Zoekresultaat: 52 artikelen

x
Wetenschap en praktijk

Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Nederlands vestigingsklimaat, eindafrekening dividendbelasting, zetelverplaatsing, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs R. Bagci, R.P.C.W.M. Brandsma, P. Ruige e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse belasting op dividenden heeft door het Initiatiefwetsvoorstel Spoedwet conditionele eindheffing dividendbelasting – wederom – de aandacht van de politiek en het (inter)­nationale bedrijfsleven. Invoering van het voorstel zou betekenen dat een vertrek uit Nederland door vennootschappen onder omstandigheden tot een eindafrekening voor de Nederlandse dividendbelasting gaat leiden. Invoering van het voorstel lijkt investeringen in Nederlandse bedrijven door buitenlandse (portfolio-)investeerders minder aantrekkelijk te maken, wat leidt tot een verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De auteurs gaan in op diverse aspecten van het wetsvoorstel.


R. Bagci
Mr. R. (Recep) Bagci is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

R.P.C.W.M. Brandsma
Prof. dr. R.P.C.W.M. (Roland) Brandsma is partner bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Business Universiteit Nyenrode.

P. Ruige
Mr. drs. P. (Pieter) Ruige is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Daarnaast is hij verbonden aan de Vrije Universiteit.

H.R. Zuidhof
Mr. H.R. (Hugo) Zuidhof is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.
Artikel

Europese ontwikkelingen in het insolventierecht

Een civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden harmonisatie, faillissementsrecht, faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid, rangorde van schuldeisers
Auteurs Mr. Y. Diamant
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit ‘Europa’ wordt aangestuurd op verdere eenvormigheid van het insolventierecht van de EU-lidstaten. De Europese ontwikkelingen in het insolventierecht worden in dit artikel besproken, waarbij wordt ingezoomd op vier civielrechtelijke onderwerpen: bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementspauliana, de positie van zekerheidsgerechtigden en de rangorde van schuldeisers.


Mr. Y. Diamant
Mr. Y. Diamant werkt als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

Access_open Harmonization of Substantive Insolvency Law in the EU

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden harmonisering, insolventieprocedures, EU, zekerheidsrechten, transnationalisering
Auteurs Prof. mr. J.H. Dalhuisen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft via een Inception Impact Assessment de eerste stap gezet naar mogelijke harmonisering van het materiële insolventierecht van de lidstaten. De auteur bespreekt welke beleidsvraagstukken bij een dergelijk harmonisatieproces zouden spelen, de impact voor het algemene vermogensrecht en uit welke elementen een eventuele regeling zou moeten bestaan.


Prof. mr. J.H. Dalhuisen
Prof. mr. J.H. Dalhuisen is Chair International Finance Catholic University Lisbon Global School, Visiting Professor UC Berkeley, Emeritus Professor King’s College London.
Artikel

Persoonsgerichte handhaving van de socialezekerheidswetgeving

Een actieonderzoek naar de betekenis van motiverende houdingen in de uitvoeringspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Regulatory enforcement, Motivational postures, Social security, Action research
Auteurs Dr. Paulien de Winter en Prof. dr. Marc Hertogh
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we discuss a ‘person-centred’ view on the enforcement of social security laws. This is a new vision on enforcement whereby welfare workers can ‘differentiate’ in order to create more room for ‘customization’ with an eye for ‘the human dimension’ and an ‘appropriate’ enforcement style. Despite the unanimity about the desirability of this approach, most of the practical details are still unclear. Our central question is therefore: How may a person-centred approach of the enforcement of social security laws be implemented in practice? Based on an action research study, in which we closely collaborated with welfare workers and benefit recipients at a Dutch welfare office, we attempt to answer this question. We first discuss a number of central concepts from the enforcement literature and consider the concept of ‘motivational postures’. For this study, we developed a prototype of a new electronic analytical tool (which can be used to support enforcement) and then applied this tool in a small pilot study. In the article we describe our findings and discuss the experiences of benefit recipients and welfare workers with the analytical tool. We conclude that this tool appears to offer a good basis for the further development of the person-centred enforcement of social security laws.


Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter werkt als universitair docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is gepromoveerd in de Rechtssociologie en doet onderzoek naar hoe uitvoerende medewerkers in de praktijk regels uitvoeren.

Prof. dr. Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn: de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat; de sociale werking van wetgeving en handhaving; en de legitimiteit van het overheidsoptreden.
Artikel

Rapport van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden concerns, fiscaliteit, belastingconcurrentie, vennootschapsbelasting, hoofdkantoren
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 april 2020 heeft de Adviescommissie belastingheffing van multinationals haar rapport getiteld ‘Op weg naar balans in de vennootschapsbelasting. Analyses en aanbevelingen’ gepubliceerd. In dit artikel bespreekt de auteur dit rapport.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. Koster is verbonden aan de Universiteit Leiden, afdeling ondernemingsrecht, en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Waarom dronepiloten toch in no fly zones vliegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden drones, weerstand, toezicht, regelgeving, gedrag
Auteurs Stephanie Wassenburg, Tess Beke, Han Pret e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Een scherpe stijging in het aantal drones en snelle vorderingen in dronetechnologie creëren nieuwe mogelijkheden en risico’s voor veiligheid en privacy. Door een beperkte toezichtcapaciteit is er behoefte aan gedragsinterventies die spontane naleving stimuleren. Het huidige onderzoek beschrijft psychologische factoren, zoals weerstand, die het regelnalevingsgedrag van dronepiloten beïnvloeden omtrent vliegen in no fly zones (gebieden waar men niet met een drone mag vliegen). De gemodelleerde antwoorden van 843 dronepiloten laten zien dat twee typen weerstand, inertie en scepticisme, invloed hebben op het gedrag van dronepiloten. Dit artikel beschrijft hoe deze inzichten door toezichthouders kunnen worden gebruikt om gewenst gedrag te bevorderen.


Stephanie Wassenburg
Dr. S.I. Wassenburg is gedragsonderzoeker/data scientist bij de Inspectie Leefomgeving & Transport, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Tess Beke
T.J. Beke, MSc is promovenda bij het Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen.

Han Pret
J. Pret, EMoC is senior adviseur bij de Inspectie Leefomgeving & Transport, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Barbara Müller
Dr. B.C.N Müller is universitair docent bij het Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen.
Rulings

ECJ 30 April 2020, joined cases C-168/19 and C-169/19 (Istituto nazionale della previdenza sociale), Pension, Other Forms of Discrimination

HB – v – Istituto nazionale della previdenza sociale (INPS) (C-168/19); IC – v – Istituto nazionale della previdenza sociale (INPS) (C-169/19), Italian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pension, Other Forms of Discrimination
Samenvatting

    The Italian tax regime resulting from the Italian-Portuguese double taxation convention does not infringe with the principles of free movement and non-discrimination.

Artikel

Top-down and out?

Reassessing the labelling approach in the light of corporate deviance

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden labelling, corporate crime, moral entrepreneurs, peer group, late modernity
Auteurs Anna Merz M.A.
SamenvattingAuteursinformatie

    Multi-national corporations are increasingly facing attention and disapproval by different actors, including authorities, public and (non-) commercial organizations. Digital globalization and especially social media as a low-cost, highly interactive and multidirectional platform shape a unique context for this rising attention. In the literature, much attention has been devoted to top-down approaches and strategies that corporations use to avoid stigmatization and sanctioning of their behaviour. Reactions to corporate harm are, however, seldom researched from a labelling perspective. As a result, corporations are not considered as objects towards whom labelling is targeted but rather as actors who hamper such processes and who, as moral entrepreneurs, influence which behaviour is labelled deviant. Based on theoretical analysis of literature and case studies, this article will discuss how the process of labelling has changed in light of the digitalized, late-modern society and consequently, how the process should be revisited to be applicable for corporate deviance. Given a diversification of moral entrepreneurs and increasingly dependency of labelling and meaning-making on the online sphere, two new forms of labelling are introduced that specifically target institutions; that is bottom-up and horizontal labelling.


Anna Merz M.A.
Anna Merz is promovendus aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De impact op de relatie tussen een bank en haar cliënt van DNB’s ‘Good Practices’ ten aanzien van fiscale integriteitsrisico’s

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2019
Trefwoorden fiscale integriteit, zorgplicht, integriteitstoezicht, belastingontwijking, cliëntonderzoek
Auteurs Mr. S. van Norden, M. Ruigrok LL.M. en Mr. R.T. van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recent door DNB gepubliceerde document ‘Good Practices. Fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken’ leidt in de praktijk tot diverse vragen. De auteurs analyseren de Good Practices uit fiscaal en regulatoir oogpunt en behandelen voorts de impact van de Good Practices op de relatie tussen de banken en hun cliënten in het licht van de bestaande jurisprudentie over het aangaan en beëindigen van bankrelaties.


Mr. S. van Norden
Mr. S. van Norden (Dispute Resolution) is werkzaam bij Baker McKenzie te Amsterdam.

M. Ruigrok LL.M.
M. Ruigrok, LL.M. (Tax) is werkzaam bij Baker McKenzie te Amsterdam.

Mr. R.T. van Ginneken
Mr. R.T. van Ginneken (Banking & Finance) is werkzaam bij Baker McKenzie te Amsterdam.
Article

Access_open Mercosur: Limits of Regional Integration

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Mercosur, European Union, regionalism, integration, international organisation
Auteurs Ricardo Caichiolo
SamenvattingAuteursinformatie

    This study is focused on the evaluation of successes and failures of the Common Market of the South (Mercosur). This analysis of Mercosur’s integration seeks to identify the reasons why the bloc has stagnated in an incomplete customs union condition, although it was originally created to achieve a common market status. To understand the evolution of Mercosur, the study offers some thoughts about the role of the European Union (EU) as a model for regional integration. Although an EU-style integration has served as a model, it does not necessarily set the standards by which integration can be measured as we analyse other integration efforts. However, the case of Mercosur is emblematic: during its initial years, Mercosur specifically received EU technical assistance to promote integration according to EU-style integration. Its main original goal was to become a common market, but so far, almost thirty years after its creation, it remains an imperfect customs union.
    The article demonstrates the extent to which almost thirty years of integration in South America could be considered a failure, which would be one more in a list of previous attempts of integration in Latin America, since the 1960s. Whether it is a failure or not, it is impossible to envisage EU-style economic and political integration in South America in the foreseeable future. So far, member states, including Brazil, which could supposedly become the engine of economic and political integration in South America, have remained sceptical about the possibility of integrating further politically and economically. As member states suffer political and economic turmoil, they have concentrated on domestic recovery before being able to dedicate sufficient time and energy to being at the forefront of integration.


Ricardo Caichiolo
Ricardo Caichiolo, PhD (Université catholique de Louvain, Belgium) is legal and legislative adviser to the Brazilian Senate and professor and coordinator of the post graduate programs on Public Policy, Government Relations and Law at Ibmec (Instituto Brasileiro de Mercado de Capitais, Brazil).
Article

Access_open Levying VAT in the EU Customs Union: Towards a Single Indirect Tax Area? The Ordeal of Indirect Tax Harmonisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2019
Trefwoorden single indirect tax area, VAT action plan, quick fixes, e-commerce package, definitive VAT system
Auteurs Ben Terra
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the latest proposals regarding levying VAT in the European Union (EU) Customs Union. The present system, which has been in place since 1993 and was supposed to be transitional, splits every cross-border transaction into an exempted cross-border supply and a taxable cross-border acquisition. It is like a customs system, but lacks equivalent controls and is therefore the root of cross-border fraud. After many years of unsuccessful attempts, the Commission abandoned the objective of implementing definitive VAT arrangements based on the principle of taxing all cross-border supplies of goods in the Member State of their origin, under the same conditions that apply to domestic trade including VAT rates. The European Parliament and the Council agreed that the definitive system should be based on the principle of taxation in the Member State of the destination of the goods. After a brief discussion of the VAT Action Plan of 2016 (Section 1), the e-commerce package in the form of Directive (EU) 2017/2455 is dealt with (Section 2), followed by the proposal to harmonise and simplify certain rules in the VAT system and introduce the definitive system, only partially adopted (Section 3). Section 4 deals with the proposal to introduce detailed measures of the definitive VAT system. The proposed harmonisation and simplification of certain rules were meant to become applicable on 1 January 2019, but will become only partially applicable on 2020. It is proposed to make the detailed measures of the definitive VAT system applicable in 2022. It remains to be seen whether the Member States are willing to accept the definitive VAT system at all; hence the subtitle ‘the ordeal of indirect tax harmonisation’.


Ben Terra
Prof. Dr. Dr. h.c. Ben Terra was a professor of tax law at the universities of Amsterdam and Lund and visiting professor at the Universidade Católica in Lisbon.
Article

Access_open The New Dutch Model Investment Agreement

On the Road to Sustainability or Keeping up Appearances?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Dutch model BIT, foreign direct investment, bilateral investment treaties, investor-to-state dispute settlement, sustainable development goals
Auteurs Alessandra Arcuri en Bart-Jaap Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2019, the Dutch government presented a New Model Investment Agreement that seeks to contribute to the sustainability and inclusivity of future Dutch trade and investment policy. This article offers a critical analysis of the most relevant parts of the revised model text in order to appraise to what extent it could promote sustainability and inclusivity. It starts by providing an overview of the Dutch BIT (Bilateral Investment Treaty) programme, where the role of the Netherlands as a favourite conduit country for global FDI is highlighted. In the article, we identify the reasons why the Netherlands became a preferred jurisdiction for foreign investors and the negative implications for governments and their policy space to advance sustainable development. The 2019 model text is expressly set out to achieve a fairer system and to protect ‘sustainable investment in the interest of development’. While displaying a welcome engagement with key values of sustainable development, this article identifies a number of weaknesses of the 2019 model text. Some of the most criticised substantive and procedural provisions are being reproduced in the model text, including the reiteration of investors’ legitimate expectation as an enforceable right, the inclusion of an umbrella clause, and the unaltered broad coverage of investments. Most notably, the model text continues to marginalise the interests of investment-affected communities and stakeholders, while bestowing exclusive rights and privileges on foreign investors. The article concludes by hinting at possible reforms to better align existing and future Dutch investment treaties with the sustainable development goals.


Alessandra Arcuri
Alessandra Arcuri is Professor at Erasmus School of Law and Erasmus Initiative Dynamics of Inclusive Prosperity, Erasmus University Rotterdam.

Bart-Jaap Verbeek
Bart-Jaap Verbeek is Researcher at Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) and PhD Candidate Political Science at the Radboud University.
Artikel

Herijking horizontaal toezicht: noodzakelijk kwaad of logisch gevolg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden horizontaal toezicht, toezicht, Belastingdienst, cooperative compliance, internationaal
Auteurs Lisette van der Hel en Maarten Siglé
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland was een van de eerste landen die het zogenoemde horizontaal toezicht (HT) introduceerde. Sindsdien hebben belastingdiensten over de gehele wereld dat voorbeeld gevolgd en is HT ingevoerd in andere toezichtdomeinen zoals de zorg en de voedselveiligheid. In Nederland is het HT in tegenstelling tot andere landen sinds de introductie niet wezenlijk veranderd, terwijl HT al sinds het begin vragen oproept en er regelmatig kritiek doorklinkt. In dit artikel inventariseren en analyseren we de (wetenschappelijke) onderzoeken die inmiddels op het gebied van HT zijn gedaan en concluderen we dat een herijking van HT, zoals de Nederlandse Belastingdienst momenteel uitvoert, niet alleen logisch is, gezien het feit dat Nederland een voorloper op dit terrein was, maar ook noodzakelijk is gezien de vragen en kritiek die er zijn. We concluderen ook dat het lastig is om tegemoet te komen aan een modernisering in lijn met internationale ontwikkelingen omdat landen binnen het concept van HT ieder een eigen weg lijken te kiezen en van een gezamenlijke ontwikkeling geen sprake lijkt te zijn.


Lisette van der Hel
Prof. dr. L. van der Hel is hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht en is verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit. De auteur is tevens werkzaam bij de Belastingdienst.

Maarten Siglé
Drs. Maarten Siglé is PhD-student en docent. De auteur is tevens werkzaam bij de Belastingdienst.
Artikel

En wat als het misgaat?

De omzetting en herroeping van toezicht op justitiabelen in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden breach decision-making, revocation, recall, conditional release, community service order
Auteurs Prof. mr. dr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision to revoke or recall a conditional sanction is barely researched in criminal justice research, despite the interests involved for the offender as well as society. This article reflects on some results from a comparative research project on breach decision-making (COST Action on Offender Supervision in Europe). Using Hawkins’ concept of serial decision-making, the interdependence of early stage and final stage decision makers is highlighted. The significant power exercised by early stage actors raises the issue of the need to ensure credibility of community sanctions and appropriate due process protections, without reducing their discretion so much that they cannot perform their role of supporting the offender to complete the supervisory order successfully.


Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is als hoogleraar criminologie en vergelijkende penologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

An Introduction to the Singapore Convention on Mediation – Perspectives from Singapore

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Singapore Convention, Dispute resolution, Uncitral, Enforcement
Auteurs Nadja Alexander en Shouyu Chong
SamenvattingAuteursinformatie

    Following a retrospective of the road towards the Convention, incorporating some Singaporean inside views, the authors provide a detailed analysis of the envisaged grounds for refusal of mediated settlements. The authors also highlight various issues around the very concept, and proof, of mediation. These issues are fundamental, as only settlements ensuing from mediation are covered. Another significant aspect is the absence of any provisions pertaining to the status of agreements to mediate, the contract situated at the entry side of mediation.


Nadja Alexander
Nadja Alexander is Professor of Law (Practice) at Singapore Management University School of Law and Director of the Singapore International Dispute Resolution Academy (‘SIDRA’). She may be contacted at nadjaa@smu.edu.sg.

Shouyu Chong
Shouyu Chong is a Researcher at SIDRA, and may be contacted at sychong.2013@smu.edu.sg.
Artikel

Wethouders in de frontlijn: een studie naar de perceptie van en de omgang met persoonlijke bedreigingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden threats in politics, coping strategies, undue influence on politics, Q-methodology
Auteurs Diana Marijnissen en Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reports on a delimited part of a larger, exploratory study, the main question of which was: How do aldermen perceive threats, what are their behavioral intentions and what is the influence of threats on the process and the outcome of decision-making? This question was answered with the help of Q-methodology, semi-structured interviews and case studies. This article discusses the results of the Q-methodology and the semi-structured interviews. The case studies will be reported separately later on. Through the Q-methodology three patterns in perception were found in dealing with threats: ‘combative and decisive’, ‘vulnerable and thoughtful’ and ‘down-to-earth and accepting’. The interviews show that it usually concerns instrumental threats that are deliberately used to influence decision making, which usually take place in the private sphere and vary from verbal aggression to physical violence. Most threats come from individuals, but some come from groups, in some cases there is a relationship with criminals. In the cases reviewed, the consequences in the private sphere are far-reaching, there are indications for the influence on public functioning (from hardening to great caution). There is almost always a report, a fuss in the media can affect the authority of the official.


Diana Marijnissen
Diana Marijnissen is docent bij de Academie Industrie en Informatica en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en is lector Ondermijning bij Avans Hogeschool in Den Bosch. Hij is tevens voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Veiligheid.
Article

Access_open Evidence-Based Regulation and the Translation from Empirical Data to Normative Choices: A Proportionality Test

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2018
Trefwoorden evidence-based, regulation, proportionality, empirical law studies, law and society studies
Auteurs Rob van Gestel en Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies have shown that the effects of scientific research on law and policy making are often fairly limited. Different reasons can be given for this: scientists are better at falsifying hypothesis than at predicting the future, the outcomes of academic research and empirical evidence can be inconclusive or even contradictory, the timing of the legislative cycle and the production of research show mismatches, there can be clashes between the political rationality and the economic or scientific rationality in the law making process et cetera. There is one ‘wicked’ methodological problem, though, that affects all regulatory policy making, namely: the ‘jump’ from empirical facts (e.g. there are too few organ donors in the Netherlands and the voluntary registration system is not working) to normative recommendations of what the law should regulate (e.g. we need to change the default rule so that everybody in principle becomes an organ donor unless one opts out). We are interested in how this translation process takes place and whether it could make a difference if the empirical research on which legislative drafts are build is more quantitative type of research or more qualitative. That is why we have selected two cases in which either type of research played a role during the drafting phase. We use the lens of the proportionality principle in order to see how empirical data and scientific evidence are used by legislative drafters to justify normative choices in the design of new laws.


Rob van Gestel
Rob van Gestel is professor of theory and methods of regulation at Tilburg University.

Peter van Lochem
Dr. Peter van Lochem is jurist and sociologist and former director of the Academy for Legislation.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Rechtsbescherming

Het verbod op misbruik: een algemeen beginsel van unierecht dat de EU en de lidstaten tegen de burger beschermt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden verbod op misbruik, algemene beginselen van Unierecht, doorwerking, legaliteitsbeginsel, Btw-richtlijn
Auteurs Dr. W.J. Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Cussens e.a. eindelijk bevestigd en onderbouwd dat het verbod op misbruik een algemeen beginsel van Unierecht is. Naar de mening van de auteur ligt in het arrest verder besloten dat het verbod op misbruik omgekeerd verticaal kan werken, ten nadele van de burger te kwader trouw. Ten slotte heeft het Hof van Justitie het beoordelingskader voor misbruik nader ingevuld, vooral voor de btw.
    HvJ 22 november 2017, zaak C-251/16, Edward Cussens e.a./T.G. Brosman, ECLI:EU:C:2017:881.


Dr. W.J. Blokland
Dr. W.J. (Wouter) Blokland is universitair docent omzetbelasting aan de Vrije Universiteit en verbonden aan het wetenschappelijk bureau (sectie fiscaal) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Casus

De plannen van het kabinet-Rutte III met de (ondernemings)belastingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden belastingplannen Rutte III, renteaftrek vennootschapsbelasting, dividendbelasting, innovatiebox, aanmerkelijk-belangheffing
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De formatie van het kabinet-Rutte III heeft geleid tot een groot aantal fiscale plannen. Deze hebben ook gevolgen voor ondernemers. Zo krijgen ondernemingen te maken met wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting en een aantal andere belastingen. In het regeerakkoord is gezocht naar een balans tussen het tegengaan van belastingontwijking door grote ondernemingen, het in stand houden van een goed vestigingsklimaat, lastenverlichting voor iedereen en vergroening. Een en ander wordt in dit artikel besproken.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 52 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.