Zoekresultaat: 648 artikelen

x
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Auteurs Nanda Oudejans en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Artikel

Access_open ‘Ik ben een beunhaas in de criminologie’

In gesprek met Pieter Spierenburg

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Norbert Elias, punishment, historical criminology
Auteurs Dr. Tom Daems en Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Tom Daems and René van Swaaningen discuss work and life of the late Dutch historian Pieter Spierenburg. The article is based on an interview the authors conducted with Spierenburg in November 2018 as well as his published work and excerpts of an unpublished biography. The article discusses in particular themes related to his interest in, and contributions to, the history of crime and punishment, in particular Spierenburg’s path-breaking book The Spectacle of Suffering (1984), his relation to Norbert Elias and the Amsterdam School and his critique of Michel Foucault.


Dr. Tom Daems
Dr. Tom Daems is hoofddocent bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open ‘Lid van het Nederlandse matriciaat’

Interview met Abram de Swaan

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden violence, compartimentalization, social theory
Auteurs Dr. Bas van Stokkom en Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bas van Stokkom and Marc Schuilenburg discuss work and life of the Dutch sociologist Abram de Swaan. The article is based on an interview the authors conducted with de Swaan as well as themes that de Swaan developed in his published work. The article discusses in particular themes such as violence and compartimentalization, the work of Norbert Elias, and public sociology.


Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is senior onderzoeker bij de Vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Als huiselijk geweld en georganiseerde misdaad samenkomen…

De weerbare professional op het grensvlak tussen strafrecht en hulpverlening

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Huiselijk geweld, Georganiseerde misdaad, Ondermijning weerbaarheid
Auteurs Mr. Sylvia van Dooren, Prof. dr. Janine Janssen, Prof. dr. Emile Kolthoff e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    There is casuistry, where on the one hand it is the turn of the professionals from the investigation, enforcement and prosecution and on the other hand the turn of the social workers from the social domain. This is the case, for example, when domestic violence occurs in circles that are also involved in organized crime. In theory it is possible that the professionals involved work together, but it is also not impossible that they will get into each other’s waters because they have a different vision of the problem to be tackled and, of course, also have to fulfill other roles and tasks based on their positions. A professional must be able to handle complex situations of this kind.


Mr. Sylvia van Dooren
Mr. Sylvia van Dooren is als docent verbonden aan de Juridische Hogeschool van Avans en Fontys en als onderzoeker aan het lectoraat Ondermijning van Avans Hogeschool.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is hoogleraar Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan Avans Hogeschool.

Prof. dr. Nanne Vosters
Nanne Vosters is als docent verbonden aan de deeltijdopleiding Social Work van Avans Hogeschool en als onderzoeker aan het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

De impact van werken met zedenplegers op de professional

Resumé van een symposium

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Werkstress, Professionals, Zedendelinquenten, NL-ATSA
Auteurs Julia Wilpert MSc., Marije Keulen-de Vos PhD, Minne De Boeck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The forensic sector is considered to be a stressful, demanding work environment. Due to the continuous confrontation with disturbing files and challenging clients, (secondary) traumatization and other stressors lurk. Attention to the well-being of the professional working with sex offenders is essential to keep the psychosocial workload under control. However, this appears to be an underexposed topic in practice and literature. To generate more attention, the Dutch-Flemish branch of the Association for the Treatment of Sexual Abusers (NL-ATSA) organized a symposium on the impact of working with sex offenders. This article is a report of the symposium.


Julia Wilpert MSc.
Julia Wilpert MSc. is onderzoeker bij het centrum voor ambulante forensische ggz de Waag (onderdeel van De Forensische Zorgspecialisten) in Utrecht.

Marije Keulen-de Vos PhD
Marije Keulen-de Vos PhD is senior onderzoeker bij FPC de Rooyse Wissel in Venray.

Minne De Boeck
Minne De Boeck is criminologe aan het Universitair Forensisch Centrum (UFC) in Antwerpen en mede verbonden aan het Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI) van de Universiteit van Antwerpen.

Prof. dr. Kasia Uzieblo
Prof. dr. Kasia Uzieblo is als senior onderzoeker verbonden aan De Forensische Zorgspecialisten in Utrecht. Ook is zij als gastprofessor werkzaam bij de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Access_open Weerbaar tegen geweld door aandacht voor gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Gender, Geweld, Weerbaarheid
Auteurs Dr. Martina Althoff, Prof. dr. Janine Janssen en Dr. Anne-Marie Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Gender as a construct has been introduced into criminology half a century ago and has contributed to an understanding of the relation between gender and violence. Therefore, when improving resilience of professionals encountering violent behaviour, gender might be an important construct to take into account. We know from the literature that men and women do not experience victimization and perpetration in the same way but at the same time there are some blind spots with regard to male victimization and female perpetration. Increasing resilience against violence is only possible when we do not automatically use gender stereotyping in understanding and reducing violence.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. Anne-Marie Slotboom is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit.
Artikel

En toch is het prachtig werk: weerbaarheid bij forensisch sociale professionals

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mentale weerbaarheid, Veerkracht, forensisch sociale professionals
Auteurs Vivienne de Vogel en Dr. Jacqueline Bosker
SamenvattingAuteursinformatie

    Working in the forensic social field is interesting and fulfilling and many professionals deliberately choose to do this work. However, it can also be a very demanding job. Experiencing aggressive incidents by forensic clients, continuous tensions in contact with clients and the confrontation with narratives about shocking events are specific characteristics of working in the forensic field that appeal to the resilience of professionals. This article discusses which characteristics of organisations, teams and individual professionals impact on resilience and how it can be enhanced.


Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is lector Werken in justitieel kader bij Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten, Utrecht.

Dr. Jacqueline Bosker
Dr. Jacqueline Bosker is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Recht en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel kader van Hogeschool Utrecht. Tevens is zij redacteur van PROCES.
Artikel

Het digitale jasje van eergerelateerd geweld

(Strafrechtelijke) mogelijkheden en beperkingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Eergerelateerd geweld, zeden, strafwetgeving, internet
Auteurs Prof. dr. Janine Janssen en Prof. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Violence in the name of honour has an ancient ring to it. But honour codes tend to be very flexible: cyber-space has given a new dimension to honour-related violence. Images and messages that are perceived as violations of honour also pass through social media. Unfortunately these stings on the good name of the family are quite difficult to remove. In this contribution is explained how violations of honour occur on the internet. Next to that will be described how currently in the Netherlands criminal law especially regarding vice is being adapted in order to deal with phenomena like sexting and sextortion. What are the consequences of these changes for dealing with modern forms of the violation of family honour?


Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

Prof. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van PROCES.
Peer reviewed

Access_open Knokkers en vrije jongens

Het criminele verleden van het Nederlandse kickboksen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kickboksen, Verknoping criminaliteit, Penoze
Auteurs Dr. Frank van Gemert
SamenvattingAuteursinformatie

    In the early years of kickboxing in the Netherlands, a number of fighters got involved in criminal activities. Literature typically focusses on social learning, but as the inner city of Amsterdam in the eighties provides a specific setting, this article particularly describes a historical process. In the qualitative data from interviews, observations, and various documents, three questions: Who were these kickboxers? Where did they enter the criminal circles? Why did they go along with what happened there? It turns out, successful fighters easily came in contact with people from the underground, as they met in the gyms and in the night life where many fighters worked as bouncers. In a friendly atmosphere, the risks of seduction were hard to recognize for inexperienced fighters.


Dr. Frank van Gemert
Dr. F.H.M. van Gemert is criminoloog en werkt bij de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Extremisme gezien vanuit de Dialogical Self Theory

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Extremism, zelf, Democratie, Dialog, Diversiteit
Auteurs Prof. dr. Frans Wijsen en em. prof. dr. Hubert Hermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Extremism is a phenomenon that bothers various EU member states. It is difficult to define, and difficult to study. In this contribution we look at extremism from the perspective of the Dialogical Self Theory (DST). This theory is well-known in personality psychology. Recently is has got a development that could make it relevant for understanding, predicting and preventing extremism. The issue at stake is the relation between diversity, dialogue and democracy.


Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. F.J.S. Wijsen is hoogleraar Religie- en missiewetenschap, en decaan van de faculteit Theologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij redigeerde onder andere (met Kocku von Stuckrad) Making Religion. Theory and Practice of Discursive Study of Religion (Brill, 2016).

em. prof. dr. Hubert Hermans
Dr. H.J.M. Hermans is emeritus hoogleraar Psychologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij is de grondlegger van de Dialogical Self Theory en president van de International Society for Dialogical Science. Hij is auteur van Society in the Self: A theory of identity in democracy (Oxford University Press 2018). hhermans@psych.ru.nl
Artikel

Christelijke identiteit als cultureel gegeven in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden christendom, Warden, Cultuur, Macht
Auteurs Prof. dr. Matthias Smalbrugge
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch approach of religious matters is still characterized by an approach that fits in the 19th century, not in the 21st. This approach considers religion as a private matter without taking into account the cultural dimension of religion. Such an approach is not keeping the pace of the development of religion in a post-secular world and it loses sight of the modern debate on religion elsewhere in Europe. In particular it tends to ignore the cultural value of Christianity by pointing at the deconfessionalization. The article focuses on the role the Christian narrative has in making visible the issue of power.


Prof. dr. Matthias Smalbrugge
Prof. dr. M.A. Smalbrugge is hoogleraar Europese cultuur en Christendom aan de faculteit Religie en Theologie van de VU. Zijn onderzoeksveld is begrippen als beeld, herinnering, autobiografie en de breukvlakken in de religieuze tradities van Europa. Hij publiceerde met name over Augustinus.

    The Iasi Court of Appeal has held that a request for resignation completed and signed after various forms of pressure from the employee’s superiors does not represent a termination of an individual labour agreement on the initiative of the employee, but a constructive dismissal.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is the managing partner at Suciu | The Employment Law Firm.
Artikel

Een tweelingstudie naar indicatoren van genetische en culturele transmissie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, rule-breaking behavior, genes, environment, twin study
Auteurs Camiel van der Laan MSc, Dr. Steve van de Weijer, Dr. Michel Nivard e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the present study, the role of genetic and cultural transmission in intergenerational continuity of rule-breaking behavior (RBB) was investigated. Based on the resemblance within 3,982 Dutch twin pairs, aged 13 to 17 years, the relative importance of genetic (G), shared environmental (C), and unique environmental (E) influences on RBB was estimated. Cultural transmission, the process of passing on knowledge, norms and values, can lead to similarities within families, and forms part of the shared environment of children growing up in the same family. The authors found no evidence for shared environmental influences, and consequently no indication of a role for cultural transmission. Genetic influences explained 60 percent of the variance in rule-breaking behavior at age 13 to 17, implying that intergenerational continuity at this age is mainly driven by genetic transmission.


Camiel van der Laan MSc
C.M. van der Laan is promovendus bij de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Michel Nivard
Dr. M.G. Nivard is universitair docent bij de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Dorret Boomsma
Prof. dr. D.I. Boomsma is hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Tweelingen Register.
Artikel

Crimineel gedrag over de levensloop én over generaties: de rol van het gezin

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, Criminal behavior, Family, Family relations, Generations
Auteurs Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, explanations for engagement in externalizing or criminal behavior are often found within the direct (social) environment of the individual. More specifically, family functioning, the quality of family relations and parenting strategies during childhood and adolescence are found to be related to the development of externalizing problems or criminal behavior over the life-course. Although less well studied, the opposite might also be true: externalizing problems or delinquency during childhood and adolescence may in turn also affect some important (family-related) transitions over the life-course, such as engagement in romantic relationships, the transition to parenthood, parenting strategies and broader family functioning. Not surprisingly, in life-course criminology there is increasing attention for familial similarities in externalizing and delinquent behavior. What underlies intergenerational continuity of criminal behavior? Under which circumstances behavior is continued over the course of generations? What is the role of the family? What is needed to break intergenerational cycles and facilitate earlier and more effective interventions? In this article, a literature review is provided on the role of the family in intergenerational continuity of externalizing or criminal behavior over the life-course and across generations.


Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Redactioneel

Access_open Intergenerationele overdracht en criminele families: introductie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Intergenerational transmission, Criminal families, Mechanisms, Organized crime, Prevention
Auteurs Dr. Steve van de Weijer en Prof. dr. Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this introductory chapter we provide an overview of criminological research into intergenerational transmission of criminal behaviour that currently is, and has been, conducted both internationally and in the Netherlands. The most important findings of these studies are also discussed. Next, possible explanations are discussed for intergenerational transmission of crime in general, and more particularly for families that are involved in more serious and organized crime. Moreover, possible ways in which intergenerational transmission of crime can be prevented are discussed. Finally, we give some directions for future research on this topic and will introduce the contributions to this special issue.


Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Intergenerationele continuïteit of discontinuïteit van crimineel gedrag?

Een onderzoek naar de modererende invloed van samenwonen en de geografische afstand tussen ouder en kind

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational transmission, discontinuity, criminal parent, geographical distance, exposure
Auteurs Dr. Steve van de Weijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This study (N=921) examines whether living together with a criminal parent moderates the intergenerational continuity of crime. Results are mixed, but show that the intergenerational continuity of crime decreases when the child lived together with the criminal parent for a shorter period of time. This association is most strong for children whose criminal mothers live on a large distance from them. Longitudinal fixed effects models, however, show that these results are likely the consequence of between-individual differences and therefore do not reflect causal influences on the intergenerational continuity of crime.


Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Toont 1 - 20 van 648 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.