Zoekresultaat: 82 artikelen

x
Artikel

Aanstaande professionals in de veiligheidszorg: wat komt er op hen af en hoe maken we hen weerbaar?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Sociale professional, Weerbaarheid
Auteurs Mustapha Aoulad Hadj, Rob Straver en Prof. dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this exploratory contribution, the central question is what will happen to students when they leave school and start looking for a job in security care. Three developments are addressed in this context: firstly, there are organizational changes: the municipal level has become increasingly important; in the second place, the complexity of the casuistry with which professionals are confronted is highlighted, and in the third place attention is paid to undesirable behavior with which professionals may be confronted while performing their work. What do these aspects mean for the resilience of the upcoming professional and the preparation for working life during training?


Mustapha Aoulad Hadj
Mustapha Aoulad Hadj is vanaf 1999 als docent verbonden aan de opleiding Social Studies van Avans Hogeschool in Den Bosch en tevens lid van de kenniskring bij het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties. Vóór die tijd is hij werkzaam geweest als gezinsvoogd in regio Utrecht.

Rob Straver
Rob Straver is vanaf 2013 als docent verbonden aan de opleiding Social Studies van Avans Hogeschool in Den Bosch en tevens lid van de kenniskring bij het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties. Vóór die tijd is hij werkzaam geweest in de jeugdzorg als jeugdreclasseringswerker.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Hedy Jak
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

Consumentenbescherming door informatie?

Bespreking van het proefschrift van mr. C. de Jager

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden informatieplichten, PRIIPs-verordening, Key Information Document, beleggersbescherming, beleidstheorie
Auteurs Mr. dr. J.J.A. Braspenning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Jager gaat in haar proefschrift in op de ontwikkeling en werking van gestandaardiseerde informatieplichten op het gebied van beleggersbescherming. De Jager concludeert dat dergelijke informatieplichten niet in staat zijn om complexe financiële producten voor beleggers begrijpelijk en vergelijkbaar te maken.


Mr. dr. J.J.A. Braspenning
Mr. dr. J.J.A. Braspenning is advocaat bij Linssen cs Advocaten te Tilburg.

Lex van Almelo
Artikel

Access_open De historie van de operationeel leider

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Historie, Operationeel leider, Bureaupolitiek, Beethovenfout voor samenwerking
Auteurs Bernard Groot en Ira Helsloot
SamenvattingAuteursinformatie

    The operational leader, the ‘gold commander’, fulfils a crucial function in crisis- and disaster management in the Netherlands. He is held responsible for the total coordination of all collaborating emergency services and supports/advises the Mayor, the Commander in Chief. Unfortunately, this function has never been very effective in practise, as shown by many evaluations. From a scientific point of view, it is easy to understand why the operational leader cannot be effective in the Dutch crisis management organisation. The operational leader has no authorities and has been seated in an emergency operation centre far from the Mayor. This article examines why this issue has not been solved, despite 30 years of studying and adjusting the Dutch crisis management organisation.


Bernard Groot
Bernard Groot is directeur van Crisiscontrol BV te Hardinxveld-Giessendam. Het bedrijf legt zich toe op crisisbeheersing, rampenbestrijding, advies/opleiding/training en interim-management.

Ira Helsloot
Ira Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit.

Judith van Erp
Prof. dr. J.G. van Erp is hoogleraar Publieke Instituties aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.
Uit het veld

Opzet van een datavoorzieningsfunctie ter ondersteuning van datagedreven toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden granulaire data, kwadrantenmodel, datavoorziening, datamanagement
Auteurs Wouter van Aerle, Ronald Damhof en Frank Ouddeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders hebben te maken met een steeds grotere stroom aan data. Dit vraagt om toenemende discipline in de verwerking ervan. Uit de principes van goed toezicht volgen niet-functionele eisen – als traceerbaarheid, uitwisselbaarheid en betrouwbaarheid – waaraan de gegevensverwerking moet voldoen. Voor het realiseren hiervan is een datavoorzieningsfunctie nodig, vergelijkbaar met andere bedrijfsfuncties als Finance en HR. Binnen DNB is het datakwadrantenmodel gebruikt om deze realisatie vorm te geven. Het model is een begripsvormend kader, dat de gegevensverwerking vanuit twee perspectieven beschouwt: de aanbod- en vraagzijde van gegevens en een opportunistische versus een systematische manier van werken. Op basis van het model zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de technische voortbrenging van data, inrichting van de organisatie, besturing en benodigde kennis en competenties.


Wouter van Aerle
Ir. W.A. van Aerle is managing partner bij Deltiq, adviesbureau voor informatiemanagement.

Ronald Damhof
Drs. R.D. Damhof was tot 1 juli 2018 werkzaam als enterprise data architect bij De Nederlandsche Bank

Frank Ouddeken
Drs. F.E.M. Ouddeken is werkzaam voor De Nederlandsche Bank als manager Data Management Office, Divisie Statistiek.
Artikel

De beoordeling van geneesmiddelenonderzoek onder de nieuwe Europese verordening – leuker kunnen we het wél maken

Reactie op TvGR-artikel Van der Windt: ‘De beoordeling van geneesmiddelenonderzoek onder de nieuwe Europese verordening – niet leuker, niet makkelijker’

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden klinisch geneesmiddelenonderzoek, Europese wetgeving
Auteurs Dr. ir. M. Al, mr. I. van Veldhuizen, dr. C. de Heer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Reactie Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) op artikel Van der Windt: ‘De beoordeling van geneesmiddelenonderzoek onder de nieuwe Europese verordening – niet leuker, niet makkelijker’, verschenen in in TvGR 2017, nr. 4-5, p. 331-341. De CCMO wil graag enkele misverstanden wegnemen, die zouden kunnen ontstaan na lezing van het artikel van mr. drs. Th. van der Windt. De reikwijdte van de nieuwe Europese verordening voor klinisch geneesmiddelenonderzoek is in essentie niet anders dan van de huidige EU-richtlijn. METC-leden mogen onder de verordening nog steeds bij dezelfde instelling werkzaam zijn als waar het onderzoek plaatsvindt, maar, net als nu, niet aan dezelfde afdeling. Mede door diverse voorbereidende inspanningen zal Nederland ook na 2019 een aantrekkelijk land blijven voor het doen van klinisch geneesmiddelenonderzoek.


Dr. ir. M. Al

mr. I. van Veldhuizen

dr. C. de Heer

prof. dr. J. van Gerven
Monique Al, Isabelle van Veldhuizen, Cees de Heer en Joop van Gerven zijn respectievelijk coördinator Landelijk Bureau CCMO, coördinator Bureau CCMO, algemeen secretaris, en voorzitter van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).
Praktijk

Lean levert het mooiste werk

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd en Flos Vingerhoets
Auteursinformatie

Nathalie Gloudemans-Voogd

Flos Vingerhoets
Illustraties
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

Over opinions. Handleiding voor het opstellen en beoordelen van Nederlandsrechtelijke legal opinions

Bespreking van het proefschrift van mr. J.M. van Dijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden legal opinions, opinion letter, financieringspraktijk, aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het proefschrift Over opinions van Jan Marten van Dijk zowel in hoedanigheid van hand- of leerboek voor de praktijk als in hoedanigheid van proefschrift(onderzoek).


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. R. Mellenbergh is universitair hoofddocent/associate professor bij de Afdeling Privaatrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en directeur van het International Business Law-programma van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Versteviging van risicomanagement in het perspectief van de herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden risicomanagement, compliance, interne audit, corporate governance, herziening Code
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de voorgestelde wijzigingen van de Nederlandse Corporate Governance Code op het terrein van risicomanagement. De auteur is positief over de voorgestelde wijzigingen. Wel zijn nog enkele verbeteringen mogelijk.


Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Diversen: Verslag

Smart mixes van juridische en beleidsinstrumenten: verslag van een project en conferentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden smart mixes, milieuproblemen, governance, grensoverschrijdend
Auteurs Prof. M.G. Michael Faure en Prof. P.A. André Nollkaemper
SamenvattingAuteursinformatie

    Met steun van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) hebben de Erasmus School of Law (Rotterdam) en de Universiteit van Amsterdam sedert 2014 een project uitgevoerd over ‘smart mixes of transboundary environmental harm’.


Prof. M.G. Michael Faure
Prof. M.G. Faure is hoogleraar internationaal en vergelijkend milieurecht, Universiteit Maastricht en hoogleraar comparative private law and economics aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. P.A. André Nollkaemper
Prof. P.A. Nollkaemper is decaan en hoogleraar Internationaal Publiekrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De bestraffende handhaving van de Omgevingswet: bestuurlijke strafbeschikking of bestuurlijke boete?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden strafrecht, bestuursrecht, omgevingsrecht, handhaving, sanctiestelsels
Auteurs Prof. mr. B.F. Keulen en Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2014 is het voorstel voor de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Aanvankelijk was het kabinet van plan over de volle breedte van de Omgevingswet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in te voeren. De Raad van State heeft zich daar in zijn advies tegen gekeerd. Dat heeft het kabinet ertoe gebracht opdracht te geven tot nader onderzoek. Dit artikel bouwt voort op dat onderzoek, dat vanaf de zomer van 2014 tot in maart 2015 is uitgevoerd door medewerkers van de Groningse rechtenfaculteit, onder wie de auteurs van dit artikel. In deze bijdrage richten wij ons vooral op de voorstellen die in de slotbeschouwing zijn gedaan. Het accent ligt op de samenwerking tussen bestuurlijke en justitiële autoriteiten.


Prof. mr. B.F. Keulen
Prof. mr. B.F. Keulen is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar Integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Legal tech made in Holland

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2016
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd
Artikel

Jurisprudentie zoeken op Europese schaal

Hoe de ECLI-zoekmachine de grensoverschrijdende toegankelijkheid van rechterlijke uitspraken vergroot

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. dr. M. van Opijnen en Mr. drs. B. Veenman
SamenvattingAuteursinformatie

    De European Case Law Identifier (ECLI) is inmiddels door acht lidstaten en drie Europese gerechten geïmplementeerd. Het citeren en vinden van uitspraken wordt daarmee reeds vereenvoudigd, maar de echte kracht van het ECLI-raamwerk zal beter zichtbaar worden nu ook de ECLI-zoekmachine beschikbaar is. Op deze door de Europese Commissie ontwikkelde website zijn miljoenen rechterlijke uitspraken op uniforme wijze doorzoekbaar gemaakt. Weliswaar is deze zoekmachine een belangrijke stap voorwaarts, maar de komende jaren zal nog veel werk moeten worden verzet om de grensoverschrijdende toegankelijkheid van rechtspraak verder te verbeteren. Voor een deel kan dat met slimme technologie, maar ook de rechterlijke macht zelf zal een bijdrage moeten leveren.
    https://e-justice.europa.eu/content_ecli_search_engine-430-nl.do


Mr. dr. M. van Opijnen
Mr. dr. M. (Marc) van Opijnen is adviseur rechtsinformatica bij het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (UBR|KOOP). Hij is lid van de EU-raadswerkgroep e-justice/e-law en van de ECLI-expertgroep van de Europese Commissie. Tevens is hij coördinator van het project ‘Building on ECLI’.

Mr. drs. B. Veenman
Mr. drs. B. (Bart) Veenman is adjunct-directeur Bestuursrechtspraak bij de Raad van State. Dit artikel kwam tot stand met financiële steun van het Justice Programme van de Europese Unie. De inhoud van dit artikel valt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de auteurs en kan op geen enkele wijze geacht worden de opvattingen van de Europese Commissie weer te geven.
Casus

Samenwerking in meerpartijenverhoudingen in de bouw: stand van zaken en praktische tools

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden samenwerking, bouwrecht, meerpartijenverhoudingen, contracten, digitalisering
Auteurs Dr. S. Van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij samenwerking in meerpartijenverhoudingen, zoals bouwcontracten, gaat geregeld iets mis. Vaak komt dit voort uit onvoldoende communicatie, coördinatie en afstemming tussen betrokkenen. Op contractanten in meerpartijenverhoudingen rusten op basis van de wet slechts vrij basale verplichtingen ten behoeve van samenwerking, zoals elkaar informeren over de stand van zaken van het werk. In standaard voorwaarden is meer aandacht voor verplichtingen gericht op goede samenwerking en in hedendaagse contracten worden steeds vaker positieve prikkels opgenomen (tevredenheidsverklaringen, bonussen, besparingsmodellen) om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Ten slotte worden specifiek in de bouwpraktijk digitale tools ingezet (o.m. BIM en LEAN thinking) om samenwerking en contracten beter te kunnen managen.”


Dr. S. Van Gulijk
Dr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Tilburg University.
Artikel

Toepassingsmogelijkheden van Quantified Self-data

Enkele voorbeelden uit de forensisch psychiatrische praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden quantified self-data, self-monitoring, technological devices, aggression treatment, forensic psychiatry
Auteurs Dr. C.H. de Kogel en Dr. L.J.M. Cornet
SamenvattingAuteursinformatie

    How many hours a night do I sleep? What is my average resting heart rate? How physical active am I during the day? Self-monitoring with help of technological devices, including smartphones, mobile applications and electronic sensors, allow individuals to quantify biometrics that they never knew existed. During the last decade, the ‘quantified-self’ movement has become popular among hobbyists, but also among professionals in the medical field. In this article the authors explore the potentials of quantified-self devices for the criminal justice setting. Could, for example, skin conductance measurements help to improve self-awareness among aggressive patients? And could biofeedback intervention with help of a mobile application serve as an alternative intervention program for those who are currently not responsive to traditional correctional therapy? On the other hand, what are the limitations and perhaps ethical concerns when implementing quantified-self devices in the criminal justice setting?


Dr. C.H. de Kogel
Dr. Katy de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. L.J.M. Cornet
Dr. Liza Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Toont 1 - 20 van 82 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.