Zoekresultaat: 75 artikelen

x
Artikel

Access_open WAMCA – exclusieve belangenbehartiger, inclusief complicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden WAMCA, concurrerende vordering, exclusieve belangenbehartiger, collectieve actie, collectief schadeverhaal
Auteurs Branda Katan en Marnix Wallinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de figuur van de exclusieve belangenbehartiger in de WAMCA. De exclusieve belangenbehartiger treedt in een samengevoegde procedure op voor de belangen van alle personen voor wie de collectieve actie is ingesteld, en als vertegenwoordiger van de mede-eiseressen. Deze bijdrage verkent de knelpunten die zich kunnen voordoen bij conflicten tussen concurrerende belangenbehartigers en andere complicaties in verschillende fases van een collectieve procedure.


Branda Katan
Mr. dr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marnix Wallinga
Mr. dr. M.W. Wallinga is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en verbonden aan het Groningen Centre for European Financial Services Law.

Jan Wouter Alt
Mr. dr. H.J.W. Alt is cassatieadvocaat bij Alt kam Boer advocaten in Den Haag en redacteur van dit blad.

Evelyne Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent Burgerlijk procesrecht & Insolventieprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De rol van de kantonrolzitting; meer (van maken) dan een administratieve bijeenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden rolzitting, kantonrechtspraak, mondeling antwoord, regievoering, toegankelijkheid
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op de rolzitting in kantonzaken kunnen gedaagden verschijnen om mondeling verweer te voeren. Die rolzitting zou het visitekaartje moeten worden van de Rechtspraak (juist) voor gedaagden die minder zelfredzaam zijn. Om dit te bewerkstelligen moet de rolzitting worden gedaan door een kantonrechter (zoals ook in de wet vastgelegd), moet die rechter zijn regierol pakken (zodat de interne toegankelijkheid van de procedure toeneemt en aan waarheidsvinding wordt gedaan) en moeten (de gemachtigden van) eisers worden betrokken bij de rolzitting (zodat beter aan de verwachtingen van gedaagde tegemoet wordt gekomen en de procedure aan snelheid kan winnen).


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is (kanton)rechter in de rechtbank Overijssel.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.

Hanneke Ackermans-Wijn
Mr. dr. J.C.E. Ackermans-Wijn is raadsheer in het team familie- en jeugdrecht in het Hof ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Zestien jaar OZ/Roozen: een rustig bezit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bewijsaanbod, getuigenbewijs, OZ/Roozen
Auteurs Thijs van Aerde
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het standaardarrest OZ/Roozen van 9 juli 2004 een maatstaf geformuleerd voor het beoordelen van de vraag of een procespartij tot getuigenbewijs moet worden toegelaten. De auteur onderzoekt de rechtsontwikkeling van nadien en gaat ook in op de voorgenomen modernisering van het bewijsrecht.


Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Access_open De waarheidsplicht en de geraden gevolgtrekking anno 2020: een zoektocht naar proportionaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2020
Trefwoorden waarheidsplicht, waarheidsbeginsel, artikel 21 Rv, artikel 22 Rv, artikel 85 Rv
Auteurs Cindy Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    De waarheidsplicht komt in procedures steeds vaker aan de orde, ofwel omdat een partij om sanctionering ervan vraagt, dan wel omdat de rechter ambtshalve oordeelt dat sanctionering nodig is. Deze bijdrage behandelt de ontwikkelingen aan de hand van de typen gevolgtrekking die rechters sinds 2014 aan schendingen hebben verbonden.


Cindy Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is rechter in de rechtbank Den Haag en buitenpromovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een maatschappelijk effectieve schuldenrechter

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2020
Trefwoorden judiciary, debt collection cases, local experiments, reorganization, legislation
Auteurs Prof. mr. Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    The corona crisis can be seen as an opportunity to facilitate a much wider access to the courts for a clean slate in the case of personal insolvency. This access was provided by the 1998 Dutch law on debt rescheduling Wsnp. After explaining the relapse of the law and the problems of the present system, an overview is given of the societal activities to turn the tide. The judiciary has started several local experiments to help overindebted citizens. Using the concept of societally effective courts the Council of the judiciary has backed this development. In the concluding part the author discusses several paths to improve the situation. First, the courts should organize themselves in such a way that debt collection and debt help are coordinated. Second, the courts must abandon their strict attitude towards the formalities for access that are now in place. The municipal assistance institutions should be given the possibility to suggest to the courts that their clients are ripe for a fresh start.


Prof. mr. Nick Huls
Prof. mr. N.J.H. Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden.

Wemmeke Wisman
Mr. W.I. Wisman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

Sharona Heeroma
Mr. S. Heeroma is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2019

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2020
Auteurs Robert Hendrikse, Justin Interfurth, Floris-Jan Werners e.a.

Robert Hendrikse

Justin Interfurth

Floris-Jan Werners

Bas van Zelst
Verslag

Experimenteerwet rechtspleging

Verslag van de najaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.

Stijn Dunk
Artikel

De elektronische betekening van gerechtelijke mededelingen: kanttekeningen bij een betrekkelijk nieuwe regeling

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden elektronische betekening, e-betekening, Wetboek van strafvordering, Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Berichtenbox, Berichtenbox app, akte van uitreiking
Auteurs Drs. J.W. van Wetten
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur concludeert dat wanneer de huidige regeling van de e-betekening in ongewijzigde vorm in Hoofdstuk 9 van Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zou worden opgenomen en in werking zal treden, niet verwacht mag worden dat deze in de praktijk enige toegevoegde waarde zal hebben. Bovendien kan worden geconcludeerd dat de regeling dermate techniekafhankelijk is geformuleerd dat deze in de weg staat aan de toepassing van een handige en gebruikersvriendelijke voorziening als de Berichtenbox app. Wenselijk is de regeling te herzien met als vertrekpunt dat het elektronisch ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen geen geheel vrijblijvende aangelegenheid is voor de justitiabele. Het invoeren van een verplichting tot elektronische ontvangst voert wellicht te ver. Voorgesteld wordt aan een eenmaal gegeven instemming voor het elektronische ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen de consequentie te verbinden dat de verzending van een kennisgeving door het Openbaar Ministerie voldoende is om een betekening in persoon aan te nemen. Dat zal het geval kunnen zijn indien de werking van de te gebruiken voorziening een grote mate van zekerheid biedt dat de kennisgeving de juiste persoon bereikt, dat – behoudens de mogelijkheid van een verstoring – de aan de persoon verzonden kennisgeving (doordat hij hiervan langs verschillende kanalen wordt genotificeerd) de persoon niet zal kunnen ontgaan en dat de verzending op bij wet voorschreven wijze wordt gelogd en in machinaal gegenereerde standaardverklaringen wordt vastgelegd opdat de rechter – mocht dit nodig zijn – de e-betekening kan controleren.


Drs. J.W. van Wetten
Drs. J.W. (Jos) van Wetten is beleidsadviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De digitale civiele procedure als onderdeel van een behoorlijke rechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden digitalisering, KEI, digitale procedure, digitaal systeem, toegankelijkheid, procesinleiding, oproepingsbericht, openbaarheid
Auteurs Dineke de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitaal procederen in civiele procedures is in ontwikkeling. In dit artikel wordt ingegaan op de digitaliseringsdoelstelling van de wetgever en op ervaringen die zijn opgedaan rondom de ontwikkeling van digitaal procederen in civiele vorderingszaken (dagvaardingszaken) over rechtsgevolgen ter vrije bepaling van partijen.


Dineke de Groot
Prof. mr. G. de Groot is werkzaam als vicepresident bij de Hoge Raad en bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Op 26 maart 2019 is bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ingediend. Dit wetsvoorstel is een vervolg op de Wetgeving van 2016. Naast de intrekking van de verplichting tot digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland treden met het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ook enkele procesvernieuwende bepalingen uit de Wetgeving van 2016 in werking. Deze bepalingen zien op de regiefunctie van de rechter en de verruiming van de mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling. In deze bijdrage staan de wijzigingen rondom de regiefunctie van de rechter en de mondelinge behandeling centraal. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het huidige procesrecht om de vraag te beantwoorden of van werkelijke procesvernieuwingen sprake is of meer van een codificatie van een in de procespraktijk ontwikkelde werkwijze.


Pauline Ernste
Mw. mr. P.E. Ernste is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Waarheidsplicht en bewijslastverdeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, waarheidsplicht, bewijslastverdeling, bewijsrecht, artikel 21 Rv
Auteurs Redouan El Gamali en Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen de waarheidsplicht en de bewijslastverdeling aan een nader onderzoek onderworpen. Besproken zal worden de praktische uitwerking van de interactie tussen de twee leerstukken. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wordt daarbij betrokken. Geconcludeerd zal worden dat de waarheidsplicht in zeker opzicht breder is dan de bewijslastverdeling, maar zij is niet los te denken van de vraag wie het bewijsrisico draagt. Een verbeterd sanctiestelsel zou de waarheidsplicht beter doen aansluiten bij de praktijk van het civiele proces.


Redouan El Gamali
Mr. R. El Gamali is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en afgestudeerd aan Tilburg Law School.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Toont 1 - 20 van 75 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.