Zoekresultaat: 67 artikelen

x
Sociaal beleid

Coördinatie van sociale zekerheid en ‘forumshopping’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, aanwijsregels, detachering, forumshopping, uitzendbureaus
Auteurs Prof. mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in de in deze bijdrage te bespreken arresten is of, en zo ja, onder welke voorwaarden, ondernemingen gebruik kunnen maken van hun recht op verkeer om profijt te trekken uit verschillen in de socialezekerheidsbijdragen die zij voor hun werknemers moeten betalen. De arresten laten zien dat het Hof van Justitie bijzonder huiverig is voor ‘forumshopping’. De in artikel 12 en 13 Verordening (EG) nr. 883/2004 inzake de coördinatie van sociale zekerheid opgenomen aanwijsregels dienen strikt en op een ‘werknemersvriendelijke’ wijze te worden uitgelegd.
    HvJ 3 juni 2021, zaak C-784/19, ECLI:EU:C:2021:427 (Team Power), HvJ 20 mei 2021, zaak C-879/19, ECLI:EU:C:2021:409 (Format II), HvJ 16 juli 2020, zaak C-6101/18, ECLI:EU:C:2020:565 (AFMB).


Prof. mr. A.P. van der Mei
Prof. mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees Sociaal Recht aan de Universiteit Maastricht.
Annotatie

Sociale zekerheid en controle op detacheringen binnen de EU. Nieuwe wending in de rol van de detacheringsverklaringen bij fraude

HvJ EU 6 februari 2018, zaak C-359/16 (Altun e.a./Openbaar Ministerie)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Europese Unie, Detachering, Sociale zekerheid, A1-verklaringen, Fraude
Auteurs Prof. mr. H. Verschueren
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage annoteert het arrest Altun (C-359/16) van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de betekenis van de A1-verklaringen bij de toepassing van de Europese socialezekerheidscoördinatie (Verordening 883/2004). Deze zaak ging over de controle die de ontvangstlidstaten kunnen uitoefenen op de correcte toepassing van de regels met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving bij detachering binnen de EU. Dit artikel gaat op de eerste plaats dieper in op de voorwaarden met betrekking tot de toepassing van deze detacheringsregels en op de tot nog toe bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie over de betekenis van de detacheringsverklaringen. Het licht dan verder toe hoe het Hof aan deze rechtspraak een nieuwe wending heeft gegeven door de rechter van de ontvangstlidstaat de mogelijkheid te geven om, indien fraude kan worden aangetoond, deze verklaringen naast zich neer te leggen en zijn eigen socialezekerheidswetgeving toe te passen. Het concludeert dat deze rechtspraak de mogelijkheden om fraude en sociale dumping tegen te gaan slechts in beperkte mate heeft uitgebreid.


Prof. mr. H. Verschueren
Prof. mr. H. Verschueren is gewoon hoogleraar Europees en internationaal sociaal recht aan de Universiteit Antwerpen. Hij doet vooral onderzoek naar de juridische aspecten van grensoverschrijdende tewerkstelling (arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht) en naar de sociale rechten van migrerende Unieburgers. Zie voor meer gegevens: en www.uantwerpen.be/nl/personeel/herwig-verschueren/.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Artikel

Waarom er fiscaal nog iets zou moeten worden geregeld

‘Ways to tackle inheritance cross-border tax obstacles facing individuals within the EU’

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Grensoverschrijdende nalatenschappen / Successions in Europe, Inheritance crossborder tax obstacles, Habitual residence, Aanknopingspunten voor heffing, Situsland
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op het rapport van de EU Expert Group: ‘Ways to tackle inheritance crossborder tax obstacles facing individual within the EU.’ Zij is van mening dat om de vraag te kunnen beantwoorden of de in het rapport gegeven weg naar een oplossing de juiste is, nog het nodige moet worden onderzocht. Gebruikmaking van het netwerk van de CNUe kan daarbij nuttig zijn.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam bij Athena Advies en Praktijk te Maastricht.
Artikel

Jurisprudentie zoeken op Europese schaal

Hoe de ECLI-zoekmachine de grensoverschrijdende toegankelijkheid van rechterlijke uitspraken vergroot

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. dr. M. van Opijnen en Mr. drs. B. Veenman
SamenvattingAuteursinformatie

    De European Case Law Identifier (ECLI) is inmiddels door acht lidstaten en drie Europese gerechten geïmplementeerd. Het citeren en vinden van uitspraken wordt daarmee reeds vereenvoudigd, maar de echte kracht van het ECLI-raamwerk zal beter zichtbaar worden nu ook de ECLI-zoekmachine beschikbaar is. Op deze door de Europese Commissie ontwikkelde website zijn miljoenen rechterlijke uitspraken op uniforme wijze doorzoekbaar gemaakt. Weliswaar is deze zoekmachine een belangrijke stap voorwaarts, maar de komende jaren zal nog veel werk moeten worden verzet om de grensoverschrijdende toegankelijkheid van rechtspraak verder te verbeteren. Voor een deel kan dat met slimme technologie, maar ook de rechterlijke macht zelf zal een bijdrage moeten leveren.
    https://e-justice.europa.eu/content_ecli_search_engine-430-nl.do


Mr. dr. M. van Opijnen
Mr. dr. M. (Marc) van Opijnen is adviseur rechtsinformatica bij het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (UBR|KOOP). Hij is lid van de EU-raadswerkgroep e-justice/e-law en van de ECLI-expertgroep van de Europese Commissie. Tevens is hij coördinator van het project ‘Building on ECLI’.

Mr. drs. B. Veenman
Mr. drs. B. (Bart) Veenman is adjunct-directeur Bestuursrechtspraak bij de Raad van State. Dit artikel kwam tot stand met financiële steun van het Justice Programme van de Europese Unie. De inhoud van dit artikel valt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de auteurs en kan op geen enkele wijze geacht worden de opvattingen van de Europese Commissie weer te geven.

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Mertens geoordeeld dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds arbeidscontract deeltijds werkzaam wordt bij een andere onderneming in dezelfde lidstaat gedeeltelijk werkloos is. Een situatie van volledige werkloosheid is slechts aan de orde indien de betrokken werknemer volledig heeft opgehouden te werken.
    HvJ 5 februari 2015, C-655/13, Mertens, ECLI:EU:C:2015:62


Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveert aan de Universiteit Hasselt.
Praktijk

Kroniek rechtspraak EU

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden gezondheidsrecht, Hof van Justitie van de EU, zorg in het buitenland, beroepen, aanbesteding
Auteurs Mr. M.T. de Gans en mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie van het EU Hof op het terrein van het gezondheidsrecht in de periode van 1 september 2011 tot 1 januari 2015. De behandelde arresten hebben betrekking op de aanbesteding, organisatie en financiering van de gezondheidszorg, genees- en hulpmiddelen, discriminatie op grond van handicap, zorg in het buitenland en beroepen.


Mr. M.T. de Gans

mr. H.M. Stergiou
Tom de Gans en Hélène Stergiou zijn werkzaam bij de afdeling Europees recht van de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

De EU-bevoegdheid betreffende de externe coördinatie van sociale zekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, externe betrekkingen, associatieovereenkomsten, rechtsbasis, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 48 VWEU kent aan de EU-wetgever de bevoegdheid toe de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten te coördineren teneinde het vrij verkeer van werknemers binnen de EU te faciliteren. In twee door het Verenigd Koninkrijk tegen de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 263 VWEU ingestelde beroepen, diende het Hof van Justitie zich te buigen over de vraag of de EU-wetgever deze bevoegdheid voor ‘interne’ coördinatie ook kan aanwenden voor een besluit gericht op de uitbreiding van de Socialezekerheidsverordening 883/2004 tot het grondgebied en de onderdanen van derde landen. Het Hof van Justitie oordeelt dat de EU-wetgever dat kan: artikel 48 VWEU kan de rechtsbasis vormen voor een besluit gericht op een dergelijke ‘externe’ coördinatie van sociale zekerheid indien derde staten op basis van associatieakkoorden voor doeleinden van socialezekerheidscoördinatie reeds zijn gelijkgesteld aan EU-lidstaten. Deze bijdrage analyseert de twee arresten en beziet de mogelijke implicaties.HvJ EU 26 september 2013, zaak C-431/11, Verenigd Koninkrijk/Raad van de Europese Unie, n.n.g. en HvJ EU 27 februari 2014, zaak C-656/11, Verenigd Koninkrijk/Raad van de Europese Unie, n.n.g.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan Maastricht Center for European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

Grenzen voor de EU-wetgever bij het machtigen van Europese agentschappen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU agentschappen, ESMA, Meroni, Romano, institutioneel evenwicht, delegatie
Auteurs Drs. M. Chamon
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke bevoegdheden kan de Uniewetgever overdragen aan EU-agentschappen (Europese ZBO's) en welke grenzen dienen hierbij gerespecteerd te worden? Sinds de bestuurlijke verzelfstandigingstendens zich ook op EU-niveau doorzette, vormden deze vragen het voorwerp van debat. Aangezien de Verdragen hier stilzwijgend over zijn, zochten rechtsgeleerden en ook de instellingen houvast in (verouderde) rechtspraak van het Hof van Justitie uit de tijd van de EGKS. In de short selling-zaak heeft het Hof nu voor het eerst zelf antwoord gegeven op deze vragen en dit met betrekking tot een bevoegdheidstoekenning aan de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten.


Drs. M. Chamon
Drs. M. Chamon is assistent en doctoraalonderzoeker aan het Europees Instituut van de Universiteit Gent (Jean Monnet Centre of Excellence).
Casus

Europese regelgevende agentschappen op drift?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden regelgevende agentschappen, short selling, financieel toezicht, delegatie, attributie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU kent geen duidelijk verdragsrechtelijk of formeel-wettelijk kader met betrekking tot de oprichting, taken en bevoegdheden van agentschappen, terwijl de afgelopen jaren steeds belangrijkere regelgevende en uitvoerende taken aan deze agentschappen zijn toegekend. De oprichting van drie ‘European supervisory agencies’ verantwoordelijk voor het micro-prudentiële toezicht op financiële instellingen vormt het meest actuele voorbeeld daarvan. Aan deze agentschappen zijn belangrijke regulerende bevoegdheden toegekend, zoals die tot het ontwerpen van technische standaarden ter harmonisatie van regels betreffende het financiële toezicht. Deze regulerende standaarden dienen weliswaar formeel nog door de Europese Commissie te worden goedgekeurd, maar het is duidelijk dat het zwaartepunt voor het ontwerpen van de inhoud ervan de facto bij de agentschappen ligt. In een recente zaak bij het Hof van Justitie van de EU heeft het Verenigd Koninkrijk fundamentele bezwaren geuit tegen de mate waarin en wijze waarop regelgevende en uitvoerende taken aan deze Europese agentschappen zijn toegekend.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Praktijk

Kroniek rechtspraak zorgverzekeringsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, verzekerde aanspraak, zorgverzekeraar, zorgverzekeringsrecht, Zorgverzekeringswet
Auteurs Mr. H.M. den Herder en mr. C. van Balen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten sinds 1 juli 2011 behandeld. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden de volgende onderwerpen besproken: de inhoud van de zorgverzekering, de zorgverzekeraars en de taken en bevoegdheden van het College voor zorgverzekeringen. Wat betreft de AWBZ komen aan bod: de kring der verzekerden en de aanspraken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij Lexsigma Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Hudzinski: Verdere inbreuk op de exclusieve werking van de aanwijsregels van Verordening 2004/883/EG inzake de coördinatie van sociale zekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Sociale zekerheid migrerende werknemers, Aanwijsregels, Exclusieve werking, Aansluiting verzekering, Samenloop van uitkeringen
Auteurs Mr. A.P van der Mei en H. van der Most
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Hudzinski bevestigt het Hof van Justitie de in het arrest Bosmann getrokken conclusie dat de zogenoemde exclusieve werking van de aanwijsregels van het coördinatieregime voor de sociale zekerheid niet impliceert dat een andere dan de bevoegde staat geen uitkeringen mag toekennen. Het Hof van Justitie gaat in Hudzinski echter een stap verder door uit te maken dat de verdragsregels inzake vrij verkeer een niet-bevoegde lidstaat mogelijk zelfs kunnen gebieden uitkeringen toe te kennen.


Mr. A.P van der Mei
A.P. van der Mei is universitair hoofddocent, Maastricht Center for European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.

H. van der Most
H. van der Most is senior juridisch beleidsadviseur, Directie Juridische Zaken, Sociale verzekeringsbank.
Artikel

Grensoverschrijdend patiëntenverkeer in de Zorgverzekeringswet: is de voorgenomen wijziging van artikel 13 Europeesrechtelijk houdbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden EU-recht, gecontracteerde zorg, grensoverschrijdend patiëntenverkeer, restitutiepolis, zorg in natura
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld om artikel 13 Zorgverzekeringswet te wijzigen. Het doel hiervan is om zorgverzekeraars de mogelijkheid te bieden om niet-gecontracteerde zorg, ook die ondergaan is in het buitenland, niet te vergoeden. Volgens de regering zou de EU-richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg dit toestaan. Nagegaan wordt of deze stelling hout snijdt. Bij de auteur bestaat de zorg dat bij onjuiste implementatie van Richtlijn 2011/24 zich vele ingewikkelde Europeesrechtelijke kwesties zullen voordoen. Dit zou ten koste gaan van de patiënt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Johan van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Prof. dr. H.C.F.J.A. de Waele en mr. K. van der Touw worden hartelijk dank gezegd voor hun waardevolle commentaar. Uiteraard komt hetgeen in dit artikel wordt betoogd alleen voor rekening van de auteur.
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Artikel

Het toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten in de zeevaart

Een commentaar op HvJ EU 15 december 2011, zaak C-384/10, Voogsgeerd/Navimer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden toepasselijk recht/EVO, plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, vestiging van de werkgever, hiërarchie van aanknopingsfactoren, toerekenen van overeenkomst aan bepaald concernonderdeel
Auteurs Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het arrest Koelzsch (zaak C-29/10) bevat het onderhavige arrest opnieuw een uitleg van artikel 6 van het Europees Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO). Het Hof van Justitie continueert in belangrijke mate de lijn ingezet in het eerdere arrest. Het belang van deze uitspraak schuilt in (1) de toepassing van de eerder ontwikkelde criteria voor het bepalen van de gewone werkplek op een arbeidsverhouding in de zeevaart en (2) de nadere uitleg die wordt gegeven aan de aanknoping aan de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen.


Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
Prof. dr. A.A.H. van Hoek is hoogleraar IPR en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De grenzen van de Unie: het vrije verkeer van werknemers op het continentaal plat

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden artikel 45 VWEU, verordening (EG) nr. 883/2004, Continentaal platTerritoriale werkingssfeer, vrijwillige verzekering
Auteurs H. van der Most
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevatten een opsomming van de lidstaten van de Europese Unie en van de overige gebieden waarop deze verdragen van toepassing zijn. Deze voorschriften betreffende de territoriale werking van de verdragen bakenen in beginsel ook de territoriale werkingssfeer van het afgeleide Unierecht af. Betekent dit nu dat de verdragen en de uitvoeringsregelingen op het gebied van het vrije verkeer van werknemers alleen zien op rechtsfeiten die zich afspelen binnen het territorium van de lidstaten van de Unie of regelt het Unierecht op dit vlak de relaties tussen lidstaten zelfs voor aspecten die zich buiten de lidstaten van de Unie afspelen? Zulk een brede vraag kan weliswaar aan het Hof van Justitie worden gesteld, maar zoals bekend beperkt het Hof zich in zijn antwoorden in de regel tot de casus die aan het arrest ten grondslag ligt. Wie op zoek gaat naar het antwoord op de algemene vraag ziet daarom veel variaties op dit thema maar moet zelf een algemene lijn destilleren. Aan deze lijn heeft het Hof van Justitie op 17 januari 2012 het arrest Salemink toegevoegd.


H. van der Most
H. van der Most is senior juridisch beleidsadviseur bij Directie Juridische Zaken, Sociale verzekeringsbank.
Praktijk

Kroniek rechtspraak EU

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden EU Hof, EU-Werkingsverdrag, gezondheidsrecht, jurisprudentie, zorg in het buitenland
Auteurs Mr. M.T. de Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het terrein van het gezondheidsrecht in de periode van 1 juni 2010 tot 1 september 2011. De behandelde arresten hebben betrekking op de organisatie en financiering van de gezondheidszorg, zorg in het buitenland en bloedproducten, genees- en hulpmiddelen.


Mr. M.T. de Gans
Tom de Gans is plaatsvervangend hoofd van de afdeling Europees recht van de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Zorg over de grens: de arresten Commissie/Frankrijk en Elchinov

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Elchinov, patiëntenrichtlijn, grensoverschrijdende zorg, EU-verenigbaarheidstoezicht
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Commissie/Frankrijk en Elchinov zullen niet de geschiedenisboeken in gaan als baanbrekende arresten die de EU-regels betreffende de vergoeding van de kosten van grensoverschrijdende zorg significant wijzigen. De door het Hof van Justitie getrokken conclusies vloeien logisch voort uit eerdere rechtspraak, komen overeen met de conclusies van respectievelijk Advocaten-generaal Cruz Villalón en Sharpston1x Om deze reden worden de conclusies van de twee A-G’s niet apart besproken. en zijn in lijn met de relevante bepalingen van de recent aangenomen Richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (Patiëntenrichtlijn).2x De richtlijn werd door de Raad aangenomen op de dag dat deze bijdrage werd afgerond: 28 februari 2011. Zie verder het persbericht van de Raad van de Europese Unie, 28 februari 2011, 7056/11, beschikbaar op <www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_Data/docs/pressdata/en/lsa/119514.pdf>. Zie voor een commentaar op het voorstel van de Commissie (COM(2008)414) voor deze richtlijn W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij Grensoverschrijdende Zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. Niettemin, Commissie/Frankrijk en Elchinov verdienen aandacht. In de eerste plaats omdat het Hof van Justitie nadere duidelijkheid verschaft over verenigbaarheid met het EU-recht van nationale regels die de vergoeding van de kosten van in een andere lidstaat ontvangen zorg afhankelijk stellen van voorafgaande toestemming. In de tweede plaats omdat het Hof van Justitie weigert afstand te nemen van de ‘aloude’ regel dat het EU-recht zich verzet tegen een nationale regel die lagere rechters gebiedt uitvoering te geven aan een arrest van de, of een, hoogste rechter dat mogelijk in strijd is met het EU-recht.

Noten

  • 1 Om deze reden worden de conclusies van de twee A-G’s niet apart besproken.

  • 2 De richtlijn werd door de Raad aangenomen op de dag dat deze bijdrage werd afgerond: 28 februari 2011. Zie verder het persbericht van de Raad van de Europese Unie, 28 februari 2011, 7056/11, beschikbaar op <www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_Data/docs/pressdata/en/lsa/119514.pdf>. Zie voor een commentaar op het voorstel van de Commissie (COM(2008)414) voor deze richtlijn W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij Grensoverschrijdende Zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is universitair docent aan de capaciteitsgroep Internationaal & Europees recht van de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 67 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.