Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Mededinging

Toegangsweigering in de digitale economie na de Slovak Telekom-uitspraak en onder de voorgestelde Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Slovak Telecom, misbruik, leveringsweigering, digitale economie, platform
Auteurs Mr. S.J. The en Mr. W.W. Geursen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de duiding van de Bronner-criteria in het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Slovak Telekom a.s./Commissie. Het artikel onderzoekt of het arrest parallel toegepast kan worden op de digitale economie en of er nog een rol voor de Bronner-criteria is nadat de voorgestelde regulering van de digitale economie van kracht wordt.
    HvJ 25 maart 2021, zaak C-165/19 P, ECLI:EU:C:2021:239 (Slovak Telekom a.s./Commissie).


Mr. S.J. The
Mr. S.J. (Stephanie) The is advocaat-partner bij De Brauw Blackstone Westbroek.

Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. (Wessel) Geursen is senior legal adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en buitenpromovendus aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Antitrust opkrikken: het nieuwe artikel 19a van de Duitse Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen (GWB)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden Duitsland, artikel 19a GBW, Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen, Bundeskartellamt, digitale platforms
Auteurs Jens-Uwe Franck en Martin Peitz
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 januari 2021 heeft de Duitse wetgever een wijziging van de Duitse mededingingswet (GWB) goedgekeurd, die een aantal wetswijzigingen bevat die de mededinging moeten beschermen in tijden van digitalisering. De belangrijkste vernieuwing is het mededingingsinstrument dat in artikel 19a GWB is vervat. Hiermee krijgt het Bundeskartellamt, de Duitse mededingingsautoriteit, nieuwe bevoegdheden wanneer het grote digitale platforms aanpakt. Het nieuwe instrument wijkt qua inhoud en procedure af van het traditionele mededingingsrecht en benadert de rol van een reguleringsinstrument dat op de digitale platformindustrie is gericht.


Jens-Uwe Franck
Prof. dr. J.-U. Franck LLM is werkzaam bij de Rechtenfaculteit en het Mannheim Centre for Competition and Innovation (MaCCI) van de Universiteit van Mannheim.

Martin Peitz
Prof. dr. M. Peitz is werkzaam bij de Economiefaculteit en het Mannheim Centre for Competition and Innovation (MaCCI) van de Universiteit van Mannheim.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2020

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Lola Damstra
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
Dr. N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer, MSc, is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Lola Damstra
L. Damstra, MSc, is werkzaam als consultant bij Oxera Amsterdam.
Annotatie

Wanneer wordt een prijs op billijke wijze vastgesteld?

HvJ EU 25 november 2020, zaak C-372/19, ECLI:EU:C:2020:959 (SABAM/Weareone.World en Wecandance)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Jotte Mulder en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot bespreken wij de uitspraak van het Hof van Justitie in SABAM/Weareone.World en Wecandance. De uitspraak draagt bij aan een verder gedifferentieerd jurisprudentieel kader voor onbillijke prijzen en voorwaarden. De uitspraak verrijkt de bestaande rechtspraak waarin de onderliggende berekeningsmethode van vergoedingenmodellen van collectieve beheersorganisaties op billijkheid worden getoetst. In navolging van de conclusie van advocaat-generaal Pitruzzella in deze zaak reflecteren wij tevens op de toepasbaarheid van het oordeel van het Hof van Justitie in farmaceutische en platformmarkten.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de Universiteit Utrecht en de ACM.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter werkt bij de VU Amsterdam en eveneens bij de ACM.
Annotatie

Geen like voor Facebook uit Karlsruhe

Bundesgerichtshof 23 juni 2020, ECLI:DE:BGH:2020:230620BKVR69.19.0 (Facebook)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2021
Trefwoorden misbruik, machtspostitie, Facebook, Bundesgerichtshof, Bundeskartellamt
Auteurs Marianne Meijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 juni 2020 heeft het Duitse Bundesgerichtshof een uitspraak gewezen in een voorlopige voorzieningenprocedure tegen het Facebook-besluit van het Bundeskartellamt. Het Bundesgerichtshof heeft geen ernstige twijfels dat Facebook het Duitse mededingingsrecht schendt door persoonsgegevens over haar gebruikers te verwerken zonder hier toestemming voor te vragen. Deze noot bespreekt de analyse van het Bundesgerichtshof. Ook wordt er aandacht besteed aan de vraag of het gedrag van Facebook naar Europees of Nederlands mededingingsrecht eveneens verboden is.


Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott te Amsterdam.
Mededinging

Google Android: mag men een gegeven paard toch in de bek kijken?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Google, platforms, machtspositie, misbruik, koppelverkoop
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie en Mr. B.A. Verheijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Google Android-besluit heeft de Europese Commissie aan Google een recordboete opgelegd wegens misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 102 VWEU. In het besluit staat Android, het besturingssysteem van Google voor smartphones en tablets, centraal. Google biedt dit aan via een open source-model. Het besluit stelt een machtspositie van Google vast op verschillende digitale markten: (1) de markt voor licenseerbare besturingssystemen voor slimme mobiele apparaten, (2) de markt voor Android appstores en (3) de markt voor algemene zoekdiensten op het internet (Google Search). Volgens de Commissie heeft Google met verschillende gedragingen, waaronder exclusiviteitsbetalingen en koppelverkoop, haar positie op laatstgenoemde markt, waarop zij inkomsten genereert via online advertenties, willen beschermen. De Commissie kwalificeert deze gedragingen als misbruik in de zin van artikel 102 VWEU. De auteurs analyseren het besluit en de inzet van het mededingingsrechtelijke instrument misbruik van een economische machtspositie in deze complexe digitale omgeving. Daarbij gaan zij in het bijzonder ook in op het bijzondere verdienmodel van Google ten aanzien van Android, waarbij innovatieve technologie kosteloos ter beschikking wordt gesteld in ruil voor restricties die erop zijn gericht de Googlediensten die advertentie-inkomsten genereren een zo groot mogelijk bereik te garanderen.
    Besluit van de Europese Commissie van 18 juli 2018 met betrekking tot een procedure onder artikel 102 VWEU en artikel 54 van de EER-overeenkomst (zaak AT.40099 – Google Android)


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. (Alvaro) Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

Mr. B.A. Verheijen
Mr. B.A. (Bart) Verheijen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Artikel

Concurrentie en duurzaamheid gaan hand in hand

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, artikel 101 VWEU, concurrentie, artikel 6 Mw, Mededingingsrecht
Auteurs Eric van Damme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage belicht de auteur de onderwerpen mededinging, duurzaamheid en klimaatverandering vanuit economisch perspectief en probeer hij te duiden wat de bijdrage van de economische wetenschap aan de discussie over mededinging en duurzaamheid zou kunnen zijn. Zijn belangrijkste stelling is dat mededinging niet slechts een instrument is, maar een publiek belang dat bescherming verdient, dat onze Mededingingswet dit belang onvoldoende beschermt en dat de ACM zich sterker als hoeder van dit belang zou moeten opstellen.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is werkzaam bij het Departement Economie en TILEC van de Universiteit Tilburg.

Matthijs Visser
Drs. M. Visser is partner bij RBB Economics.

    Bespreking van het Hongaarse banken-arrest van het Hof van Justitie over het concept van de doelbeperking.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is werkzaam bij Stek.
Digitale markten

Access_open De Richtlijn elektronische handel en de platformeconomie

Noot bij HvJ 19 december 2019, zaak C-390/18, ECLI:EU:C:2019:1112 (Airbnb Ireland)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden online platformen, vrij verkeer van diensten, aansprakelijkheid, Digital Single Market
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Airbnb Ireland geeft aanleiding tot een herbezinning op de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn uit 2000 lijkt onvoldoende toegerust om het hoofd te bieden aan de complexe problemen die ontstaan door de groeiende aanwezigheid van grote online platformen op Europese consumentenmarkten. Deze noot bespreekt de kwalificatie van platformdiensten als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ en de daaraan gekoppelde regels voor aansprakelijkheid en mogelijke beperkingen van het vrij verkeer van diensten door nationale regelgeving.
    HvJ EU zaak C-390/18, Airbnb Ireland, ECLI:EU:C:2019:1112


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. (Vanessa) Mak M.Jur is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vereist artikel 7:425 BW menselijke tussenkomst of kan een online platform ook bemiddelen?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Bemiddeling, lastgeving, Duinzigt, Booking.com, Prikbord, Twee heren, 7:417 7:425 7:427 7:428
Auteurs Mr. N. Huppes en Mr. drs. T.L. Wildenbeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Hof Amsterdam oordeelt dat Booking.com niet bemiddelt omdat zij slechts de administratieve afhandeling verzorgt van de overeenkomst die ‘direct’ tussen de gebruikers van haar platform tot stand komt. In deze bijdrage wordt door de auteurs gesignaleerd dat dit oordeel wringt met de huidige rechtspraktijk en voor onduidelijkheid zorgt over de vraag hoe moet worden bepaald of een platform bemiddelt, dan wel als een ‘elektronisch prikbord’ functioneert, en daarmee buiten het wettelijk regime over bemiddeling valt. De rechtszekerheid is gediend met heldere criteria en de auteurs betogen dat het omslagpunt bij de openbaarmakingsfunctie ligt. Een platform dat aanbieders slechts de mogelijkheid biedt om zich te presenteren aan geïnteresseerden om te zoeken, heeft enkel een openbaarmakingsfunctie en bemiddelt niet. Gaat de betrokkenheid van het platform bij de totstandkoming van overeenkomsten verder, dan is het platform in beginsel als tussenpersoon werkzaam bij het tot stand brengen van overeenkomsten en bemiddelt het in de zin van artikel 7:425 BW. Anders dan Hof Amsterdam menen de auteurs daarom dat Booking.com bemiddelt.


Mr. N. Huppes
Mr. N. Huppes is als counsel verbonden aan advocatenkantoor FlexIEbel.

Mr. drs. T.L. Wildenbeest
Mr. drs. T.L. Wildenbeest is als advocaat verbonden aan advocatenkantoor FlexIEbel.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2019
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Maurice de Valois Turk
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera LLP Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer is werkzaam als consultant Oxera LLP Amsterdam.

Maurice de Valois Turk
M. de Valois Turk is werkzaam als partner bij Oxera LLP Amsterdam.
Annotatie

Over marktdefinitie en bewijslast in de moderne economie: het Amerikaanse Hooggerechtshof in Amex

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Amerikaans Hooggerechtshof, netwerkeffecten, tweezijdige markt, bewijslast, digitale economie
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Onder leiding van de Amerikaanse Staat Ohio heeft een groep van staten American Express aangeklaagd voor een overtreding van de Amerikaanse antitrustregels. De zaak draait om de mededingingsrechtelijke beoordeling van verticale restricties die worden opgelegd aan een groep afnemers van Amex. Amex hanteert zogenoemde ‘anti-steering’ voorwaarden die winkeliers verbiedt op enigerlei wijze concurrerende creditcards aan te prijzen of te bevoordelen in de winkel. De uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geeft aanleiding tot een reflectie op de wijze waarop binnen een mededingingsrechtelijke analyse moet worden omgegaan met indirecte netwerkeffecten op tweezijdige platformmarkten, met name vanuit het perspectief van de rol van marktdefinitie en bewijslast.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent op de Universiteit van Utrecht. Deze annotatie is geschreven op persoonlijke titel. Dank gaat uit naar de redactie voor enkele zeer nuttige opmerkingen op een eerdere versie van dit stuk.
Annotatie

Wat is een nadeel voor de mededinging en wie bepaalt dat? Over de rol van deskundigen en de bewijsstandaard in het kader van discriminatie door een dominant platform

Rechtbank Amsterdam 21 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1654

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden misbruik van een economische machtspositie, deskundigenrapport, discriminatie, uitsluiting, digitale economie, platform markt
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam ziet op een langslepend conflict tussen Funda en VBO makelaars. De rechtbank stelt op basis van een deskundigenrapport vast dat Funda in het bezit is van een machtspositie. De uitspraak is interessant vanwege de belangrijke rol van het deskundigenrapport en de centraal staande schadetheorie die atypisch is en aanleiding geeft tot enige reflectie op de verhouding tussen zogenoemde uitsluitings- en exploitatie/discriminatoire vormen van misbruik en de verschillende bewijsstandaarden die daarvoor gelden.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent aan de Universiteit van Utrecht.
Uit het veld

Beoordeling van datamacht in het mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Auteurs Robert Stil, Douwe Meindertsma en Inge van der Linden
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van data levert belangrijke voordelen voor ondernemingen en consumenten. Het roept echter ook de maatschappelijke vraag op of verzameling en gebruik van data kunnen leiden tot marktmacht (‘datamacht’). Het risico daarop wordt bepaald door: (1) het belang van data als input, (2) de beschikbaarheid en repliceerbaarheid van data, (3) het belang van schaal- en netwerkeffecten en (4) de concurrentiesituatie op de markt waarvoor data een input vormen. Het mededingingstoezicht beschikt over de instrumenten om in specifieke situaties het ontstaan van datamacht als gevolg van concentraties te voorkomen en misbruik van datamacht te beëindigen of te bestraffen. Tot nu toe hebben die situaties zich in de praktijk nog weinig voorgedaan.


Robert Stil
Drs. R. Stil is senior econoom bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Douwe Meindertsma
Mr. D.S. Meindertsma is jurist bij de ACM.

Inge van der Linden
Mr. I. van der Linden is jurist bij de ACM.
Artikel

Innovatieconcurrentie na Dow/Dupont: floreert innovatie in garages of in Silicon Valley?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden concentratiecontrole, innovatie, prospectieve analyse, Dow/DuPont, Richtsnoeren horizontale fusies
Auteurs Mattijs Bosch en Marianne Meijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Aandacht voor innovatie in fusiezaken is niet nieuw. Wel valt op dat de Commissie kijkt naar mogelijk mededingingsbeperkende gevolgen die steeds verder in de toekomst liggen. In de recente Dow/DuPont-zaak onderzocht de Commissie bijvoorbeeld of de fusie innovatieconcurrentie in markten die niet of nog niet bestaan zou beperken. Daarbij richtte zij zich op concurrentie in innovation spaces en in de industrie als geheel. Dergelijke ‘theories of harm’ lijken nu nog alleen toegepast te worden in volwassen industriën. Het is echter niet uit te sluiten dat ze (bijvoorbeeld) ook worden toegepast op digitale sectoren. De vraag rijst (i) of innovatiebeleid niet beter vastgelegd moet worden in de Commissie-richtsnoeren en (ii) hoe Dow/DuPont zich verhoudt tot de eis dat de Commissie een zorgvuldige prospectieve analyse dient te maken.


Mattijs Bosch
Mr. M. Bosch is advocaat bij Maverick Advocaten.

Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is advocaat bij Maverick Advocaten.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Artikel

Platgeslagen platforms

MFN’s problematisch?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden netwerkeffecten, transactiekosten, toetreding, tweezijdige markten, free riding, most favoured nation clauses, boekingssites
Auteurs Matthijs Visser en Jan Kees Winters
SamenvattingAuteursinformatie

    Online platforms verlagen transactiekosten en maken gebruik van positieve externe effecten door vragers en aanbieders samen te brengen. Om investeringen in platforms tegen ‘free riding’ te beschermen, kunnen platforms met de aanbieders die op het platform actief zijn ‘most favoured nation’-clausules bedingen of soortgelijke afspraken maken. Aangezien mededingingsautoriteiten door heel Europa dergelijke clausules te lijf (willen) gaan, is het van belang om de economische kant nog eens te benadrukken.


Matthijs Visser
Drs. M. Visser is partner bij RBB Economics.

Jan Kees Winters
Dr. J.K. Winters is principal bij RBB Economics.
Artikel

Het Europees ‘Betaalpakket’ – Gevolgen voor de interne markt en het betalingsverkeer in Nederland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden markt, Betaaldienstenrichtlijn, IV Verordening, MasterCard, interbancaire vergoedingen
Auteurs J.D. Mathis, LL.M. Mr.
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ‘Betaalpakket’ zal de nodige harmonisatie en rechtszekerheid bieden voor de verwezenlijking van een ware ‘interne betaalmarkt’ voor girale transacties binnen de EU. Door de invoering van ‘caps’ van 0,2 procent en 0,3 procent op interbancaire vergoedingen voor debit- en creditcardtransacties zullen de kosten van acceptatie op Europees niveau dalen. Deze ‘caps’ en aanvullende maatregelen in de herziene Betaaldienstenrichtlijn zullen op Europees niveau onder andere een gelijk speelveld creëren voor betaaldienstaanbieders en de toetreding van nieuwe spelers bevorderen. Naar verwachting zal de efficiëntie van het Europees betalingsverkeer als gevolg daarvan toenemen ten voordele van de consument en de handel.
    Voorstel voor een verordening van de Europese Commissie van 24 juli 2013 betreffende interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties, COM(2013)550 final (2013/0265 COD) (IV Verordening)
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 24 juli 2013 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2013/36/EU en 2009/110/EG en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG, COM(2013)547 final (2013/0264 COD) (Betaaldienstenrichtlijn)


J.D. Mathis, LL.M. Mr.
J.D. (Joseph) Mathis, LL.M. is onafhankelijk juridisch consultant. Voorheen werkzaam bij de Europese Commissie, ACM, en Cleary Gottlieb, Steen & Hamilton LLP (Brussel).
Jurisprudentie

Microsoft/Skype: Gerecht oordeelt over concentratie op een innovatieve markt

Arrest Gerecht 11 december 2013, zaak T-79/12, Cisco Systems en Messagenet/Commissie, n.n.g.

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden concentratiecontrole, innovatieve markt, groot marktaandeel, conglomeraateffect
Auteurs Mr. Maarten de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 11 december 2013 in de zaak Microsoft/Skype laat het Gerecht de goedkeuring door de Europese Commissie van de overname van Skype door Microsoft in stand. De uitspraak is van belang omdat uitdrukkelijk wordt gesteld dat een hoog marktaandeel geen indicatie van marktmarkt hoeft te zijn in een dynamische, innovatieve markt. Daarbij wordt ook relevant geacht dat de diensten van Skype gratis worden aangeboden. Volgens het Gerecht zijn ondernemingen zeer beperkt in het uitoefenen van marktmacht als de gebruikers de verwachting hebben dat de dienst gratis beschikbaar blijft en zij eenvoudig kunnen overstappen naar andere aanbieders. Het arrest gaat ook in op de conglomeraateffecten van de overname. Het Gerecht bevestigt dat de bewijslast voor het aannemen van conglomeraateffecten hoog is, zeker in een dynamische markt waar de ontwikkelingen speculatief kunnen zijn.
    GvEA 11 december 2013, zaak T-79/12, Cisco Systems en Messagenet/Commissie, n.n.g.


Mr. Maarten de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.