Zoekresultaat: 30 artikelen

x
Rechtsbescherming

Van meelwormen, krekels, sprinkhanen en andere wijzen van uitlegging van Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 258/97, dynamische uitlegging, hele insecten, uitlegging materiële werkingssfeer van de verordening
Auteurs Mr. drs. K.J. Defares
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2020 gaf het Hof van Justitie van de Europese Unie antwoord op de door de Franse Conseil d’État gestelde prejudiciële vraag of hele insecten, zoals wormen, sprinkhanen en krekels, een novel food zijn in de zin van Verordening (EG) nr. 258/97. Tegen de achtergrond van deze vraag besteedt advocaat-generaal Michal Bobek in zijn conclusie, naast de standaardmethoden van uitlegging van het Unierecht, aandacht aan de minder vaak toegepaste dynamische uitlegging. In deze bijdrage wordt derhalve nader stilgestaan bij de beperkingen en mogelijkheden van de toepassing van de dynamische interpretatie in de context van het Unierecht.
    Conclusie A-G Bobek 9 juli 2020, zaak C-526/19, ECLI:EU:C:2020:552 (Entoma)


Mr. drs. K.J. Defares
Mr. drs. K.J. (Kenneth) Defares is advocaat te Amsterdam.
Covid-19

Access_open De covid-19-maatregelen van de EU: buigen of barsten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, covid-19, interne markt, volksgezondheid, mededinging
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het uitbreken van de covid-19-crisis heeft de Europese Unie zich schrap gezet om de gevolgen van de pandemie te beteugelen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de initiatieven die tot dusverre zijn genomen. In eerste instantie betreft het maatregelen om de directe gevolgen voor de volksgezondheid te bestrijden en de integriteit van de interne markt te waarborgen. Ondertussen wordt ook aan herstelmaatregelen gewerkt voor het weer aan de gang krijgen van de economie. Wat zijn de gevolgen van corona voor de interne markt en de toekomst van de Unie?


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. (Harrie) Temmink is plv. afdelingshoofd van de unit ‘Intellectuele Eigendom’, DG GROW, Europese Commissie. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Access_open De civiele kamer en de prejudiciële procedure: kritisch doch loyaal aan het Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, nationale rechters, motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Jasper Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele kamer van de Hoge Raad treedt steeds vaker op als Unierechter en schuwt niet om te verwijzen. Er is echter weinig bekend over de motieven van de kamer om prejudiciële vragen te stellen en de manier waarop de antwoorden van het HvJ vervolgens worden gebruikt door de kamer. Om deze twee vragen te beantwoorden is er een uitgebreide analyse van de rechtspraak van de kamer uitgevoerd in combinatie met acht interviews met (oud-)raadsheren en A-G’s. Dit artikel toont aan dat de kamer uiterst loyaal is wat betreft het verwijzen en de inbedding ondanks dat raadsheren niet met alle antwoorden van het HvJ even tevreden waren.


Jasper Krommendijk
Dr. J. Krommendijk, LLM is universitair hoofddocent internationaal en Europees Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Rechtsbescherming

Kroniek Handvest van de Grondrechten van de Unie periode 2016-2017: actieve grondrechtenbescherming vanuit Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, Effectieve rechtsbescherming, Verhouding EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Handvest van de Grondrechten van de EU is sinds 1 december 2009 ruim zeven jaar juridisch bindend. Het heeft als doel grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken. In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen over 2016 en 2017, bezien vanuit het Hof van Justitie. Om een goed beeld te geven over de afgelopen twee jaar is gekozen voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen per artikel uit het Handvest.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.
Mededinging

Het ICAP-arrest: With a little help from my friends…

Over kartelfacilitatie en het vermoeden van onschuld in settlement procedures

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden artikel 101 lid 1 VWEU, hybride schikkingsprocedure, Facilitatie
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ICAP-arrest is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats verduidelijkt het de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een onderneming als ‘facilitator’ van een inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken en geeft het inzicht in de manier waarop en de intensiteit waarmee het Gerecht toetst of aan deze kwalificatie is voldaan. In de tweede plaats gaat het in op de vraag wanneer een zogenoemde hybride schikkingsprocedure ten aanzien van niet-schikkende partijen inbreuk kan maken op het vermoeden van onschuld en welke gevolgen verbonden moeten worden aan een dergelijke inbreuk. Tot slot bevat het interessante overwegingen over het concept van de voortgezette inbreuk en de motiveringsvereisten voor boetes.
    Gerecht 10 november 2017, zaak T-180/15, ICAP/Commissie, ECLI:EU:T:2017:795 (hogere voorziening verzocht: C-39/18 P), HvJ 22 oktober 2015, zaak C-194/14 P, AC-Treuhand, ECLI:EU:C:2015:717.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Cumulerende procedures en dubbele bestraffing

De invloed van Europa op het ne bis in idem-beginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, EVRM, Europese Unie, dubbele bestraffing, criminal charge
Auteurs Mr. A.C.M. Klaasse en Mr. J.N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ne bis in idem-beginsel is geregeld in respectievelijk artikel 68 Sr en artikel 5:43 Awb. Ook in procedures die buiten het strafrecht of bestuurlijke boeterecht vallen, kan het Europese verbod op dubbele bestraffing doorwerken in Nederland. De Hoge Raad heeft erkend dat de algemene beginselen van een behoorlijke procesorde bescherming bieden in het kader van het ne bis in idem-beginsel. Bovendien is artikel 50 van het Handvest van de EU van toepassing indien EU-recht ten uitvoer wordt gelegd. Op deze wijze is jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM ook van belang voor Nederland.


Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

Mr. J.N. de Boer
Mr. J.N. de Boer is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak HvJ EU

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4-5 2017
Trefwoorden Jurisprudentie, gezondheidsrecht, HvJ EU, beroepen, aanbesteding
Auteurs Mr. M.T. de Gans en mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie van het HvJ EU op het terrein van het gezondheidsrecht in de periode van 1 januari 2015 tot 1 februari 2017. De behandelde arresten hebben betrekking op de aanbesteding, bloedproducten, genees- en hulpmiddelen, discriminatie op grond van handicap en beroepen.


Mr. M.T. de Gans

mr. H.M. Stergiou
Tom de Gans en Hélène Stergiou zijn werkzaam bij de afdeling Europees recht van de directie Juridische Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Met dank aan Veysel Yigit voor zijn ondersteuning.
Artikel

Tele2: de afweging tussen privacy en veiligheid nader omlijnd

Een tweede arrest over de bewaarplicht van telecommunicatiegegevens in het Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Bewaarplicht, telecommunicatie, privacy
Auteurs Mr. N. Falot en Dr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 21 december 2016 (gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson, hierna: Tele2) heeft het Hof van Justitie de voorwaarden voor het bewaren van en toegang tot telecommunicatiegegevens gepreciseerd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de ePrivacyrichtlijn 2002/58/EG zich verzet tegen een algemene en ongedifferentieerde nationale regeling voor de bewaring van alle verkeersgegevens en locatiegegevens. Bovendien moet de toegang van politie en justitie tot die gegevens duidelijk worden geclausuleerd en worden beperkt tot de bestrijding van ernstige criminaliteit. Ook vereist die toegang voorafgaand toezicht door een rechter of onafhankelijke bestuurlijke instantie. Voorts moeten de gegevens op het grondgebied van de EU worden bewaard.
    HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson e.a., ECLI:EU:C:2016:970.


Mr. N. Falot
Mr. N. (Nathalie) Falot is senior juridisch adviseur bij Considerati.

Dr. H. Hijmans
Mr. Dr. H. (Hielke) Hijmans is Of Counsel bij Considerati en verbonden aan Centre for Information Policy Leadership, voorheen EDPS.
Jurisprudentie

Tegen de wet

HvJ EU 19 april 2016, C-441/14, ECLI:EU:C:2016:278, JAR 2016/132 (Ajos/Rasmussen)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Contra legem, Algemene beginselen
Auteurs Mr. Peter Vas Nunes
SamenvattingAuteursinformatie

    In april van dit jaar wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak Rasmussen. Hoewel het arrest is gewezen door de Grote Kamer, brengt het weinig dat echt nieuw is. Het arrest biedt wel een goede gelegenheid om in te gaan op een aantal leerstukken die van belang zijn voor beoefenaars van het arbeidsrecht, zoals die met betrekking tot de richtlijnconforme uitleg van nationaal recht en het buiten toepassing laten van dat recht op grond van algemene beginselen van Unierecht.


Mr. Peter Vas Nunes
Mr. P. Vas Nunes is als advocaat en partner verbonden aan BarentsKrans.
Jurisprudentie

Overdracht van jaarlijkse vakantie bij ziekte: alle ambtenaren zijn gelijk, zelfs de EU-ambtenaren zijn niet langer (on)gelijker dan de ambtenaren van de lidstaten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU-ambtenaren, Sociaal grondrecht, Eenheid van rechtspraak in het Unierecht, Recht op jaarlijkse vakantie, Doorwerking Arbeidstijdenrichtlijn
Auteurs Alexander De Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Het grondrecht op jaarlijkse vakantie impliceerde, volgens eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, ook een grondrecht op overdracht van door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen op basis van hetgeen was bepaald in de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88. Dit recht op overdracht van jaarlijkse vakantie werd niettemin nog steeds ingeperkt in het statuut van de EU-ambtenaren. De heer Strack – EU-ambtenaar – vond dat hij niettemin aanspraak kon maken op de volledige overdracht van zijn door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. De Europese Commissie volgde zijn redenering echter niet omdat EU-ambtenaren niet rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 vallen. Het Gerecht voor ambtenarenzaken stelde de Commissie in het ongelijk, maar het Gerecht van eerste aanleg beslist dat de Commissie het wel bij het rechte eind had. Uiteindelijk oordeelde het Hof van Justitie, in het belang van de eenheid van de rechtspraak, dat de EU-ambtenaren ook aanspraak dienden te kunnen maken op de overdracht van hun door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. Het arrest van het Hof van Justitie staat in deze bijdrage centraal.


Alexander De Becker
A. De Becker is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam ‘De overheid als arbeidsorganisatie’, en tevens hoofddocent aan de Universiteit van Hasselt.
Artikel

‘Le temps détruit tout’?

Het dienstenverkeer binnen de EU-Turkije Associatie na de uitspraak van het Hof van Justitie in Demirkan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Turks Associatieverdrag, Vrij verkeer van diensten, Passievedienstenverkeer, Visumplicht, Vrij verkeer van personen
Auteurs Dr. Th. A.J.A. Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen Turkse onderdanen zonder visum afreizen naar Duitsland teneinde daar (misschien) diensten te gaan ontvangen als ze dat ook konden in vroegere tijden toen het Duitse recht op dit punt hen welgevallig was? In de onderhavige zaak werd het Hof van Justitie geconfronteerd met deze vraag waarbij de standstill-clausules uit het EU-Turkije Associatieregime centraal staan. Hebben deze clausules betrekking niet alleen betrekking op het verlenen maar ook op het ontvangen van diensten?HvJ EU 24 september 2013, zaak C-221/11, Leyla Demirkan/Bundesrepublik Deutschland, n.n.g.


Dr. Th. A.J.A. Vandamme
Dr. Th. A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Center for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Åkerberg Fransson: ruim toepassingsgebied van Handvest op handelingen van lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Toepassingsgebied recht van de Europese Unie, Handvest, beginselen van het recht van de Europese Unie, ne bis in idem-beginsel, volle werking van het recht van de Europese Unie, prejudiciële procedure
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 februari 2013 heeft het Hof van Justitie het lang verwachte arrest Åkerberg Fransson gewezen. Gespannen werd naar dit arrest uitgekeken omdat de beantwoording van de prejudiciële vragen van de Zweedse verwijzende rechter duidelijkheid moesten brengen over de vraag wanneer lidstaten aan de verplichtingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zijn gebonden. Het arrest Åkerberg Fransson is daarmee van betekenis voor de rechtsgevolgen van het Handvest in de rechtsordes van de lidstaten. Deze bijdrage duidt de betekenis van dit arrest door het te plaatsen tegen de achtergrond van eerdere rechtspraak en de ontwikkelingen die hebben geleid tot een juridisch bindend Handvest en de analyse van het hoofdgeding op grond waarvan de verwijzende rechter heeft besloten het Hof van Justitie te adiëren.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-617/10, Åklagaren/Hans Åkerberg Fransson


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NTER.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: beweging in de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden handvest, grondrechten, reikwijdte, EVRM, solidariteit
Auteurs Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen en Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In het laatste deel van een drieluik over het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, nadat dit juridisch bindend is geworden op 1 december 2009, constateren de auteurs dat de Europese en Nederlandse rechtspraak over het Handvest duidelijk in beweging is, al zijn er nog steeds vragen onbeantwoord. Twee terreinen zijn met name interessant om ook in de nabije toekomst te blijven volgen: de reikwijdte van het Handvest, dat wil zeggen de vraag wanneer het toepasbaar is ten aanzien van de lidstaten, en de relatie van het Handvest tot andere mensenrechtenverdragen zoals het EVRM.


Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Diversen

Buitenlandse herroepingsclausule en het toepasselijke recht op de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden internationaal erfrecht, toepasselijk recht erfopvolging, uitleg testament, buitenlandse herroepingsclausule, overgangsrecht, Boek 10 BW, Haags Erfrechtverdrag 1989, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage vormt een arrest van het Hof Den Haag over de uitleg van een in het buitenland opgestelde testamentaire beschikking, met name op het punt van de daarin opgenomen herroepingsclausule. Is met die herroeping het eerder in Nederland opgemaakte testament geheel van tafel of is enige nuancering op haar plaats? Nu in deze zaak internationale elementen een rol speelden, was de vraag aan de orde aan de hand van welk recht de uitleg diende plaats te vinden. De overwegingen van het hof op dit punt worden aan een kritische analyse onderworpen. Hoe zit het met het overgangsrecht tussen de Wet conflictenrecht erfopvolging en titel 12 van Boek 10 BW? Had de erflater een geldige rechtskeuze uitgebracht en welk recht beheerst dan de erfopvolging? Valt ook de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen onder de werkingssfeer van het Haags Erfrechtverdrag 1989? Ten slotte wordt de vraag gesteld of met dit arrest, waarin de herroeping uiteindelijk voor niet geschreven wordt gehouden – en in het licht van de toekomstige Europese Erfrechtverordening – elk gevaar van ‘ongelukken’ met buitenlandse herroepingsclausules is geweken. Conclusie: geenszins, voorzichtigheid blijft geboden.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Interactie tussen fundamentele rechten en mededinging: het arrest Otis

Het ‘dubbeloptreden’ van de Commissie als mededingingsautoriteit en vertegenwoordiger van de Unie in een schadevergoedingsactie is niet in strijd met artikel 47 Handvest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Schadevergoedingsactie, Artikel 16 Verordening 2003/1/EG, Artikel 47 Handvest, Recht op toegang tot een onafhankelijke rechter, Beginsel van ‘equality of arms’
Auteurs Mr. A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsprocedure waarin de Europese Commissie (hierna: Commissie) de pet van onderzoeker, aanklager en beslisser op kan hebben, is veelvuldig aan kritiek blootgesteld. De uitspraak in de zaak Otis betreft een andere rol die de Commissie kan aannemen, namelijk de rol van vertegenwoordiger van de Europese Unie (hierna: EU) die in een nationale procedure schade vordert van deelnemers aan een, door de Commissie zelf opgerold, kartel. Hoewel deze zaak een unieke casus betreft, biedt het interessante inzichten in de draagwijdte van een aantal fundamentele rechten in mededingingsprocedures.


Mr. A.E. Beumer LLM
Elsbeth Beumer, LLM is als PhD onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

De kosten van studentenmobiliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden studiefinanciering, meeneembaarheid, vrij verkeer van werknemers, woonplaatsvereiste
Auteurs Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Hof van Justitie van Justitie inzake de Nederlandse verblijfsvoorwaarde in de regeling voor meeneembare studiefinanciering heeft tot teleurstelling bij het kabinet geleid. Hoewel het Hof van Justitie erkent dat bevordering van de mobiliteit van studenten die een band met Nederland hebben een legitiem doel is dat een beperking op het recht van vrij verkeer van werknemers zou kunnen rechtvaardigen is het vooral de exclusiviteit van de verblijfsvoorwaarde, en de geringe motivering van de noodzaak hiervan, waar het Hof van Justitie over valt. De uitspraak laat de mogelijkheid alternatieve voorwaarden aan meeneembare studiefinanciering te koppelen.


Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
Prof. dr. Annette Schrauwen is als hoogleraar Europese integratie, in het bijzonder recht en geschiedenis van het burgerschap, verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.

    In its Betfair judgment, the Court of Justice ruled that the exclusive license system with respect to games of chance under Dutch law breaches Article 49 of the EC, now: Article 56 of the TFEU, concerning the free movement of services, and in particular the principle of equal treatment and the obligation of transparency. This article addresses the lessons which can be drawn from this judgement and which Dutch legal concepts could be applied to this 'European' obligation of transparency. According to the judgement, this is not only the case for 'public contracts'and 'concessions', but also to licenses under public law. This article addresses the meaning of these legal concepts and discusses to what extent this 'European' obligation of transparency applies to the relevant Dutch legal concepts.


Annemarie Drahmann
Annemarie Drahmann is promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden en senior Professional Support Lawyer bij Stibbe.

    Met het juridisch bindend worden van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie bestaat er in het recht van de Europese Unie een nieuwe verplichting om grondrechten te eerbiedigen. De duidelijkheid wanneer justitiabelen daadwerkelijk in rechte een beroep op het Handvest kunnen doen, laat echter nog te wensen over. Deze bijdrage bespreekt te maken keuzes en gaat in op daaraan ten grondslag liggende overwegingen en mogelijke consequenties.


Mr. T. Nauta
Mr. T. Nauta is werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Juridische Zaken, afdeling Europees recht.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.