Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Artikel

Nieuwe online opsporingsbevoegdheden en het recht op privacy

Een analyse van de Wet computercriminaliteit III

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden cybercrime, Dutch Cybercrime Act, hacking, investigative powers, privacy
Auteurs Mr. dr. ir. Bart Custers
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 the Dutch parliament accepted new cybercrime legislation (the Cybercrime III Act) that creates several new online criminal offences and gives law enforcement agencies new investigative powers on the Internet. This article describes the background of Dutch cybercrime legislation and the contents of the Cybercrime III Act. The newly introduced cybercrimes are discussed as well as the new investigative competences. Particularly the legitimacy and the necessity of the investigative power of the police to hack computer systems of suspects may significantly interfere with the right to privacy.


Mr. dr. ir. Bart Custers
Mr. dr. ir. B.H.M. Custers is associate professor en onderzoeksdirecteur bij eLaw, het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden.
Rechtsbescherming

Kroniek Handvest van de Grondrechten van de Unie periode 2016-2017: actieve grondrechtenbescherming vanuit Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, Effectieve rechtsbescherming, Verhouding EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Handvest van de Grondrechten van de EU is sinds 1 december 2009 ruim zeven jaar juridisch bindend. Het heeft als doel grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken. In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen over 2016 en 2017, bezien vanuit het Hof van Justitie. Om een goed beeld te geven over de afgelopen twee jaar is gekozen voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen per artikel uit het Handvest.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Digitale seksuele delicten in het straf- en strafprocesrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Seksuele delicten, Internet, Strafbaarstelling, Opsporing
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for Security and Justice recently announced a revision of the sexual offences in the Dutch Penal Code. Part of this revision could be the introduction of several sexual offences that are committed on the internet. The Minister mentioned sexchatting, sextortion and revenge porn. This article describes the present-day possibilities the Penal Code offers in tackling these crimes, and gives insight in the bottlenecks in current penal law. This article also provides a description of several relevant criminal investigative powers in existing and future Dutch procedural law.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.

Vincent Kroon
Vincent Kroon is lid van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Informatici (NVBI) en geregistreerd bij het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen (LRGD).
Artikel

Tele2: de afweging tussen privacy en veiligheid nader omlijnd

Een tweede arrest over de bewaarplicht van telecommunicatiegegevens in het Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Bewaarplicht, telecommunicatie, privacy
Auteurs Mr. N. Falot en Dr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 21 december 2016 (gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson, hierna: Tele2) heeft het Hof van Justitie de voorwaarden voor het bewaren van en toegang tot telecommunicatiegegevens gepreciseerd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de ePrivacyrichtlijn 2002/58/EG zich verzet tegen een algemene en ongedifferentieerde nationale regeling voor de bewaring van alle verkeersgegevens en locatiegegevens. Bovendien moet de toegang van politie en justitie tot die gegevens duidelijk worden geclausuleerd en worden beperkt tot de bestrijding van ernstige criminaliteit. Ook vereist die toegang voorafgaand toezicht door een rechter of onafhankelijke bestuurlijke instantie. Voorts moeten de gegevens op het grondgebied van de EU worden bewaard.
    HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson e.a., ECLI:EU:C:2016:970.


Mr. N. Falot
Mr. N. (Nathalie) Falot is senior juridisch adviseur bij Considerati.

Dr. H. Hijmans
Mr. Dr. H. (Hielke) Hijmans is Of Counsel bij Considerati en verbonden aan Centre for Information Policy Leadership, voorheen EDPS.
Artikel

Technologie voor opsporing en handhaving

Kansen, ervaringen en knelpunten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden technology in policing, effectiveness, promising technologies, legal obstacles, success stories
Auteurs Mr. dr. ir. B. Custers en B. Vergouw MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Police forces and law enforcement agencies in many countries are continuously trying to optimize the use of technologies in policing and law enforcement. Efforts are being made to remove existing technological, legal and organizational obstacles to create more opportunities of promising technologies, both existing and new. This contribution describes the results of a survey among 46 police forces and other law enforcement agencies in eleven countries. Their experiences with policing technologies and their needs and preferences in this regard are described. The prevalence and satisfaction of existing technologies, including wiretapping, fingerprints, DNA research, database coupling, data mining and profiling, camera surveillance and network analyses were investigated. Legal, technological and organizational obstacles for the use of technology in policing were mapped and the extent to which policing technologies are evaluated and yield success stories was investigated. The main obstacles, according to the respondents, are insufficient financial resources and insufficient availability of technology. One in four organizations is lacking any clear, appealing success stories and half of the respondents indicated they were not performing any evaluations on the effectiveness of using particular technologies in policing. As a result, the information available on whether technologies in policing are actually working is very limited.


Mr. dr. ir. B. Custers
Mr. dr. ir. Bart Custers is universitair hoofddocent en hoofd onderzoek bij eLaw, het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden. Eerder was hij hoofd van de onderzoeksafdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC.

B. Vergouw MSc.
Bas Vergouw MSc. is werkzaam als digitaal onderzoeker bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en houdt zich voornamelijk bezig met open source intelligence.
Artikel

De brug tussen wetenschap en opsporingspraktijk

Onderzoek naar de toepassing van sociale netwerkanalyse in de opsporing

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden social network analysis (SNA), big data, criminal investigation, intelligence
Auteurs Drs. Paul Duijn en Dr. Peter Klerks
SamenvattingAuteursinformatie

    Social network analysis (SNA) has taken its place in the field of criminology, although among Dutch criminologists the emphasis remains on conceptual contributions. Meanwhile, the world of criminal investigation and intelligence has witnessed the development of a blossoming SNA-practice. The emergence of big data makes SNA an indispensable tool to exploit the oceans of data in a meaningful way. Unfortunately, when it comes to employing SNA, academia and the investigations and intelligence domains remain separated. While Dutch analysts adopt scientific ideas and concepts, they rarely contribute to the body of literature; confidential SNA reports remain inaccessible. Shedding light on over forty SNA related internal police studies, this article bridges the gap between Dutch academic criminologists and ‘pracademics’ in law enforcement.


Drs. Paul Duijn
Drs. P.A.C. Duijn is als strategisch analist werkzaam binnen de eenheid Den Haag van de Nationale Politie en is als docent verbonden aan de Politieacademie.

Dr. Peter Klerks
Dr. P.P.H.M. Klerks werkt als raadadviseur bij het Parket-Generaal van het Openbaar Ministerie en is als docent verbonden aan de Politieacademie.
Artikel

De ongeldigverklaring van de Dataretentierichtlijn: een nieuwe stap in de bescherming van de grondrechten door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden grondrechten, gegevensbescherming, ongeldige richtlijn, verkeersgegevens, evenredigheidstoetsing
Auteurs Mr. Hielke Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 april 2014 heeft het Hof van Justitie een opmerkelijk arrest gewezen in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger.
    Het heeft voor het eerst wegens strijd met het EU-Handvest voor de grondrechten een richtlijn in zijn geheel vernietigd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de Uniewetgever met de vaststelling van de Dataretentierichtlijn de door het evenredigheidsbeginsel gestelde grenzen heeft overschreden die hij in het licht van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 van het Handvest in acht dient te nemen. Het heeft geen beperking in de tijd aangebracht (het Hof van Justitie wijkt hiermee af van de conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón, overwegingen 154-158).
    HvJ EU 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Digital Rights Ireland en Seitlinger, EU:C:2014:238, n.n.g.


Mr. Hielke Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is verbonden aan de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS), tot 1 juli 2014 als afdelingshoofd Policy & Consultation. Thans heeft hij een sabattical, en werkt hij aan een onderzoek naar de grondrechtenbescherming op internet en de rol van de EU daarbij, als geassocieerd medewerker van de Vrije Universiteit Brussel en van de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

    Bij besluit inzake snelheidsverhoging op de A13 Overschie is wat betreft de aspecten geluid en luchtverontreiniging onvoldoende gewicht toegekend aan de belangen van omwonenden.

Artikel

Artikel 8 EVRM: proportionaliteit en verwerking van persoonsgegevens

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit, EHRM, dataprotectierichtlijn, wetgevingsproces
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. M.W. Raijmakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien ontwerpwetgeving leidt tot de verwerking van persoonsgegevens, moet de wetgever in veel gevallen een toets uitvoeren aan artikel 8 EVRM en het relevante EU-recht. Bij die toets draait het vaak om de vraag of de beperkende maatregel voldoet aan het proportionaliteitsvereiste. In de Straatsburgse rechtspraak is de proportionaliteit een paraplu waaronder uiteenlopende waarborgen worden geschaard. De complexiteit en veelomvattendheid van de proportionaliteitstoets werken door op nationaal niveau. De wijze waarop de proportionaliteitstoets door de Nederlandse wetgever wordt verricht, is wisselvallig. Soms vindt een expliciete toetsing plaats in het kader van artikel 8 EVRM, vaak is dat ook niet het geval.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl

Mr. M.W. Raijmakers
Mr. M.W. Raijmakers is sectorhoofd directie Advisering bij de Raad van State. m.raijmakers@raadvanstate.nl

    Ten onrechte is in casu niet de plaatsing en instandhouding van een geluidscherm geregeld

Artikel

De Wet BOB tegen het (zon)licht gehouden

De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bijzondere opsporingsbevoegdheden, strafvordering, BOB, dwangmiddelen
Auteurs Mr. E. Witjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in dit artikel een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden uit de Wet BOB, die in 2012 in werking is getreden op Aruba (en Curaçao en Sint Maarten). Achtereenvolgens worden planmatige observatie, infiltratie, pseudokoop of -dienstverlening, stelselmatig inwinnen van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats, het opnemen van (vertrouwelijke) communicatie, burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinnen van informatie en burgerinfiltratie besproken. Hierbij worden de ervaringen betrokken die in Nederland zijn opgedaan met deze wet (de Wet BOB functioneert daar reeds een decennium), voor zover dit relevant is voor de Caribische situatie. Het artikel beoogt naast een algemene introductie ook enkele pijnpunten bloot te leggen en suggesties te doen ten behoeve van het functioneren van de Wet BOB in kleinschalige rechtsordes.


Mr. E. Witjens
Mr. E. Witjens is wetenschappelijk hoofdmedewerker straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Aruba.
Artikel

De Nederlandse staat van internetvrijheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden internet freedom, legislation the Netherlands, retainment of customer data, privacy, net neutrality
Auteurs O.L. van Daalen
SamenvattingAuteursinformatie

    When thinking of restrictions on internet freedom, people often look to countries such as Egypt and Libya. But internet freedom in countries such as the Netherlands also warrants close examination. This article discusses a selection of Dutch measures which infringe on the fundamental right to privacy and communication freedom on the internet. With regard to privacy, it starts with the Dutch law requiring telecommunications providers to retain customer data, such as all records and location data. Also the plans to monitor internet traffic by the intelligence services as well as the lack of transparency on data requests by the Dutch government are discussed. With regard to communications freedom, the new Dutch law on net neutrality is analysed and described as positive for internet freedom. However, the author also sees developments threatening internet freedom. He mentions plans to introduce web blocking for websites facilitating copyright infringement and a draft law to allow the police to take down websites without judicial intervention. The author argues that the Netherlands should significantly improve its own state of internet freedom, especially if it wants to credibly claim that other countries should protect internet freedom.


O.L. van Daalen
Mr. Ot van Daalen is directeur van de digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs Marit Scheepmaker

Marit Scheepmaker
Artikel

Opsporingsbevoegdheden en privacy

Een internationale vergelijking

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs J.B.J. van der Leij
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch regulation of phone tapping has a great deal of safeguards built in to ensure that this investigation method isn't used flippantly. Despite this, it appears that phone tapping is far more commonly used in The Netherlands than in any other western nation, including England, Sweden and Germany. This study shows that, due to differences in registration of phone tapping statistics, it is difficult to compare various countries' practices. However, it does appear that the Dutch authorities don't perceive to have viable alternatives to phone tapping. The limited alternatives that they do (perceive themselves to) have, such as infiltration, pose even greater ethical considerations, making them less attractive. Authorities in England, Sweden and Germany appear to use alternative investigation methods much more frequently than those in The Netherlands. Some examples of the types of alternatives more often resorted to in other countries are the use of traffic data, (intrusive) surveillance and various forms of infiltration. A comparison of the regulations in all four countries showed differences in the degree to which phone tapping is perceived to pose ethical considerations (posing a threat to the privacy of citizens) as an investigatory method.


J.B.J. van der Leij
Mr. dr. Bas van der Leij is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC.

    The future of wiretapping is threatened by encryption and developments in the telecommunications industry. Internet communications changed the wiretapping landscape fundamentally. In practice it is often impossible to wiretap all possible internet connections. Not all communication providers are obliged to execute wiretap orders. This limits the use of a wiretap in an increasingly digital world. Although the content of certain encrypted Voice-over-IP communications and private messages might not be visible to law enforcement officials, the traffic data are. These traffic data show when the suspect connects to certain communication services, which provide important clues to proceed in a criminal investigation. It is important to have a discussion whether our wiretap laws need to be amended to better fit the needs of law enforcement. However, to make such a debate possible we need transparency. A good first step is to provide details and statistics about the use of internet wiretaps.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.
Artikel

(Fast)food for thoughts: de uitspraak van het Hof van Justitie in de Scarlet/Sabam-zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving intellectuele eigendom, ISPs, grondrechten, proportionaliteit, E-Commerce Richtlijn
Auteurs Dr. N. Helberger en Mr. drs. J. van Hoboken
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Scarlet/Sabam heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de juiste balans in de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op internet en zorgplichten van ISPs. Meer concreet gaat het over het controversiële gebruik van internet monitoring en filters door ISPs voor het verkeer van hun klanten in de ‘strijd tegen piraterij’. De discussie rond de handhaving van auteursrechtschendingen op het internet en de betrokkenheid van ISPs is buitengewoon actueel, ook met het oog op een aantal recente ontwikkelingen in Europa, waaronder de aanvulling van delen uit de E-Commerce Richtlijn. Dit artikel plaatst de uitspraak in zijn grotere politieke context en biedt een aantal kritische reflecties.


Dr. N. Helberger
Dr. N. Helberger is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. drs. J. van Hoboken
Mr. drs. J. van Hoboken is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in jurisprudentie en wetgeving

Van onderzoeksverplichtingen tot programmatoetsing

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden NSL, programmatoetsing, toepasbaarheidsbeginsel, luchtkwaliteitseisen, onderzoek
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand en Mr. dr. C.N van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van medio mei 2009 tot medio april 2010 laat zien dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) als grondslag voor individuele besluitvorming is geaccepteerd. Programmatoetsing is daarmee een vierde mogelijkheid om bij besluitvorming de luchtkwaliteitseisen voldoende mee te laten wegen. De uitkomsten van de eerste monitoring van het NSL zullen bepalen of de komende tijd enkel en alleen kan worden verwezen naar het NSL. Projecttoetsing is eveneens nog aan de orde met allerlei aanscherping van eerdere lijnen uit de jurisprudentie, daarbij komen ook andere nieuwe aspecten als het toepasbaarheidsbeginsel aan bod.Bovendien is er weer meer verduidelijkt over de mogelijkheden van tegenonderzoek bij het bestrijden van een specifiek plan. Tot slot lijkt de wetgever nog altijd niet klaar met het ‘finetunen’ van de wetgeving inzake luchtkwaliteit.


Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. (Kitty) van den Brand is milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket te Amsterdam en is tevens redactielid van TO.

Mr. dr. C.N van der Sluis
Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis is advocaat bij Ploum Lodder Princen advocaten en notarissen te Rotterdam.
Artikel

Van een impasse naar een crisis- en herstelwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden crisis- en herstelwet, impasse, gebiedsontwikkeling, duurzame gebiedsontwikkeling
Auteurs Mr. A. ten Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In februari 2009 verscheen het rapport ‘Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling’. Het rapport geeft een beschrijving van de redenen waarom gebiedsontwikkeling in Nederland (te) vaak leidt tot vertraging en frustraties. In het rapport wordt ook gezocht naar oplossingen die moeten leiden tot de ontwikkeling en realisatie van plannen met een hoge ruimtelijke en milieukwaliteit. Het rapport heeft mede vanwege de economische crisis ruim aandacht gekregen in de media en de politiek. In het crisisbeleid van het kabinet is een ‘crisis- en herstelwet’ (hierna: Herstelwet) aangekondigd. De minister van VROM heeft in het verlengde van die aankondiging een actieprogramma ‘Vernieuwing instrumentarium milieu en ruimtelijke ontwikkeling’ vastgesteld, waarin een ‘Wet gebiedsontwikkeling en milieu’ wordt aangekondigd. Deze bijdrage vormt in de eerste plaats (par. 1-3) een korte weergave van het rapport, met inbegrip van de in het rapport benoemde voorbeelden. In de tweede plaats (par. 4-9) wordt ingegaan op de mogelijke inhoud van de door het kabinet aangekondigde Herstelwet, waardoor procedures voor infrastructurele en grote bouwprojecten zouden moeten worden versneld en vereenvoudigd.


Mr. A. ten Veen
Mr. A. ten Veen is als advocaat-partner verbonden aan Stibbe te Amsterdam. Tevens is hij lid van het informele Platform Milieu en Gebiedsontwikkeling, welk platform betrokken is geweest bij de totstandkoming van de, onder verantwoordelijkheid van prof. mr. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar, Gebiedsontwikkeling TU Delft, rapportage ‘Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling’, februari 2009, ISBN 978-90-813973-1-5.
Discussie

Foucault en de beheersbaarheidsmentaliteit

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden transparantie, beheersbaarheid, privacy, instrumentalisme, macht, regeerkunst (oud en nieuw)
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkelingen die de burger transparant maken en diens privacy beperken, zijn niet alleen te wijten aan de opkomst van nieuwe technologie en een versterkt beheersingsstreven bij de overheid dat zich onder invloed van de terroristische dreiging manifesteert. Transparantie berust op een algemene mentaliteit die gericht is op beheersbaarheid van risico’s. De Franse filosoof Foucault analyseerde dertig jaar geleden al de historische ontwikkelingen die de opkomst van een beheersbaarheidsmentaliteit onafwendbaar maakten. Zijn analyse van macht en kennis is nog steeds verhelderend, net als zijn vergelijking van de oude regeerkunst die van het recht gebruikmaakte, en de nieuwe regeerkunst die naar voren komt in disciplinerende kennispraktijken.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.