Zoekresultaat: 14 artikelen

x

Femke Ruitenbeek-Bart
Femke Ruitenbeek-Bart is verbonden aan de Erasmus School of Law en werkt aan een proefschrift over de ervaringen van veroorzakers van letselschade in de civiele letselschadepraktijk.
Column

Geen bancair klantonderzoek op verzoek van het OM

Aandachtspunten voor een vrijwaring voor het niet-naleven van de wet

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Wwft, Klantonderzoek, Vertrouwensbeginsel, Bank, Vrijwaring
Auteurs Mr. S.J. Lopik en Mr. J.R. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het OM verzoekt banken steeds vaker om geen klantonderzoekshandelingen, ook wel know your customer- of KYC-handelingen, ten opzichte van een bepaalde klant te verrichten. Dergelijke handelingen zouden in bepaalde gevallen namelijk schadelijk kunnen zijn voor het strafrechtelijk onderzoek. Als een bank bereid is om aan zo’n verzoek van het OM mee te werken, loopt die bank verschillende risico’s op strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het OM kan deze risico’s afdekken door de bank hiervoor strafrechtelijk te vrijwaren. In de praktijk neemt het uitonderhandelen van de vrijwaringstekst nog vaak veel tijd in beslag. Een standaardvrijwaring zou dit probleem oplossen.


Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. J.R. Kramer
Mr. J.R. Kramer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Modernisering van de beklagregeling ex artikel 12 Sv: ‘Full dress’ voor het slachtoffer?

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden klachtprocedure artikel 12 Sv, slachtofferrechten in het vooronderzoek, grondslagen, vervolgingsmonopolie
Auteurs Dr. R.S.B. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van de Wet Versterking Slachtoffers (VPS, 2010) hebben slachtoffers rechten gekregen waarmee zij inbreng kunnen hebben in het vooronderzoek. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om bij het uitblijven van vervolging of opsporing een klaagschrift in te dienen bij het hof in het kader van de artikel 12 Sv-procedure. Het voornemen van de minister is deze regeling te verruimen, onder andere om de staande jurisprudentie te codificeren. Hoewel de verruiming inhoudelijk bijval verdient, is nog onvoldoende sprake van een systematisch op elkaar betrekken van de klachtprocedure en de procespositie van het slachtoffer als belanghebbende bij het vooronderzoek. Handvatten daartoe kunnen worden ontleend aan het project Strafvordering 2001.


Dr. R.S.B. Kool
Dr. R.S.B. Kool is als universitair hoofddocent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut en Ucall.
Artikel

Niet zulke jazzy impressies uit Japan

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2017
Trefwoorden Japan, juryrechtspraak, quasi-jurystelsel, burgerjury, slachtoffer, detentieregime, discretionaire ruimte, Japans strafrecht, Japans strafprocesrecht
Auteurs Lucas Noyon en Beatrijs Jue-Volker
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the experiences that authors gained during a study trip to Japan. In general terms, the main features of Japanese criminal law are being observed. This system resembles the letter of Dutch criminal law, but in practice it appears to differ greatly. Among other things, attention is paid to the strong position of the prosecutor’s office, the high conviction rate, the limited contradictory nature of the criminal procedure, and the relative strong position of the victim. Subsequently, attention is given to some recent reforms, including the democratization of criminal law. Also, authors describe a visit to the Fuchu-prison. This article concludes with the question to what extent we could learn something from the Japanese practice in the Netherlands.


Lucas Noyon
Lucas Noyon is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Beatrijs Jue-Volker
Beatrijs Jue-Volker is als docent verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens redacteur van PROCES.
Artikel

Voorlopige maatregelen uit het economisch strafrecht in handen van het openbaar bestuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden verbreding bestuurlijk handhavingsinstrumentarium, voorlopige maatregelen WED
Auteurs Mr. ing. B.F. Algera
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorlopige maatregelen ex artikel 28 en 29 Wet op de economische delicten zijn interessant indien daarmee de bestuurlijke reparatoire handhaving zou kunnen worden versterkt. Dwangsom of bestuursdwang zijn immers steeds vaker niet toereikend bij complexe overtredingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verplichten tot het nalaten van bepaalde handelingen. Bij de rechtbank kan de officier van justitie verzoeken om bijvoorbeeld onderbewindstelling of tijdelijke stillegging van een onderneming. Deze maatregelen worden nu zelden opgelegd. De officier van justitie beschikt, anders dan het bestuur, immers vaak niet over de specifieke deskundigheid om te kunnen bepalen of een voorlopige maatregel geoorloofd is, hoe deze precies moet worden geformuleerd en wat de mogelijke impact en risico’s van de maatregel zijn. Wel is een nieuw samenspel tussen bestuur en Openbaar Ministerie vereist indien het bestuur deze bevoegdheid zou krijgen toebedeeld.


Mr. ing. B.F. Algera
Mr. ing. B.F. Algera is jurist omgevingsrecht bij de provincie Noord-Brabant.
Artikel

Bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Als gekozen wordt voor de bestuurlijke strafbeschikking, dan moet de behandeling van het verzet kunnen worden toevertrouwd aan het bestuursorgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, sanctierecht, (bestuurlijke) boete, (bestuurlijke strafbeschikking, Omgevingswet
Auteurs Mr. B.M. Kocken
SamenvattingAuteursinformatie

    In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is door de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek verricht naar mogelijke sanctiestelsels voor de Omgevingswet. In het eindrapport De punitieve handhaving van de Omgevingswet gaan de opstellers in op de vraag: moet de bestuurlijke boete brede toepassing in het omgevingsrecht krijgen, of dient te worden gekozen voor verruiming en vernieuwing van de bestuurlijke strafbeschikking? Voorgesteld wordt onder meer de behandeling van het verzet onder omstandigheden toe te vertrouwen aan het bestuursorgaan. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of dit voorstel in de Omgevingswet zou moeten worden overgenomen. Tevens wordt ingegaan op de sancties in het huidige omgevingsrecht en op de vraag: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?


Mr. B.M. Kocken
Mr. B.M. Kocken is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De rol van de strafrechter: van waarheidsvinder naar regisseur van de proceslogistiek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2016
Trefwoorden moderniseringstraject / modernisation project, strafvordering / Code of Criminal Procedure, strafrechter / criminal judge, waarheidsvinding / truth finding, rechtsbescherming / legal protection
Auteurs mr. drs. Egge Luining
SamenvattingAuteursinformatie

    The current legislative project aiming to modernise the Dutch Code of Criminal Procedure will have far reaching consequences for how criminal law is organised and therefore has implications for the criminal law practice. A large implication is the changing role of the criminal judge. As the judge traditionally has an important role to play with regard to truth finding and legal protection, this raises the question what the legislative project means for this role and whether complete and balanced truth finding and legal protection are sufficiently guaranteed. This article provides answer to this question and offers some recommendations.


mr. drs. Egge Luining
Mr. drs. Egge Luining is wetenschappelijk docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    De centrale vraag in dit artikel is of rechterlijke toetsing van transacties wenselijk is. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in paragraaf 2 allereerst kort in op de geuite kritiek over de transactiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie (OM). Vervolgens wordt in paragraaf 3 de huidige schikkingsregeling uiteengezet, waarna in paragraaf 4 de thans bestaande mogelijkheden om een schikking voor te leggen aan de rechter aan bod komt. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van een rechterlijke toetsing bij schikking, komt in paragraaf 5 de rechterlijke controle op schikkingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan bod. Wij sluiten in paragraaf 6 het artikel af met ons antwoord op de centrale vraag en doen daarnaast enkele aanbevelingen.


mr. N.G.H. Verschaeren

mr. A.B. Schoonbeek

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Tussen hoop en vrees

Toepassing van herstelrecht in het buitengerechtelijk spoor

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden restorative justice, criminal proceedings, diversion, subsidiarity, sanctions
Auteurs Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Topical developments regarding the use of restorative justice in the Netherlands are discussed. Several initiatives have been taken, showing a genuine interest in the benefits of the use of restorative justice. However, there are underlying risks for a managerial use of restorative justice. Momentarily Dutch criminal justice policy features a shift towards settlement by the Public Prosecution, implying a use of restorative justice in the context of consensual settlement. However, there are no signs directing towards an intrinsic interest for the concept of restorative justice by the criminal justice authorities. Notwithstanding the legislator having started a fundamental revision of the Dutch Code of Penal Procedure, there are no intentions known to acknowledge restorative justice arrangements to be part of the regular penal procedures and sanctions. Nevertheless, incorporating the use of restorative justice arrangements requires a systematic implementation of restorative justice arrangements.


Renée Kool
Renée Kool is hoofddocent straf(proces)recht, verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de juridische faculteit, Universiteit Utrecht.

Mr. dr. J. Wöretshofer
Titel

De geketende strafrechter?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 06 2007
Trefwoorden Strafrechter, Executie, Strafvordering, Openbaar ministerie, Aansprakelijkheid, Delinquent, Gedetineerde, Kwaliteit, Noodzakelijkheid, Strafrecht
Auteurs Ippel, P.C.

Ippel, P.C.
Discussie

Het spreekrecht in het Nederlands strafproces getoetst aan een emancipatoir slachtofferperspectief

Een bespreking naar aanleiding van de visie van Van Dijk op slachtofferemancipatie in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2009
Auteurs Tineke Cleiren
SamenvattingAuteursinformatie

    Tineke Cleiren reageert op het artikel De komende emancipatie van het slachtoffer van Jan van Dijk.


Tineke Cleiren
Tineke Cleiren is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.