Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 996 artikelen

x
Artikel

Access_open De fractie als verlengstuk van een politieke vereniging

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2022
Trefwoorden parlementaire fractie, schorsing, ontzetting, informele vereniging, afdeling
Auteurs Mr. K.H.M. de Roo en Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak Gündoğan/Volt Nederland roept vragen op over de verhouding tussen de Tweede Kamerfractie enerzijds en de politieke vereniging anderzijds. Hoewel de fractie geen informele vereniging is, staat deze daarmee niet buiten het verenigingsrecht: het bestuur is op grond van de restbevoegdheid tot schorsing van het fractielidmaatschap bevoegd.


Mr. K.H.M. de Roo
Mr. K.H.M. de Roo is advocaat te Amsterdam, fellow van het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Kroniek Arbeidsrecht 2022

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2022
Auteurs Karol Hillebrandt, Christiaan Oberman, Peter Hendriks e.a.

Karol Hillebrandt

Christiaan Oberman

Peter Hendriks

Nadia Adnani
Van de NOvA

Van de tuchtrechter

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2022
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Appelleren is riskeren, maar bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg kun je het misschien proberen

Jurisprudentieanalyse van tien jaar hoger beroep bij het CTG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2022
Trefwoorden appel, hoger beroep, Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, CTG
Auteurs Dr. mr. W. Venderink, Dr. mr. J. Bollen en Mr. drs. M.E.B. Morsink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de analyse van de auteurs van de jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) tussen 2011 en 2020. De auteurs beantwoorden vragen als: Hoe groot is de kans voor verschillende partijen op succes in hoger beroep? Zijn er belangrijke onderlinge verschillen tussen de Regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg (RTG)? En: Wat zijn de reden voor het CTG om een maatregel te verhogen of te verlagen? Om dit te onderzoeken hebben we, aan de hand van de website tuchtrecht.overheid.nl, de jurisprudentie geanalyseerd van het CTG met uitspraakdatum vanaf 2011 tot en met 2020.


Dr. mr. W. Venderink
Wulphert Venderink is radioloog bij het Erasmus MC en jurist.

Dr. mr. J. Bollen
Jan Bollen is anesthesioloog bij het Radboudumc en jurist.

Mr. drs. M.E.B. Morsink
Marlies Morsink is SEH-arts bij het Radboudumc en jurist.
Van de NOvA

Van de tuchtrechter

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2022
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Mr. X geschrapt, mede dankzij rechters

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2022
Auteurs Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt
Artikel

Access_open De toelaatbaarheid en wenselijkheid van berechting met aanwezigheid van procesdeelnemers via een videoverbinding

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2022
Trefwoorden videoconferentie, onderzoek ter terechtzitting, recht op een eerlijk proces, aanwezigheidsrecht, Coronamaatregelen
Auteurs Mr. dr. B. de Wilde
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van de coronamaatregelen worden onderzoeken ter zitting soms zo ingericht dat bepaalde procesdeelnemers en publiek de zitting alleen via een videoverbinding kunnen bijwonen. In deze bijdrage wordt onderzocht of en, zo ja, onder welke voorwaarden, het in het algemeen juridisch toelaatbaar is om zittingen op die manier in te richten en of dat ook wenselijk zou zijn. Daarbij worden twee varianten onderscheiden: de volledig digitale zitting – die niet in een zittingszaal plaatsvindt – en de zitting waarbij de rechters en mogelijk ook de officier van justitie in de zittingszaal aanwezig zijn, maar de andere procesdeelnemers de zitting digitaal bijwonen. Na de beantwoording van de onderzoeksvraag worden suggesties gedaan voor een regeling in het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. B. de Wilde
Mr. dr. B. (Bas) de Wilde is senior onderzoeker en docent bij De strafzaak en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Politie en de COVID-19-pandemie in België: impact op het politiewerk, de interne relaties en politie-burgerinteracties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2022
Trefwoorden COVID-19 regulations, crisis, procedural justice, police legitimacy, self-legitimacy
Auteurs Yinthe Feys
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the author reflects on the impact of COVID-19 on policing, the relations among police officers and the interactions between police and citizens based on systematic social observations in small to semi-sized local police forces during the pandemic. The article discusses the nature of police work during the crisis and new types of interventions that police officers are confronted with (e.g. curfew controls). Additionally, the impact of the pandemic on the internal and external relations is discussed. Internally, the COVID-19 measures may have an impact on police officers’ possibilities for personal, social interactions among colleagues, which may potentially challenge the solidarity within the police force. Externally, tensions may arise in relations with citizens, partly because of unclear regulations or variable interpretations of those regulations. Those unclear regulations, but also uncertainties concerning one’s own competences and questions regarding the police’s role in enforcing the pandemic regulations, put pressure on the police’s (self-)legitimacy.


Yinthe Feys
Dra. Y. Feys is doctoraatsonderzoeker bij het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Faculteit Recht en Criminologie, Universiteit Gent.
Brexit

Access_open De Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK: partnerschap of conflictbeheersing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden Brexit, Handels- en samenwerkingsovereenkomst (HSO), Verenigd Koninkrijk, internationale overeenkomst, externe betrekkingen
Auteurs Dr. J.E. Larik en Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie (en Euratom) en het Verenigd Koninkrijk is ondertekend op 30 december 2020 en op 1 mei 2021 formeel in werking getreden. Terwijl het Terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk kan worden gezien als de ‘echtscheidingsovereenkomst’, die voornamelijk alle kwesties behandelt die verband houden met een ordelijke uittreding van het Verenigd Koninkrijk, legt de Handels- en samenwerkingsovereenkomst de basis voor een nieuwe relatie tussen de twee partijen. Deze relatie is niet langer gebaseerd op een lidmaatschap dat wordt bepaald door de supranationale rechtsorde van de Europese Unie, maar op een pragmatisch partnerschap op basis van internationaal publiekrecht, of, zoals sommige Britse vertegenwoordigers blijven benadrukken, een relatie tussen ‘soevereine gelijken’.
    Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149/10). Besluit (EU) 2021/689 van de Raad van 29 april 2021 betreffende de sluiting, namens de Unie, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, en van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens (PbEU 2021, L 149/2).


Dr. J.E. Larik
Dr. J.E. (Joris) Larik is universitair docent vergelijkend, EU- en internationaal recht aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Naar de Europese rechter

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2022
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius

Kees Pijnappels
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2022
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Judith van der Linden e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Judith van der Linden

Anouk Schoenmakers

Bas van Zelst

Daphne van Dijk
Nationaal

VSZ 2022/3

Rb. Gelderland (vzr.) 18 augustus 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:4664 (Tennisleraar/Tennisclub)

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2022
Auteurs Tim Wilms en Niels Jansen
Auteursinformatie

Tim Wilms
Mr. T.A. (Tim) Wilms is advocaat arbeidsrecht en sport bij Kennedy Van der Laan.

Niels Jansen
Mr. dr. N. (Niels) Jansen is universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open De zaak Wout Van Aert

Ontslag om dringende reden naar Belgisch arbeidsrecht

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2022
Trefwoorden dringende reden, Van Aert, ontslag, gelijkheidsbeginsel, UCI
Auteurs Niels Verborgh en Sven Demeulemeester
SamenvattingAuteursinformatie

    Sporters die prestaties leveren voor een sportploeg op grond van een arbeidsovereenkomst kunnen zich bedienen van de beschikbare arbeidsrechtelijke instrumenten om hun arbeidsovereenkomst te beëindigen. De zaak Van Aert illustreert waarom de Belgische arbeidsrechtelijke figuur van het ontslag om dringende reden niet zonder risico is voor de partij die zich hierop beroept. De arbeidsgerechten controleren immers a posteriori de gegrondheid van de ingeroepen dringende reden en kunnen de partij die zich onterecht beroept op een dringende reden alsnog de betaling van een belangrijke opzeggingsvergoeding opleggen.


Niels Verborgh
Niels Verborgh is advocaat bij Atfield.

Sven Demeulemeester
Sven Demeulemeester is advocaat bij Atfield.
Internationaal CAS

VSZ 2022/13

CAS 14 september 2021, 2019/A/6665 (Ricardo Terra Teixeira v. FIFA)

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2022
Auteurs Dolf Segaar en Ben Van Rompuy
Auteursinformatie

Dolf Segaar
Mr. C.A. (Dolf) Segaar is advocaat bij Segaarlaw, gespecialiseerd in sportrecht.

Ben Van Rompuy
Dr. B. (Ben) Van Rompuy is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Leiden.
Internationaal CAS

VSZ 2022/14

CAS 15 september 2021, 2019/A/6530 (Jeffrey Brown v. USADA), en CAS 2019/A/6531 (Alberto Salazar v. USADA)

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 1 2022
Auteurs Dolf Segaar en Ben Van Rompuy
Auteursinformatie

Dolf Segaar
Mr. C.A. (Dolf) Segaar is advocaat bij Segaarlaw, gespecialiseerd in sportrecht.

Ben Van Rompuy
Dr. B. (Ben) Van Rompuy is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Leiden.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2022

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Franchise, Non concurrentiebeding, Franchiseovereenkomst, Wet franchise, Artikel 7:920 Burgerlijk Wetboek
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de in het jaar 2021 gepubliceerde jurisprudentie omtrent het postcontractuele non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst. Daarbij wordt door de auteur aan de hand van thema’s aandacht besteed aan de ontwikkelingen op dit gebied, waaronder de invloed van artikel 7:920 lid 2 Burgerlijk Wetboek (‘Wet franchise’) op de rechtspraak omtrent het postcontractuele non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat-partner bij HJF Advocaten en gespecialiseerd in franchising en daaraan gerelateerde vraagstukken.

Victorine Dijkstra
Mr. V.E.J. Dijkstra is advocaat bij Houthoff.

Jori de Goffau
Mr. J.C. de Goffau is advocaat bij Houthoff.
Digitale markten

De AI-verordening: de black box geopend

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden AI-regulation, AI, kunstmatige intelligentie, Artificial Intelligence Act
Auteurs Mr. D.S. van Boven en Mr. N. Wolters Ruckert
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het voorstel voor de AI-verordening schiet de Europese Commissie op meerdere doelen tegelijkertijd: enerzijds wil zij innovatie stimuleren en anderzijds risico’s indammen. Het resultaat is een complexe verordening waarvan het duidelijk is dat die vergaande vereisten bevat voor AI-practitioners, maar voor de praktijk ook veel onzekerheid schept. De formuleringen van een aantal verplichtingen en de nakoming hiervan is nog onduidelijk. Met name transparantievereisten voor hoog-risico-AI-systemen zijn opaak. De eis dat trainingsdata representatief, foutenvrij en volledig moeten zijn, zal in de praktijk lastig te vervullen zijn.
    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (wet op de artificiële intelligentie) en tot wijziging van bepaalde wetgevingshandelingen van de Unie, COM(2021)206 final.


Mr. D.S. van Boven
Mr. D.S. (David) van Boven is associate bij Allen & Overy LLP.

Mr. N. Wolters Ruckert
Mr. N. (Nicole) Wolters Ruckert is counsel bij Allen & Overy LLP.
Toont 1 - 20 van 996 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.