Zoekresultaat: 91 artikelen

x
Artikel

Het professionele verschoningsrecht in het nieuwe wetboek

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden geheimhoudingsplicht advocaat, professionele verschoningsrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, getuigenverhoor, doorzoeking en inbeslagneming
Auteurs Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In de conceptwetsvoorstellen tot vaststelling van Boek 1, 2 en 6 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is een aantal voorstellen gedaan voor een nieuwe regeling van het ‘professionele verschoningsrecht’: het verschoningsrecht van bepaalde beroepsbeoefenaren met een vertrouwenspositie die in het kader van hun beroepsuitoefening een geheimhoudingsplicht hebben. Deze bijdrage gaat in op de voorgestelde bepalingen die betrekking hebben op het professionele verschoningsrecht bij het getuigenverhoor en bij een doorzoeking en inbeslagneming bij professioneel verschoningsgerechtigden dan wel ‘derden’. De nadruk ligt op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat. De wetgever beoogt met de voorgestelde bepalingen de reikwijdte en de omvang van het verschoningsrecht te verduidelijken en in overeenstemming te brengen met recente ontwikkelingen in jurisprudentie en rechtspraktijk. In de bijdrage worden de voorstellen nader beschouwd in het licht van deze doelstelling.


Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
Mr.dr. (Nathalie) A.M.E.C. Fanoy is advocaat te Amsterdam, gespecialiseerd in tucht- en gedragsrecht. In 2017 promoveerde zij op het onderwerp ‘De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat’.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel in de conceptwetsvoorstellen van het Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Nemo-teneturbeginsel, Modernisering Strafvordering, Handschriftanalyse, Stemvergelijking, Meewerkverplichting
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee in de modernisering van het Wetboek van Strafvordering geïntroduceerde opsporingsmethoden beoordeeld in het licht van het nemo-teneturbeginsel, te weten de handschriftanalyse en de stemvergelijking. Hiervoor wordt ten eerste uit de memories van toelichting de visie van de wetgever betreffende het nemo-teneturbeginsel gedistilleerd. Vervolgens worden de conceptartikelen waarin de nieuwe opsporingsmethoden zijn geregeld aan de rechtspraak van het EHRM getoetst.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan de Open Universiteit en als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Hij schreef meerdere artikelen over de verplichting tot meewerken aan de uitvoering van een opsporingsbevoegdheid, zoals het decryptiebevel, de ontgrendeling van een smartphone en administratie- en inlichtingenverplichtingen.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Grensoverschrijdende bewijsverkrijging door de Nederlandse rechter in strijd met buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplichten

Lessen uit de Amerikaanse discovery-praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende bewijsverkrijging, geheimhouding, comitas, inzage
Auteurs Mr. R. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt een mogelijk internationaal gevolg van het advies Modernisering burgerlijk bewijsrecht. Uit Amerikaanse federale jurisprudentie blijkt dat partijen in een spagaat kunnen belanden, wanneer hun wederpartij hen kan verplichten om informatie te verstrekken waarop een buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplicht rust. De auteur beschrijft de afweging die federale rechters maken bij het beoordelen van een inzageverzoek. Deze blijkt soortgelijk te zijn aan een beoordeling onder art. 843a Rv. Zijns inziens bestaat hierdoor de kans dat de Nederlandse rechter onvoldoende gewicht toekent aan een buitenlandse geheimhoudingsplicht. De comitas-leer zou de rechter ertoe kunnen bewegen om het inzageverzoek via de internationale bewijsverkrijgingsregelingen te laten verlopen.


Mr. R. Jansen
Mr. R. Jansen is als promovendus verbonden aan het departement Privaatrecht van Tilburg University, waar hij onderzoek verricht naar de rol van buitenlandse verschoningsrechten in civiele procedures en de invloed van de comitas-leer.
Artikel

Rechtspositie van mensen met een verstandelijke beperking en ouderen met dementie; vrijheid gewaarborgd?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden artikel 11 Gw, rechtsbeginselen, Wet zorg en dwang, Wet Bopz, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over gedwongen zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening. De aanleiding hiervoor is de toekomstige Wet zorg en dwang, die de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) moet vervangen. Het beoogde doel van de nieuwe wet is het realiseren van een uniforme regeling voor het verlenen van zorg aan alle mensen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking, ook als zij niet instemmen met de zorgverlening en ongeacht de plaats waar zij verblijven. De vraag die in deze bijdrage centraal staat is of de wetgever haar grondwettelijke taak serieus neemt als het gaat om rechtsbescherming van cliënten met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening als zij te maken krijgen met gedwongen De Wet zorg en dwang is een wet met een zeer brede reikwijdte, waardoor inbreuken op artikel 11 Grondwet in veel meer situaties en ook bij vrijwillig opgenomen zorg cliënten mogelijk zijn dan onder het regime van de Wet bopz het geval was. Daar staat tegenover dat deze toepassingen wettelijk beschermd worden (stappenplan). Tegelijkertijd is volgens de auteur de rechtsbescherming daarmee erg dun. Bovendien zijn de verschillen met de toepassing van gedwongen zorg in andere sectoren groot. In het licht van artikel 11 Grondwet zijn deze verschillen volgens de auteur zelfs te groot.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Mr. dr. B.J.M. (Brenda) Frederiks is werkzaam bij het VUmc als universitair docent en onderzoeker, hoofdredacteur van Journaal GGZ en recht en vervult meerdere functies binnen de zorg. Zo is zij lid respectievelijk voorzitter in klachtencommissies voor cliënten in de langdurige zorg en lid van het Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg.
Artikel

Het juridische instrumentarium voor actief waterbeheer

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Omgevingswet, legger, peilbesluit, projectplan, gedoogplichten, waterrecht
Auteurs Mr. L.C.E. (Lizzy) Augustinus en Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat het juridische instrumentarium voor actief waterbeheer centraal. Onder actief beheer worden de concrete maatregelen van de waterbeheerder verstaan om de doelen van de Wtw voor de watersystemen in zijn beheer te realiseren. Actief beheer wordt onderscheiden van passief beheer: de planvorming, het stellen van regels, vergunningverlening en handhaving. De juridische instrumenten voor het actieve beheer zijn de legger, het peilbesluit, het projectplan en gedoogplichten. In dit artikel worden deze instrumenten achtereenvolgens behandeld.


Mr. L.C.E. (Lizzy) Augustinus
Mr. L.C.E. Augustinus is werkzaam als jurist omgevingsrecht bij FLO Legal.

Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf
Mr. ir. S. Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies en mede-eigenaar van FLO Legal. Hij werkt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan de totstandkoming van de Omgevingswet en de daarbij behorende uitvoeringsregelgeving.
Casus

Verder met rechtsstatelijke toetsing van verkiezingsprogramma’s

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Rechtsstatelijkheid, Rechtsstaat, Rule of law
Auteurs mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici spelen een belangrijke rol bij de bescherming van de rechtsstaat, maar er wordt soms betwijfeld of zij die rol waarmaken dan wel voldoende serieus nemen. Het toetsen van verkiezingsprogramma’s van politieke partijen kan een goed middel zijn om in beeld te brengen hoeveel aandacht er daadwerkelijk is voor de rechtsstaat. Dat is echter geen sinecure; zoals uit deze bijdrage blijkt is het al lastig om tot een gedeelde opvatting te komen van wat de rechtsstaat inhoudt. Immers, als de onderzochte partijen zich niet herkennen in het gehanteerde concept zullen zij zich daar ook niet door aangesproken voelen. Internationaal, bijvoorbeeld binnen de VN en Europese Unie is er al enige ervaring opgedaan met het meten van rechtsstatelijkheid binnen staten. Welke indicatoren daarbij worden gebruikt zijn van groot belang voor de uitkomsten van de toetsing, waarbij het risico op versimpeling van de werkelijkheid op de loer ligt. De ervaringen van internationale organisaties hiermee kunnen als bron van inspiratie dienen voor toetsing van verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijkheid en tevens kunnen daar lessen uit worden getrokken. Deze vraag staat in deze bijdrage centraal.


mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Ministeriabel

Een reactie op het artikel van dr. R.S.J. Martha LLM

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden ministeriabiliteit, screening, toetsing, ministers, integriteit
Auteurs Dr. J. Sybesma en prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Reactie op het artikel van dr. R.S.J. Martha LLM over de ministerbenoeming als een voor beroep vatbare beschikking.


Dr. J. Sybesma
Dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Hij is tevens lid van de RvA, adviseur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) en parttime docent aan de juridische faculteit van de Universiteit van Curaçao. Dit artikel is echter volledig a titre personnel geschreven en alle uitspraken en stellingen zijn slechts de zijne.

prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bijzonder hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Curaçao.
Artikel

Ministeriabel

Een naschrift

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden ministeriabiliteit, screening, toetsing, ministers, integriteit.
Auteurs Dr. R.S.J. Martha LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Repliek van dr. R.S.J. Martha LLM op de reactie van dr. J. Sybesma en prof. mr. L.J.J. Rogier op zijn artikel over de ministerbenoeming als een voor beroep vatbare beschikking.


Dr. R.S.J. Martha LLM
Dr. R.S.J. Martha LLM is oud-minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (1998-2002). Martha voert thans de leiding over Lindeborg Counsellors at Law te Londen (VK).

    In HvJ 28 juli 2016, zaak C-191/15, Verein für Konsumenteninformation/Amazon EU Sárl, ECLI:EU:C:2016:612 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat oneerlijke bedingen in online gesloten of nog te sluiten overeenkomsten met consumenten en tegen het gebruik waarvan met een preventieve collectieve verbodsactie wordt geageerd, het karakter hebben van verbintenissen uit overeenkomst. De rechtmatigheid van dergelijke bedingen moet daarom, ook wanneer de rechtmatigheidstoets als voorvraag opkomt in het kader van een niet-contractuele collectieve verbodsactie, worden beoordeeld naar het recht dat door Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) wordt aangewezen. Daarentegen is volgens de advocaat-generaal alleen Verordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II) relevant.
    HvJ 28 juli 2016, zaak C-191/15, Verein für Konsumenteninformation/Amazon EU Sàrl, ECLI:EU:C:2016:612


Mr. R.P. Streng
Mr. R.P. (Renze) Streng LL.M. is werkzaam als Professional Support Lawyer bij NautaDutilh NV te Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Wilsbekwaam maar te jong? Over euthanasie bij wilsbekwame kinderen jonger dan twaalf jaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Twaalfjaarsgrens euthanasie, leeftijdsgrenzen Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, wilsbekwaamheid onder de twaalf, euthanasie minderjarigen
Auteurs Mr. O.A. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt naar aanleiding van de actuele discussie en de hierbij door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en de Minister van VWS ingenomen standpunten, de mogelijkheid tot het schrappen van leeftijdsgrenzen in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) besproken en becommentarieerd. Dit artikel spitst zich hierbij toe op de juridische positie van kinderen die jonger dan twaalf én wilsbekwaam zijn. Ingegaan wordt op voor- en nadelen van het schrappen van de leeftijdsgrenzen en de juridische mogelijkheden en moeilijkheden die zich bij een eventuele wijziging van de Wtl zullen voordoen.


Mr. O.A. Meijer
Ottilie Meijer (26 jaar) is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen en schreef in 2015 de masterscriptie Over()lijden; als het jonge leven slechts lijden rest, waarin zij onderzoek deed naar de juridische, rechtsfilosofische en ethische aspecten bij de vormgeving van euthanasie en actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar jong. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Evelyn Goeman
Evelyn Goeman is bemiddelaar bij Moderator – Forum voor herstelrecht en bemiddeling, Vlaanderen.

    Omgevingsvergunning, LED-reclamescherm, lichthinder, toetsingskader welstandsnota.

Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in het verslagjaar 2014-2015 een groot aantal voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Een selectie van ruim 50 verkort weergegeven zaken leert dat het Hof zich onder andere heeft uitgesproken over gebrekkige samenwerking in de zorg, de kwaliteit van de lijkschouw, de toegang tot informatie in een deskundigenrapport, de omgang met restembryo’s en het staken van een zinloze behandeling. Deze en andere hieronder te bespreken onderwerpen zijn ook voor Nederland relevant.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het doel heiligt het middel? Over de noodzaak van uniforme criteria voor evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de opsporing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectiviteit, Efficiëntie, Opsporingsmethoden, Wet bewaarplicht
Auteurs Dave van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the Court of Justice and the regional Court of The Hague ruled the retention of telecommunications data directive and the Dutch Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens in violation of the right to respect for privacy. The police and the Dutch Prosecutors Office have attempted to clarify the importance of the retention for criminal investigation. However, without an efficiency and effectiveness assessment of the method to request and analyse telecommunication data, it is not possible to substantiate the significance of data retention. To ‘save’ the retention of telecommunication data in its current form, but also to assess the importance of the existing and new investigative methods, a thorough analysis is necessary.


Dave van Toor LLM BSc
Dave van Toor LLM Bsc is onderzoeksmedewerker aan de Universität Bielefeld en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De lessons learned van toezichtrapporten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden rapport, Commissie Borstlap, Icesave, Commissie Scheltema, Commissie Hoekstra
Auteurs Prof. mr. Annetje Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Het rapport van de Commissie Borstlap past in een serie rapporten waarin, naar aanleiding van een incident, terugkijkend een feitelijke en kwalitatieve analyse wordt gedaan over de gang van zaken bij een toezichthouder. Andere rapporten die in dit rijtje thuishoren zijn onder meer: het rapport Icesave, het rapport in de DSB-affaire en het onderzoek naar de ondergang van SNS. Deze rapporten zijn waardevol, aangezien zij waardevolle lessen bevatten voor niet alleen de betrokken toezichthouder, maar ook voor andere toezichthouders. In deze bijdrage worden uit diverse rapporten de lessons learned geschetst, waarbij ook buitenlandse rapporten aan de orde komen.


Prof. mr. Annetje Ottow
Prof. mr. Annetje T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, decaan van de Faculteit rechtsgeleerdheid, economie, bestuur en organisatie van de Universiteit Utrecht en non-executive director Competition and Markets Authority, United Kingdom.

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns
Artikel

When it takes thousands to tango

Over de buitengerechtelijke collectieve afwikkeling van massaschade in Nederland en België

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015
Trefwoorden mass damage claims, collective settlement, high profile mediation, shadow of the settlement, 2013 European Commission Recommendation on settling mass damage claims (informal mechanisms)
Auteurs Rob Jagtenberg en Stefaan Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors compare Belgian and Dutch (draft) regulation of mass damage claims, and notably the prominent place reserved for the collective amicable settlement of such claims. Though collective action for the recovery of damage is still not possible in the Netherlands, Dutch law does provide for the possibility of the court endorsing collectively agreed settlements, since 2005. One of most notorious settlements, i.e. the Dexia case, is discussed, illustrating how individual victims may retain their standing to sue in court, although in such cases the courts show a tendency to cling to the terms of the collective settlement just the same (‘reflex effect or shadow of the settlement’). Mediation in brokering such high profile settlements does not necessarily follow the vested principles of mediation in ‘regular’ one to one disputes.


Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de redactie van TMD.

Stefaan Voet
Stefaan Voet is postdoctoraal onderzoeker bij het FWO Vlaanderen, verbonden aan het Instituut voor Procesrecht van de Universiteit Gent en lid van de redactie van TMD.
Toont 1 - 20 van 91 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.