hof Den Haag.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De black box van de WETS

Gebrek aan transparantie en rechtsbescherming in de procedure van strafoverdracht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden WETS, strafoverdracht, rechtshulp, wederzijdse erkenning, Handvest
Auteurs Mr. F.T.C. (Frederieke) Dölle en Mr. T. (Tom) de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt de erkenning en tenuitvoerlegging van in andere EU-lidstaten opgelegde vrijheidsbenemende sancties in Nederland. De EU-lidstaten wilden door middel van kaderbesluiten de stroperige traditionele rechtshulp efficiënter maken. Nederland heeft aan deze wens gehoor gegeven bij de totstandkoming van de WETS. De WETS kent een belangrijke rol toe aan het hof Arnhem-Leeuwarden, dat de minister adviseert over de toelaatbaarheid van de strafoverdracht. De veroordeelde is niet bij deze procedure betrokken. De auteurs concluderen dat deze procedure op gespannen voet staat met het Unierecht en aanpassing verdient.


Mr. F.T.C. (Frederieke) Dölle
Mr. F.T.C. Dölle is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.

Mr. T. (Tom) de Boer
Mr. T. de Boer is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 2747 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.