Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 3974 artikelen

x

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Artikel

Evaluatie PKB Ruimte voor de Rivier: juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Ruimte voor de Rivier, participatie, integrale besluitvorming, projectbesluit, bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve, Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek, Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse e.a.
Samenvatting

    Auteurs bespreken de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB RvR) en geven antwoord op de vraag welke juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten getrokken kunnen worden. De PKB RvR is – anders dan vele andere door de overheid uitgevoerde grootschalige en ingrijpende infrastructurele projecten – vrijwel tijdig met het bereiken van de voorgenomen doelstellingen en binnen het oorspronkelijk budget uitgevoerd. Onderzocht zijn welke juridisch-bestuurlijke aspecten daaraan hebben bijgedragen. Auteurs gaan in op een zestal aspecten: decentralisatie en interbestuurlijke vormgeving, integraliteit van besluitvorming, participatie van burgers en marktpartijen, projectorganisatie, snelheid en coördinatie van besluitvorming, flexibiliteit in besluitvorming en kwaliteit van besluitvorming.
    De lessen zijn in de eerste plaats van belang voor toekomstige infrastructurele projecten ten behoeve van het overstromingsrisicobeheer, maar kunnen ook van belang zijn voor andere grote (infrastructurele) projecten, die bijvoorbeeld moeten worden uitgevoerd in het kader van de energietransitie, zoals de aanleg van windparken en zonnevelden en bijbehorende kabels en leidingen, of in het kader van de mobiliteit, zoals de aanleg en aanpassing van (spoor)wegen.


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve

Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek

Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse

Mr. dr. A. (Andrea) Keessen

Prof. mr. H.F.M.W. (Marleen) van Rijswick
Artikel

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden diensten, detailhandel, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman en Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op recente jurisprudentie van met name de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de haar voorgelegde ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Zij gaan met name in op de vraag in hoeverre ruimtelijke voorschriften de vestiging van detailhandel kunnen reguleren door middel van brancheringsregelingen (de zaak Appingedam had namelijk betrekking op een brancheringsregeling voor de vestiging van detailhandel). Aan het slot van hun artikel geven zij een doorkijkje naar de toets aan de Dienstenrichtlijn onder het systeem van de Omgevingswet.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het Europese recht, en als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
Mr. D.S.P. Roelands-Fransen is advocaat en partner bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Legisprudentie

Dicta in adviezen over initiatiefvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden legisprudentie, wetgevingsadvisering, initiatiefvoorstellen, Raad van State, dicta
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds enige tijd werkt de Afdeling advisering van de Raad van State met aangescherpte dicta, en worden ook adviezen over initiatiefvoorstellen met een dictum afgesloten. In deze aflevering van RegelMaat worden de eerste adviezen nieuwe stijl onder de loep genomen.


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Detentie van asielzoekers: een kwestie van gevoel?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden street-level bureaucrats, aliens detention, asylum seekers, emotions, intuition
Auteurs Mr. drs. Wouter van der Spek en Dr. Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyses how street-level bureaucrats in the Netherlands decide on detaining asylum seekers. The paper is based on interviews with officers of the national police and the military police who take these decisions as part of their job. The relevant Dutch and European legal rules are not clear and unambiguous and the officers are given wide margins of discretion in making these decisions. Many interviewees said that they ultimately rely on their ‘feelings’. The paper therefore pays special attention to whether and how gut feelings and emotions of the officers influence their decision-making. In addition, the paper examines whether and how the increased use of ICTs and the Europeanisation of migration and asylum law have reduced the officers’ discretion and autonomy.


Mr. drs. Wouter van der Spek
Wouter van der Spek is junior docent bestuursrecht en promovendus aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Anita Böcker
Anita Böcker is universitair hoofddocent rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Auteurs Nanda Oudejans en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Artikel

Het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden vitale vennootschappen, investeringstoets, nationale veiligheid, telecom
Auteurs Mr. E. Breukink
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over het onlangs verschenen wetsvoorstel Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. De auteur vergelijkt het wetsvoorstel met de consultatieversie. Hij betrekt daarbij het kritische advies van de Raad van State.


Mr. E. Breukink
Mr. E. Breukink is als promovendus verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R), van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij bereidt een proefschrift voor over de agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen.
Artikel

Access_open De achterkant van het openbaar bod

Over de opkomst, ontwikkeling en normering van de pre-wired back-end

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden openbaar bod, pre-wired back-end, minderheidsaandeelhouders, activa/passiva-transactie, fusie
Auteurs Mr. J. Barneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Pre-wired back-end structuren zijn in de overnamepraktijk ontwikkeld om na een openbaar bod tot 100% controle te komen. In dit artikel staan de opkomst en normering van die structuren centraal. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de market practice om back-end-transacties aan additionele voorwaarden te onderwerpen.


Mr. J. Barneveld
Mr. dr. J. Barneveld is advocaat bij De Brauw in Amsterdam en dit jaar werkzaam bij Wachtell, Lipton, Rosen & Katz in New York.
Casus

Meervoudig stemrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden stemrecht, meervoudig stemrecht, beursvennootschappen
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren zijn er diverse beursvennootschappen bij gekomen die Nederland als vestigingsplaats hebben gekozen en een structuur met meervoudig stemrecht hebben geïntroduceerd. Vaak zijn deze vennootschappen van origine buitenlands. Bij een aantal van deze vennootschappen is de mogelijkheid geïntroduceerd extra stemrecht toe te kennen aan ‘loyale’ aandeelhouders. De andere in de praktijk gebruikte vorm is de high/low voting stock-structuur, waarbij door introductie van aandelen met een verschillende nominale waarde verschil in stemrecht verbonden aan die aandelen wordt gecreëerd. In dit artikel bespreekt de auteur de kenmerken van de genoemde structuren en gaat hij in op de juridische ‘haken en ogen’.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. (Jelmer) Kalisvaart is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

Access_open Ontwikkelingen in de regelgeving omtrent beloningen

Streng, strenger, strengst?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden beloning, beloningsbeleid, bonuscap, Wbfo, Wet beheerst beloningsbeleid financiële ondernemingen
Auteurs Mr. E.S. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim vier jaar geleden trad de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) in werking, waarmee een breed pakket aan beloningsregels is geïntroduceerd voor alle financiële ondernemingen. In 2018 is de Wbfo geëvalueerd met voorgenomen wijzigingen tot gevolg. Daarnaast is vanuit politieke hoek een aantal voorstellen tot aanscherpingen gedaan als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Dit artikel biedt een overzicht van deze ontwikkelingen. De uitkomsten van de evaluatie bieden geen concrete aanknopingspunten voor de recente voorstellen over vaste beloning en ook schort het vaak aan deugdelijke onderbouwing van de noodzaak van de voorgestelde regels. De nieuwe regels met betrekking tot de niet-cao-uitzondering op de bonuscap en met betrekking tot proportionaliteit brengen daarentegen duidelijkheid voor marktpartijen en zijn daarom vanuit juridisch perspectief toe te juichen.


Mr. E.S. Sijmons
Mr. E.S. (Eleonore) Sijmons is advocaat bij Finnius te Amsterdam. Hiervoor was zij werkzaam bij De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

Verzekeren in gezinsverband

Over polisdekking en regres in ‘nieuwe’ gezinsverhoudingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden verzekeren, gezinsverband, polisdekking, nieuwe gezinsverhoudingen
Auteurs Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de wijze waarop verzekeraars in hun polissen omgaan met ‘nieuwe’ gezinsverhoudingen. De polissen van opstalverzekeringen, inboedelverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren van zestien verzekeringsmaatschappijen zijn hiervoor onderzocht. Ook wordt aandacht besteed aan regresuitsluitingen ten aanzien van gezinsleden.


Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk
Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doet promotieonderzoek naar het thema ‘Aansprakelijkheid en verzekering in gezinsverband’.
Jurisprudentie

Directe actie als de verzekerde rechtspersoon niet meer bestaat: uitzondering op meldingsplicht geldt volgens de Hoge Raad voor alle schades

HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden directe actie, artikel 7:954 BW, meldingsvereiste, verzekerde rechtspersoon, faillissement
Auteurs Mr. J. Kruijswijk Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 februari 2019 heeft de Hoge Raad de reikwijdte van de uitzondering op het meldingsvereiste voor een beroep op de directe actie van artikel 7:954 BW verduidelijkt. Volgens lid 2 van artikel 7:954 BW is voor een beroep op de directe actie niet nodig dat de schade door de aansprakelijke verzekerde aan de aansprakelijkheidsverzekeraar is gemeld, als de verzekerde een rechtspersoon was die heeft opgehouden te bestaan. In alle andere gevallen kan de directe actie alleen worden uitgeoefend als de schade door de verzekeringnemer of verzekerde wél is gemeld bij de aansprakelijkheidsverzekeraar. In het onderhavige arrest stond ter discussie of dit voor alle schades geldt of alleen voor de zogenaamde long tail-schades: schades die zich pas (na lange tijd) manifesteren nadat een rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan.


Mr. J. Kruijswijk Jansen
Mr. J. Kruijswijk Jansen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Big data: vatbaar voor (faillissements)beslag?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden big data, beslag, verhaalsbeslag, faillissement
Auteurs Mr. F.S.M. Ruitinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data lijkt waarde te vertegenwoordigen en dat maakt deze data een interessant object voor een (faillissements)beslag. Gelet op het onstoffelijke karakter van data brengt dit ook de nodige vragen met zich. In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het leggen van beslag en faillissementsbeslag op data onderzocht en worden de gevolgen van een (faillissements)beslag op data verkend.


Mr. F.S.M. Ruitinga
Mr. F.S.M. Ruitinga is wetenschappelijk docent bij Erasmus School of Law.
Artikel

Rechtsmacht bij pauliana: Feniks-arrest leidt tot onvoorzienbaarheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden internationale bevoegdheid, pauliana, bevoegdheidsgrond ‘verbintenissen uit overeenkomst’, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. drs. C.F. Michiels
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Feniks-arrest heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat in geval van een pauliana de bijzondere bevoegdheidsgrond van verbintenissen uit overeenkomst (art. 7 lid 1 sub a Brussel I-bis) van toepassing is. Dat oordeel lijkt niet in lijn te zijn met de doelstelling van voorzienbaarheid van deze verordening.


Mr. drs. C.F. Michiels
Mr. drs. C.F. Michiels is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Access_open Fusietoetsing in de zorg: een terug- en vooruitblik

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden zorgfusies, mededingingstoezicht, zorgspecifieke fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, gezondheidszorg
Auteurs Marco Varkevisser en Erik Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fusietoezicht in de zorg staat al jaren ter discussie. Dit artikel gaat in op (1) de invoering van en ervaringen met de zorgspecifieke fusietoets en (2) de ontwikkelingen in het mededingingstoezicht op zorgfusies. Bij de zorgspecifieke fusietoets valt te betwijfelen of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Dit pleit voor een herbezinning op nut en noodzaak van deze toets. Het mededingingstoezicht op zorgfusies is lange tijd te toegeeflijk geweest. Er lijkt sprake van een kentering, maar deze komt te laat om in sommige zorgsectoren en regio’s dominante machtposities te voorkomen. Vandaar dat sterker optreden tegen machtsposities geboden is.


Marco Varkevisser
Prof. dr. M. Varkevisser is als hoogleraar verbonden aan Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Erik Schut
Prof. dr. F.T. Schut is als hoogleraar verbonden aan Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De elektronische betekening van gerechtelijke mededelingen: kanttekeningen bij een betrekkelijk nieuwe regeling

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden elektronische betekening, e-betekening, Wetboek van strafvordering, Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Berichtenbox, Berichtenbox app, akte van uitreiking
Auteurs Drs. J.W. van Wetten
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur concludeert dat wanneer de huidige regeling van de e-betekening in ongewijzigde vorm in Hoofdstuk 9 van Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zou worden opgenomen en in werking zal treden, niet verwacht mag worden dat deze in de praktijk enige toegevoegde waarde zal hebben. Bovendien kan worden geconcludeerd dat de regeling dermate techniekafhankelijk is geformuleerd dat deze in de weg staat aan de toepassing van een handige en gebruikersvriendelijke voorziening als de Berichtenbox app. Wenselijk is de regeling te herzien met als vertrekpunt dat het elektronisch ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen geen geheel vrijblijvende aangelegenheid is voor de justitiabele. Het invoeren van een verplichting tot elektronische ontvangst voert wellicht te ver. Voorgesteld wordt aan een eenmaal gegeven instemming voor het elektronische ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen de consequentie te verbinden dat de verzending van een kennisgeving door het Openbaar Ministerie voldoende is om een betekening in persoon aan te nemen. Dat zal het geval kunnen zijn indien de werking van de te gebruiken voorziening een grote mate van zekerheid biedt dat de kennisgeving de juiste persoon bereikt, dat – behoudens de mogelijkheid van een verstoring – de aan de persoon verzonden kennisgeving (doordat hij hiervan langs verschillende kanalen wordt genotificeerd) de persoon niet zal kunnen ontgaan en dat de verzending op bij wet voorschreven wijze wordt gelogd en in machinaal gegenereerde standaardverklaringen wordt vastgelegd opdat de rechter – mocht dit nodig zijn – de e-betekening kan controleren.


Drs. J.W. van Wetten
Drs. J.W. (Jos) van Wetten is beleidsadviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Schikken of beschikken?

Buitengerechtelijke afdoening van grote en bijzondere strafzaken in een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, transactie, strafbeschikking, modernisering Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema en Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. (Eelke) Sikkema is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Vanaf 1 november 2018 is hij gedetacheerd bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. (Wouter) de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven
Artikel

Het professionele verschoningsrecht in het nieuwe wetboek

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden geheimhoudingsplicht advocaat, professionele verschoningsrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, getuigenverhoor, doorzoeking en inbeslagneming
Auteurs Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In de conceptwetsvoorstellen tot vaststelling van Boek 1, 2 en 6 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is een aantal voorstellen gedaan voor een nieuwe regeling van het ‘professionele verschoningsrecht’: het verschoningsrecht van bepaalde beroepsbeoefenaren met een vertrouwenspositie die in het kader van hun beroepsuitoefening een geheimhoudingsplicht hebben. Deze bijdrage gaat in op de voorgestelde bepalingen die betrekking hebben op het professionele verschoningsrecht bij het getuigenverhoor en bij een doorzoeking en inbeslagneming bij professioneel verschoningsgerechtigden dan wel ‘derden’. De nadruk ligt op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat. De wetgever beoogt met de voorgestelde bepalingen de reikwijdte en de omvang van het verschoningsrecht te verduidelijken en in overeenstemming te brengen met recente ontwikkelingen in jurisprudentie en rechtspraktijk. In de bijdrage worden de voorstellen nader beschouwd in het licht van deze doelstelling.


Mr. dr. N.A.M.E.C. Fanoy
Mr.dr. (Nathalie) A.M.E.C. Fanoy is advocaat te Amsterdam, gespecialiseerd in tucht- en gedragsrecht. In 2017 promoveerde zij op het onderwerp ‘De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat’.
Artikel

Een voorzet voor de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht in lijn met het IVRK en met oog voor de knelpunten in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdige verdachten, buitengerechtelijke afdoening, IVRK, jeugdstrafzitting, EU-Richtlijn procedurele waarborgen jeugdige verdachten
Auteurs Mr. dr. J. uit Beijerse en Mr. C.L. van der Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een voorzet gedaan om de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht nog meer in lijn te brengen met de uit het IVRK voortvloeiende eisen. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan de plaats van het jeugdstrafprocesrecht in het voorgestelde wetboek, aan de bijzondere positie van de buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken door het Openbaar Ministerie en worden voorstellen gedaan met het oog op diverse zich in de jeugdstrafprocespraktijk voordoende knelpunten.


Mr. dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is als universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. C.L. van der Vis
Mr. C.L. (Chantal) van der Vis was student-assistent en is thans wetenschappelijk docent bij de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 3974 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.