Zoekresultaat: 47 artikelen

x
Artikel

De klassieke vermogensdelicten: nieuwe wijn in oude zakken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden diefstal, eigenmachtig, oplichting, wederrechtelijk, wegnemen
Auteurs Em. prof. mr. D.H. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke omschrijvingen van de klassieke vermogensdelicten – diefstal, verduistering, oplichting, afpersing – zijn niet of nauwelijks gewijzigd. De reden is dat de rechter sinds het Elektriciteitsarrest continu bereid is geweest om aan centrale wetsbegrippen als ‘enig goed’, ‘wegnemen’ en ‘wederrechtelijke toe-eigening’ een eigentijdse invulling te geven. Dit heeft geleid tot onderlinge overlappingen. Bij de diefstalbepaling heeft dit geresulteerd in het uit zicht raken van de grenzen van haar bereik en tot een spanningsveld bij de overlapping met de oplichtingsbepaling, die in de jurisprudentie juist met terughoudendheid wordt gehanteerd. Dit roept de vraag op of de wettelijke regeling moet worden herzien.


Em. prof. mr. D.H. de Jong
Em. prof. mr. D.H. de Jong is emeritus hoogleraar Strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

Kerkelijk dienstrecht en civiel arbeidsrecht volgens NGK/Gort

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden art. 2:2 BW, eigen statuut, kerkelijk dienstrecht, rechtspositie geestelijke, fundamenteel dwingend recht
Auteurs Mr. dr. Pieter Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    The judgment ‘NGK/Gort’ from the Supreme Court of the Netherlands (04-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1531) gives an important explanation about the church-state relation in general and the ecclestiacal service law-position concerning the pastor in particular. The legal starting point is not in civil law, but in church law. This is the consequence of the right of selfregulation (autonomy) of the church and the non-interference from the state, as recognized by article 2:2 Dutch Civil Code and article 9 jo. 11 ECHR. This principle stands against normal civil mandatory law, for example labor law. It will only be overruled in exceptional cases by civil law of fundamental nature. Than a judicial consideration is necessary taking into account the fundamental rights of the church and the opposant.


Mr. dr. Pieter Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem. In 2013 promoveerde hij aan de RUG op het thema van de rechtspositie van geestelijk functionarissen. Hij is onder andere lid van de redactieraad van het NTKR, Tijdschrift voor Recht en Religie en publiceert als niet-geassocieerd onderzoeker regelmatig in het domein recht en religie.
Artikel

Kerkgenootschappen en hun religieuze functionarissen in het recht

Beschouwingen naar aanleiding van HR 4 oktober 2019 (NGK/Gort)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden kerkgenootschap, geestelijk ambtsdrager, arbeidsrecht, dwingend recht, kerkelijk dienstrecht
Auteurs Mr. dr. P.T. Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 oktober 2019 wees de Hoge Raad een belangwekkend arrest op het snijvlak van het rechtspersonenrecht, arbeidsrecht en kerkelijk recht. De zaak betreft het ontslag van een predikant die werkzaam was in een kerkgenootschap. De juridische kernvraag in cassatie is: welk recht is van toepassing op de rechtspositie van deze voorganger? Is dat het civiele arbeidsrecht, het kerkelijke dienstrecht of een samenloop van beide? De Hoge Raad biedt duidelijkheid op het grensvlak van kerk en staat.


Mr. dr. P.T. Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Gidsen voor het wetgeven in de Benelux en Latijns Europa – een poging tot een rechtsculturele benadering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgevingsgids België, wetgevingsgids Luxemburg, wetgevingsgids Frankrijk, wetgevingsgids Italië, wetgevingsgids Spanje
Auteurs Prof. mr. W. Konijnenbelt
SamenvattingAuteursinformatie

    De 25 jaar oude Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) gaan terug op een VAR-rapport uit 1948. Ze zijn grotendeels overgenomen in Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Belgische ‘Beginselen van de wetgevingstechniek’, opgesteld door de Raad van State, zijn doorgaans veel gedetailleerder dan de Ar en bevatten vaak uitleggende beschouwingen. Ze betreffen uitsluitend de wetgevingstechniek en de keus tussen de vele typen wettelijke regelingen die het land kent. Luxemburg heeft geen officiële gids voor het regelgeven, maar wel een ‘traité’ van de hand van de secretaris-generaal van de Raad van State met praktische en overzichtelijke regelgevingstechnische aanwijzingen, geïnspireerd door de Belgische ‘Beginselen’ en de Franse wetgevingspraktijk. Frankrijk heeft een gids voor de legistiek in de vorm van een omvangrijke digitale ‘kaartenbak’, samengesteld door de Raad van State en het secretariaat-generaal van de regering. Het gaat over zaken als verstandig regelgeven, de keus voor een bepaald type regeling en wetgevingstechniek. Veel zaken zijn hier, evenals in België, een stuk ingewikkelder dan in Nederland. Italië heeft een heel beknopte set van 37 wetgevingstechnische regels, vastgesteld door de kanselarij en overgenomen door beide Kamers, die een heel andere wetgevingscultuur verraden dan wij gewend zijn. Spanje ten slotte kent ongeveer honderd richtlijnen voor de wetgevingstechniek, vastgesteld door de regering, aangenaam duidelijk en beknopt. Een Spaanse wettelijke regeling is in beginsel strak gestructureerd, maar kent vaak diverse ‘loshangende’ slotbepalingen. Er is veel aandacht voor eenvoudige en duidelijke taal. Afgesloten wordt met enkele rechtsculturele indrukken en enige aan de besproken buitenlandse gidsen ontleende suggesties voor verdere verbetering van de Ar.


Prof. mr. W. Konijnenbelt
Prof. mr. W. (Willem) Konijnenbelt is wetgevingsadviseur bij Konijnenbeltwetgeving.nl. Hij is emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-staatsraad en oud-lid van de redactie van RegelMaat.
Artikel

Delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland: tijd voor herbezinning

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden delegatie, experimenteerwetgeving, kaderwetgeving
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. C.S. Aal
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland op het niveau van de centrale overheid centraal. Het lijkt tijd voor een herbezinning op het geldende constitutionele kader voor delegatie. De auteurs merken op dat deze uitgangspunten weliswaar formeel nog worden onderschreven, maar onder druk van maatschappelijke veranderingen wordt daar in de praktijk steeds vaker van afgeweken. De samenleving verandert in technologisch, economisch en cultureel opzicht snel en de regering staat voor de uitdaging om wetgeving die veranderingen bij te laten benen. Dit gebeurt mede door bijvoorbeeld steeds meer gebruik te maken van kaderwetgeving, waarbij op formeel wetsniveau alleen kaderstellende regels worden vastgelegd; de uitwerking vindt plaats in lagere regelgeving. Dit roept echter de nodige vragen op over onder meer de positie van het parlement als controleur en medewetgever. Het is vanwege deze ontwikkelingen dat het volgens de auteurs tijd is voor een herbezinning op het constitutionele kader voor delegatie.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar op de Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. C.S. Aal
Mr. C.S. (Charald) Aal is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.
Diversen

Wetgeving in een veranderende wereld: uitdagingen en dilemma’s

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Legislation, Internet, Internationalisation, Policy, Instrument
Auteurs Joris Groen, Bert Niemeijer en Monika Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Joris Groen
Joris Groen is werkzaam als wetgevingsjurist bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academie voor Wetgeving en Overheidsjuristen en (bijz.) hoogleraar Rechtssociologie bij de juridische faculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Monika Smit
Monika Smit is hoofd van de interne onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.
Artikel

EU-bestuurlijke regelgeving in de praktijk: het IORP II Richtlijn-voorstel als voorbeeld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden wetgeving, delegatie, uitvoering, IORP, EU-agentschappen
Auteurs Mr. dr. T. van den Brink en Prof. dr. mr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderscheid tussen wetgeving en bestuurlijke regelgeving en tussen delegatie en uitvoering uit het EU-Verdrag bepaalt het wetgevingssysteem van de Europese Unie. Aan de hand van de herziening van de IORP-Richtlijn wordt de uitwerking van dit systeem in de praktijk geanalyseerd. Niet alleen geven beide onderscheiden aanleiding tot conflicten tussen vooral nationale en EU-wetgevers, maar ook worden geschillen over de inhoud van EU-regelgeving uitgevochten. Ook biedt het artikel nader inzicht in de rol van EIOPA, het EU-agentschap op het terrein van pensioenen. Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening


Mr. dr. T. van den Brink
Mr. dr. T. (Ton) van den Brink is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.

Prof. dr. mr. H. van Meerten
Prof. dr. mr. H. (Hans) van Meerten is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Tevens is hij advocaat bij Clifford Chance. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.
Redactioneel

Wetgevingsonderwijs: binnen en buiten de rechtenopleiding

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Auteurs F.J. van Ommeren en R.A.J. van Gestel
Auteursinformatie

F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.

R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Casus

Rechtsstatelijk wetgeven in de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden gelegenheidswetgeving, primaat, bestemmingsplan, rechtsbescherming, grondrechten
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wijziging van bestemmingsplan op Curaçao voor de commerciële ontwikkeling van het Oostpunt-gebied met het oog op het bouwen van woningen en recreatievoorzieningen met behulp van gelegenheidswetgeving, waardoor de bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen ruimtelijke plannen buiten spel lijkt te worden gezet zonder dat de wetgever in formele zin volledig open is over de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Mogelijke strijd met EVRM. Verhouding tussen primaat van de wetgever en mogelijke toetsing van wetgeving aan eenieder verbindende verdragsbepalingen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Staten-Generaal en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevende rol, Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinetsformatie, democratie
Auteurs Mr. dr. W. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel bepaalde constitutionele idealen (zoals democratie) nopen tot een zekere parlementaire betrokkenheid bij wetgeving, is het vrijwel onmogelijk harde juridische maatstaven en arrangementen te verzinnen die Kamerleden dwingen intensiever gebruik te maken van hun wetgevende bevoegdheden. Via de kabinetsformatie laat met name de Tweede Kamer haar invloed op de wetgeving overigens wel degelijk gelden. Hierdoor wordt de democratische invloed op wetgeving strikt genomen niet kleiner, maar wel minder zichtbaar. Om deze zichtbaarheid te vergroten worden suggesties gedaan als een terugkeer naar de wetgevingsenquête, uitbreiding van het aantal rapporteurschappen en het verruimen van partijpolitieke ondersteuning.


Mr. dr. W. van der Woude
Mr. dr. W. van der Woude is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Discussie

Diderot en een verhalend wetsbegrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsbegrip, burgerschap, staatsrecht
Auteurs Prof. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het verhaal van het staatsrecht over wat wetten zijn en doen, sluit niet meer aan bij de kennis van burgers over de wet. Naast een formeel en een materieel wetsbegrip is het daarom tijd voor een verhalend wetsbegrip dat aansluit bij de verhalen die in de cultuur de ronde doen over de wet. Daarbij kan worden aangesloten bij Diderot die tijdens de Franse Verlichting op een verhalende manier de betekenis van wetten voor het leven onderzocht en zo met een actieve opvatting van burgerschap een tegenwicht verschafte tegen de theoretische leerstellingen van Montesquieu en Rousseau waar het Nederlandse staatsrechtelijke wetsbegrip sterk door beïnvloed is.


Prof. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

Diderot en een verhalend wetsbegrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsbegrip, burgerschap, staatsrecht
Auteurs Prof. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het verhaal van het staatsrecht over wat wetten zijn en doen, sluit niet meer aan bij de kennis van burgers over de wet. Naast een formeel en een materieel wetsbegrip is het daarom tijd voor een verhalend wetsbegrip dat aansluit bij de verhalen die in de cultuur de ronde doen over de wet. Daarbij kan worden aangesloten bij Diderot die tijdens de Franse Verlichting op een verhalende manier de betekenis van wetten voor het leven onderzocht en zo met een actieve opvatting van burgerschap een tegenwicht verschafte tegen de theoretische leerstellingen van Montesquieu en Rousseau waar het Nederlandse staatsrechtelijke wetsbegrip sterk door beïnvloed is.


Prof. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.