Zoekresultaat: 100 artikelen

x
Wetenschap en praktijk

Het vervangen van de zekerhedenagent

De parallel debt revisited

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2021
Trefwoorden trust, zekerheid, security agent, syndicaatslening, overgang
Auteurs G. Kreuze en M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs de aandachtspunten die spelen bij een vervanging van de zekerhedenagent onder bijzondere titel aan de hand van een syndicaatslening gedocumenteerd op basis van de modellen van de Loan Market Association en gesecureerd door Nederlandsrechtelijke zekerheden. Ter achtergrond komen de volgende onderwerpen aan bod: (a) de invulling van de rol van zekerheden­agent en (b) het vervangen van de zekerhedenagent. Het zwaartepunt van dit artikel ligt op een vervanging van de zekerhedenagent onder bijzondere titel naar Nederlands recht, maar nu bij toe- en uittreding van de zekerhedenagent vaak Engels recht wordt toegepast, hebben we ervoor gekozen om in dit artikel ook aandacht te besteden aan de Engelse trust en een aantal Engelsrechtelijke aspecten van de overgang van de parallel debt en de daarvoor gevestigde Nederlandsrechtelijke zekerheden.


G. Kreuze
Mr. G. (Gianluca) Kreuze is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

    In recent years, big data technology has revolutionised many domains, including policing. There is a lack of research, however, exploring which applications are used by the police, and the potential benefits of big data analytics for policing. Instead, literature about big data and policing predominantly focuses on predictive policing and its associated risks. The present paper provides new insights into the police’s current use of big data and algorithmic applications. We provide an up-to-date overview of the various applications of big data by the National Police in the Netherlands. We distinguish three areas: uniformed police work, criminal investigation, and intelligence. We then discuss two positive effects of big data and algorithmic applications for the police organization: accelerated learning and the formation of a single police organization.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is bijzonder hoogleraar Digital Surveillance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en universitair docent aan Vrije Universiteit Amsterdam. m.b.schuilenburg@vu.nl.

Melvin Soudijn
Melvin Soudijn is senior onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Landelijke Eenheid Nationale Politie en research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.
Artikel

Access_open Global Solidarity and Collective Intelligence in Times of Pandemics

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Global solidarity, Pandemics, Global Existential Threats, Collective Intelligence, CrowdLaw
Auteurs José Luis Martí
SamenvattingAuteursinformatie

    Some of the existential threats we currently face are global in the sense that they affect us all, and thus matter of global concern and trigger duties of moral global solidarity. But some of these global threats, such as the COVID-19 pandemic, are global in a second, additional, sense: discharging them requires joint, coordinated global action. For that reason, these twofold global threats trigger political – not merely moral – duties of global solidarity. This article explores the contrast between these two types of global threats with the purpose of clarifying the distinction between moral and political duties of global solidarity. And, in the absence of a fully developed global democratic institutional system, the article also explores some promising ways to fulfill our global political duties, especially those based on mechanisms of collective intelligence such as CrowdLaw, which might provide effective solutions to these global threats while enhancing the democratic legitimacy of public decision-making.


José Luis Martí
José Luis Martí is Associate Professor of Legal and Political Philosophy, Department of Law, Pompeu Fabra University of Barcelona.
Artikel

Access_open Strafvorderlijke normering van preventief optreden op basis van datakoppeling

Een analyse aan de hand van de casus ‘Sensingproject Outlet Roermond’

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden datakoppeling, privacy, opsporing, preventief politieoptreden, dataprotectierecht
Auteurs Prof. mr. L. Stevens, Prof. mr. M. Hirsch Ballin, Mr. dr. M. Galič e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen wij onderzoek naar de vraag hoe preventief politieoptreden op basis van datakoppeling zou moeten worden genormeerd. Onze analyse is gebaseerd op het Sensingproject Outlet Roermond. Wij stellen dat bestaande wetgeving onvoldoende in staat is de privacy van burgers te beschermen als die burgers ten behoeve van preventief politieoptreden in een algoritmische risicogroep worden geplaatst. Om die reden moet nieuwe regelgeving mede worden gebaseerd op een nieuw concept: group privacy. Ook stellen wij dat een nieuwe wettelijke grondslag recht zal moeten doen aan strafvorderlijke basisbeginselen nu preventief optreden op grond van datakoppeling moet worden gezien als opsporing.


Prof. mr. L. Stevens
Prof. mr. L. Stevens is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. M. Hirsch Ballin
Prof. mr. M. Hirsch Ballin is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. Galič
Mr. dr. M. Galič is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. B. Groothoff
Mr. B. Groothoff is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. Y. Hamelzky
Mr. Y. Hamelzky is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. C. Lucas
Mr. C. Lucas is PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. K. Rasul
Mr. K. Rasul is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. S. Verijdt
Mr. S. Verijdt is docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Lukas van den Berge
Lukas van den Berge is assistent professor of legal theory at Utrecht University.
Artikel

Bounding Border Checks

A Comparative Approach to Crimmigration, Race, and Policing at the US Internal Border

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Border checks, US International Border, US Border Patrol, Schengen area
Auteurs David Hamburger
SamenvattingAuteursinformatie

    Crimmigration – the hybridization of criminal law and migration policy – is a transatlantic phenomenon. Despite this growing recognition, however, academic attention has thus far tended to focus more on discrete cases than on the similarities across regional contexts. In considering internal checkpoint stops conducted by US Border Patrol within the context of ongoing debates about racial profiling and policing of the internal border in the Schengen area, this article aims to provide a comparative lens by which to assess the questions at the heart of the current European discussion. An examination of both the jurisprudence and practice of the US internal border, this comparison suggests, offers a cautionary tale for European attempts to balance the fight against cross-border crime with the principles of human rights and the promise of a Europe free of internal frontiers.


David Hamburger
D.J. Hamburger LLM is a recent LLM graduate of the Europa Instituut at Leiden Law School, where he was an NAF-Fulbright fellow.

Gijs van Maanen
Gijs van Maanen is PhD researcher at Tilburg Law School.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J. Boonstra, mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger


Andreea Suciu
Andreea Suciu is Managing Partner at Suciu | The Employment Law Firm in Bucharest, Romania.

Teodora Manaila
Teodora Manaila is a Senior Associate at Suciu | The Employment Law Firm in Bucharest, Romania.
Artikel

Is datagedreven risicogebaseerd toezicht op termijn effectief?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden data, risicogebaseerd toezicht,, sciencedatagedreven toezicht, agentgebaseerd modelleren, inspecteurs
Auteurs Haiko van der Voort, Ivo Sedee, Tom Booijink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke effecten kunnen we op termijn verwachten als inspecteurs op basis van data risicogebaseerd gaan werken? We hebben een agentgebaseerd model ontwikkeld waarmee we verschillende scenario’s kunnen testen. Het model bevestigt het potentieel van datagedreven toezicht op de effectiviteit voor inspecties. Maar het waarschuwt ook voor bias, omdat met datagedreven toezicht alleen data van risicovolle bedrijven worden verkregen. Een beperkt aantal willekeurige inspecties kan de datakwaliteit al fors doen toenemen. Daarmee waarschuwen we voor te veel optimisme over de efficiëntie van datagedreven risicogebaseerd toezicht. Bovendien reiken we een model aan waarmee een optimum tussen datagedreven en willekeurige inspecties te bepalen is.


Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Ivo Sedee
I.R. Sedee Msc is junior adviseur bij Antea Group.

Tom Booijink
Ir. T.J.P. Booijink is coördinator van het data science cluster bij de NVWA.

Elske van der Vaart
Dr. E.E. van der Vaart is data scientist bij de NVWA.
Artikel

Over autonome auto’s, een bestuurderloze toekomst en nieuwe risico’s

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden bestuurder, autonome auto, hacken, cybersecurity, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. dr. N.E. Vellinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van volledig zelfrijdende of autonome auto’s doet vele juridische vragen rijzen doordat zelfrijdende auto’s geen bestuurder hebben. Deze vragen rijzen onder meer ten aanzien van de toepassing van bepalingen van het RVV 1990 en de WVW 1994 die de bestuurder als normadressaat hebben. Daarnaast komen aspecten van cybersecurity aan bod in dit artikel. Er wordt in deze bijdrage onder meer een voorstel tot wijziging van artikel 6 WVW 1994 gedaan, om zo te voorzien in een bestuurderloze toekomst.


Mr. dr. N.E. Vellinga
Mr. dr. N.E. Vellinga is postdoc bij de vakgroep Transboundary Legal Studies aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

    The European Court of Justice (ECJ) has ruled that, while it is for national courts to make decisions about employment status, a courier working for Yodel in the UK appeared to have been correctly classified as self-employed, given the latitude he had over accepting jobs, working for competitors, providing substitutes and deciding his work schedule. The crucial factors were independence and subordination.


Colin Leckey
Colin Leckey is a Partner at Lewis Silkin LLP.
Artikel

Ecocide als internationaal misdrijf? Perspectieven op vervolging en berechting in Nederland

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Ecocide, Milieustrafrecht, Internationale misdrijven, Internationaal strafhof
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter en Mr. B. (Barbara) van Straaten
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd leeft de wens ernstige milieumisdrijven (ecocide) onderdeel te laten uitmaken van het internationaal strafrecht, in het bijzonder de misdrijven waarover het Internationaal Strafhof rechtsmacht heeft. Het is op dit moment niet te voorspellen of en op welke wijze ecocide ooit volwaardig onderdeel gaat uitmaken van het positieve internationale strafrecht. Deze bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre het actuele internationale strafrecht aanknopingspunten biedt voor vervolging van ecocide en op welke wijze Nederland in de nationale opsporings- en vervolgingspraktijk hiermee rekening zou moeten houden.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Göran Sluiter is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit.

Mr. B. (Barbara) van Straaten
Barbara van Straaten is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam.

    This article relies on the premise that to understand the significance of Open Access Repositories (OARs) it is necessary to know the context of the debate. Therefore, it is necessary to trace the historical development of the concept of copyright as a property right. The continued relevance of the rationales for copyright interests, both philosophical and pragmatic, will be assessed against the contemporary times of digital publishing. It follows then discussion about the rise of Open Access (OA) practice and its impact on conventional publishing methods. The present article argues about the proper equilibrium between self-interest and social good. In other words, there is a need to find a tool in order to balance individuals’ interests and common will. Therefore, there is examination of the concept of property that interrelates justice (Plato), private ownership (Aristotle), labour (Locke), growth of personality (Hegel) and a bundle of rights that constitute legal relations (Hohfeld). This examination sets the context for the argument.


Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.
Artikel

The concept of violence in (times of) crisis

On structural, institutional and anti-institutional violence

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden structural violence, institutional violence, anti-institutional violence, economic crisis, Greece
Auteurs Marilena Drymioti
SamenvattingAuteursinformatie

    Attempting to understand the Greek narrative of crisis, this paper examines the most prominent forms of violence that emerged in the period of acute economic recession and political upheaval in Greece namely structural, institutional and anti-institutional violence. This paper aims to highlight existing theoretical gaps and avoid common fallacies of the current body of knowledge. In contrast to some of the more common features of the discussion on violence, this note sets out to: a) acknowledge that violence is not necessarily a physical act, b) acknowledge that the outcomes of violence performances might not be physical either, c) specify and adequately distinguish agency and structural dynamics and d) address the cultural and contextual aspects of violence. Vital to this endeavor is to acknowledge, identify and understand the interactive relation between different forms of violence that emerge during the same period of time in a context in which conflict escalates.


Marilena Drymioti
Marilena Drymioti is promovendus aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Pending Cases

Case C-407/19, Free movement, fixed-term work

Katoen Natie Bulk Terminals NV, General Services Antwerp NV – v – Belgische Staat, reference lodged by the Raad van State (Belgium) on 24 May 2019

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Free movement, fixed-term work
Article

Access_open Consumer Social Responsibility in Dutch Law

A Case Study on the Role of Consumers in Energy Transition

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden consumer, energy transition, social responsibility, Dutch law, EU law
Auteurs Katalin Cseres
SamenvattingAuteursinformatie

    As our economies continue to focus on growth, competition and maximisation of consumer choice, the global increase in consumption takes vast environmental and social costs and cause irreversible harm to our climate and environment. The urgency of reducing human footprint and to diminish one of the root causes of a declining climate and environment is irrefutable. In the shift that globally has to take place, a decentralised energy system relying on more distributed generation, energy storage and a more active involvement of consumers form a crucial component of renewable energy solutions. The move from a highly centralised to a more decentralised power system involves an increasing amount of small-scale (intermittent) generation from renewable energy which is located closer to the point of final consumption. In order to steer consumption towards sustainability national governments and supranational organisations have adopted policies and corresponding legislation that address individual consumers as rational and active choice-makers who make socially responsible choices when they receive the ‘right’ amount of information. By relying on insights from modern consumption theories with contributions from sociology, this article questions the effectiveness and legitimacy of these ‘consumer-centred’ policies and laws. First, the article argues that the single focus on individual consumer behaviour as a rational and utility maximising market actor fails to take into account the complexity of consumption, which is fundamentally influenced by social norms and its broader institutional setting. Although consumers are willing to consume more sustainably, they are often ‘locked in by circumstances’ and unable to engage in more sustainable consumption practices even if they want to. Second, by relying on evidence from sociological studies the article argues that individual consumers are not the most salient actors in support of sustainable consumption. Even though the urgency of the energy transition and the critical role consumers play in (un)sustainable energy consumption is acknowledged in both the EU and its Member States, their laws and policies remain grounded on goals of economic growth with competitive economies, the sovereignty of consumer choice and wealth maximisation, instead of aiming at slower economic growth or even degrowth, reducing overall resource use and consumption levels and introducing radically different ways of consumption.
    Third, the role of law is underlined as a social institution both as a constraint on the autonomous acts of consumption, dictating the normative frameworks within which the role of consumer is defined, and as a facilitator which consumers might also employ, in order to determine for themselves particular normative parameters within which consumption can occur.
    The Netherlands, which serves as a case study in this article, has reached important milestones in its energy transition policy since 2013. Still, it remains strongly focused on economic rationality and market competitiveness. Even though various models of consumer participation exist and local consumer energy initiatives are flourishing and are recognised as key actors in the energy transition, they remain embedded in institutional, structural and behavioural settings where consumers still face challenging sociocultural barriers to sustainable practices.
    In light of these legal, political and social complexity of energy transition, the article offers a critical analysis of the current Dutch law in its broader legal context of EU law in order to answer the question what the role of (energy) law is in steering consumers towards sustainable energy consumption.


Katalin Cseres
Katalin Cseres is Associate Professor of Law, Amsterdam Centre for European Law & Governance (ACELG), University of Amsterdam.

    This article focusses on the question whether quantitative modelling and simulation is useful for judicial forecasting, ex-ante testing of judicial policies, and (re)designing chains of organisations like the judicial chain. Specific attention is given to methods that can be used in the face of complexity and deep uncertainty. That is, when facing many substantial uncertainties. Complexity and uncertainty are first of all focused on. Subsequently, modelling methods for dealing with complexity and uncertainty are discussed in more detail, examples are given, and the process needed to build such models in a participatory way is discussed.


Dr. Erik Pruyt
Dr. E. Pruyt is als universitair hoofddocent Policy Modelling verbonden aan de Technische Universiteit Delft. Hij is tevens founding partner van het Center for Policy Exploration Analysis and Simulation en directeur van het Institute for Grand Challenges.
Artikel

Wapenen tegen cybercrime

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2019
Auteurs Stijn Dunk

Stijn Dunk
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Toont 1 - 20 van 100 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.