Zoekresultaat: 79 artikelen

x
Artikel

Access_open Waarheidsplicht en bewijslastverdeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, waarheidsplicht, bewijslastverdeling, bewijsrecht, artikel 21 Rv
Auteurs Redouan El Gamali en Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen de waarheidsplicht en de bewijslastverdeling aan een nader onderzoek onderworpen. Besproken zal worden de praktische uitwerking van de interactie tussen de twee leerstukken. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wordt daarbij betrokken. Geconcludeerd zal worden dat de waarheidsplicht in zeker opzicht breder is dan de bewijslastverdeling, maar zij is niet los te denken van de vraag wie het bewijsrisico draagt. Een verbeterd sanctiestelsel zou de waarheidsplicht beter doen aansluiten bij de praktijk van het civiele proces.


Redouan El Gamali
Mr. R. El Gamali is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en afgestudeerd aan Tilburg Law School.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Artikel

Van wet naar loket: bedrijfsregels en agile werken voor een transparante wetsuitvoering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bedrijfsregels, business rule management, agile, transparantie, motiveringsbeginsel
Auteurs Mr. dr. M.H.A.F. Lokin en Mr. J.M. van Kempen
SamenvattingAuteursinformatie

    Geautomatiseerde besluitvorming is bij grote uitvoeringsorganisaties als DUO, SVB en Belastingdienst aan de orde van de dag. Om rechtmatige besluiten te nemen is een vertaalslag nodig van de relevante wetgeving naar specificaties voor de daarbij in te zetten ICT-systemen. Uitvoeringsorganisaties passen daarvoor steeds vaker bedrijfsregels toe. Die bieden een geformaliseerde, maar voor alle betrokkenen begrijpelijke weergave van de wettelijke regels en vormen de basis voor de softwarecode in de applicaties. Werken met bedrijfsregels kan een bijdrage leveren aan naleving van de transparantie-eisen die wetgeving en jurisprudentie aan geautomatiseerde besluitvorming stellen. In dit artikel wordt ingegaan op wat bedrijfsregels zijn, hoe ze transparantie kunnen dienen, en hoe een andere samenwerking tussen wetgever en uitvoerder dat nog verder zou kunnen verbeteren.


Mr. dr. M.H.A.F. Lokin
Mr. dr. M.H.A.F. (Mariette) Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst van het ministerie van Financiën en promoveerde in oktober 2018 aan de Vrije Universiteit Amsterdam op onderzoek naar de wijze waarop regel- of kennisgebaseerd werken in de uitvoering ondersteund kan worden in wetgeving (proces en product).

Mr. J.M. van Kempen
Mr. J.M. (Matthijs) van Kempen is zelfstandig adviseur bij Knowbility en voerde regelbeheersingsprojecten uit bij DUO, het UWV en de Belastingdienst.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Overheidsaanbestedingen

Tirkkonen: besluiteloosheid wordt beloond?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden aanbesteding, raamovereenkomsten, uitzonderingen op aanbestedingsplicht
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG geen toepassing vindt bij een systeem waar potentiële opdrachtnemers slechts hoeven te voldoen aan toelatingseisen, zonder dat de aanbestedende dienst uiteindelijk een keuze maakt voor specifieke opdrachtnemers op basis van onderscheidende criteria. Daarbij is het irrelevant dat dat systeem niet ‘open house’ is.
    HvJ 1 maart 2018, zaak C-9/17, Maria Tirkkonen/Maaseutuvirasto, ECLI:EU:C:2018:142


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Uit het veld

Opzet van een datavoorzieningsfunctie ter ondersteuning van datagedreven toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden granulaire data, kwadrantenmodel, datavoorziening, datamanagement
Auteurs Wouter van Aerle, Ronald Damhof en Frank Ouddeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders hebben te maken met een steeds grotere stroom aan data. Dit vraagt om toenemende discipline in de verwerking ervan. Uit de principes van goed toezicht volgen niet-functionele eisen – als traceerbaarheid, uitwisselbaarheid en betrouwbaarheid – waaraan de gegevensverwerking moet voldoen. Voor het realiseren hiervan is een datavoorzieningsfunctie nodig, vergelijkbaar met andere bedrijfsfuncties als Finance en HR. Binnen DNB is het datakwadrantenmodel gebruikt om deze realisatie vorm te geven. Het model is een begripsvormend kader, dat de gegevensverwerking vanuit twee perspectieven beschouwt: de aanbod- en vraagzijde van gegevens en een opportunistische versus een systematische manier van werken. Op basis van het model zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de technische voortbrenging van data, inrichting van de organisatie, besturing en benodigde kennis en competenties.


Wouter van Aerle
Ir. W.A. van Aerle is managing partner bij Deltiq, adviesbureau voor informatiemanagement.

Ronald Damhof
Drs. R.D. Damhof was tot 1 juli 2018 werkzaam als enterprise data architect bij De Nederlandsche Bank

Frank Ouddeken
Drs. F.E.M. Ouddeken is werkzaam voor De Nederlandsche Bank als manager Data Management Office, Divisie Statistiek.
Artikel

Vaststellen van symptoomvaliditeit in neuropsychologisch expertiseonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden neuropsychologisch onderzoek (NPO), symptoomvaliditeit, validiteitstest
Auteurs Prof. dr. B.A. Schmand en Dr. J.F.M. de Jonghe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs enkele meer technische aspecten van het vaststellen van symptoomvaliditeit. Het doel is de juridische en medische ‘eindgebruikers’ van neuropsychologische expertiseonderzoeken een beter inzicht te geven in de gehanteerde methoden. De auteurs hopen dat dit hen in staat stelt de conclusies die de neuropsycholoog trekt beter op hun waarde te schatten. Achtereenvolgens bespreken zij de belangrijkste methoden waarmee symptoomvaliditeit wordt onderzocht, de manier waarop specifieke detectiemethoden worden geconstrueerd, de sensitiviteit en specificiteit ervan, en de manier waarop deze worden toegepast in het neuropsychologisch onderzoek (NPO). De auteurs zullen ook stilstaan bij de vraag of kan worden aangetoond dat de onderzochte persoon moedwillig slecht presteert. Ten slotte noemen ze een aantal kwaliteitskenmerken van het NPO waar de eindgebruiker op zou moeten letten.


Prof. dr. B.A. Schmand
Prof. dr. B.A. Schmand is emeritus hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. J.F.M. de Jonghe
Dr. J.F.M. de Jonghe is klinisch neuropsycholoog in het Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar.
Praktijk

De implementatie van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwft, witwassen, uiteindelijk belanghebbende, politiek prominente personen, vierde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn is in werking getreden en diende uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. In verband met de implementatie van de richtlijn wijzigt onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen besproken als gevolg van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden en de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. De implementatie heeft een aanzienlijke impact op het beleid van alle instellingen die onder de Wwft vallen. Zo zullen de instellingen hun beleid moeten aanpassen en gebruik moeten gaan maken van het register met uiteindelijk belanghebbenden. De risicogebaseerde benadering komt nog meer naar voren in het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy advocatuur.

Pepijn van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

    Het college is bevoegd om een vuurwerkvrije zone aan te wijzen. Geen strijd met Notificatierichtlijn of UNESCO-Verdrag.

Artikel

Bescherming van de consument-koper door de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW

Zin en onzin van een servicecontract bij koop

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2017
Trefwoorden consument, wettelijke garantie, commerciële garantie, servicecontract, koop
Auteurs Dr. mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke bepalingen van de kooptitel, Titel 7.1 BW, beschermen de consument-koper vergaand. Winkeliers in Curaçao doen hieraan afbreuk door onder meer zeer korte garantietermijnen te hanteren en zelfs onnodig en tegen betaling ‘bijkoopgaranties’ of servicecontracten aan te bieden. Nagegaan wordt wat, gelet op de bij consumentenkoop geldende dwingendrechtelijke bepalingen, de voor- en nadelen van servicecontracten zijn en in hoeverre een servicecontract meer bescherming biedt dan de bescherming die de consument-koper al geniet door de garanties die in de wet verankerd zijn.
    Besproken worden de remedies die de wet biedt (de verkoper moet overgaan tot herstel of vervanging binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast van de koper), de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW waarbij geschiktheid voor normaal gebruik het uitgangspunt is (waaronder ook een normale levensduur valt), de regel van artikel 7:6a BW dat de verkoper verplicht is te vermelden dat een ‘commerciële garantie’ geen afbreuk doet aan de ‘wettelijke garantie’, en de omkering van de bewijslast in artikel 7:18 lid 2 BW op grond waarvan de zaak vermoed wordt bij aflevering ondeugdelijk geweest te zijn wanneer de non-conformiteit zich binnen zes maanden heeft geopenbaard.
    In deze bijdrage wordt voor Curaçao voorgesteld om in een overleg tussen bijvoorbeeld consumentenorganisatie FpK en vertegenwoordiging van branches tot gedragscodes te komen waarin – rekening houdend met specifieke lokale omstandigheden – een concrete nadere invulling wordt gegeven aan de wettelijke rechten van de consument-koper. Een geschillencommissie zou een logisch sluitstuk daarvan zijn.


Dr. mr. P. Klik
Dr. mr. P. Klik was tot voor kort lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam bij Burgers Advocaten te Curaçao en als consultant.
Artikel

Koppelen met de Rechtspraak

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2017
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    In deze bijdrage schetst de auteur het Vlaamse systeem van milieukwaliteitseisen.


Jan Verheeke
Jan Verheeke is algemeen secretaris van de Strategische Adviesraad Milieu en Natuur, Minaraad.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is werkzaam bij de Raad van State en sinds 1 februari 2015 gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

Over de vraag naar de kwaliteit van de bemiddelaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Bemiddelaar, kwaliteit, Rechtskarakter herstelrecht, Strafrechtspleging
Auteurs Leo Van Garsse
SamenvattingAuteursinformatie

    Some believe that the credibility of restorative justice can be increased if more attention is given to the quality of the mediator, as well as methods to select people with the right profile or by training. At first glance this seems a legitimate aim: mediation services should offer quality. Reflecting on practical experience and research into mediation between offenders and victims in Flanders, the author problematizes these assumptions. The quest for tangible quality to ensure ‘credibility’ refers to a neo-liberal approach aimed at reducing risks and promoting the client’s satisfaction. In this article the author confronts the apolitical approach of client satisfaction with alternative ideas about (restorative) justice. Ideally, the mediator is critical of established (legal) authorities and professional expertise. Mediation is political in nature, even if the mediator relies on neutrality. The mediator must be aware of his – inevitable – political stance and should be ready to be interrogated on this matter.


Leo Van Garsse
Leo Van Garsse is oud-herstelbemiddelaar en momenteel werkzaam bij het vicariaat Mechelen – Vlaams Brabant als stafmedewerker voor territoriale pastoraal.
Artikel

Arrest Regiopost en sociale voorwaarden bij overheidsaanbestedingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden aanbestedingsrecht, cao, sociaal beleid, minimumloon
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Unie dient op grond van artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden en sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen. Het Hof van Justitie oordeelde in de zaak Regiopost dat het stellen van een minimumlooneis ter bestrijding van ‘asociale ondernemers’ in aanbestedingsstukken mogelijk is, ongeacht of er een algemeen wettelijk minimumloon of een algemeen verbindende cao is. In dit artikel wordt mede aan de hand van dit arrest ingegaan op de beleidsruimte voor aanbestedende diensten bij het realiseren van sociale doelstellingen.
    HvJ 17 november 2015, zaak C-115/14, RegioPost, ECLI:EU:C:2015:760


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is als advocaat aanbestedingsrecht werkzaam bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Implementatie Aanbestedingsrichtlijnen 3.0: te laat maar een goede zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Aanbestedingswet 2012, Richtlijn 2014/24/EG, codificatie, concessies, levencycluskosten
Auteurs Mr. W.M. Ritsema van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) wordt aangepast om de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen voor de klassieke overheid 2014/24/EU, de speciale sectoren 2014/25/EU en voor het gunnen van concessie 2014/23/EU te implementeren. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die de nieuwe richtlijnen meebrengen voor de Nederlandse aanbestedingspraktijk. Aan bod komen onder meer het nieuwe regime voor diensten, de aanpassingen in de aanbestedingsprocedures en gunningscriteria, de introductie van past performance, de codificatie van de regels over de wezenlijke wijziging en de nieuwe regels voor concessies.

    • Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, PbEU 2014, L 94/65;

    • Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, PbEU 2014, L 94/243;

    • Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, PbEU 2014, L 94/1.

    • www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34329_implementatie


Mr. W.M. Ritsema van Eck
Mr. W.M. (Willemijn) Ritsema van Eck is werkzaam als advocaat bij Legaltree. De auteur dankt Marianne Sprik en Wendy Dwars van KienhuisHoving Advocaten en Notarissen voor hun voorbereidend werk voor dit artikel.
Artikel

Technologie voor opsporing en handhaving

Kansen, ervaringen en knelpunten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden technology in policing, effectiveness, promising technologies, legal obstacles, success stories
Auteurs Mr. dr. ir. B. Custers en B. Vergouw MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Police forces and law enforcement agencies in many countries are continuously trying to optimize the use of technologies in policing and law enforcement. Efforts are being made to remove existing technological, legal and organizational obstacles to create more opportunities of promising technologies, both existing and new. This contribution describes the results of a survey among 46 police forces and other law enforcement agencies in eleven countries. Their experiences with policing technologies and their needs and preferences in this regard are described. The prevalence and satisfaction of existing technologies, including wiretapping, fingerprints, DNA research, database coupling, data mining and profiling, camera surveillance and network analyses were investigated. Legal, technological and organizational obstacles for the use of technology in policing were mapped and the extent to which policing technologies are evaluated and yield success stories was investigated. The main obstacles, according to the respondents, are insufficient financial resources and insufficient availability of technology. One in four organizations is lacking any clear, appealing success stories and half of the respondents indicated they were not performing any evaluations on the effectiveness of using particular technologies in policing. As a result, the information available on whether technologies in policing are actually working is very limited.


Mr. dr. ir. B. Custers
Mr. dr. ir. Bart Custers is universitair hoofddocent en hoofd onderzoek bij eLaw, het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden. Eerder was hij hoofd van de onderzoeksafdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC.

B. Vergouw MSc.
Bas Vergouw MSc. is werkzaam als digitaal onderzoeker bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en houdt zich voornamelijk bezig met open source intelligence.
Artikel

Europese gegevensbescherming: van richtlijn naar verordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, Algemene Verordening, Gegevensbescherming, privacybescherming, datalekken
Auteurs Mr. I.P.V. van Schelven en Mr. P.C. van Schelven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming voorziet in een integraal nieuw stelsel van Europese rechtsregels inzake de verwerking en bescherming van persoonsgegevens. Ter versterking van de dataprotectie introduceert de verordening tal van nieuwe verplichtingen voor bedrijven en organisaties. De handhaving binnen de Europese Unie is meer geüniformeerd en het regime van sancties is aanzienlijk verzwaard. Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste vernieuwingen.


Mr. I.P.V. van Schelven

Mr. P.C. van Schelven
Mr. P.C. (Peter) van Schelven is zelfstandig IT-jurist. Mr. I.P.V. (Ivo) van Schelven is bedrijfsjurist bij RES Software te ’s-Hertogenbosch. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    Over de toepassing van het Europees recht op nationaal beleid ter regulering van gokactiviteiten wees het Hof van Justitie inmiddels een aanzienlijk aantal arresten waarin met name de vrijverkeerbepalingen tot op detailniveau worden uitgelegd aan nationale rechters. Het arrest Berlington Hungary lijkt het zoveelste arrest over dit onderwerp. Een indruk die wordt versterkt doordat de zaak zonder conclusie werd berecht. Het arrest bevat echter ook een noviteit doordat wordt geoordeeld dat slechts sprake kan zijn van een gerechtvaardigde beperking van het vrij verkeer van diensten als de nationale wetgever het Unierechtelijke vertrouwensbeginsel respecteert. De betekenis van deze voorwaarde staat in deze bijdrage centraal. 
    HvJ 11 juni 2015, zaak C-98/14, Berlington Hungary Tanáncsadό és Szolgáltatό kft e.a./Magyar Állam, ECLI:EU:C:2015:386


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NTER.
Toont 1 - 20 van 79 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.