Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1104 artikelen

x
Rechtsbescherming

Het nieuwe rechtsstaatmechanisme: een panacee voor alle schendingen van EU-recht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden grondrechten, rechtsbescherming, begroting, Conditionaliteitsverordening, rechtsstaat
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste maanden werd de Unie opgeschrikt door wetgeving in Hongarije en Polen die door veel lidstaten werd beschouwd als ernstige schending van de rechtsstaat. Er kwamen reacties dat dergelijke inbreuken op de waarden van de EU niet geaccepteerd konden worden en dat beide landen daarvoor via het nieuwe rechtsstaatmechanisme gekort moesten worden in hun subsidies uit de EU-begroting en met name het herstelinstrument. In deze bijdrage ga ik na wat het rechtsstaatmechanisme precies inhoudt en in hoeverre inbreuken op het EU-recht en met name de waarden die in artikel 2 VEU zijn neergelegd daarmee gesanctioneerd kunnen worden. De auteur komt in de analyse tot de conclusie dat dit niet zo eenvoudig is als sommigen aanvankelijk dachten.
    Verordening (EU) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (PbEU 2020, L 433/1).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

Een andere betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden de zaak Poch, uitlevering en kleine rechtshulp, terugwerkende kracht en artikel 7 EVRM respectievelijk 15 IVBPR, vertrouwensbeginsel, verkapte uitlevering
Auteurs Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse en Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op een eerdere publicatie in NTS van de hand van Rozemond en Van der Wilt. Machielse en Myjer schrijven dat Rozemond en Van der Wilt kennelijk geen oog hebben gehad voor de inhoud van de onderzoeksopdracht aan de Commissie Dossier J.A. Poch. De Nederlandse autoriteiten waren in de zaak Poch gebonden aan verdragen, wetgeving, rechtspraak en internationale omgangsvormen. Nederland heeft zich altijd voorstander getoond van internationale samenwerking op het gebied van opsporing en vervolging. Toen Argentinië aan Nederland verzocht rechtshulp te verlenen en inlichtingen te verschaffen nadat tegen Poch verdenking was gerezen van medeplegen van internationale misdrijven heeft Nederland aan dat verzoek gehoor gegeven.


Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse
Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse was advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer was rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en hoogleraar rechten van de mens aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Een halve eeuw regulering van de financiële sector: observaties en enkele conclusies

Voorpublicatie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Wft, Regelgevingsarchitectuur, Europeanisering, Toezicht, Handhaving
Auteurs Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst de ontwikkelingen van het nationale en Europese financieel toezichtrecht vanaf de periode dat dit rechtsgebied aan belang en omvang heeft gewonnen. Zij beschrijft de in het verleden ontstane bouwstenen (doelstellingen), basisregels en reguleringsarchitectuur die naar haar oordeel nog steeds richtinggevend zijn bij het verder reguleren van diensten, producten en nieuwe markten. Aandacht wordt besteed aan het steeds verder uiteenlopen van de crosssectorale Wft en de sectorale Europese regelgeving..


Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol
Prof. mr. drs. C.M. Grundmann-van de Krol is emeritus hoogleraar effectenrecht (in het bijzonder onderneming en financiële markten), Radboud Universiteit Nijmegen.
Uit het veld

De Aanwijzingen inzake de rijksinspecties geëvalueerd

Lessen voor een kaderwet toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden rijksinspecties, onafhankelijkheid, rijkstoezicht, aanwijzingen, positionering van toezicht
Auteurs David Schelfhout, Aris van Veldhuisen, Jelte Schievels e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanwijzingen inzake de rijksinspecties bieden een rijksbreed kader voor waarborging van de onafhankelijkheid van rijksinspecties. De auteurs van dit artikel evalueerden of de Aanwijzingen dit doel bereiken. Het artikel concludeert ten eerste dat er grote verschillen bestaan in de formele positie van inspecties. Ten tweede blijkt uit de evaluatie dat de Aanwijzingen een belangrijke bijdrage leveren aan het waarborgen van onafhankelijke oordeelsvorming van inspecties. De Aanwijzingen zijn echter niet in alle gevallen een voldoende voorwaarde voor onafhankelijkheid. Daarom doen de auteurs suggesties voor verdere versterking van de Aanwijzingen.


David Schelfhout
D. Schelfhout MSc is werkzaam als adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF).

Aris van Veldhuisen
Drs. A. van Veldhuisen is werkzaam als managing partner bij onderzoeks- en adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF).

Jelte Schievels
J. Schievels MA is werkzaam als adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF).

Chris Vloedbeld
C. Vloedbeld MSc is werkzaam als adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF)
Peer-reviewed artikel

Privaat toezicht als onderdeel van publiek toezicht

Een vergelijking tussen de voedselsector en de bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden bouwtoezicht, privaat toezicht, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking, Toezicht
Auteurs Annalies Outhuijse en Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Combinaties van publiek en privaat toezicht zijn niet weg te denken uit onze huidige maatschappij. In deze bijdrage vergelijken we de manier waarop privaat en publiek toezicht worden gecombineerd in twee sectoren, namelijk toezicht op voedselveiligheid en toezicht op veilige nieuwbouw. Na een uiteenzetting van de samenwerkingsarrangementen wordt ingegaan op de sterke en zwakke kanten van de gemaakte keuzes. Daarbij staat in het bijzonder één criterium centraal: betrouwbaarheid. Kan de overheid vertrouwen op toezicht en controle door private partijen? Zijn de private partijen in staat en bereid om effectief toezicht op voedselveiligheid en bouwkwaliteit uit te oefenen en welke factoren uit het samenwerkingsarrangement hebben hier invloed op? Naast de constatering dat private toezichthouders een toegevoegde waarde kunnen bieden aan de stelsels van toezicht, wijzen we op enkele potentiële risico’s die we in praktijk van bouw- en voedseltoezicht hebben geïdentificeerd: onvoldoende onafhankelijkheid en belangenverstrengeling, beperkte intrinsieke motivatie, kans op papieren werkelijkheid en onvoldoende corrigerende werking van het publieke toezicht.


Annalies Outhuijse
Mr. dr. A. Outhuijse is advocaat bij Stibbe binnen de praktijkgroep bestuursrecht. Eerder heeft zij een proefschrift geschreven op het gebied van het mededingingstoezicht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is rechtssocioloog en als fellow verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Access_open Een probleem rondom het nemo tenetur-beginsel?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden nemo tenetur-beginsel, zwijgrecht, zelfincriminatie, strafprocesrecht, eerlijk proces
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van een verdachte om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel), is samen met het zwijgrecht een hoeksteen in ons strafprocesrecht. Voor het positieve recht is het echter nog steeds geen uitgemaakte zaak wat de inhoud van het beginsel precies is. Toch kan men daarover duidelijk een divergentie waarnemen tussen de opvatting van de Nederlandse (hoogste) rechters en het EHRM.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Joost Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht bij EUR en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Access_open De Digital Markets Act en het spectrum van eindgebruikersbescherming

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden DMA, online platforms, eindgebruikersbescherming, eerlijkheid, betwistbaarheid
Auteurs Lisanne Hummel, Laura Frederika Lalikova en Viktorija Morozovaite
SamenvattingAuteursinformatie

    Om oneerlijke gedragingen van grote online platforms te beteugelen en de betwistbaarheid op digitale markten te vergroten, heeft de Europese Commissie de Wet inzake digitale markten (DMA) voorgesteld.
    In dit artikel onderzoeken we in hoeverre het wetsvoorstel bescherming biedt aan zowel zakelijke gebruikers als eindgebruikers van grote online platforms. Hoewel het lijkt alsof de belangen van eindgebruikers minder aandacht krijgen in het voorstel, stellen we vast dat zij zowel direct als indirect baat hebben bij de bepalingen. Desalniettemin stellen we ook vast dat het voorstel een kans heeft laten liggen om eindgebruikers verder te beschermen.


Lisanne Hummel
L.M.F. Hummel LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Laura Frederika Lalikova
L.F. Lalikova LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.

Viktorija Morozovaite
V. Morozovaite LLM is promovenda aan de Utrecht University School of Law en maakt deel uit van het ERC-gefinancierde Modern Bigness-project onder leiding van prof. dr. Anna Gerbrandy (Grant Agreement No: 852005). Meer informatie op de website: www.uu.nl/en/research/modern-bigness.
Artikel

Antitrust opkrikken: het nieuwe artikel 19a van de Duitse Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen (GWB)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2021
Trefwoorden Duitsland, artikel 19a GBW, Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen, Bundeskartellamt, digitale platforms
Auteurs Jens-Uwe Franck en Martin Peitz
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 januari 2021 heeft de Duitse wetgever een wijziging van de Duitse mededingingswet (GWB) goedgekeurd, die een aantal wetswijzigingen bevat die de mededinging moeten beschermen in tijden van digitalisering. De belangrijkste vernieuwing is het mededingingsinstrument dat in artikel 19a GWB is vervat. Hiermee krijgt het Bundeskartellamt, de Duitse mededingingsautoriteit, nieuwe bevoegdheden wanneer het grote digitale platforms aanpakt. Het nieuwe instrument wijkt qua inhoud en procedure af van het traditionele mededingingsrecht en benadert de rol van een reguleringsinstrument dat op de digitale platformindustrie is gericht.


Jens-Uwe Franck
Prof. dr. J.-U. Franck LLM is werkzaam bij de Rechtenfaculteit en het Mannheim Centre for Competition and Innovation (MaCCI) van de Universiteit van Mannheim.

Martin Peitz
Prof. dr. M. Peitz is werkzaam bij de Economiefaculteit en het Mannheim Centre for Competition and Innovation (MaCCI) van de Universiteit van Mannheim.
Artikel

De Wet verplichte meldcode geëvalueerd: eerste stappen gezet, maar doel nog niet bereikt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden evaluatie, huiselijk geweld, kindermishandeling, Veilig Thuis
Auteurs mr. C.M. Ridderbos-Hovingh, prof. dr. H.B. Winter, mr. dr. B.J.M. Frederiks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De conclusie van het eerste evaluatieonderzoek van de Wet verplichte meldcode is dat met de invoering van een meldcode de eerste stappen zijn gezet richting een ondersteuningsmodel voor professionals om signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling te herkennen en hen handvatten te bieden om sneller en adequater hulp te bieden.


mr. C.M. Ridderbos-Hovingh
Chantal Ridderbos-Hovingh is werkzaam bij Pro Facto.

prof. dr. H.B. Winter
Heinrich Winter is werkzaam bij Pro Facto en is daarnaast hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit.

mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is werkzaam bij Amsterdam UMC, locatie VUmc.

mr. N.O.M. Woestenburg
Nicolette Woestenburg is werkzaam bij Pro Facto.
Artikel

Access_open Drie kernthema’s uit de evaluatie van de Wkkgz

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden kwaliteit van zorg, patiëntenrechten, wetgeving, meldplichten, klachtrecht
Auteurs prof. mr. J. Legemaate, mr. dr. R.P. Wijne, mr. L.J. Knap e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2016 trad de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) in werking. In dit artikel wordt verslag gedaan van de eerste evaluatie van deze wet. Hieruit blijkt dat de wet bijdraagt aan de daarmee beoogde doelen, maar dat zich in de praktijk ook knelpunten voordoen. De belangrijkste daarvan worden besproken.


prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de UvA (Law Center for Health and Life).

mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is als docent/onderzoek gezondheidsrecht verbonden aan de UvA (Law Center for Health and Life).

mr. L.J. Knap
Linda Knap is als onderzoeker werkzaam bij het Nivel.

prof. dr. R.D. Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het Nivel en bijzonder hoogleraar bij TRANZO (Tilburg University).
Artikel

Motiveren rechters het gevaar?

Een kwantitatief jurisprudentieonderzoek naar de motivering van waarom aan het gevaarscriterium is voldaan bij het opleggen en verlengen van tbs

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Tbs, Gevaarscriterium, Motivering, Kwantitatief jurisprudentieonderzoek
Auteurs Max de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    The imposition or extension of a tbs-order requires that the offender is dangerous. This article reports on a quantitative analysis of case law about whether judges provide reasons in their judgment when establishing that an offender is dangerous. The analysis shows that this often is not the case. For example, only one third of the examined judgments explain why the legal criterion for dangerousness is met. The author recommends that judges more often provide reasons for their decision about the dangerousness of the offender.


Max de Vries
Mr. G.M. de Vries is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden MVO, moederaansprakelijkheid, duurzaamheid, human rights due diligence, zorgplicht
Auteurs J.E.S. Hamster LLM MA
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de verwachte conceptrichtlijn duurzame corporate governance. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op het beginsel van human rights due diligence, dat de kern zal vormen van de conceptrichtlijn. Deze ontwikkeling zal verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemingen, en zij zullen dit onderwerp hoog op de agenda moeten zetten.


J.E.S. Hamster LLM MA
J.E.S. Hamster LLM MA is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger
Wetenschap en praktijk

Blind date

Over hoe je als contractspartij van een beleggingsinstelling niet voor verrassingen komt te staan bij de vraag op welk vermogen je vorderingen kunt verhalen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 4:37j Wft, vermogensafscheiding, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, subfonds
Auteurs M.C. Maters en S. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op bescherming van beleggers tegen besmettingsrisico’s bepaalt de Wet op het financieel toezicht (Wft) in artikel 4:37j dat beleggingsinstellingen een afgescheiden vermogen hebben. Bij beleggingsfondsen wordt deze vermogensafscheiding mede bereikt doordat de juridische eigendom van de activa van het fonds wordt gehouden door een separaat opgerichte bewaarentiteit. Ook regelt artikel 4:37j Wft dat de afgescheiden vermogens van verschillende beleggingsinstellingen, of subfondsen daarvan, bij één rechtspersoon kunnen worden ondergebracht. In de praktijk leidt de regeling tot misverstanden over de tenaamstelling van bijvoorbeeld overeenkomsten. Dit artikel beoogt de praktijk enkele handvatten te bieden ter voorkoming van bedoelde misverstanden.


M.C. Maters
Mr. M.C. (Michaël) Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

S. Verkerk
Mr. S. (Sebastiaan) Verkerk is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Access_open De beursgenoteerde vennootschap

Faits divers

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gereglementeerde markt, MiFID II, multilaterale handelsfaciliteit, m/v-quotum, wettelijke bedenktijd
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beursgenoteerde vennootschap is een vennootschap waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit. In Boek 2 BW en in de Wft komen beide varianten voor. Als sprake is van toelating tot de handel op alleen een gereglementeerde markt gaat het primair om regelgeving waarin de Nederlandse wetgever uitvoering geeft aan Europees recht. Als het gaat om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of soms ook een multilaterale handelsfaciliteit gaat het om regelgeving die een nationale oorsprong heeft. In die laatste gevallen zijn wel weer verschillende varianten denkbaar.


C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Urgenda-arrest en wetgevingsbevel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2021
Trefwoorden (algemeen) wetgevingsbevel, prerogatieven van de wetgever, onrechtmatigverklaring, buitenwerkingstelling, bepaaldheid dictum
Auteurs L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    In ‘Urgenda-arrest en wetgevingsbevel’ bespreekt de auteur hoe dat arrest zich tot de eerdere rechtspraak over wetgevingsbevelen verhoudt. Anders dan de Hoge Raad suggereert, vindt de aanvaarding van een algemeen wetgevingsbevel niet reeds haar grond in die eerdere rechtspraak. Evenmin is de afwijking van die rechtspraak van ondergeschikt belang. Het arrest maakt inbreuk op de prerogatieven van de wetgever en raakt de positie van derden. Het nieuwe criterium voor de (on)toelaatbaarheid van een wetgevingsbevel is bovendien onduidelijk, terwijl een algemeen wetgevingsbevel niet voldoet aan de eisen die eerdere rechtspraak aan een rechterlijke voorziening stelt. De auteur deelt niet de verwachting dat precedentwerking van het Urgenda-arrest zal uitblijven.


L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus is voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Naar een effectieve handhaving op maat in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Sanctie, handhaving, institutioneel, overtreding, omgevingsdienst
Auteurs Mr. dr. O.F. (Oda) Essens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2019 promoveerde Oda Essens aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ‘Operationalising Effective Public Enforcement of Environmental Law in the European Union, with a focus on England, Germany and the Netherlands’. In haar proefschrift heeft zij een model voor effectieve handhaving op maat ontworpen. Dit model bevat eisen aan de handhavingsorganisatie (institutionele eisen) en eisen aan de sancties (instrumentele eisen), zoals vastgelegd in wet- en regelgeving voor de publiekrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht. Vervolgens heeft zij dat model toegepast op de publiekrechtelijke handhavingsorganisatie en sancties voor het omgevingsrecht in Nederland, Engeland en Duitsland. De toepassing heeft geleid tot good practices voor een ‘effectieve handhaving op maat’ in de drie landen en vanuit die good practices heeft zij aanbevelingen gedaan voor verbetering van de handhavingsorganisatie en de beschikbare sancties in de drie landen onderling. In dit artikel zet zij haar model voor effectieve handhaving op maat uiteen en belicht zij enkele belangrijke uitkomsten van de toetsing van de Nederlandse organisatie en sancties voor de publiekrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht.


Mr. dr. O.F. (Oda) Essens
Mr. dr. O.F. Essens is op 26 november 2019 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ‘Operationalising Effective Public Enforcement of Environmental Law in the European Union, with a focus on England, Germany and the Netherlands’.

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Access_open Omgevingsfondsen bij wind- en zonneparken

Pecunia non olet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Klimaatakkoord, participatie, energie, financiering
Auteurs Mr. D.E. (Dorien) Bakker en Prof. mr. H.D. (Hanna) Tolsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dorien Bakker en Hanna Tolsma gaan in op het betrekkelijk nieuwe fenomeen van omgevingsfondsen bij wind- en zonneparken. De fondsen zijn bedoeld om te komen tot een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten bij duurzame energieprojecten een beogen het draagvlak voor duurzame energieprojecten te bevorderen. Aangezien een wettelijke regeling omtrent omgevingsfondsen ontbreekt, staat het de betrokken partijen in grote mate vrij om de vormgeving van een omgevingsfonds te bepalen. In hun bijdrage leggen auteurs het omgevingsfonds onder de juridische loep en beantwoorden zij de vraag in hoeverre het huidige juridische kader regels over zeggenschap en waarborgen voor een eerlijke verdeling van gelden uit omgevingsfondsen kent.


Mr. D.E. (Dorien) Bakker
Mr. D.E. Bakker is in 2021 afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. H.D. (Hanna) Tolsma
Prof. mr. H.D. Tolsma is hoogleraar Besluitvorming en rechtsbescherming in het omgevingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen).
Artikel

Verplichting om bij te dragen aan beheer en onderhoud van gemeenschappelijke voorzieningen woonresort

Enige beschouwingen naar aanleiding van GEA Curaçao 30 november 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:268 en ECLI:NL:OGEAC:2020:269

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Parkmanagement, Woonresort, Bijdrageplicht aan gemeenschappelijke voorzieningen
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
Auteursinformatie

Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als onderwijsdirecteur verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en als research fellow aan de University of Curaçao en Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 1104 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.