Zoekresultaat: 129 artikelen

x
Mededinging

De Normal Conduct of Business-clausule na Altice

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden concentratietoezicht, aanmeldingsplicht, opschortingsplicht, Normal Course of Business
Auteurs Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest in de zaak Altice heeft het Gerecht (op een kleine vermindering na) de boete in stand gelaten die de Commissie aan Altice had opgelegd nadat deze vóór aanmelding en goedkeuring zeggenschap had verworven over PT Portugal. Het arrest is met name van belang voor de mogelijkheid om in de fusie- en overnamepraktijk Normal Conduct of Business-clausules overeen te komen ter bescherming van de waarde van de doelwitonderneming tussen ondertekening en levering.
    Gerecht 22 september 2021, T-425/18, ECLI:EU:T:2021:607 (Altice Europe/Commissie), bij het ter perse gaan niet beschikbaar in het Nederlands.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. (Herman) Speyart is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Een staatsrechtelijke verbouwing van de Eerste Kamer: het terugzendrecht in perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden novelle, staatscommissie parlementair stelsel, verkapt amendementsrecht, gedifferentieerde inwerkingtreding, vetorecht
Auteurs L. Dragstra en G. Boogaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatscommissie parlementair stelsel heeft eind 2018 voorgesteld de Eerste Kamer naast haar bestaande vetorecht een voorwaardelijk terugzendrecht toe te kennen. Als het aan de staatscommissie ligt, mag de Eerste Kamer voortaan wetsvoorstellen amenderen en vervolgens terugzenden naar de Tweede Kamer. De regering heeft het terugzendrecht inmiddels omarmd, maar het is nog altijd wachten op de indiening van een voorstel tot grondwetswijziging. In dit artikel wordt geanalyseerd hoe het terugzendrecht kan worden vormgegeven, welke keuzes hierbij moeten worden gemaakt, en hoe die zich verhouden tot de taak en verkiezingswijze van de Eerste Kamer.


L. Dragstra
Dr. L. (Laurens) Dragstra is raadadviseur/plaatsvervangend griffier bij de Eerste Kamer.

G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar decentrale overheden (Thorbeckeleerstoel) en docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Redactioneel

De rol van de Eerste Kamer in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Auteurs R.J.B. Schutgens en C. Riezebos
Auteursinformatie

R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.

C. Riezebos
Mr. dr. C. (Kees) Riezebos is directeur Wetgeving en Juridische Zaken bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Access_open De Nederlandse constitutie en de Eerste Kamer

Ontwikkelingen, uitgangspunten en perspectieven

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2021
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, tweekamerstelsel, grondwetsinterpretatie
Auteurs G.J.A. Geertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de Tweede en de Eerste Kamer is enigszins tweeslachtig: aan de ene kant hebben beide Kamers altijd van elkaar te onderscheiden taken vervuld, maar overlap van die taken is en blijft onvermijdelijk. Sinds 2010 biedt het uit artikel 51, eerste lid, van de Grondwet voortvloeiende politieke primaat van de Tweede Kamer steeds minder houvast voor een goede afbakening van de positie van beide Kamers: door de versplintering van het partijenlandschap vervult de Eerste Kamer steeds meer een politieke rol, die kan gaan bijten met haar taak als bewaker van wetgevingskwaliteit. In deze bijdrage komt aan de orde hoe de positie van de Eerste Kamer tegen die achtergrond kan worden geduid.


G.J.A. Geertjes
Mr. dr. G.J.A. (Gert Jan) Geertjes is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De Grondwetsherziening onder revisie

Twee voorstellen tot herziening van de ­Grondwetsherzieningsprocedure en hun verhouding tot de tussentijdse kiezersraadpleging over voorstellen tot herziening van de Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Herijking Grondwetsherzieningsprocedure, tweede lezing, Kamerontbinding, verenigde vergadering, Eerste Kamer
Auteurs R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee regeringsvoorstellen aanhangig tot wijziging van de Grondwetsherzieningsprocedure. Het eerste verduidelijkt de bevoegdheid van de Tweede Kamer om de tweede lezing van een herzieningsvoorstel te verrichten en vervangt de tussentijdse ontbinding van die Kamer door een verkiezing. Het tweede regeringsvoorstel wil de tweede lezing in verenigde vergadering laten plaatsvinden. De auteur bespreekt hoe beide voorstellen zich verhouden tot de waarborg van een tussentijdse kiezersraadpleging, tot de rol van de Eerste Kamer als Chambre de réflexion en tot elkaar. Hij betoogt dat het eerste regeringsvoorstel duidelijke verbeteringen oplevert, terwijl er op het tweede het nodige valt af te dingen.


R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Wetenschap

Access_open De commanditaire matador revisited

Enkele opmerkingen over de interne en externe positie van commanditaire vennoten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cv, beheersverbod, aansprakelijkheid, UBO, personenvennootschapsrecht
Auteurs J.B. Wezeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren meer licht geworpen op de positie van commanditaire vennoten. De contouren van het beheersverbod (art. 20 WvK) zijn wat verduidelijkt en de strenge aansprakelijkheid bij overtreding daarvan is aanzienlijk verzacht. Commandieten hebben daardoor meer speelruimte gekregen. Dit komt de inzetbaarheid van cv’s ten goede. De bemoeienis van de commandiet met het beleid van de cv mag echter niet zover gaan dat hij binnen de cv de gewone vennoten volledig overrulet. De auteur gaat verder in op de kabinetsplannen om het personenvennootschapsrecht te moderniseren en het beheersverbod af te schaffen. Voorts komt aan de orde de verplichte UBO-registratie, waardoor commandieten soms hun anonimiteit verliezen.


J.B. Wezeman
Prof. mr. J.B. (Jan Berend) Wezeman is hoogleraar Handelsrecht en Ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht.
Artikel

Van noodsprong naar tijdelijke noodwet, het failliet van het staatsnoodrecht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden noodrecht, Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Ongeschreven staatsnoodrecht, Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Veiligheidsregio’s
Auteurs T.D. Cammelbeeck
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgeving was net als elders niet toereikend om de coronapandemie te kunnen bestrijden. Toch heeft de regering op grond daarvan de voorzitters van de veiligheidsregio’s opgedragen om ingrijpende maatregelen in noodverordeningen op te nemen. Die aanpak kent ernstige juridische tekortkomingen, niet alleen vanwege de beperkingen die aan het gebruik van noodverordeningen kleven, maar ook omdat de grondslag voor dergelijke opdrachten dubieus is en deze voorzitters in een bestuurlijke leegte functioneren. Het parlement zat op de tweede rang. Rechtsstatelijke beginselen die juist in een noodsituatie waarin grondrechten in het geding komen, hooggehouden moeten worden, kwamen daardoor in het gedrang. Daaraan kwam pas na tien maanden met de coronawet een einde. De regering had daarom een beroep moeten doen op het staatsnoodrecht. Ook dat kent tekortkomingen en ook dan was extra wetgeving nodig geweest, maar de democratische legitimatie en de democratische controle waren niet in het gedrang gekomen. Het parlement was vanaf het begin in de juiste positie gebracht.


T.D. Cammelbeeck
Mr. T.D. (Tom) Cammelbeeck is gepensioneerd wetgevingsjurist en was tot eind 2018 coördinator van het cluster bestuur bij de wetgevingsafdeling staatsinrichting en bestuur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Typische afspraken uit relationship agreements inhoudelijk getoetst

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden bestuursautonomie, governance, grootaandeelhouder, beursvennootschap, doorwerking
Auteurs Mr. B. Baaijens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur toetst typische afspraken uit relationship agreements tussen Nederlandse beursvennootschappen en hun grootaandeelhouders aan klassieke governanceleerstukken. Vervolgens wordt onderzocht of deze afspraken vennootschapsrechtelijk kunnen doorwerken. De belangrijkste conclusie is dat grootaandeelhouders via relationship agreements vergaande invloed verkrijgen binnen beursvennootschappen, gebaseerd op afspraken die geregeld grenzen van dwingend vennootschapsrecht overschrijden.


Mr. B. Baaijens
Mr. B. Baaijens is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open Wetsvoorstellen voor een eerlijke economie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden aandeelhouderskapitalisme, werknemersaandelen, medezeggenschap, structuurregeling, certificering van aandelen
Auteurs Mr. J.E. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee van de drie wetsvoorstellen voor een ‘eerlijke economie’ aan een kritische evaluatie onderworpen. Uit de historische en actuele schets die volgt, blijkt dat de wens om tot versterking van de positie van werknemers te komen bijzonder toepasselijk is in het huidige tijdsgewricht, waarin de factor arbeid op verschillende niveaus aan betekenis heeft ingeboet.


Mr. J.E. Devilee
Mr. J.E. Devilee is als promovendus verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

    In deze bijdrage analyseert de auteur de gevolgen van het Skanska-arrest in een schadeprocedure voor overtreding van het Europese mededingingsrecht. Op grond van de jurisprudentie en literatuur concludeert de auteur dat de doorwerking van het ondernemingsbegrip, als gevolg van het Skanska-arrest, de benadeelde een significante uitbreiding van aansprakelijkheidsmogelijkheden kan bieden.


S.W. Bothof
S.W. Bothof is juridisch medewerker bij Newground Law te Amsterdam.
Artikel

Concurrentie en duurzaamheid gaan hand in hand

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, artikel 101 VWEU, concurrentie, artikel 6 Mw, Mededingingsrecht
Auteurs Eric van Damme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage belicht de auteur de onderwerpen mededinging, duurzaamheid en klimaatverandering vanuit economisch perspectief en probeer hij te duiden wat de bijdrage van de economische wetenschap aan de discussie over mededinging en duurzaamheid zou kunnen zijn. Zijn belangrijkste stelling is dat mededinging niet slechts een instrument is, maar een publiek belang dat bescherming verdient, dat onze Mededingingswet dit belang onvoldoende beschermt en dat de ACM zich sterker als hoeder van dit belang zou moeten opstellen.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is werkzaam bij het Departement Economie en TILEC van de Universiteit Tilburg.
Mededinging

Gunjumping in het Europese concentratietoezicht: een overzicht van recente ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden mededinging, Europese Commissie, concentratiecontrole, gunjumping, boetes
Auteurs Mr. P.J.H.M. van Osch
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties die leiden tot een wijziging van zeggenschap en die de omzetdrempels van de Europese Concentratieverordening overschrijden, moeten worden gemeld bij de Europese Commissie. Gedurende het onderzoek naar de gevolgen van de transactie voor de mededinging mogen aangemelde transacties niet ten uitvoer worden gebracht. Ondernemingen die in strijd handelen met deze meldings- en standstill-verplichting maken zich schuldig aan gunjumping en kunnen door de Europese Commissie worden beboet. In deze bijdrage beschrijf ik het wettelijke kader en bespreek ik recente ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg op het gebied van gunjumping. De conclusie is dat de Europese Commissie gunjumping in de afgelopen periode onder het vergrootglas heeft gelegd, en het Hof van Justitie het toepassingsbereik strakker heeft omkaderd.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, ECLI:EU:C:2018:371 (Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet)
    HvJ 4 maart 2020, zaak C-10/18, ECLI:EU:C:2020:149 (Mowi ASA/Commissie)
    Besluit Commissie 27 juni 2019, zaak M.8179 (Canon/Toshiba Medical Systems Corporation)
    Besluit Commissie 24 april 2018, zaak M.7993 (Altice/PT Portugal)


Mr. P.J.H.M. van Osch
Mr. P. J.H.M. (Pieter) van Osch is advocaat en bedrijfsjurist bij FedEx te Hoofddorp.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

De maatschappelijke onderneming en haar (nieuwe) juridische jas

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden BVm, sociale onderneming, stakeholder, transparant, kapitaalklem
Auteurs Mr. M.J.L.A.M. Zillikens-Loos, Mr. Q.M.J.A. Crul en Mr. T.A. Schriemer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Ministerie van EZK heeft onderzoek laten doen naar de maatschappelijke onderneming. Auteurs bespreken naar aanleiding daarvan de huidige toepassings- en herkenningsmogelijkheden van de maatschappelijke onderneming met een blik op het verwachte wetsvoorstel voor de BVm.


Mr. M.J.L.A.M. Zillikens-Loos
Mr. M.J.L.A.M. Zillikens-Loos is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. Q.M.J.A. Crul
Mr. Q.M.J.A. Crul is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. T.A. Schriemer
Mr. T.A. Schriemer is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken te Den Haag.
Artikel

De gouverneur, landsorgaan én koninkrijksorgaan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden aanwijzing, gouverneur, koninkrijksorgaan, landsorgaan, toezicht
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambt van gouverneur van de Caribische landen van het Koninkrijk is één en ondeelbaar, maar de gouverneur is tegelijk landsorgaan én koninkrijksorgaan. De positie en de verantwoordelijkheden van de gouverneur als landsorgaan verschillen van die van koninkrijksorgaan, maar het object van bemoeienis en de wijze waarop beide rollen worden vervuld verschillen niet zo veel van elkaar. De belangrijkste vraag is wanneer en onder welke condities de gouverneur van rol wisselt. Het is van belang dat de gouverneur de regie daarover zo veel mogelijk in eigen hand houdt. Een aanwijzing door de koninkrijksregering kan daarbij een nuttige rol vervullen en de gouverneur een steuntje in de rug geven.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao en redactievoorzitter van het Caribisch Juristenblad.
Annotatie

Concernaansprakelijkheid bij inbreuken op het EU-mededingingsrecht: Skanska in actie

Hof Arnhem-Leeuwarden 26 november 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10165 (Alstom/TenneT)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Alstom, Tennet, Skanska, concernaansprakelijkheid, ondernemingsbegrip
Auteurs Rogier Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een duidelijk voorbeeld van een beperking van de procedurele autonomie van de lidstaten vormt het Skanska-arrest van het Hof van Justitie, waarin het ruime ondernemingsbegrip dat wordt toegepast in het publieke mededingingsrecht is doorgetrokken naar de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Het arrest heeft veel stof doen opwaaien vanwege zijn potentieel verstrekkende gevolgen. Het in onderhavige bijdrage te bespreken arrest van het Hof Arnhem Leeuwarden in een follow-on zaak in het Gas Geïsoleerd Schakelmateriaal-kartel geeft het hof toepassing aan het Skanska-arrest en past daarbij het ondernemingsbegrip zoals we dat kennen uit de publieke handhaving van het mededingingsrecht toet op de beoordeling van de aansprakelijkheid van een niet-beboete dochtermaatschappij van een de karteldeelnemers.


Rogier Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam.
Artikel

Bescherming tegen verwatering

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden antiverwateringsbeding, uitgifte, voorkeursrecht, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. M. Brons
SamenvattingAuteursinformatie

    Een minderheidsaandeelhouder kan worden geconfronteerd met diverse nadelige gevolgen van een emissie van aandelen in het kapitaal van de BV waarin hij participeert, terwijl de wet hem daartegen vaak onvoldoende beschermt. De auteur bespreekt verschillende vormen van contractuele of statutaire bescherming tegen (de negatieve effecten van) verwatering.


Mr. M. Brons
Mr. M. Brons is advocaat bij Florent te Amsterdam.
Artikel

Access_open De blinde vlek in praktijk en discussie rond orgaandonatie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Trefwoorden organ donation, ethics of organ donation, symbolic nature of the human body, ethics and ritual, symbolic legislation theory
Auteurs Herman De Dijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In countries like Belgium and The Netherlands, there seems to be overwhelming public acceptance of transplantation and organ donation. Yet, paradoxically, part of the public refuses post-mortal donation of their own organs or of those of family members. It is customary within the transplantation context to accept the refusal of organ donation by family members “in order to accommodate their feelings”. I argue that this attitude does not take seriously what is really behind the refusal of donation by (at least some) family members. My hypothesis is that even in very secularized societies, this refusal is determined by cultural-symbolic attitudes vis-à-vis the (dead) human body (and some of its parts). The blind spot for this reality, both in the practice of and discussions around organ donation, prevents understanding of what is producing the paradox mentioned.


Herman De Dijn
Herman De Dijn is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven.
Artikel

Energieregulatoren in België: de rol van het parlement en de regering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden energie, toezichthouder, Grondwet, België, parlement
Auteurs Laura De Deyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-recht vereist dat een toezichthouder binnen de energiesector onafhankelijk is van alle marktpartijen. Dat geldt ook voor de politiek. Het zogenoemde ‘Clean Energy Package’ versterkt deze onafhankelijkheidsvereisten nog verder. In België, maar ook in Nederland, rijzen er vaak discussies over hoe ver deze onafhankelijkheid mag gaan, en hoe een politiek onafhankelijke regulator zich verhoudt tot de grondwettelijke regels. Bij hun oprichting werden in België, maar ook in Nederland, de toezichthouders opgenomen binnen de uitvoerende macht. Dit heeft tot gevolg dat ze onderhevig zijn aan administratief toezicht. Dit toezicht staat evenwel haaks op de Europese (politieke) onafhankelijkheidsvereisten. Wanneer dit administratief toezicht evenwel ontbreekt, dan wordt het nationale grondwettelijke principe van de ministeriële verantwoordelijkheid (en daaruit voortvloeiend ook de parlementaire controle) uitgehold. In het Vlaams Gewest, en nu recent ook op Waals niveau, heeft men deze tegenstelling weggewerkt door de energieregulator institutioneel onder te brengen bij het Parlement. Deze verhuis neemt echter niet weg dat er nog steeds een spanningsveld aanwezig blijft tussen de onafhankelijkheid van de regulator en de politiek.


Laura De Deyne
Dr. L. De Deyne is als gastmedewerker verbonden aan de Universiteit Hasselt.
Toont 1 - 20 van 129 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.