Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 470 artikelen

x

    Het Hof van Justitie oordeelde in het arrest over het Programma Aanpak Stikstof dat een programmatische aanpak op grond van artikel 6 Habitatrichtlijn niet is uitgesloten. Tegelijk oordeelde het Hof van Justitie dat het voorzorgsbeginsel als bedoeld in artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn onverkort in acht moet worden genomen voor alle projecten binnen het programma. Belangrijke vragen zijn hoe dit met elkaar te verenigen is en onder welke voorwaarden een programmatische aanpak dan mogelijk is. Vragen die relevant blijven nu zowel in de Wet natuurbescherming en het recente wetsvoorstel stikstofreductie en natuurherstel als in de komende Omgevingswet is voorzien in een programmatische aanpak.
    HvJ 7 november 2018, gevoegde zaken C-293/17 en C-294/17, ECLI:EU:C:2018:882 (Coöperatie Mobilisation for the Environment UA en Vereniging Leefmilieu/College van gedeputeerde staten van Limburg en College van gedeputeerde staten van Gelderland en Stichting Werkgroep Behoud de Peel/College van gedeputeerde staten van Noord-Brabant).


Mr. dr. R. Kegge
Mr. dr. R. (Rogier) Kegge is universitair docent bestuursrecht en omgevingsrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

De participantenvennootschap: gedachten over een mogelijke nieuwe rechtsvorm

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden corporate governance, stakeholders, maatschappelijke verantwoordelijkheid, beursvennootschap, strategie
Auteurs Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijft de auteur een toekomstperspectief dat geschetst wordt in zijn proefschrift. De ‘participantenvennootschap’ is een mogelijke nieuwe rechtsvorm, waarbinnen ook andere stakeholders dan aandeelhouders inspraak gegeven wordt in de vennootschappelijke besluitvorming. Het doel hiervan is een ondernemingsvorm te creëren met oog voor alle betrokkenen en maatschappelijke belangen.


Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
Mr. dr. S.B. Garcia Nelen is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en onderzoeker aan de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Wetenschap en praktijk

Access_open De Crowdfundingverordening, a brand new beginning

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Crowdfunding, crowdfundingplatform, crowdfundingvergunning, crowdfundingdienstverlener, Europees paspoort
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf november 2021 is de Crowdfundingverordening van toepassing. Crowdfundingplatformen hebben dan een vergunning nodig om diensten te kunnen verlenen. In dit artikel wordt ingegaan op de wijzigingen als gevolg van de verordening voor de verschillende bij crowdfunding betrokken partijen.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. (Jonneke) van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.
Artikel

Access_open Wetsvoorstellen voor een eerlijke economie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden aandeelhouderskapitalisme, werknemersaandelen, medezeggenschap, structuurregeling, certificering van aandelen
Auteurs Mr. J.E. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee van de drie wetsvoorstellen voor een ‘eerlijke economie’ aan een kritische evaluatie onderworpen. Uit de historische en actuele schets die volgt, blijkt dat de wens om tot versterking van de positie van werknemers te komen bijzonder toepasselijk is in het huidige tijdsgewricht, waarin de factor arbeid op verschillende niveaus aan betekenis heeft ingeboet.


Mr. J.E. Devilee
Mr. J.E. Devilee is als promovendus verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Nikola Tesla en de coltrui-CEO: de gevaren van informatiemanipulatie

Vertrouwen van het beleggend of het algemeen publiek?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden marktmisbruik, marktmanipulatie, marktintegriteit, investor confidence, public confidence
Auteurs Mr. M.J. Giltjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur betoogt dat met de doelstellingen achter het informatiemanipulatieverbod van de Marktmisbruikverordening wordt beoogd het vertrouwen van het algemeen publiek, in tegenstelling tot slechts het vertrouwen van het beleggend publiek, te waarborgen. Een helder begrip van deze doelstellingen is noodzakelijk voor de effectieve handhaving van het informatiemanipulatieverbod.


Mr. M.J. Giltjes
Mr. M.J. Giltjes is promovendus bij Erasmus Graduate School of Law en fellow van het International Center for Financial law & Governance (ICFG).
Artikel

Access_open ‘Rebooting’ het mededingingsrecht – ook het mededingingsrecht ontsnapt niet aan de digitale transitie

Over digitale platforms, ex-anteregulering en toegangsverplichtingen in het concentratietoezicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2021
Trefwoorden mededinging, Digital Markets Act, regulering, platform, ACM
Auteurs Janneke Kohlen, Mariska van de Sanden en Manuela Cox
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Europa bestaat de wens om digitale platforms met een poortwachtersrol aan banden te leggen via onder meer ex-anteregulering. Toegangsverplichtingen zouden daar onderdeel van uitmaken. In dit artikel worden de EU-voorstellen naast een aantal concentratiebesluiten van de ACM gelegd waarin onder meer ook toegangsverplichtingen zijn opgelegd aan digitale platforms.


Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is werkzaam als advocaat bij Bird & Bird (Netherlands) LLP.

Mariska van de Sanden
Mr. M.A.M.L. van de Sanden is werkzaam als advocaat bij Bird & Bird (Netherlands) LLP.

Manuela Cox
Mr. M.M.B. Cox is werkzaam als advocaat bij Bird & Bird (Netherlands) LLP.
Mededinging

Google Android: mag men een gegeven paard toch in de bek kijken?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Google, platforms, machtspositie, misbruik, koppelverkoop
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie en Mr. B.A. Verheijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Google Android-besluit heeft de Europese Commissie aan Google een recordboete opgelegd wegens misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 102 VWEU. In het besluit staat Android, het besturingssysteem van Google voor smartphones en tablets, centraal. Google biedt dit aan via een open source-model. Het besluit stelt een machtspositie van Google vast op verschillende digitale markten: (1) de markt voor licenseerbare besturingssystemen voor slimme mobiele apparaten, (2) de markt voor Android appstores en (3) de markt voor algemene zoekdiensten op het internet (Google Search). Volgens de Commissie heeft Google met verschillende gedragingen, waaronder exclusiviteitsbetalingen en koppelverkoop, haar positie op laatstgenoemde markt, waarop zij inkomsten genereert via online advertenties, willen beschermen. De Commissie kwalificeert deze gedragingen als misbruik in de zin van artikel 102 VWEU. De auteurs analyseren het besluit en de inzet van het mededingingsrechtelijke instrument misbruik van een economische machtspositie in deze complexe digitale omgeving. Daarbij gaan zij in het bijzonder ook in op het bijzondere verdienmodel van Google ten aanzien van Android, waarbij innovatieve technologie kosteloos ter beschikking wordt gesteld in ruil voor restricties die erop zijn gericht de Googlediensten die advertentie-inkomsten genereren een zo groot mogelijk bereik te garanderen.
    Besluit van de Europese Commissie van 18 juli 2018 met betrekking tot een procedure onder artikel 102 VWEU en artikel 54 van de EER-overeenkomst (zaak AT.40099 – Google Android)


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. (Alvaro) Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

Mr. B.A. Verheijen
Mr. B.A. (Bart) Verheijen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Artikel

Niet-preferent concurrent, ofwel lager in rang maar niet achtergesteld

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden preferent-concurrent, non-preferred senior, senior non-preferred, BRRD, MREL
Auteurs Mr. W.J. Horsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een wijziging van een Europese richtlijn kent ons recht sinds eind 2018 voor banken een bijzondere categorie concurrente schulden, aangeduid als ‘niet-preferente concurrente’ schuld. Dit betreft een (sub)categorie concurrente schulden, die in faillissement na gewone concurrente (dan ‘preferent-concurrente’) schulden wordt betaald zonder als ‘achtergesteld’ te worden aangemerkt.


Mr. W.J. Horsten
Mr. W.J. Horsten is advocaat bij Linklaters in Amsterdam.

Floris Bakels
Mr. F.B. Bakels is onder meer oud-lid van de toenmalige kortgedingkamer van het gerechtshof Amsterdam, oud-vicepresident van de Hoge Raad en oud-voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam. Hij is inmiddels rechter-plaatsvervanger in die rechtbank.
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.
Wetenschap

De Wet opheffing verpandingsverboden

Een kritische bespreking van de nieuwe regeling van art. 3:83 lid 3 en 4, 3:94 lid 5 en 3:239 lid 5 BW, alsmede van het overgangsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cessie- en verpandingsverboden, Overdraagbaarheid, Nietigheid, Vormvoorschrift, goederenrecht
Auteurs Mr. dr. M.H.E. Rongen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht geschonken aan het wetsvoorstel ‘Wet opheffing verpandingsverboden’. Na inwerkingtreding van de wet kunnen de overdraagbaarheid en verpandbaarheid van een geldvordering op naam die voortkomt uit de uitoefening van een beroep of bedrijf niet meer door een beding tussen schuldenaar en schuldeiser worden uitgesloten of beperkt. De Wet opheffing verpandingsverboden beoogt de kredietmogelijkheden van het bedrijfsleven te vergroten door zeker te stellen dat bedrijfsmatig verkregen geldvorderingen als onderpand voor financieringen kunnen worden ingezet. De nieuwe regeling, de daarin opgenomen uitzonderingen en het overgangsrecht worden kritisch besproken.


Mr. dr. M.H.E. Rongen
Mr. dr. M.H.E. (Martijn) Rongen is senior legal counsel bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat en vennoot bij Murray Attorneys at Law te Curaçao en lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wetgeving

Wetgeving Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Auteurs Mr. M. Pereira-Koolman
Auteursinformatie

Mr. M. Pereira-Koolman
Mr. M. Pereira-Koolman ML is werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van Aruba.

    Bespreking van het Hongaarse banken-arrest van het Hof van Justitie over het concept van de doelbeperking.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is werkzaam bij Stek.
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De wettelijke bedenktijd in het licht van een goede corporate governance

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden bescherming beursvennootschappen, vennootschappelijk belang, checks-and-balances
Auteurs Mr. N.D. Niederer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het spanningsveld tussen de wettelijke bedenktijd en het systeem van corporate governance in het Nederlandse vennootschapsrecht. Teneinde beursvennootschappen aanvullende bescherming te bieden bij een rechtstreeks vijandig overnamebod doet de auteur een voorstel om de reikwijdte van de responstijd uit te breiden.


Mr. N.D. Niederer
Mr. N.D. Niederer is masterstudent aan de Universiteit Maastricht. In juni 2020 is zij cum laude afgestudeerd in de master Nederlands Recht, waaronder de specialisatie privaatrecht.
Artikel

Kroniek van het bestuursrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Landsverordeningen administratieve rechtspraak (Lar), mandaat
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de opheffing van het land de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 (10-10-’10) is de bestuursrechtelijke regelgeving grotendeels ongewijzigd overgenomen door de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten. Aruba had al sinds zijn status aparte in 1986 zijn eigen bestuursrechtelijke regelgeving en wetten. Voor Caribisch Nederland (de BES-eilanden) bleef ook grotendeels de oude Nederlands-Antilliaanse wetgeving van kracht. Dat maakt dat de regelgeving van alle Caribische landen en eilanden van het Koninkrijk in het algemeen sterk verouderd is. De bestuursrechtelijke jurisprudentie in de West volgt in het algemeen die in Nederland. Er zijn in het afgelopen decennium geen baanbrekende uitspraken gedaan.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als buitengewoon hoogleraar staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao en maakt deel uit van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen ten aanzien van de onderwerpen in Boeken 3 en 5 BW. In de kroniek komt vooral de jurisprudentie aan bod. Onderwerpen uit Boek 3 die aan de orde komen zijn begripsbepalingen, rechtshandelingen (algemeen) en volmacht, verkrijging door verjaring en bezit en houderschap, de gemeenschap, en de regeling van de langdurig onverdeeld gebleven boedels, zoals ingevoerd als onderdeel van de regeling van de gemeenschap (art. 3:200a-3:200h BW). De bespreking van de onderwerpen uit Boek 5 is meer beperkt.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Artikel

Het recht van de intellectuele eigendom 2000-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden intellectuele eigendom, intellectuele eigendomsrechten
Auteurs Mr. C.A.D. Jänsch en Mr. J.A. de Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    De rol van het intellectuele eigendomsrecht is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen, niet in de laatste plaats door de toename van het gebruik van internet, sociale media en smartphones. Dit artikel is een bewerking van de laatste kroniek, gepubliceerd in TAR-Justicia 2000 nr. 4. De auteurs gaan in op relevante ontwikkelingen in de wetgeving en de rechtspraak, onder meer op het gebied van het auteursrecht, het merkenrecht en het octrooirecht sinds het begin van deze eeuw. Daarbij komen ook de verschillen in de vier jurisdicties binnen het Caribische deel van het Koninkrijk aan de orde. Tot besluit worden mogelijke ontwikkelingen in het komende decennium besproken.


Mr. C.A.D. Jänsch
Mr. C.A.D. Jänsch is advocaat-partner bij OX & WOLF legal partners te Curaçao.

Mr. J.A. de Baar
Mr. J.A. de Baar is advocaat-partner bij BBV Legal te Curaçao.
Toont 1 - 20 van 470 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 23 24
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.