Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 324 artikelen

x
Article

Access_open Hardship and Force Majeure as Grounds for Adaptation and Renegotiation of Investment Contracts

What Is the Extent of the Powers of Arbitral Tribunals?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden contract adaptation, hardship, force majeure, investment contracts, arbitration
Auteurs Agata Zwolankiewicz
SamenvattingAuteursinformatie

    The change of circumstances impacting the performance of the contracts has been a widely commented issue. However, there seems to be a gap in legal jurisprudence with regard to resorting to such a remedy in the investment contracts setting, especially from the procedural perspective. It has not been finally settled whether arbitral tribunals are empowered to adapt investment contracts should circumstances change and, if they were, what the grounds for such a remedy would be. In this article, the author presents the current debates regarding this issue, potential grounds for application of such a measure and several proposals which would facilitate resolution of this procedural uncertainty.


Agata Zwolankiewicz
Agata Zwolankiewicz is an advocate trainee, graduated from the University of Silesia in Katowice (M.A. in law), and the University of Ottawa (LL.M. with concentration in international trade and foreign investment).
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Artikel

De Digital Markets Act als instrument voor het mededingingsbeleid in perspectief

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden Digital Markets Act, regulering, mededingingsbeleid, online platforms, type I-fouten
Auteurs Ben Schroeter en Anne-Claire Hoyng
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel hebben wij betoogd dat het DMA-voorstel van de Commissie te veelomvattend en te rigide is. Dit zal waarschijnlijk resulteren in hoge kosten in verband met type I-fouten. Wij geloven echter dat deze tekortkoming met een paar gerichte wijzigingen kan worden verholpen. Met name moet in de DMA-aanwijzingscriteria afhankelijkheid als kernvoorwaarde worden vermeld en moet multi-homing als kwalitatief criterium worden toegevoegd. Bovendien dienen de verplichtingen meer op maat worden toegepast met een afzonderlijke zwarte en grijze lijst, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Met deze wijzigingen zijn wij ervan overtuigd dat de DMA een waardevolle bijdrage zal leveren aan het mededingingsbeleid en een einde zal maken aan een periode van structurele onderhandhaving.


Ben Schroeter
B. Schroeter MSc is Director Public Affairs & Strategic Engagement van Booking.com.

Anne-Claire Hoyng
A.C. Hoyng PhD was ten tijde van het schrijven van dit artikel Director Global Competition and Consumer Law van Booking.com.
Artikel

De rol van interventiedrempels en effectenanalyse in de Digital Markets Act

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden poortwachters, interventiedrempel, effectenanalyse, schadetheorieën, theorieën van waardecreatie
Auteurs Lirio Barros en Timo Klein
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschouwt de DMA op twee economische aspecten: het gebruik van interventiedrempels en het ex ante reguleren van aangewezen gedragingen. Vanuit economisch perspectief zijn er twee zorgen in de vormgeving van de DMA: het voornaamste interventiecriterium (bedrijfsomvang) is een slechte voorspeller van mededingingsproblematiek en het is bij de aangewezen gedragingen vaak zonder effectenanalyse niet mogelijk om vast te stellen dat de gedragingen daadwerkelijk schadelijk zijn voor de mededinging en de gebruikers. Ter uitweiding beschrijven we in deze context, naast de schadetheorieën, ook de theorieën van waardecreatie van drie prominente verboden gedragingen: het combineren van persoonsgegevens, zelfbevoordeling en koppelverkoop.


Lirio Barros
L. Barros MSc (lirio.barros@oxera.com) is analist bij Oxera Consulting LLP in Brussel.

Timo Klein
T. Klein PhD (timo.klein@oxera.com) is consultant bij Oxera Consulting LLP in Amsterdam en docent Mededingingseconomie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Constructief omgaan met conflicten en ­geschillen

Inleiding in probleemoplossend onderhandelen en bemiddelen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2021
Auteurs Alain-Laurent Verbeke en Geert Vervaeke
Auteursinformatie

Alain-Laurent Verbeke
Prof. Dr. Alain-Laurent Verbeke (1964) is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceert er sinds 1991 onder meer onderhandelen en bemiddelen, nationaal en internationaal familiaal vermogensrecht, bijzondere overeenkomsten, zowel in de bachelor en master rechten als in de master notariaat. Aan de rechtsfaculteit is hij directeur van het Rector Roger Dillemans Instituut Familiaal Vermogensrecht, codirecteur van het Leuvens Centrum Notariaat en van het Instituut Contractenrecht. Aan de faculteit psychologie is hij covoorzitter van het Leuven Center for Collaborative Management (LCM). Hij is mede-oprichter (in 2001), lesgever en lid van de stuurgroep van het postgraduaat bemiddeling van de KU Leuven. Ook is hij (co)promotor van talrijke doctoraten, in de rechten en in de psychologie. Hij is advocaat aan de balies van Brussel en West-Vlaanderen, partner Greenille Private Client Team @ Deloitte Legal. Hij is sinds 2007 Visiting Professor of Law aan Harvard Law School, waar hij negotiation doceert. Sinds 2008 is hij ook Professor of Law & Negotiation aan UCP Lisbon Global School of Law en sinds 1999 deeltijds gewoon hoogleraar privaatrecht en rechtsvergelijking aan Tilburg University. Hij ontving de Francqui Leerstoel (VUB, 2010-2011), de KBC Chair in Family Wealth (Antwerp Management School, 2014-2015) en de Van Oosterwyck Leerstoel notarieel recht (VUB, 2003). In Harvard is hij verbonden aan het Program on Negotiation (PON). Zie www.law.kuleuven.be/fvr/nl/pdf/cvALV.

Geert Vervaeke
Prof. Dr. Geert Vervaeke (1960) is Decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van Tilburg University. Hij is tevens deeltijds Gewoon Hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven in de criminologische en rechtspsychologie. Momenteel is hij voorzitter van de European Association on Psychology and Law (https://eapl.eu). Tevens is hij voorzitter van de stuurgroep van het postgraduaat bemiddeling aan de KU Leuven. Hij is gewezen Voorzitter van de Belgische Hoge Raad voor de Justitie (2004-2012: www.hrj.be/nl). Hij was tussen 2004 en 2012 tevens lid van het bestuur van het Europees Netwerk van Hoge Raden (www.encj.eu) en curator van het wetenschappelijk luik van het Stadsfestival Op.Recht.Mechelen (2015-2017: www.oprechtmechelen.be).
Artikel

Access_open GMO Regulation in Crisis – The Experimental Potential of Regulation (EU) 2020/1043 on Covid-19 in Addressing Both a Crisis and a ­Pandemic

Special Issue Experimental Legislation in Times of Crisis Sofia Ranchordás & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, september 2021
Trefwoorden experimental legislation, regulatory knowledge, GMO regulation, evaluation
Auteurs Lonneke Poort en Willem-Jan Kortleven
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we analyse Regulation (EU) 2020/1043 on Covid-19 against the backdrop of the current deadlock in EU-regulation of genetically modified organisms (GMOs). We build on temporary and experimental legislation scholarship and employ a normative framework of regulatory knowledge. The Covid-19 Regulation aims at speeding up the development of GMO-based Covid-19 treatments or vaccines by temporarily suspending requirements that otherwise would have made for time-consuming and burdensome authorization processes. Although the Regulation lacks an explicit experimental purpose, we hypothesize that experiences with its functioning may be utilized in evaluation processes serving attempts to change the GMO legal framework. As such, it may fulfil a latent experimental function. We reflect on the types of knowledge that are relevant when evaluating experimental legislation and developing regulation more generally and argue that the inclusion of social knowledge is pertinent in dealing with complex issues such as GMO regulation. Experimental law literature focuses on gathering evidence-based knowledge about the functioning of legislation but virtually neglects knowledge about different experiences and value appreciations of various societal actors and social-contextual mechanisms. We propose that such social knowledge be included in the design of experimental legislation and that evaluation be approached bottom-up instead of top-down.


Lonneke Poort
Lonneke Poort is Associate Professor at the department of Sociology, Theory and Methodology of Law at Erasmus School of Law.

Willem-Jan Kortleven
Willem-Jan Kortleven is Assistant Professor at the department of Sociology, Theory and Methodology of Law at Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Access_open Time and Law in the Post-COVID-19 Era: The Usefulness of Experimental Law

Special Issue Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordas & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, september 2021
Trefwoorden COVID-19, time and law, law-making, parliament, government, legal certainty
Auteurs Erik Longo
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 pandemic swept the world in 2020 impelling us to reconsider the basic principles of constitutional law like the separation of power, the rule of law, human rights protection, etc. The two most pressing legal issues that have attracted the attention of legal scholars so far are, on the one hand, the different regulatory policies implemented by governments and, on the other, the balance among the branches of government in deciding matters of the emergency. The pandemic has determined a further and violent acceleration of the legislature’s temporal dimension and the acknowledgement that, to make legislation quicker, parliament must permanently displace its legislative power in favour of government. Measures adopted to tackle the outbreak and recover from the interruption of economic and industrial businesses powerfully confirm that today our societies are more dependent on the executives than on parliaments and, from a temporal perspective, that the language of the law is substantially the present instead of the future. Against this background, this article discusses how the prevalence of governments’ legislative power leads to the use of temporary and experimental legislation in a time, like the pandemic, when the issue of ‘surviving’ becomes dominant.


Erik Longo
Prof. Dr. Erik Longo is associate professor of Constitutional Law at the University of Florence.
Article

Access_open Grandparents’ and grandchildren's right to contact under the European Convention on Human Rights

Tijdschrift Family & Law, september 2021
Trefwoorden Grandparents, Grandchildren, Family life, Contact, Best interests of the child, Child's views
Auteurs Prof. K. Sandberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The article explores the extent of the right to family life under Article 8 ECHR with regard to contact between grandparents and grandchildren. An analysis of decisions from the European Court of Human Rights shows that although such a right may exist, it is not strong and depends heavily on the circumstances of the specific case. The article points to what seems to be an inconsistency in the Courts approach to these cases and questions the position of the children and their views and best interests.


Prof. K. Sandberg
Kirsten Sandberg is Professor of Law at the University of Oslo Faculty of Law.
Boekbespreking

Too Much Information – Cass Sunstein

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Cass Sunstein, Too much information, bureaucratie, struisvogelgedrag
Auteurs Wilte Zijlstra
Auteursinformatie

Wilte Zijlstra
Dr. W.G. Zijlstra is toezichthouder, Autoriteit Financiële Markten (AFM).

    On 22 May 2020, fifty-two members of the Hungarian parliament petitioned the Constitutional Court which was requested to establish the unconstitutionality of Section 6(4) of Government Decree no. 47/2020 (III. 18), its conflict with an international treaty and to annul it with retroactive effect to the date of its entry into force. According to Section 6(4) of the Decree “in a separate agreement, the employee and the employer may depart from the provisions of the Labour Code” (i.e. ‘absolute dispositivity’). The petition, among other things, alleged the violation of equal treatment and the right to rest and leisure. The Constitutional Court rejected the motion to establish the unconstitutionality of Section 6(4) and its annulment, since it was repealed on 18 June 2020. The Constitutional Court may, as a general rule, examine the unconstitutionality of the legislation in force, however it was no longer possible to examine the challenged piece of legislation in the framework of a posterior abstract norm control.


Kristof Toth
Kristof Toth is PhD student at the Karoli Gaspar University in Hungary.

    In the context of collective redundancies the term ‘establishment’ (Betrieb) must be interpreted in compliance with the Collective Redundancies Directive 98/59/EC (the ‘Directive’). The early warning mechanism of Section 45a of the Austrian Labour Market Promotion Act (Arbeitsmarktförderungsgesetz, ‘AMFG’) is only triggered if the number of the planned redundancies reaches a relevant threshold in an establishment. In the present case the stores in question were qualified as separate establishments within the meaning of Section 45a AMFG.


Andreas Tinhofer
Andreas Tinhofer is a partner at Zeiler Floyd Zadkovich.

Markus Blatnig
Markus Blatnig is an associate at Zeiler Floyd Zadkovich.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Europese ontwikkelingen in het insolventierecht

Een civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden harmonisatie, faillissementsrecht, faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid, rangorde van schuldeisers
Auteurs Mr. Y. Diamant
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit ‘Europa’ wordt aangestuurd op verdere eenvormigheid van het insolventierecht van de EU-lidstaten. De Europese ontwikkelingen in het insolventierecht worden in dit artikel besproken, waarbij wordt ingezoomd op vier civielrechtelijke onderwerpen: bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementspauliana, de positie van zekerheidsgerechtigden en de rangorde van schuldeisers.


Mr. Y. Diamant
Mr. Y. Diamant werkt als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

Levensbeschouwelijk perspectief op goed bestuur in onzekere tijden

De dreiging van een gesloten samenleving keren

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2021
Trefwoorden reflexiviteit, open samenleving, post-seculier, Nederigheid, improvisatie
Auteurs Robert van Putten
SamenvattingAuteursinformatie

    What is a good governance approach to uncertainty or reflexivity? Reducing uncertainty is an important task of policy and governance, but it can also derail. That is why good governance includes holding space for uncertainty. A Christian worldview provides insights for a more relaxed handling of uncertainty. The notions of certitudo, improvisation and humility are then central. Together, they form building blocks for a post-secular perspective on governance in times of crisis.


Robert van Putten
Dr. R.J. van Putten promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een bestuursfilosofisch proefschrift getiteld De ban van beheersing (2020). Momenteel werkt hij als onderzoeker aan het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie en aan het lectoraat Bezieling & Professionaliteit van de Christelijke Hogeschool Ede.
Artikel

Order!

Gevolgen van Brexit voor de mededingingspraktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Stijn Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Brexit heeft belangrijke gevolgen voor de mededingingsrechtpraktijk, van fusiecontrole tot internationale handhavingszaken. Dit artikel legt uit waar juristen die bedrijven adviseren die zowel in het Verenigd Koninkrijk als de Europese Unie actief zijn rekening mee moeten houden.


Stijn Huijts
Mr. A.M. Huijts LLM is Legal Director bij de Competition and Markets Authority (CMA) (VK).
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2020

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Lola Damstra
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
Dr. N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer, MSc, is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Lola Damstra
L. Damstra, MSc, is werkzaam als consultant bij Oxera Amsterdam.
Artikel

Access_open Thought Experiments in Law

Special Issue on Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordas & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, mei 2021
Trefwoorden legal empirical studies, legal methodology, philosophy of law, thought experiments
Auteurs Gabriel Doménech-Pascual
SamenvattingAuteursinformatie

    Thought experiments have been widely used in virtually all sciences and humanities. Law is no exception. We can find countless instances of such experiments in both the legal practice and the legal theory. However, this method has hardly been studied by legal scholars, which contrasts with the vast literature devoted to it in other fields of knowledge. This article analyses the role that some thought experiments – those where an imaginary legal change is made, and its social effects are observed – may play in law. In particular, we show why these empirical legal thought experiments might be useful for the practice and theory of law, the main principles for conducting them and how the law deals with them.


Gabriel Doménech-Pascual
Dr. Gabriel Doménech-Pascual, PhD is full professor of Administrative Law at the University of Valencia, Spain. I thank Bart van Klink, Sofia Ranchordas, Alba Soriano, María José Añón, Pablo de Lora, Diego Papayannis, Arturo Muñoz, Violeta Ruiz, Pedro Herrera, Viviana Ponce de León, Maximiliano Marzetti, and two anonymous referees for their useful and thoughtful comments. All remaining errors are mine.
Artikel

Dispute settlement among the Nigerian Igbo in Antwerp

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Legal pluralism, Dispute settlement, Igbo, Antwerp
Auteurs Filip Reyntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a case study in ‘new legal pluralism’ which is interested in the operation of plural legal orders in countries of the global North. It considers the way in which the Nigerian Igbo living in Antwerp, Belgium settle their disputes. It first presents the Antwerp Igbo’s organisation in a Union possessing a constitution with precise legal stipulations. It then finds that the Igbo take the law with them from their home region into a diasporic community. Next it looks into the concrete organisation of dispute settlement and presents five cases as exemplars. It then discusses the advantages and drawbacks of applying Igbo law and justice, the issue of women’s rights, and the plurality and flexibility of the system. The conclusion underscores the fact that legal pluralism is a universal empirical reality.


Filip Reyntjens
Filip Reyntjens is Emeritus hoogleraar bij het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

What makes a sex crime?

A fair label for image-based sexual abuse

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Image-based sexual abuse, Revenge porn, Wraakporno, Fair labelling, Sexual autonomy
Auteurs M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers why image-based sexual abuse (‘ibsa’) should be classified as a sexual offence. The article briefly considers harmfulness, and then moves to discuss the principle of fair labelling. Classification of offences should be informed by the wrongdoing they address. A conceptual analysis of sexual offences shows that sexual wrongs warrant labelling as sexual offences. The infringement of the right to sexual autonomy in ibsa means the nature of the wrong is sexual. Ibsa should be a sex crime.


M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
Marthe Goudsmit is PhD candidate at the University of Oxford.

    On 16 December 2020, the Supreme Court of Lithuania (Cassation Court) delivered a ruling in a case where an employee claimed that the employer, JSC ‘Lithuanian Railways’, did not apply the regulations of the company’s employer-level collective agreement and did not pay a special bonus – an anniversary benefit (i.e. a benefit paid to employees on reaching a certain age) – because the employee was not a member of the trade union which had signed the collective agreement. According to the employee, she was discriminated against because of her membership of another trade union, i.e membership of the ‘wrong’ trade union.
    The Supreme Court held that combatting discrimination under certain grounds falls within the competence and scope of EU law, but that discrimination on the grounds of trade union membership is not distinguished as a form of discrimination. Also, the Court ruled that in this case (contrary to what the employee claimed in her cassation appeal) Article 157 of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) is not applicable because it regulates the prohibition of discrimination on other (sex) grounds. Moreover, the Court found that there was no legal basis for relying on the relevant case law of the ECJ which provides clarification on other forms of discrimination, but not on discrimination based on trade union membership.


Vida Petrylaitė
Vida Petrylaitė is an associate professor at Vilnius university.
Toont 1 - 20 van 324 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.